“Het gaat niet meer over macht”

Wim Boomkamp (Saxion) zwaait af. Een terugblik op een lange carrière als bestuurder.

Interview | door Sicco de Knecht & Tim Cardol
13 december 2017 | Tien jaar lang was Wim Boomkamp voorzitter van het college van bestuur van Saxion. Een tijd waarin hij het hbo flink heeft zien veranderen. Ten goede, stelt hij: “De bestuurscultuur is in positieve zin enorm veranderd. Er heerst meer een aanspreekcultuur en er is een minder hoog ego-gehalte dan voorheen.” Aan de vooravond van zijn afscheid blikt Boomkamp terug op een lange carrière in het hbo en vooruit op wat er nog komen gaat.
Wim Boomkamp (Foto: ScienceGuide)

“We komen van een cultuur die geslotener en minder transparant was,” zo blikt Boomkamp terug op de voorbije jaren in het hbo. “Dat is een hele positieve verandering. We staan nu meer open voor elkaar, spreken elkaar aan en geven feedback op elkaars handelen.” Ernaar gevraagd is dat het eerste wat hem op het netvlies springt terugkijkend op zijn jaren als collegevoorzitter.

Omdat Boomkamp ook voor zijn voorzitterschap al zes jaar plaats had in het college van bestuur van Saxion, heeft hij alle grote dossiers in het hbo voorbij zien komen. Hij zag de impact van wat de hbo-fraude is gaan heten, hij zag de wat de invoering van de bachelor-masterstructuur teweegbracht op hogescholen en hij zag hoe onderzoek een plek verwierf binnen de hogescholen en volwassen werd. Toch is de cultuurverandering in de sector wat hem het meest is bijgebleven.

“We concurreren natuurlijk nog steeds met elkaar, maar het is een andere vorm van concurrentie geworden. Het gaat niet om: als ik een opleiding heb, wil ik niet dat jij hem hebt. Het is concurrentie op profilering en kwaliteit, het gaat om de inhoud.” Als voorbeeld geeft Boomkamp het contact met Windesheim, waar Albert Cornelissen ongeveer tegelijkertijd aantrad als collegevoorzitter. “Wij hebben destijds tegen elkaar gezegd dat het prima is als we dezelfde soort opleidingen aanbieden. We zullen gewoon goede kwaliteit moeten bieden, dan is het aan studenten om te bepalen waar zij voor kiezen.”

Een kwetsbare houding

Die houding is niet altijd typerend geweest voor het hbo, Boomkamp spreekt van een verandering van de tijdgeest. “Het gaat niet meer over macht, we durven ons ook kwetsbaarder op te stellen. Ik denk dat dat ook met de tijd te maken heeft en dat gaat altijd over mensen. Als dat de tijdgeest is, dan passen daar ook andere bestuurders bij.”

"We zullen gewoon goede kwaliteit moeten bieden, dan is het aan studenten om te bepalen waar zij voor kiezen."

Als voorbeeld van die kwetsbare houding geeft Boomkamp hoe er in instellingen met de interne en externe kwaliteitszorg wordt omgegaan. “Als je een instellingstoets doet, of bij een interne audit dan zit je gewoon fout op het moment dat je dingen verhult, of als je ‘ja’ zegt en ‘nee’ doet. Op basis daarvan kun je geen verbeteringen doorvoeren. Je moet in staat zijn tot zelfreflectie. Het gaat om de bereidheid zaken te benoemen.”

Dat is onder meer de laatste jaren gebeurt in dossier toetsing in het hbo. ‘Een buikpijndossier’ noemt Boomkamp het. “Het bepalen van het eindniveau is echt moeilijk, omdat dat in de kern gaat over wat je wilt leveren en wat je aan de samenleving wilt presenteren als: ‘dit is onze kwaliteit’. Op het moment dat je die kwaliteit niet hebt, of het niet laat zien, heb je een heel kwetsbaar dossier.”

Het rapport Vreemde Ogen Dwingen van de commissie onder leiding Jan Anthonie Bruijn uit 2012 gaf het hbo volgens Boomkamp de impuls om aan de slag te gaan met externe validering van toetsing. “Dat we nu ook intern en extern elkaars afstudeerdossiers beoordelen is een prachtig voorbeeld van hoe opleidingen landelijk samenwerken. Ik vind dat eigenlijk dat we altijd uit moeten gaan van onze eigen kracht. Als we dat niet zelf laten zien, dan neemt de samenleving dat over.”

Verlies van autonomie

Het dossier dat het hoger onderwijs de meest recente jaren in beslag nam, laat volgens Boomkamp zien wat het betekent als instellingen de autonomie uit handen dreigen te verliezen. “De prestatieafspraken vond ik in meerdere opzichten een gedrocht,” verzucht de Saxion-voorzitter. “Allereerst vanwege het type indicatoren dat werd gehanteerd. Er was daarvoor nog geen enkele empirische basis dat het werkt om daarop te sturen. Ten tweede vanwege de financiële sanctie die er op werd gezet. En ten slotte vanwege de Reviewcommissie. Daarmee werd in feite een deel van onze eigen verantwoordelijkheid overgenomen door OCW.”

"De prestatieafspraken vond ik in meerdere opzichten een gedrocht"

Afgelopen jaar kwamen voor het hbo twee belangrijke rapporten voorbij, dat van de commissie Slob en dat van Van de Donk. “Wat in dat laatste rapport werd voorgesteld leek heel erg op wat eerder in de woningmarkt is gebeurd. Daar werd een autoriteit ingesteld die echt op basis van wantrouwen de boel moest gaan controleren. Daarmee zou je als sector echt je verantwoordelijkheid weggeven.”

Lees hier het volledige dossier over de prestatieafspraken.

Gelukkig, zo stelt Boomkamp, is het niet zo ver gekomen. Het rapport van – inmiddels onderwijsminister Slob – en de politieke ontwikkelingen hebben er voor gezorgd dat er nu kwaliteitsafspraken liggen. “We maken nu afspraken op basis van onze eigen agenda. Dat is denk ik ook het positieve van de prestatieafspraken, dat bepaalde zaken zoals regionale profilering en studiesucces hoger op de agenda zijn komen te staan. Dat we dat nu als sector vanuit onze eigen kracht organiseren vind ik heel positief, ook al is de financiële sanctie blijven staan.”

Onderzoek aan hogescholen snel volwassen

Een belangrijke ontwikkeling die het hbo heeft doorgemaakt in de jaren dat Boomkamp in het bestuur van Saxion werkte, is de verankering van het praktijkgericht onderzoek op de hogescholen. “Het wordt steeds volwassener. In die vijftien jaar is dat misschien wel een van belangrijkste ontwikkelingen die het hbo gekend heeft. Dat praktijkgericht onderzoek onderdeel van ons als instelling is geworden.”

Op dat punt heeft het onderzoek in betrekkelijk korte tijd zeer veel invloed gehad op het onderwijs van hogescholen, ziet Boomkamp daarbij wijzend naar het wo. “Vergelijk het met rijksuniversiteiten die al honderden jaren onderzoek doen. Als je ziet wat we dan bereikt hebben. We hebben daar in korte tijd een enorme positie gecreëerd.”

Die invloed is volgens Boomkamp tweeledig. “Allereerst door de nieuwsgierige houding die bij veel jonge mensen nu veel meer wordt gestimuleerd. Ten tweede doordat de curricula veel actueler zijn, omdat we meer kennis naar binnen halen via het onderzoek.” Boomkamp zag ook hoe onderzoekers uit het wo hogescholen steeds beter weten te vinden, omdat de hogeschool hen de ruimte biedt om juist praktijkgericht onderzoek te doen.

