De ‘connected car’ moet wel te verkopen zijn

"Kijk niet alleen naar de techniek, maar ook naar de business case."

Verslag | de redactie
7 december 2017 | “Kort geleden besloot het boegbeeld van de autowereld Jeremy Clarkson zich te mengen in de discussie over de autonome auto, nu is de autonome auto praktisch dood – mooi zo.” Met deze uitspraak opent het Automotive congres op de HAN en hij typeert hoe studenten, onderzoekers en het bedrijfsleven in de discussie over de autonome auto staan. Zij vinden het fijn dat er even wat druk van de ketel is zodat men zich kan richten op het doen van bescheiden en zinvolle stappen waar de markt ook op zit te wachten.

Kort geleden organiseerde HAN Automotive een groot congres voor studenten over de laatste ontwikkelingen rond de zogenaamde ‘connected car’. De auto van tegenwoordig staat niet alleen in verbinding met de bestuurder maar ook met andere auto’s en het wegennet om zich heen. Velen zien dit als de toekomst van het persoonlijk en bedrijfsmatig transport, en dus worden studenten aan de HAN hiervoor klaargestoomd.

In totaal zijn er meer dan honderd studenten afgekomen op het programma, hoofdzakelijk mannen. “Het zou inderdaad wel erg mooi zijn als er meer vrouwen bij zouden komen,” zegt Frans Tillema, lector intelligente mobiliteit van de HAN. Hij gelooft erin dat er dan ook nieuwe ideeën komen binnen de sector. “De helft van de weggebruikers is vrouw, dus het is zonde dat er niet  in de sector zelf niet meer diversiteit is.”

Wat is de ‘business case?’

Voor veel van de sprekers is de verkeersveiligheid de meest prangende reden om verder te werken aan automatisering van het verkeer. De Wereldgezondheidsorganisatie schat het aantal verkeersdoden door menselijk toedoen jaarlijks op meer dan een miljoen wereldwijd. “Wat kunnen we hieraan doen, en hoe staat het ervoor met de techniek?” Is dan ook de vraag die Tillema de zaal voorhoudt.

Terugkerend fenomeen bij de bespreking van de veiligheid van (deels) autonome voertuigen blijft het beruchte ‘Tesla incident’. Hierbij zag een deels geautomatiseerde auto op een Amerikaanse onterecht niet dat een vrachtwagen met hoge oplegger de weg overstak. “Het is een misverstand dat je de controle helemaal uit handen kunt geven in zo’n situatie.” Zegt Frank-Steffen Rus (EBV Elektronik) die de zaak bestudeerde. “In dit geval kan ‘piloted driving’ slechts deels de taken van de mens overnemen.”

Lees verder: Komt er een volledig autonome auto? Niet voor 2075.

Om de zaal te activeren laat Rus aan de hand van een filmpje zien wat de vele ideeën zijn over de taken waarin een autonome auto zou kunnen voorzien. Een aantal wilde opties passeert de revue, van een functie als energiecentrale tot een fysieke combinatie van internetdaten, restaurant en taxibedrijf. Een uitdaging om na te denken over de richting waarop het veld zich moet bewegen.

“Welk probleem wordt hier nu eigenlijk opgelost?” is een de vraag van een van de studenten uit de zaal. Een terechte vraag volgens Rus, misschien wel de meest relevante. “Je moet niet alleen maar kijken naar de technologie en wat mogelijk is. We moeten ons ervan vergewissen dat we deze technologie ontwikkelen voor klanten. Er moet dus een duidelijke business case onder liggen.”

Data is geld waard

Een van de meest lucratieve volgende stappen lijkt voorlopig te zijn om voertuigen te laten leren van de omgeving. “Naar verwachting hebben in 2019 de meeste auto’s wel iets van internet geïnstalleerd in het systeem, al is het maar om informatie uit te kunnen lezen.” Dat is althans de overtuiging van Rus.

Toni Vermeulen van NXP Semiconductors denkt dat al tussen 2021 – 2025 de overstap gemaakt zal worden naar de eerste echte autonome auto’s. Dit zal volgens hem gedreven worden door (de nu al) fikse investeringen van multinationals. “Recentelijk werd aangekondigd dat Uber een vloot auto’s gaat kopen, en dat anderen of zelfs alleen maar algoritmes deze gaan besturen.”

Voordat het zover is ziet Vermeulen het meest in de volgende generatie ‘connected cars’. Auto’s die op de een of andere manier met het internet verbonden kunnen worden om informatie over te dragen. Zo houden veel voertuigen nu al bij wat het brandstofverbruik, de technische status en de afgelegde routes van de auto zijn. “Deze informatie is hartstikke waardevol. Niet alleen voor de bestuurder of eigenaar, maar ook voor bijvoorbeeld een leasemaatschappij.” De auto-industrie is er volgens Vermeulen van overtuigd dat de consument hiervoor best een paar honderd euro meer wil betalen.

Een andere business case wordt verwoord door Jasper Pauwelussen van TomTom. Het bedrijf dat begon met het uitbouwen van de eerste Palmtop handcomputer heeft in vele jaren in de ‘navigatiemarkt’ grote hoeveelheden data verzameld. “Op dit moment doet TomTom via alle applicaties een miljard metingen per uur.” Het bedrijf kan daarmee druktegrafieken van alle wegen in Europa maken, die vervolgens weer hun toepassing in andere applicaties hebben.

Naast dat het mogelijk is om deze data te gebruiken om navigatie mee te optimaliseren zijn er volgens Pauwelussen ook andere partijen geïnteresseerd. “Deze informatie is interessant voor overheden, leasemaatschappijen maar bijvoorbeeld ook voor verzekeringsmaatschappijen.” Er lijken in ieder geval genoeg partijen geïnteresseerd in deze technologie waar studenten momenteel voor opgeleid worden.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«