Inspectie introduceert waar de NVAO vanaf wil

Nieuws | de redactie
3 augustus 2017 | De Onderwijsinspectie gaat binnenkort in het basis- en voortgezet onderwijs werken met gedifferentieerde oordelen. In het hoger onderwijs werkt men al een paar jaar met dergelijke oordelen, maar de NVAO vraagt zich hardop of dit nu wel verstandig is.

Vanaf 1 augustus kunnen scholen in het basis- en voorgezet onderwijs naast de beoordelingen, ‘zeer zwak’, ‘zwak’ en ‘voldoende’ nu ook de beoordeling ‘goed’ krijgen. Nu er steeds minder zwakke scholen zijn, is het tijd voor verandering. Want scholen die boven de rest uitstijgen, morgen ook weleens een extra schouderklopje krijgen, zo is de gedachte van de Onderwijsinspectie.

Dit is niet nieuw in het onderwijs, op voorstel van toenmalig staatssecretaris van onderwijs Halbe Zijlstra werkt de NVAO ook al geruime tijd met gedifferentieerde oordelen. Dit is mede geïnspireerd op het Rapport Veerman, ‘Differentiëren in drievoud’, Zo kunnen hogescholen en universiteiten sinds 2011 naast de beoordeling voldoende, ook het keurmerk goed of excellent krijgen.

Predicaat ‘excellent’ raakt in onbruik

Sinds 2011 zijn er 2794 opleidingsaccreditaties uitgevoerd, daarvan werd 75% als voldoende beoordeeld door de NVAO, 10% als goed en 0,7% als excellent. De overige accreditaties kregen een herstelperiode of werden door ingetrokken. Nu men bij de NVAO al dus wat enige jaren ervaring heeft opgedaan met deze vorm van gedifferentieerde oordelen vraagt men zich nu hardop af of dit wel een geslaagde exercitie is geweest.

Bij de Zomerborrel van de NVAO begin juli, hield de voorzitter van de NVAO, Anne Flierman zijn gehoor voor dat deze manier van opleidingen accrediteren niet altijd het gewenste effect heeft. “Wij willen niet verhullen dat wij als NVAO intern, zowel bij onze staf als in het bestuur, flink worstelen met de vraag of die gedifferentieerde oordelen nou wel echt navolgbaar zijn. Is een opleiding nou écht goed of is er toch een beetje sprake van inflatie van de begrippen die we hanteren. Dat leidt tot heel veel discussies intern en dat kan leiden tot vertraging van afhandeling en zelfs soms tot bezwaarprocedures.”

In september gaat er een wetsvoorstel naar de Kamer voor een nieuw accreditatiestelsel. Flierman hoopt dat deze wijze van beoordelen daar ook ter discussie gesteld zal worden. “Wij moeten ons de vraag stellen of het ons dat allemaal wel waard is en ons zeer serieus afvragen of ons stelsel in Nederland de ruimte laat voor differentiatie in de huidige vorm en of we dit nog wel moeten behouden.

Coalitie niet eensgezind

In de Kamer is er zeker vanuit D66 altijd tegenstand geweest tegen gedifferentieerde oordelen. Onlangs legde Paul van Meenen tegenover de nieuwe Kamerleden nog eens uit waarom hij ten principale tegen een dergelijke beoordeling is. “Ik vind ten principale dat het niet de rol van de overheid is om met dit soort predicaten te werken.

“Voor de nieuwe leden geef ik nog een keer het voorbeeld van de Voedsel- en Waren Autoriteit. Die bepaalt welk voedsel verkocht en geconsumeerd mag worden, maar die gaat niet zeggen: ‘als je echt lekkere rookworst wil hebben, dan moet je bij slagerij Van Kampen zijn.’ Dat is gewoon niet de rol van de overheid en die rol eigent de overheid zich op dit moment wel toe.” De ChristenUnie die momenteel samen met D66 onderhandelt met VVD en het CDA is deze mening ook toebedeeld. Zo blijkt uit een reactie op Twitter van Eppo Bruins (CU) die reageert op Paul van Meenen (D66).


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«