Vanuit die samenwerking op het gebied van onderzoek is ook de relatie tussen het onderwijs en het bedrijfsleven wezenlijk veranderd. “Die relatie is nu veel beter. Het is niet meer alleen maar via een stage waarin de student volgend is, er wordt echt samengewerkt. Bedrijven beginnen dat door te krijgen en ook wat ze er aan hebben.” Volgens hem heeft nog niet elk bedrijf dat in de vingers maar de beweging is ingezet om meer met studenten om te gaan als een kans om te experimenteren.

Voorbij de discussie over het binaire stelsel

De opkomst van het onderzoek in het hbo houdt volgens Boomkamp gelijke tred met de invoering van het BaMa-stelsel, toch heeft het bij hogescholen nog even geduurd voor met name de master echt tot wasdom kwam. “Vroeger boden we masters aan via een u-bocht,” herinnert Boomkamp zich. “Dan was er een universiteit in het buitenland die bereid was om via hun licentie die master uit te laten voeren. Wij gaven geen diploma af, het was niet ons curriculum en we waren niet verantwoordelijk voor de kwaliteit.”

"Ik zou het mooi vinden als wij als hogescholen, voortbordurend op die enorme kwaliteitsverbetering, ook het promotierecht krijgen"

Inmiddels is het anders. Saxion accrediteert zelf de masters en het onderwijs is bekostigd. “We zijn nu echt een University of Applied Sciences geworden. Daar hoort de bachelor bij, de master en ook het onderzoek.” Hier zie je volgens de Saxion-voorzitter dat instellingen vanuit hun eigen kracht zijn gaan werken aan hun opleidingenaanbod. “Kijk naar de ontwikkeling van onze master nanotechnology. Je wilt in je bachelor nanotechnologie inbrengen in het onderwijs. Je versterkt dat met onderzoek door er twee lectoren aan te koppelen. Je trekt docent-onderzoekers aan, mensen die de toepassing leuker vinden dan het fundamentele onderzoek. En dan is de tijd rijp om er een master op te zetten. Die master had je anders in Nederland niet gehad, heel simpel. Het is een schoolvoorbeeld van hoe je bouwt aan de instelling die je wilt zijn.”

In de weg die Saxion heeft ingezet naar het zijn van een volwaardige University of Applied Sciences zijn er nog wel wat hindernissen te nemen. Met name de promotiebonus is een punt van aandacht. Hoewel er steeds meer mensen in het hbo promoveren, gaat die bonus nog altijd naar de universiteit waar de promotie officieel geschiedt. Op de vraag of het niet tijd wordt dat gelijk te trekken reageert hij vrolijk doch serieus. “Dat doet nog wel een beetje pijn. We hebben goede afspraken met de UTwente over het promoveren en we leveren daar een belangrijke bijdrage aan. Daar valt dus nog wel een weg te bewandelen.”

Wat dat betreft zijn er volgens hem nog wel wat meer puntjes op de ‘i’ te zetten. “Ik zou het mooi vinden als wij als hogescholen, voortbordurend op die enorme kwaliteitsverbetering, ook het promotierecht krijgen” Boomkamp denkt vast vooruit. “Ik vind niet dat we daarin onszelf een te grote broek aan moeten meten, maar als ik op het gebied van techniek kan laten zien dat het onderzoek van dien aard is, dat daar een promotie opgebouwd kan worden, dan zeg ik: ‘Laten we daar dan eens mee gaan piloten.’” En wat dat betreft gaat het hem bijvoorbeeld ook niet om het promotierecht an sich, maar de kans om onderzoekers een passend diploma te geven. “Een professional doctorate zou dan veel beter passen dan een doctorstitel bijvoorbeeld.”

