Van Engelshoven wijst op schaduwkanten van internationalisering

Nieuws | door Frans van Heest
13 december 2017 | Het kabinet waarschuwt voor een ‘brain drain’ uit EU-landen met slechte onderwijsstelsels. De druk op de Nederlandse onderwijsvoorzieningen zouden te groot kunnen worden door een instroom van EU-studenten.
Minister Van Engelshoven ontmoet Eurocommissaris Carlos Moedas

Minister Van Engelshoven is terughoudend in een verdere machtsuitbreiding van de EU op het gebied van onderwijs. Zij voelt niet veel voor veel initiatieven die recent vanuit de EU zijn genomen om in 2025 tot een Europese Onderwijsruimte te komen. Onlangs zijn daartoe voorstellen gedaan bij de sociale Europese top in Göteborg. Soortgelijke initiatieven waren er eerder van de Franse president Macron die in september van dit jaar bij de Universiteit van Sorbonne.

Daags na de sociale top in Göteborg stuurde de Europese Commissie de mededeling naar buiten onder de titel: ‘Richting een Europese onderwijsruimte in 2025’. Hierin werden plannen ontvouwd om de Europese cultuur te versterken middels onderwijs. Zo moet het studentenuitwisselingsprogramma Erasmus+ worden verdubbeld, met als inzet om ook kansarme groepen hierbij te betrekken.

Netwerk van 20 Europese universiteiten

De Europese Commissie wil dat alle scholieren naast hun moedertaal nog een andere taal leren. Ook moet er een Europese studentenkaart komen om de studentenmobiliteit te versterken en waarin ook de academische achtergrond kan worden opgeslagen. Ook moet de wederzijdse erkenning van diploma’s stevig verbeterd worden. Daarnaast zijn er plannen in Göteborg plannen besproken om voor 2024 een netwerk van een twintigtal Europese universiteiten op te richten.

Voordat deze Europese top plaatsvond was er een overleg in de Tweede Kamer. De opkomst bij dit overleg was niet groot, alleen de VVD, SP en de PVV waren hierbij aanwezig, maar de boodschap was eenduidig aan Ingrid van Engelshoven (D66): ‘Nederland mag niet meer bevoegdheden overhevelen naar de EU op het gebied van onderwijs’, kreeg de nieuwe minister te verstaan.

De minister probeerde dat toen nog te corrigeren en benadrukte in dat algemeen overleg de pro-Europese houding van dit kabinet. “Europese samenwerking en internationalisering zijn van cruciaal belang voor onze maatschappij en ook voor ons toekomstige generaties.” Zo hield zij de EU-kritische Kamer nog voor.

Dit is een heel slecht bericht

Toen de uitkomsten van deze top duidelijk waren geworden gingen bij SP-onderwijswoordvoerder Peter Kwint alle alarmbellen af en vroeg Kwint in de Tweede Kamer om tekst en uitleg van het kabinet over deze Europese plannen. “Dit is een heel slecht bericht en ik ben benieuwd of het kabinet dit met mij deelt. Deze plannen zijn intussen al in Brussel besproken en ik ben benieuwd wat het Nederlandse kabinet daar heeft ingebracht en wat de lijn was in hoe de discussie daar verlopen is.”

Ook het CDA, bij monde van Harry van der Molen wilde graag weten hoe het kabinet in deze Europese discussie stond en verzocht samen met de SP om een brief. Deze brief heeft de minister inmiddels naar de Kamer gestuurd en de boodschap is helder. De voorstellen zoals die bij de Europese top zijn gedaan worden voor het overgrote deel niet ondersteund door het kabinet. “De bevoegdheden van de Unie op het vlak van onderwijs en cultuur zijn duidelijk vastgelegd en laten niet toe te harmoniseren. Dat acht het kabinet ook niet wenselijk. Wel kan op basis van aanvullende activiteiten Europese samenwerking verder vorm krijgen.” Zo schrijft de minister in haar eerste reactie op de Brusselse plannen aan de Kamer.

Grote druk op ons eigen onderwijs

Tegen deze achtergrond wil het kabinet wel dat andere landen hervormingen doorvoeren in hun onderwijsstelsel, omdat Nederland daar op den duur last van kan krijgen “Het kabinet ondersteunt nadrukkelijk de gedachte om opwaartse convergentie en nationale onderwijshervormingen te blijven stimuleren. Nederland heeft belang bij hervormingen in slecht presterende onderwijsstelsels, om op langere termijn onevenwichtige mobiliteit met een te grote druk op onze eigen onderwijsvoorzieningen, ‘brain drain’ in herkomstlanden en economische divergentie te voorkomen.”

