Arbeidsvoorwaarden van promovendizijn niet verslechterd

Minister spreekt onderzoek van PromovendiNetwerk tegen

Nieuws | de redactie
12 oktober 2017 | Onlangs kwam het Promovendi Netwerk Nederland met hun jaarlijkse monitor en daaruit bleek dat de arbeidsvoorwaarden van promovendi dit jaar weer zijn verslechterd. Uit onderzoek van PNN blijkt dat de aanstellingsduur en vacatures vaak korter zijn dan de gebruikelijke vier jaar en dat veel promovendi langer moeten doorwerken, bijvoorbeeld in de WW omdat hun arbeidscontract is verlopen.

Onlangs kwam het Promovendi Netwerk Nederland met hun jaarlijkse monitor en daaruit bleek dat de arbeidsvoorwaarden van promovendi dit jaar weer zijn verslechterd. Uit onderzoek van PNN blijkt dat de aanstellingsduur en vacatures vaak korter zijn dan de gebruikelijke vier jaar en dat veel promovendi langer moeten doorwerken, bijvoorbeeld in de WW omdat hun arbeidscontract is verlopen. Voor GroenLinks Kamerlid Zihni Özdil was dit aanleiding om Kamervragen te stellen over wat de minister vindt van deze monitor en of zij ook de aanbevelingen van PNN overneemt om iets te doen aan de arbeidsvoorwaarden van promovendi.

In haar beantwoording laat de minister weten dat zij zich niet herkent in de monitor van PNN. “Het beeld dat de arbeidsvoorwaarden van promovendi in Nederland zijn verslechterd, herken ik niet. De monitor waaraan u refereert betreft alleen de contractvorm en de aanstellingsduur. Andere arbeidsvoorwaarden worden daarin niet genoemd.”

Volgens de minister geeft het PNN-onderzoek onvoldoende aanleiding om aan te nemen dat de arbeidsvoorwaarden ook daadwerkelijk zijn verslechterd. “De gegevens voor het onderzoek zijn afkomstig uit de vacatureteksten van Academic Transfer. Dit is de belangrijkste en grootste Nederlandse vacaturebank voor posities bij universiteiten, universitair medische centra en andere kennisinstellingen. Onduidelijk is of dit alle vacatures betreft. Ook valt op basis hiervan niets te zeggen over de afspraken die daadwerkelijk tussen een werknemer en een werkgever worden gemaakt.”

Als er al kortere contracten worden aangeboden dan drie jaar dan heeft dat volgens Bussemaker te maken met een vervolg op een researchmaster waarin al onderzoek werd gedaan voor het promotietraject. “Universiteiten en hogescholen bieden arbeidsovereenkomsten of aanstellingen aan die in overeenstemming zijn met de wet en de universitaire collectieve arbeidsovereenkomst.  Dat kan ook een dienstverband zijn van korter dan vier jaar of van minder dan 1 fte. Er is geen sprake van ‘dubieuze’ contracten. De dienstverbanden van drie jaar zijn over het algemeen een vervolg op een (tweejarige) research master of een masterthesis die de basis biedt voor een verdere promotie. Daarnaast zijn er promovendi die het promotietraject combineren met andere werkzaamheden.”

Uit het rapport ‘Promoveren werkt’ van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen blijkt overigens dat naast de gewone promotietrajecten behoefte bestaat aan andere vormen. Ik ben van mening dat promotieonderzoek plaats moet vinden binnen de overeengekomen duur van het dienstverband. Het kan niet zo zijn dat met promovendi met een dienstverband een promotietraject wordt afgesproken dat alleen gerealiseerd kan worden met een forse tijdsinvestering van promovendi buiten de reguliere arbeidstijden.”

Minister Bussemaker vind de resultaten van het onderzoek van PNN juist gerustellend. “Het stelt mij overigens gerust dat net als in 2015 ook in 2016 ongeveer 90% van de vacatureteksten uit Academic Transfer een contract met een duur van vier jaar met een voltijdsdienstverband betreft. Hoewel dit geen 100% is, is dit een stap in de goede richting waarbij ik hoop dat het percentage nog zal toenemen.”

Op de vraag of de minister de aanbevelingen van PNN gaat overnemen geeft zij wel aan dat vacatureteksten voor promovendi duidelijk moeten zijn. “Ik ben het met het PNN eens dat werving, selectie en vacaturevervulling transparant moeten zijn. Medezeggenschap en het sociaal jaarverslag vervullen hierbij een belangrijke rol en op de sites van DUO en de VSNU zijn cijfers beschikbaar. De norm moet zijn dat promotietrajecten van promovendi in dienst van een universiteit binnen de reguliere werktijd afgerond kunnen worden. Over het algemeen is dat binnen vier jaar. Ik vind in aanvulling daarop ook maatwerk van belang.”

Het laatste verzoek van  het GroenLinks Kamerlid is om om tafel te gaan zitten met de VSNU en PNN:  “Zoals eerder aangegeven ben ik niet van mening dat sprake is van slechte of verslechterende arbeidsomstandigheden. Ik ben altijd bereid om met betrokkenen van gedachten te wisselen over de loopbaanperspectieven van promovendi.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK