“Hij is hoogleraar, jij bent maar UD.”

Deel één van een drieluik: seksuele intimidatie in de academie

Nieuws | door Ingeborg van der Ven
22 november 2017 | Vrouwelijke academici spraken met ScienceGuide over hun ervaring met seksuele intimidatie. “Vrouwen zouden de top van de academie niet bereiken vanwege een kinderwens of te weinig ambitie. Maar over de cultuur en intimidatie durven wij het niet te hebben.”
Afbeelding Mihai Surdu

Actrices uit Amerika gebruiken begin oktober de hashtag #MeToo om hun ervaringen met seksuele intimidatie binnen hun werk te delen met de wereld. Dit wordt gevolgd door een stroom aan ervaringen van vrouwen en mannen uit andere vakgebieden die ook hun ervaringen met intimidatie op de werkvloer willen delen.

Ook in de academie spreken vrouwen zich uit. Katherine Amienne deelde in The Chronicle een analyse naar aanleiding van de gesprekken die zij heeft als consultant bij Scholars & Writers Consulting. De Nederlandse hoogleraar Vannessa Evers vertelt in de Volkskrant over haar ervaring met seksuele intimidatie tijdens haar periode in Boston. Dat seksuele intimidatie ook onderdeel is van de werkcultuur binnen de Nederlandse academie blijkt uit alle verhalen die vrouwelijke academici de afgelopen weken met ScienceGuide delen.

Dit drieluik geeft inzicht in de vormen van seksuele intimidatie in de academie. Hoe ver de intimidatie kan gaan, op en ook buiten de werkvloer, vertellen vrouwen in dit eerste artikel. Drie vrouwelijke academici zijn aan het woord. Zij zijn in hun carrière op enig moment door een mannelijke collega of leidinggevende onjuist bejegend.

"Wij kunnen niet zeggen dat we meer vrouwen willen in de academie en dan niet dit soort zaken op een juiste manier afhandelen.”

Het tweede artikel van het drieluik biedt een analyse van de ervaringen met de interne procedures van instellingen. Vrouwen die volgens de ingestelde procedures een melding van onjuist gedrag maken komen veel weerstand tegen, terwijl de regels juist een veilige werkomgeving zouden moeten bieden. “Uiteindelijk is de universiteit misschien wel fouter geweest dan die persoon zelf.” Zo stelt een hoogleraar.

In het slotartikel van deze reeks brengen we verschillende reacties vanuit de academie in beeld, naar aanleiding van de vraag: “Is er sprake van een veilige werkomgeving?” Als voorloper hierop een typerende uitspraak van een hoogleraar: “Wij kunnen niet aan de ene kant zeggen dat we meer vrouwen willen in de academie en dan aan de andere kant niet dit soort zaken, die ook spelen, op een juiste manier afhandelen.”

Het gebeurt overal

Als we het over seksuele intimidatie hebben, dan is een definitie van belang. De regeling klachtenbehandeling ongewenste omgangsvormen, van de arbocatalogus van de universiteiten, geeft de volgende definitie. “Seksuele intimidatie is enige vorm van verbaal, non-verbaal of fysiek gedrag met een seksuele connotatie dat als doel of gevolg heeft dat de waardigheid van een persoon wordt aangetast, in het bijzonder wanneer een bedreigende, vijandige, beledigende, vernederende of kwetsende situatie wordt gecreëerd.”

Voor deze reeks hebben tientallen vrouwelijke academici hun verhaal met ons gedeeld. Vrouwen die of het ambt van (bijzonder) hoogleraar bekleden, of werkzaam zijn als UD, UHD of docent. Ze zijn werkzaam bij acht van de veertien Nederlandse universiteiten. Ze komen uit alle wetenschapsgebieden, van het recht, de scheikunde, de sociale wetenschappen tot aan de medische wereld.

