Werken met vragen uit de maatschappij

Hoe werkt publiek-private samenwerking in de praktijk?

Interview | de redactie
4 oktober 2017 | In Centres of Expertise en Centra voor Innovatief Vakmanschap vinden onderwijsinstellingen, bedrijven en overheden elkaar in nieuwe vormen van samenwerking. Maar hoe gaat dat in zijn werk en wie neemt daarin het initiatief? “Dat is inmiddels anders dan een paar jaar geleden”, vertelt Joost Degenaar (Hanzehogeschool).

Joost Degenaar is programmadirecteur van het Centre of Expertise (CoE) Healthy Ageing in Groningen en lid van een landelijke werkgroep van Katapult. Katapult is het netwerk van PPS innovatiecentra uit mbo en hbo in Nederland   Volgens Degenaar is er sinds de eerste centers in 2010 van start gingen een hoop veranderd.

“In het begin was het zo dat de vragen in de innovatiewerkplaatsen vaak van lectoren en onderzoekers in de hogeschool kwamen”, legt Degenaar uit. “Bij de start van het Center of Expertise Healthy Ageing hebben we gewerkt van uit een sterke onderzoeksgroep. Daarmee was het dus heel erg lector gedreven.”

Inmiddels komt het initiatief volgens Degenaar veel meer vanuit de partners. Zij komen met concrete vragen bij de centers aankloppen. “Dat lijkt me een heel gezonde ontwikkeling”, zegt Degenaar. In het domein zorg is die toegenomen vraag vanuit de maatschappij ook toe te wijzen aan de grote ontwikkelingen waar het werkveld zich de afgelopen jaar voor zag.

“Er zijn grote transities geweest in het sociale domein, kijk naar de jeugd- en ouderenzorg. Dat heeft veel nieuwe verantwoordelijkheden bij de regionale overheden gelegd. Complexe vraagstukken vergen een multidisciplinaire aanpak, daarmee komen ze bij ons terecht.”

Een gezamenlijke ambitie

Michiel Scheffer is namens D66-gedeputeerde in Gelderland. Hij was daarvoor onder meer lector bij Saxion en weet dus wat het betekent om op regionaal niveau samen te werken aan innovatie. “Soms werkt het heel goed, soms wat minder, dat heeft ook met de cultuur van een regio te maken. Op sommige plekken is het bedrijfsleven heel ouderwets georganiseerd. Het is heel verkokerd”

Als het werkt, ligt dat volgens Scheffer vooral aan het feit dat bedrijven in een regio echt als een gemeenschap opereren. “In de Achterhoek bijvoorbeeld, daar vinden bedrijven en het onderwijs elkaar heel erg in hun gezamenlijke ambitie om de demografische krimp te keren.”

Volgens de gedeputeerde zijn er verschillende manieren om vanuit de overheid innovatieve samenwerking in de regio te stimuleren. “Ik denk dat het er om gaat dat je de goede voorbeelden die er al zijn, zoveel mogelijk laat zien. Daarnaast zou je nog kunnen denken aan het benutten van de al bestaande sociale fondsen. Nu worden die vooral gebruikt om de opleiding van zittend personeel te financieren, maar ze kunnen ook ingezet worden voor opleiding van te werven mensen of voor mobiliteit tussen sectoren.”

Scheffer ziet dat met name in het technisch domein in Gelderland heel veel bereikt wordt door het Center of Expertise van de HAN en door de Centra voor Innovatief Vakmanschap in het mbo. “Zij zijn heel concreet rond technische vraagstukken aan de slag gegaan met vragen uit het bedrijfsleven. Je ziet dat daar echt een omslag is bereikt in de manier waarop publiek-private samenwerking wordt vormgegeven.”

Joost Degenaar ziet in het noorden van Nederland dat op het gebied van de zorg nieuwe vormen van samenwerking worden gerealiseerd. “We zijn bezig met een project met de GGZ Friesland. De psychiatrie moest een derde van hun bedden afstoten, cliënten moeten weer in de wijk gaan wonen. Om die cliënten te begeleiden moesten 250 medewerkers van de GGZ omgeschoold worden. Op die manier wordt er met het Centre ook gewerkt aan nieuwe arrangementen voor leven lang leren.”

Onderzoek voedt het onderwijs

Grote innovaties hebben zowel effect op het opleiden van nieuwe professionals als op werkenden. “Wij zijn als Hanzehogeschool verantwoordelijk voor het verzorgen van het initieel onderwijs. Post-initieel aanbod zoals bij leven lang leren wordt steeds vaker in co-productie tussen zorginstellingen en hogescholen georganiseerd en betaald door zorginstellingen. Het mooie bij zo’n samenwerking is dat het onderzoek wat we doen het nieuwe onderwijs dat wordt ontwikkeld echt voedt.”

Met de financiële steun van partners in het bedrijfsleven of van maatschappelijke organisaties slagen veel Centres of Expertise er in steeds meer projecten op te zetten, toch wordt er nog steeds door het ministerie van OCW bijgesprongen. Joost Degenaar is blij dat OCW ook in 2018 de financiering heeft toegezegd.

“Je moet niet vergeten dat heel veel financiering die we van samenwerkingspartners ontvangen in-kind is. Dat gaat om inzet van mensen diensten. Als we het PPS motortje draaiende willen houden bij de Centres of Expertise dan is het gewoon nodig dat de overheid daar een bijdrage aan levert. Dat kan OCW zijn, maar je ziet op sommige plekken ook dat de provincie in meer of mindere mate meebetaalt.”

Nieuwe structuren voor Centres of Expertise

Degenaar ziet dat de Centres zich op veel plekken nu op een verschillende manier ontwikkelen. “Dat is wel één van de vraagstukken waar we nu voor staan, de governancestructuur van de Centres. Je ziet sommige Centres zich echt verzelfstandigen, dus losstaand van een hogeschool. Die gaan dan door als stichting of coöperatie.”

Tegelijkertijd zijn er ook Centres waarbij de penvoerende hogeschool nog veel bepalender is. Voor beide vormen valt volgens Degenaar iets te zeggen. “De laatste is misschien wel beter als je er voor wilt zorgen dat het onderzoek ook het onderwijs verduurzaamt, maar je moet oppassen dat het niet te veel alleen maar een hogescholen-ding wordt. Het draait om goede samenwerking tussen de partners.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK