Ontneem het vuur van fraude haar brandstof

Nieuws | de redactie
3 oktober 2017 | Geldverstrekkers van wetenschappelijk onderzoek zouden (mede)eigenaar moeten worden van de gegenereerde data. Volgens cardioloog en onderzoeker Roland van Kimmenade werkt dit fraude tegen en zou het van Nederland een gidsland in open science kunnen maken.

In Nederland mogen we trots zijn op een onderschat exportproduct: wetenschappelijke output. Onderzoekers en instituten uit de Lage Landen staan hoog op internationale ranglijstjes, zeker als men corrigeert voor de relatief bescheiden budgetten verstrekt door overheid of onafhankelijke instanties. Sterker nog, Europa pompt maar wat graag haar onderzoeksbudget Nederland in. In de 10 jaar van het prestigieus ERC programma ontving Nederland 27 beurzen per miljoen inwoners, Denemarken volgt pas met slechts negentien beurzen  op ruime afstand. Zelfs de Nederlandse schaatsbond is jaloers op zoveel internationale overmacht, hier geldt: Nederland- gidsland.

Het Nederlandse leadership schitterde echter ook in de schaduwwereld van de wetenschap: De affaire Poldermans en het trieste verhaal van Diederik Stapel geven ons een inkijk in hoe twee gedreven wetenschappers in hun drang naar publicaties de ultieme doodzonde begingen: het verzinnen van data. Ook het bizarre verhaal van de Nederlandse hoogleraar die in 1 jaar tijd 138 artikelen publiceerde, (iedere 1,9 werkdag opnieuw één publicatie) laat zien dat niet dat het oplossen van een probleem of het zoeken naar de waarheid niet langer de belangrijkste trigger is voor de ambitieuze wetenschapper. Je wordt beoordeeld op het aantal publicaties, pas daarna (eventueel) op je bevindingen en mogelijke bijdrage aan de maatschappij.

Ambitie of fraude?

Om voor een mens uiteindelijk tot fraude op het werk over te gaan zijn volgens de zogenaamde fraudedriekhoek uit de sociologie drie factoren van belang: 1) de gelegenheid, 2) een noodzaak en 3) een hapklaar excuus om deze fraude vergoeilijken, en hoe nobel een onderzoeker kan zijn, niets menselijks is hem of haar vreemd in de jacht naar publiceren. Wie onvoldoende slim is, moet compensatoir sluw zijn en je zou je sarcastisch kunnen afvragen of  een volledig fraude of opleuk-vrij publicatie CV geen gebrek aan ambitie weerspiegelt…

Uiteindelijk draagt een publicatie-tsunami namelijk bij tot een ‘objectief beter’ CV via de zogenaamde H-index, een maat voor hoe vaak je publiceert en vooral ook hoe vaak je wordt geciteerd (eventueel door jezelf). Dus, de misdaad loont onmiddellijk.

Die hoge H-index is niet alleen een beloning voor het ego, het is ook een voorwaarde of hulpmiddel om nieuwe funding binnen te halen voor een volgend onderzoeksproject. De voorwaarden voor een beurs zijn (naast een inhoudelijk goed onderzoeksidee): je voorgaande publicaties én je voorgaand funding-wervend vermogen. Ook hier geldt dus: ‘it takes money, to make money’. Dit betekent dat de geldschieters voor wetenschappelijk onderzoek een nog meer gezaghebbende rol hebben gekregen in het beurzenlandschap: met de beurs die je nú uitreikt, verhoog je ook de kans op een toekomstige beurs voor deze onderzoeker, zelfs bij een andere instantie dan jezelf.

Toe-eigening van het proces

Hier dringt zich een parallel met de zorgverzekeraars zich op: met de introductie van de marktwerking in de zorg hebben de verzekeraars zichzelf een steeds grotere actief sturende rol aangemeten. Oorspronkelijk waren zogenaamde ziektenkostenverzekeraars slechts een betaalorgaan maar tegenwoordig zijn ze bijna procesbeheerder.