Sommige vrouwen bevinden zich nu op een ‘sterke positie’ en willen hun verhaal vertellen. Ze zijn voorzitter geweest van het College van Bestuur, zijn veelgevraagde gast voor talkshows of zijn lid van een VN-commissie. Andere vrouwen vinden het van belang om hun verhaal te delen, ook al kost het ze zelf veel moeite. “Voor mijn eigen gevoel ben ik er net een beetje overheen. Ik wil eigenlijk alles afsluiten en er niet meer over praten. Maar toch vind ik het goed om mijn verhaal te doen.”

‘Ik was promovendus en hij hoogleraar’

Een kenmerk van de academie is het informele karakter. Samen op een congres, samen naar borrels, de lange dagen op kantoor of in het lab. Een informele setting waarbij ruimte is voor avances. “Hij was lid van een organisatie die voor zijn vakgebied van belang was. Voor mijn specialisatie had een lidmaatschap weinig nut maar hij drong aan. Het zou voor mij toch erg belangrijk zijn om aan de bijeenkomsten deel te nemen. En wij konden dan samen gaan, makkelijk toch, vond hij. Ik was promovendus en hij hoogleraar. Hij zou het wel weten. Dus ik meldde mij aan.”

“In de autoritjes was er voor hem de mogelijkheid om steeds persoonlijker te worden. ‘Wat doe jij in je vrije tijd? Ga je weleens uit eten, naar de bioscoop?’ Tot het moment waarop hij aan mij vroeg: ‘Sta jij weleens onder de douche en speel jij dan met jezelf?’ Vragen die ik natuurlijk ontweek of negeerde. Waarop hij vervolgde: ‘Als ik onder de douche sta en masturbeer dan denk ik aan jou!’.”

“Ik ging er niet tegen in. Waarom niet? Ik wilde zo graag promoveren. Ik had er alles voor over.”

De docente barst in huilen uit bij de herinnering aan dit moment. De intimidatie duurde jaren. Zij was promovendus en hij was haar enige promotor. Hij stuurde haar tekeningen op haar huisadres, waarop hij hen beide naakt had afgebeeld. “Ik ging er niet tegen in. Waarom niet? Hij dreigde: ‘als jij mij boos maakt, dan geef ik jou geen beoordeling.’ Ik wilde zo graag promoveren. Ik had er alles voor over.”

Totdat haar promotor op een avond verder gaat. “Na een borrel liep ik naar mijn fiets. Hij had zijn auto geparkeerd in dezelfde straat en liep mee. Vlak voor de auto duwde hij me tegen de muur, hij zoende me. Met een hand hield hij mijn arm vast en met de andere hand duwde hij mijn hand tegen zijn kruis. Ik heb hem weggeduwd en ben naar huis gegaan. Na jaren van intimidatie was dit de druppel. Ik heb me ziekgemeld.” De jonge wetenschapper komt in de ziektewet en maakt haar promotieonderzoek niet af.

“Op aanraden van een vriend stapte ik naar personeelszaken. De P&O manager was zeker op mijn hand, maar ze waarschuwde mij ook: ‘Hij is hoogleraar, jij bent maar UD. Waarschijnlijk krijgt hij alleen een berisping. Realiseer je dat hij machtig is en jij niet.’” Ze maakt geen melding. Na een overplaatsing naar een ander gebouw en een andere functie komt de rust. Een paar maanden later is ze gevraagd binnen een ander instituut weer les te gaan geven. Ze is uiteindelijk niet gepromoveerd, maar heeft een succesvolle carrière als docent opgebouwd en ontvangt een prijs voor haar lessen.

‘Ligt dit dan aan mij?’

Niet alleen binnen de informele setting van een auto, een hotel of een borrel voelen sommige wetenschappers zich vrij om zin te spelen op meer intiem contact. De universiteit is een plaats waar collega’s vele uren doorbrengen, vaak meer dan thuis. En ook in het dagelijkse bedrijf, op de werkvloer, is er sprake van seksuele intimidatie. “In vergaderingen kwam hij naast mij zitten. Vlak voordat de vergadering dan begon, fluisterde hij in mijn oor: ‘Heb jij dit bloesje speciaal voor mij aan gedaan, zodat ik je borsten goed kan zien?’”

Dit is de ervaring van een universitair hoofddocent die al ruim twaalf jaar bezig is om de collega die haar intimideert aan te pakken. “Weet je, het gebeurde heel vaak in vergaderingen en in de kantine. En het was vaak zo geraffineerd. Fluisteringen in mijn oor. Soms zou ik wel eens willen dat hij mij echt… weet je wel… dan had ik er ook echt wat mee kunnen doen.” Zij is op dit moment universitair hoofddocent. In de tijd dat de intimidatie begon werkte zij in een ondersteunende functie. “Hij kon mij op elk gewenst moment om ondersteuning vragen.”

Er is duidelijk sprake van een afhankelijkheidsrelatie. De collega, destijds universitair hoofddocent, ziet ruimte om gebruik te maken van zijn macht en invloed. Projectdocumenten wil hij alleen afgeven als zij belooft om een drankje met hem te doen. In de kantine legt hij zijn handen op haar billen, zit hij aan haar haar. Net gestart aan de universiteit en nog geen vast contract, maakt zijn gedrag haar aan het twijfelen. “Wat is hier de cultuur, hoe gaan mensen hier met elkaar om? Ligt dit dan aan mij?”

“Je gaat het normaliseren, dan dacht ik ‘Nou ja ik krijg ook snel blauwe plekken, dus misschien was het niet zo hard.’"

Ze beschrijft een incident op kantoor: “Omdat ik ondersteunde en hij projectleider was moest ik op een gegeven moment van hem projectdocumenten in zijn kantoor komen halen. Hij had een kamer alleen en ik wilde daar niet naartoe. De intimidatie was al jaren aan de gang en hij had mij al vaker benaderd met de vraag of ik met hem mee wilde gaan. Hij weigerde die dag mijn verzoeken om de documenten zelf te komen brengen. Op mijn kamer zat ik met meerdere collega’s, dat was veilig. ‘Nee dat kan echt niet, jij moet ze zelf komen halen.’ zei hij. Dus uiteindelijk ging ik daar naartoe.”

“Ik stapte zijn kamer in en hij deed meteen de deur dicht. In plaats van mij de papieren te geven begon hij weer persoonlijke vragen te stellen. Of ik een vriend had. Wat ik die avond te doen had en of ik met hem mee naar huis wilde. Ik zei dat ik dit niet wilde. Hij ging voor de deur staan. Ik wist dat dit verkeerd kon aflopen en wilde weg. Hij pakte mij bij mijn bovenarmen vast om mij tegen te houden. ‘Blijf hier. Ik wil meer van je, ik wil seks met je.’ Hij hield mij zo hard vast dat zijn handen blauw op mijn bovenarmen stonden. Ik bleef zeggen dat ik het niet wilde. Hij wilde mij niet laten gaan. Uiteindelijk liep er een collega langs, hij liet los en ik kon gaan.”

Ze maakt pas na twee jaar een melding. “Het punt is dat je het op een gegeven moment ook zelf gaat normaliseren. Dan dacht ik: ‘Nou ja ik krijg ook wel snel blauwe plekken, dus misschien was het niet zo hard.’ Nu denk ik: ‘Ik had foto’s moeten maken en naar de politie moeten gaan.’” Het voorval op het kantoor van de collega is gemeld bij HR, haar manager, de vertrouwenspersoon en de rector. De collega heeft altijd ontkend en er zijn, voor zover bekend, geen maatregelen genomen.