De minister wijst er bovendien op dat er al heel veel gebeurt binnen de EU op het gebied van (hoger) onderwijs en dat dit niet altijd succesvol is. “Het kabinet wil in de verdere besluitvorming zoveel mogelijk aansluiten op bestaande stimulerings- en samenwerkingsinstrumenten en –processen, en zo min mogelijk nieuwe initiatieven opstarten tenzij deze duidelijk meerwaarde hebben.”

“Eerdere voornemens tot ‘onderwijsruimtes’ op het terrein hoger onderwijs en beroepsonderwijs zijn weinig effectief gebleken in het vertalen van een algemene politieke visie naar concrete maatregelen. Het kabinet zet daarom eerder in op een zo goed mogelijke uitvoering van bestaande afspraken en (samenwerking-)processen, dan het weer introduceren van nieuwe processen.”

Het kabinet staat wel positief tegenover vereenvoudiging van de studentenmobiliteit, middels het Erasmusprogramma. “Juist deze doelstelling kent meerwaarde op Europees niveau en heeft baat bij een Europese aanpak. Het kabinet stimuleert de mogelijkheid voor studenten een studie in het buitenland te volgen. Ook kan via Europese programma’s de inkomende mobiliteit van buitenlandse studenten worden bevorderd.”

Het kabinet hecht aan de huidige benadering van het Erasmus+ programma maar of studenten uit het mbo en hbo hier intensiever gebruik van kunnen maken wil de minister nog even aankijken. “Het kabinet heeft vraagtekens bij het inzetten van dit programma voor een veel bredere doelgroep van deelnemers. Een intensiever gebruik van het programma door leerlingen uit het mbo en het hbo en van de inzet van het mbo en het hbo kan echter nader bestudeerd worden.”

Administratieve lasten voor DUO

Een ander voorstel van de Europese Commissie is om voor alle studenten uit de EU een studentenkaart te introduceren, daar is het kabinet vooralsnog niet enthousiast over. “Het kabinet mist een goede onderbouwing voor het voorstel om een Europese studentenkaart (ESC) breed te introduceren en staat kritisch tegenover dit voorstel. Via Erasmus+ doen momenteel een viertal lidstaten (Duitsland, Frankrijk, Italië en Ierland) een pilot met de ESC. Nederland wil de resultaten van deze pilot afwachten.” De ESC faciliteert onder meer in toegang tot theaters, universitaire kantines, universitaire huisvesting en universitaire bibliotheken of het noteren van studieresultaten. De minister uit haar zorgen over de fraudegevoeligheid, de borging van privacy en de administratieve lasten die hieruit voortvloeien voor individuele instellingen (en DUO).

Daarnaast zijn de plannen om een nieuw Europees netwerk van universiteiten op te richten ook niet aan de nieuwe minister van onderwijs besteed. “Hoewel Nederland voorstander is van partnerschappen tussen hoger onderwijsinstellingen binnen en buiten Europa en initiatieven die bijdragen aan versterking daarvan in principe verwelkomt, acht het kabinet het onwenselijk dat een geheel nieuw (institutioneel) netwerk van Europese universiteiten (en in de Nederlandse context, hogescholen) zou worden opgericht, zoals voorgesteld door de Commissie.”

Ook het voorstel van de Europese Commissie om te komen tot een integraal tweetalenbeleid in het onderwijs wijst Van Engelshoven af. “Het kabinet acht het taalbeleid in het onderwijs een duidelijke nationale bevoegdheid. Een Raadsaanbeveling op dit gebied staat op gespannen voet met het subsidiariteitsbeginsel in het onderwijsbeleid.”

Het kabinet vindt het belangrijk om te onderstrepen dat de EU de onderwijsactiviteiten van de lidstaten alleen kan ondersteunen of aanvullen met volledige eerbiediging van de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor de inhoud van het onderwijs en de opzet van het onderwijsstelsel en van hun culturele en taalkundige verscheidenheid.

De minister geeft tot slot aan dat er begin volgend jaar weer een raad van ministers van onderwijs is. Dan zal zij dit commentaar ook overbrengen aan haar Europese collega’s. Ook zal zij de opmerkingen vanuit de Kamer om geen onderwijsbevoegdheden over te hevelen naar de EU meenemen in dit overleg. “Ik kan reeds aangeven dat ik in lijn met het algemeen overleg dat wij hadden op 15 november jl., en indachtig uw correspondentie hierover met Eurocommissaris Navracsics, bij de voorbereiding hiervan alert zal blijven op het respecteren van het subsidiariteitsbeginsel.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«