LEGO leert jeugd denken als programmeur

Nieuws | de redactie
4 juli 2017 | ‘Computational Thinking’ is één van de 21e eeuwse vaardigheden. Maar hoe leer je kinderen dat op de basisschool. Onderzoekers van de Hanzehogeschool oefenen nu met oefeningen van LEGO en een app. Dat zorgt ook bij de docenten in opleiding voor uitdagingen.

Eelco Braad is onderzoeker bij het lectoraat User-Centered Design van de Hanzehogeschool. Samen met de Pedagogische Academische hebben ze een onderzoek opgezet om te kijken hoe ze leerlingen op de basisschool op een speelse wijze met Computational Thinking in aanraking te laten komen. 

Het project van de Hanzehogeschool is één van de winnaars van de SURF Innovation Challenge eind vorig jaar. Zij ontvingen een geldbedrag en ondersteuning om te onderzoeken in hoeverre een adaptieve aanpak kan ondersteunen bij het gepersonaliseerd aanbieden van Computational Thinking-vaardigheden.

Algoritmisch denken

Computational thinking houdt in dat je een probleem zo stapsgewijs benadert, dat een computer deze zou kunnen uitvoeren, legt Braad uit. “”Daarvoor zijn verschillende vaardigheden nodig, zoals gegevens verzamelen, een probleem kunnen abstraheren, of stapsgewijs naar een oplossing werken – algoritmisch denken eigenlijk.”

LEGO biedt volgens de Hanze-onderzoeker goede mogelijkheden om hier op een laagdrempelige wijze vorm aan te geven. “We werken met een set van zo’n driehonderd bouwstenen. Daar zitten behalve de gewone LEGO-stenen ook sensoren bij die bijvoorbeeld licht of beweging waarnemen en daar op reageren.”

In combinatie met een webapplicatie kunnen leerlingen een heleboel verschillende projecten uitvoeren. “Ze voeren eigenlijk een handeling uit om te kijken wat er vervolgens gebeurt. Het zijn een soort wetenschappelijke proefjes dus ze leren ook om op een onderzoekende wijze naar vraagstukken te kijken.”

Digitale vaardigheden

Het is dus niet rechtstreeks de bedoeling dat leerlingen leren programmeren. “Het is meer een soort universele programmeervaardigheid die leerlingen opdoen. Het gaat om die digitale stappen zetten. Ik denk dat die manier van over vraagstukken nadenken heel waardevol is. Techniek is overal, de wereld wordt steeds digitaler, ik denk dat deze vaardigheden daarbij horen.”

Op dit moment zijn de projecten waar leerlingen aan werken nog vrij lang – een half uur tot een uur -, maar Braad en zijn collega’s werken er nog aan om dit beter aan te passen op de wensen en behoeften van docent en leerlingen. Wat al wel kan is het niveau van de oefeningen afstemmen op de persoonlijke behoeften en het niveau van iedere leerling.

“Eigenlijk doe je een korte intake. Je stelt wat vragen aan de leerling, je doet een voorbeeldoefening en je laat ook de docent bepalen wat goed is voor de leerling. Op basis van die informatie komt er dan een opdracht uit die is afgestemd op wat een leerling aankan. Dat kan namelijk nogal verschillen in de klas.”

Die verschillen hoeven hem niet alleen te zitten in niveau, maar ook in motivatie. “We zijn er nog mee bezig, maar ik denk dat je ook in de thematiek van opdrachten verschillen kan aanbrengen die aansluiten op de behoefte van leerlingen. De ene leerling wil misschien een raket bouwen, de andere maakt liever weer iets heel anders.”

Pabo-student verleiden

Ondertussen zijn de onderzoekers van de Hanzehogeschool hun prototype verder aan het perfectioneren en kijken ze of ze het straks in de praktijk kunnen gaan testen. Belangrijk is dat ook de pabo-studenten daarbij worden betrokken, want zij zullen straks met het project in de klas aan de slag moeten.

“Je ziet dat studenten uit de pabo niet zo snel uit zichzelf met techniek en digitale toepassingen aan de slag gaan”, merkt Braad. “We proberen er voor te zorgen dat studenten tijdens hun stage met onze projecten aan de slag gaan op de school waar ze dan werken en we hebben een onderzoeksgroep ICT & Didactiek die hier veel mee doet. Je ziet dat ze er niet altijd affiniteit mee hebben, dus dat willen we stimuleren.”

De volgende stap die de onderzoekers willen zetten is het goed evalueren van hetgeen op dit moment ontwikkeld is. “Als we dat hebben gedaan kunnen we ons project verbeteren en kijken of we het kunnen uitrollen bij scholen hier in Noord-Nederland. Daar hebben we hulp bij van Groningen Programmeert dat al hier mee bezig is.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«