‘Hij gluurde bij ons thuis door het raam’

Seksuele intimidatie stopt niet wanneer je de campus verlaat. Deze hoogleraar werd zelf tot aan haar voordeur geïntimideerd. Vanaf het moment van haar aanstelling valt het gedrag van een mannelijke collega haar op. “Hij kwam verschillende keren per dag naar mijn kantoor om een praatje te maken en ‘advies’ te geven. Ik voelde mij in het begin ongemakkelijk bij zijn opmerkingen. Hij was bezorgd over de zwaarte en verantwoordelijkheid van mijn baan. Dit was toch heel wat voor ‘een jonge vrouw’. Hij zei dat ik mij best wel wat relaxed kon opstellen en dat ik meer pauzes moest nemen. Het zou goed voor mij zijn als ik af en toe eens wat vroeger op hield met werken. En dan zou ik wel met hem een koffie kunnen gaan drinken. Of een lunch of misschien een diner? Hierbij legde hij dan zijn hand op mijn hand, of op mijn arm, op mijn rug.”

Deze hoogleraar geeft aan dat ze na een aantal weken haar collega vertelt dat de interesse die hij toont op niets uitloopt. “Ik heb dit zo vriendelijk mogelijk gezegd tijdens een van zijn bezoekjes aan mijn kantoor, dus het was geen publieke afwijzing. De kous was hiermee af voor mij – elke relatie begint met iemand die interesse toont in iemand anders maar dan moet die ook beseffen dat die het risico loopt om een ‘nee, dank je’ te krijgen, en dat ook kunnen aanvaarden.” Deze man heeft de volgende jaren haar functioneren in een dergelijke mate belemmerd dat zij uiteindelijk vertrekt naar het buitenland en daar hoogleraar wordt.

“Deze man heeft weliswaar zijn interesse niet verder opgedrongen. Maar hij heeft nadien geprobeerd om mijn werk een hel te maken.” De collega weigert verdere samenwerking, die voor de voortgang van het project wel nodig is, zo vertelt de hoogleraar. “In vergaderingen en tegenover studenten maakt hij opmerkingen over mij. Dat zij mij maar niet al te serieus moesten nemen. Mijn gedrag was ongepast ‘voor een jonge vrouw’.”

"Hij waarschuwde mij geen confrontatie aan te gaan. Hij zou liever elke andere medewerker verliezen dan deze man.”

Wat de intimidatie voor de hoogleraar een persoonlijke lading gaf was dat de collega haar ging volgen in haar privésfeer. “Hij liet mij ook merken dat hij dit deed. Bijvoorbeeld door tegen mij te zeggen dat hij een lijst bijhield met wat ik wanneer deed en waar ik dan was.” Ten slotte vertelt de hoogleraar dat deze collega ook haar privéadres achterhaalt. “Hij woonde dicht in mijn buurt en hij stond ’s avonds soms door ons raam naar binnen te kijken.”

Gesprekken met haar leidinggevende leiden niet tot actie. “Eerst lachte hij al mijn voorbeelden weg. Dat ik maar ‘een olifantenhuid’ diende te kweken als ik wat wilde bereiken, dat iedereen in zijn vorige instituut zo met elkaar omging.” Ook geeft haar leidinggevende duidelijk aan dat zij in een minder sterke positie staat, dan haar collega. “Hij zei dat deze man zijn rechterhand was, dat hij deze functie als leidinggevende enkel had aangenomen op voorwaarde dat hij deze man kon ‘meenemen’. Hij waarschuwde mij geen confrontatie aan te gaan omdat hij liever elke andere medewerker wilde verliezen dan deze man.”

Uiteindelijk worden de carrièrestappen die zij wil maken binnen de universiteit haar onmogelijk gemaakt. “Mijn leidinggevende gaf aan dat indien ik met wie dan ook verder over deze zaak zou spreken – laat staan formeel een klacht zou indienen – hij ervoor zou zorgen dat ik nooit meer een positieve evaluatie zou krijgen. En dat iedereen, ook buiten mijn instituut zou weten dat het onmogelijk was met mij samen te werken.” De invloed die de ervaring op het leven van deze hoogleraar is groot. Twee jaar geleden besluit zij om een baan in het buitenland aan te nemen. Haar man werkt nog in Nederland.