Door middel van afgesproken plafonds bepalen ze grofweg hoeveel en welke procedures mogen plaatsvinden in ziekenhuizen, door inzicht te eisen  in complicatiegetallen bepalen ze welk centrum voldoende expertise heeft in complexere procedures en daarom deze procedures nog wel of niet meer mag uitvoeren. De eigenlijke waakhond, de Inspectie voor de Volkgezondheid, hoeft  eigenlijk niet op te treden. De betalende organisatie, de zorgverzekeraar eigent zich uiteindelijk het proces toe.

Hoe anders is het bij de wetenschappelijke fundingorganisaties: publiek (ZonMw, NWO) of semi-publiek (KWF, Hartstichting)? Hoewel er wel voorwaarden aan beurzen worden gesteld, is de onderzoeker na behalen van de beurs direct weer in de lead. Uiteraard moeten de uiteindelijke resultaten worden gepubliceerd maar hoe, dat is aan de onderzoeker. Hij/zij verwerft de data, analyseert en interpreteert en bepaalt vervolgens naar welk tijdschrift dit voor eventuele publicatie gestuurd wordt. De fundingorganisatie kijkt het zelf niet na en heeft in die zin ook het nakijken…

Beheer van data bij de donor

Wat nu als de fundingorganisatie zich als meer zoals de zorgverzekeraar gaat opstellen? Het proces, dat wil zeggen de ruwe data, zijn en blijven onder controle van de gelddonor. De onderzoeker is uiteraard de expert, en deze gaat eerst aan de slag met analyses om dit in een publicatie te gieten, maar de donor behoudt het (mede)bezit van de data. Stel dat het de onderzoeker na een bepaalde tijdspanne niet gelukt is om de data in een publicatie te gieten, laat de donor dan beslissen om de data publiek en voor iedereen toegankelijk te maken. Zelfs als de onderzoeker wel zijn analyses al gepubliceerd heeft, waarom zou de donor niet evengoed de onderliggende data bekend maken die met zijn geld zijn gegenereerd?

Dit systeem heeft twee voordelen: minder publicatie bias en extra analyse capaciteit. Een vermindering van de publicatie bias is onvermijdelijk want negatieve (dus minder aantrekkelijke) data worden nu te allen tijde gepubliceerd. In het meest optimale scenario kan zo een voor de onderzoeker negatief verlopen project dat gebaseerd is op data van anderen zelfs nog als reproduceerbaarheids studie dienen, iets waarvan we de noodzaak steeds meer gaan inzien. Verder maakt de donor kans op een gratis second opinion voor hetzelfde geld. Een andere onderzoeker, met een andere bril, prikkel of visie, kan soms verrassende output produceren uit al gegenereerd data.

Een ultiem voorbeeld is Jonathan Sackner-Bernstein, die zich door de ondoorgrondelijke website van de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) worstelde om de data die aangeleverd waren om ‘Nesiritide’, een medicijn bedoeld tegen hartfalen, goedgekeurd te krijgen. Door deze data te poolen vond hij dat dit medicijn mogelijks zelfs meer complicaties leek te veroorzaken dan er in de controle groep werden gevonden. Het resultaat van deze exercitie: twee mooie publicaties uit reeds verworden data (onder andere in het gezaghebbende JAMA), een grote prospectieve studie naar dit medicijn (resultaat: geen oversterfte, geen complicatie maar ook geen benefit dus einde ‘nesiritide’) en een onmiddellijke aanstelling voor doctor Sackner-Bernstein bij de FDA.

Doordat iedereen uiteindelijk toegang gaat krijgen tot de ruwe data, is de verleiding tot opleuken – het voorstadium van fraude – minder groot. Door de gelegenheid weg te nemen, ontneem je het vuur van fraude haar brandstof en verhoog je de toegang voor analyse en zo uiteindelijk de wetenschappelijke output, de primaire functie van de geldverstrekker. Vandaar deze oproep aan fundingorganisaties zoals ZonMW, NWO, KWF, Hartstichting enz. : maak ook van het proces tot wetenschappelijke output van Nederland een open gidsland en maak na een redelijke periode alle ruwe data openbaar toegankelijk, op de eigen pagina of een centrale website. Eis waar voor uw geld en vervul nu zelf de internationale voortrekkersrol!

Roland van Kimmenade is cardioloog en onderzoeker aan het Radboud MC.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«