Drie nieuwe verplichte vakken voor het beroepsonderwijs

Opinie | de redactie
21 november 2017 | Als minister van onderwijs van het nieuwe kabinet zou ik meteen drie vakken verplicht stellen in het beroepsonderwijs: motivatiekunde, netwerkkunde en samenwerkingskunde.

Ruim driekwart van ons jonge menselijk kapitaal volgt beroepsonderwijs. Het zijn de jongelui die studeren aan de mbo-instellingen en hogescholen. In 2017 zijn ze respectievelijk met meer dan 492 duizend en 446 duizend studenten. Dit komt neer op ongeveer 80 procent van de totale studentenpopulatie, het beroeps- en het wetenschappelijk onderwijs bij elkaar genomen (bijna 1,2 miljoen studenten).

In haar recente advies roept de Sociaal Economische Raad (SER) op onze jonge beroepskrachten breder en flexibeler op te leiden. Dit is broodnodig, zegt de SER, om jongeren meer arbeidsperspectief te bieden. Echter, de praktijk heeft bewezen dat een substantieel deel van dit jonge potentieel niet benut wordt en niet toekomstbestendig is. Een groot percentage komt niet makkelijk aan het werk en een deel verlaat voortijdig de school. Ook dit jaar zal dat weer gebeuren.

Talentverlies betekent kapitaalvernietiging. Het onderwijs wordt immers grotendeels met overheidsbijdragen bekostigd. Nederland kan zijn internationale concurrentiekracht slechts verzekeren door zijn eigen talenten optimaal te benutten. Want primair draait de economie van ieder land om de bijdragen van de mensen op de arbeidsmarkt, niet om nieuwe technologieën.

Motivatiekunde

Het is zonneklaar: wij moeten de aanwezige talenten beter klaarstomen voor de arbeidsmarkt. Dit is nu een belangrijk speerpunt van het nieuwe kabinet. Betere aansluiting van het beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt kan slechts door jongeren te equiperen met de competenties die in de continue veranderende beroepspraktijk nodig zijn. Dat kan door de vakken motivatiekunde, netwerkkunde en samenwerkingskunde verplicht te stellen in het lesprogramma.

Waarom motivatiekunde? Omdat studenten onvoldoende getraind worden in het ontdekken van hun drijfveren. Dat blijkt uit de gesprekken die ik voer met studenten en afgestudeerden. Voor hen is vaak niet duidelijk wat zij na hun studie willen doen en waar zij dat willen doen. Vragen als ‘waarin ligt mijn kracht, wat wil ik en waarom wil ik het?’, blijven doorgaans onbeantwoord.

Motivatiekunde is ook belangrijk omdat het je leert om te gaan met tegenslagen in de praktijk. We ervaren immers vaker in ons leven dat we falen dan dat we succes boeken. We worden regelmatig afgewezen, bijvoorbeeld bij sollicitaties, bij klussen die we willen doen. Hoe gaan we om met die debacles? De Amerikaanse ondernemer Marc Cuban is beroemd geworden met zijn uitspraak: ‘Elk nee brengt mij dichter bij een ja!’ In elk ‘nee’ zit dus een groot ‘ja’. De vraag is echter of je kunt inzien dat een afwijzing een kans biedt en vooral ook hoe je daar mee om kunt gaan. Meer aandacht in het middelbaar en hoger beroepsonderwijs voor dergelijke aspecten van motivatie is absoluut noodzakelijk.

Netwerkkunde

Waarom netwerkkunde? Omdat een netwerksamenleving nu eenmaal om netwerkvaardigheden vraagt. Met netwerkkunde kun je dat leren en oefenen. Dit is essentieel, niet alleen in zakelijk opzicht, maar ook voor de persoonlijke ontwikkeling. We leren meer van en met elkaar in interacties. Mensen kiezen vaak nog voor de veilige route en opereren vanuit hun eigen kring. Slechts mondjesmaat doen we een beroep op andere, vreemde contacten, onder meer omdat we die ander, die vreemde niet goed kennen. En dat is zonde, want als je een bedrijf wilt starten of een baan zoekt, kun je niet zonder netwerken.

Onze jongeren hebben intensieve oefeningen in het onderwijs nodig om te leren niet op hun eigen eiland te blijven staan, maar om zich heen te kijken en bruggen te slaan. Door meer met elkaar, zelfs met een onbekende, zakelijk te ‘flirten’, ontstaan nieuwe ideeën en wegen die ons vooruit brengen.

Samenwerkingskunde

Waarom samenwerkingskunde? Omdat kennis en vaardigheid op dit gebied onmisbaar zijn in de 21ste eeuw. In de traditionele economie is de markt een concurrentieproces: ‘De een zijn dood is de ander zijn brood.’ Dat is het klassieke verhaal. Maar steeds meer zegt men: ‘Als je wilt overleven, moet je samenwerken.’ En ook: ‘Concurrentie is destructief en samenwerken is productief’. Dergelijke inzichten zijn nodig voor toekomstige starters en professionals.

De OECD schat dat minder dan 50 procent van de economische potentie van de regio’s benut wordt. Dit blijkt voornamelijk te komen door het gebrek aan samenwerking. Samenwerkingskunde opent grenzen tussen mensen en hun culturen. Door samenwerking ontstaan er meer kruisbestuivingen die ook innovaties voeden. Je moet samenwerken, en dan het liefst níet alleen met iemand uit je eigen veilige kring, maar met iemand wat verder daarbuiten. Dit alles vereist inzicht en vaardigheden. Samenwerkingskunde vult die leemte en leert jongeren een belangrijke competentie vroegtijdig aan.

Kortom, betere aansluiting van het beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt is noodzakelijk. Onderwijsinstellingen staan voor de maatschappelijke taak om jonge generaties toe te rusten met skills van deze tijd. Motivatiekunde, netwerkkunde en samenwerkingskunde bieden mijns inziens een onmisbare set van basisbekwaamheden, die samen talentkunde vormen en jongeren in hun kracht zetten voor economische zelfstandigheid. Zo komen talenten in het beroepsonderwijs beter beslagen ten ijs op de arbeidsmarkt. De studenten gaan inzien dat op school blijven hen grotere voordelen oplevert dan vroeg opstappen, ze krijgen plezier in het leren en gaat met de tijd mee, omdat ze zien dat de afstand tussen het schoolse bestaan en het leven daarna kleiner wordt. Op die manier kunnen we talenten maximaliseren in een economisch succesvol Nederland.

Als minister van onderwijs zou ik geen seconde aarzelen.

Dit artikel van Gürkan Çelik verscheen 20 november ook in verkorte vorm in Trouw, je vindt het artikel onder de rode knop ‘pdf’ rechtsonder.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«