Over de vraag of het zin heeft om een melding te maken en de manier waarop organisaties omgaan met een melding komen meerdere academici aan het woord in artikel twee van dit drieluik.

‘Je denkt het gebeurt alleen mij’

“Ik vroeg me wel af of het anoniem kan blijven. Ik zit er namelijk nog middenin. En als ik het nu openbaar breng, dan kan ik net zo goed meteen weggaan.” Met die opmerking begint een vrouwelijke hoogleraar haar verhaal. Zij is op dit moment met zwangerschapsverlof en vertelt vanuit haar huis haar ervaring. Zij is niet de enige die zo wil beginnen. Alle vrouwen die hun verhaal delen drukken ons op het hart dat zij hun eigen naam, de naam van de collega en de naam van de universiteit waar zij voor werken niet in het artikel willen teruglezen.

In de eerste plaats omdat zij bang zijn voor de gevolgen. In de tweede plaats omdat zij dan wel mondeling of via een document een zwijgplicht opgelegd hebben gekregen. In de laatste plaats omdat zij ondanks wat er is gebeurd nog steeds in de academie geloven en hun organisatie geen schade willen toebrengen. Er zijn ook vrouwen die zich na het teruglezen van hun verhaal toch terugtrekken.

Er zijn dus veel redenen om te zwijgen, maar uiteindelijk nemen deze vrouwen het besluit om toch te praten. Een universitair hoofddocent verwoordt deze motivatie: “Als wij niet mogen praten, dan betekent dit dat deeltjes informatie niet samen komen. Dat jij je als slachtoffer alleen voelt. Je denkt, het gebeurt alleen mij. Terwijl dat dus niet zo is. En je weet dat als het alleen bij jou gebeurt, dat het dan nooit lukt om een zaak op te bouwen. Dus het is ook het ondermijnen van het opbouwen van een case. Ik bedoel niet dat ik voor een heksenjacht ben. Maar op een gegeven moment dan moeten signalen wel samen komen.”

De vrouwen die wij spraken laten zich niet afschrikken. Wel hebben de ervaringen met intimidatie en met name het gebrek aan handelen van de universiteit een grote impact op hun carrière gehad. Een promotietraject dat niet is afgemaakt of een verhuizing naar het buitenland. In de verhalen die wij hebben gehoord zijn het de vrouwen die zich aanpassen. “Het systeem werkt gewoon zo.” Vrouwen die wel een melding maken, zijn hier vaak jaren mee bezig. “Na twaalf jaar van procedures zit hij nog steeds op zijn plek, is hij de rijzende ster. Het is gewoon een kwestie van tijd. Er gaat heus wel weer iets gebeuren. En zoals er in Leiden pas na dertig jaar hoogleraren uit werden gewerkt. Misschien moeten wij nog een aantal jaren wachten?”

Een vrouwelijke hoogleraar uit de medische wereld analyseert het probleem als volgt: “In de discussie over de vraag ‘Waarom verdwijnen vrouwen op weg naar de top van het hoger onderwijs en de academie?’ gaat het vaak over de kinderwens, de uren, de leiderschapsstijl, het ontbreken van ambitie. Minder vaak gaat het over de wereld van mannen en op welke manier vrouwen hun positie moeten bevechten.”

Disclaimer

Geenszins wil ScienceGuide het beeld scheppen dit onderwerp volledig in beeld te hebben. Wel willen wij de verhalen die wij hebben gehoord een podium geven. Dat machtsmisbruik in de academie voorkomt is uit de verhalen duidelijk geworden. Op welke schaal dit gebeurt en op welke plekken, dat zijn vragen die de sector zelf zal moeten beantwoorden.

Namen van de hoogleraren zijn bij de redactie bekend. Daar waar mogelijk zijn casussen geverifieerd aan de hand van beschikbare e-mails en nieuwsberichten.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«