Onderwijs kan de emancipatie niet in zijn eentje dragen

In de jaren dat Boomkamp aan het roer stond heeft Saxion zich steeds sterker geprofileerd op techniek. Steeds meer mannen, maar ook vrouwen, volgen een technisch programma. Wanneer hij ernaar gevraagd wordt moet hij bekennen dat de man/vrouw-verdeling nog lang niet gelijk is. “Wij hebben relatief veel vrouwen in technische opleidingen, maar de eerlijkheid gebied te zeggen dat die voornamelijk bij fashion textiles en technology zitten en niet bij engineering.”

Boomkamp is het ermee eens dat het hoger onderwijs een belangrijke rol heeft in de emancipatie van vrouwen in de technische sector, maar ziet wel grenzen aan de rol die de instelling op dit vlak kan vervullen. “Dit is echt een maatschappelijk vraagstuk. We moeten ons realiseren dat het ook om de vraag gaat: in welke cultuur komt iemand te werken.” Het is volgens hem een verantwoordelijkheid van de hele keten. “Ook van het basisonderwijs, daar moeten we eigenlijk al beginnen met het wegnemen van vooroordelen.”

"Bij een onderwerp als emancipatie geloof ik niet in quota of harde afspraken. Je moet het willen en dan moet je het in het gedrag laten zien."

Ook herinnert hij zich een discussie met voormalig minister Bussemaker over dit onderwerp waar zij uiteindelijk tot de volgende conclusie kwamen. “Het laat zich bijna niet sturen. Bij zo’n onderwerp als dit, maar ook met diversiteit, geloof ik niet in quota of harde afspraken maar je moet het willen en dan moet je het in het gedrag laten zien.” In de omgeving ziet hij wel goede signalen.

“We doen niets geks”

Gevraagd naar waar hij het meest trots op is moet Boomkamp even nadenken en antwoordt hij nuchter. “Ik ben toch vooral trots dat we een stabiele organisatie zijn die consistent werkt aan de kwaliteit, samen met het bedrijfsleven. We doen niets geks.” Continuïteit en trefzekerheid zijn wat Boomkamp betreft belangrijke assen om de organisatie langs te beoordelen. “Wij hebben als instelling in ieder geval nooit in de verkeerde lijstjes gestaan.”

Wat dat betreft is Boomkamp geen bestuurder die zich al te veel om ranglijsten wil bekommeren, in de positieve noch de negatieve zin. “Je kunt het oneens over de methodiek van een ranking, maar uiteindelijk ontstaat er wel zo’n lijstje.” Slechte beoordelingen in de Keuzegids zijn er hier en daar wel eens geweest bij een enkele opleiding maar het heeft hem nooit verrast. “Ik vind dat je het zelf als organisatie altijd eerder weten dan zo’n lijstje. Dan hoef je niet eens in de verdediging te schieten, want als het goed is heb je al een plan.”

Het systeem met interne audits en de eerder genoemde open bestuurscultuur zorgen volgen hem voor enige rust en regelmaat. “Je moet de organisatie gewoon goed kennen. Zo heb ik altijd zelf lessen gevolgd, spreek je als bestuurder met examencommissies,” en met deze soft control kom je volgens Boomkamp een heel eind. Heel af en toe moet er harder ingegrepen worden maar hij ziet het als opgave dit niet te laten gebeuren.

Maatschappelijke verbreding

Nu komt er een eind aan een lange carrière in het hoger onderwijs, maar ernaar gevraagd blijkt dat Boomkamp nog niet helemaal vertrekt uit de publieke sector. “Ik wil me maatschappelijk gaan verbreden. In dat kader ga ik me inzetten voor Dimence, een psychiatrische instelling, waar ik voorzitter word van de raad van toezicht. En ik heb ook een aantal betrekkingen in de culturele en onderwijssector die ik binnenkort opneem.”

Hij laat de sector met een gerust hart achter. “Ik gun het hbo die eigen kracht om dit wat we hebben opgebouwd voort te zetten.” Tegen zijn opvolger Anka Mulder zegt hij: “Geef een eigen inkleuring aan de organisatie en houdt de verbinding met de regio, beide regio’s.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK