Internationaliseren op de grens met Duitsland

Interview | de redactie
20 december 2017 | Internationalisering hoeft niet altijd te betekenen dat studenten de hele wereld over trekken. In de grensregio van Duitsland en Nederland werken hogescholen, lectoren, professoren, onderzoekers, studenten en bedrijven samen aan regionale innovatievraagstukken. En ook daar, ook al is het zo dicht bij elkaar, zijn cultuurverschillen te overbruggen.

“De Euregio, dat is voor mijn lectoraat in NHL Stenden grofweg de grens van Nederland met Duitsland van Groningen tot Hardenberg,” legt lector Ineke Delies uit. Delies heeft een gezamenlijk lectoraat bij Stenden en het ROC Alfa College en doet onderzoek naar duurzame innovatie in de regionale kenniseconomie. Die regio overstijgt de landsgrenzen.

“Wij doen bijvoorbeeld onderzoek in het nu nog enige Nederlandse  Unesco- Geopark de Hondsrug, maar ook ( en samen met hen )  in het Duitse Unesco Geopark TERRA.Vita, een park net over de grens in het Teutoburger Wald. In beide gebieden komen onder meer hunebedden en megolieten voor. We kijken daar samen met overheden en burgers naar hoe we in die regio’s op het gebied van vrijetijd en educatie de samenwerking en verbinding met en tussen de twee Geoparken beter kunnen benutten.”

Een kentering

Om dat te doen werkt het lectoraat van Delies samen met een aantal kennisinstellingen in Duitsland, zoals de Osnabrück University of Applied Sciences en de Berufsbildende Schulen Meppen. “Dat is dus zowel hbo als mbo. Ook het Rijnland Instituut doet vanuit met name Drenthe mee. Je ziet dat in de provincie Drenthe eindelijk iets meer de nadruk ook komt te liggen op leisure en toerisme bij grensoverschrijdende samenwerking met Duitsland. Naast de grote aandacht voor technologische innovaties in dit grensgebied. Daar is echt een kentering bezig, ondanks dat toerisme geen topsector is.”

Hoewel de euregionale samenwerking voor Delies en haar lectoraat inmiddels vertrouwd is, ziet zij wel dat er ook tussen Nederland en Duitsland grote verschillen te overbruggen zijn. “Die zitten in de cultuurverschillen en de taal, maar ook in praktische zaken als kwalificaties die niet zomaar uit te wisselen zijn of niet vergelijkbare onderwijssystemen als bijvoorbeeld het mbo en de Berufsbildung.”

Een groot verschil tussen het Nederlandse en Duitse beroepsonderwijs zit hem in de rol van de werkgever en het bedrijfsleven, ziet Delies. “Werkplekleren is veel meer de norm in Duitsland. Daarin is de werkgever echt de partij die vanuit dat startpunt de scholing verbindt en deels laat verzorgen door het beroepsonderwijs. Je hebt daar ook veel meer bedrijfsscholen.” Dat verschil zorgt er voor dat het bijvoorbeeld lastig is om een euregionaal gecombineerd PhD-traject te implementeren op de combinatie hbo en mbo.

Op zoek naar een gezamenlijk kader

Delies constateert dat bedrijven in Duitsland minder regionaal verankerd of naar buiten en op multidisciplinaire samenwerking tussen bedrijven georiënteerd zijn als dat in Nederland het geval is, dat maakt het lastig om de samenwerking met gelijksoortige bedrijvigheid en bedrijvenclusters en netwerken in Nederland te onderzoeken en te zien hoe die in het hogeschoolwezen verankerd zijn. “We zullen op zoek moeten naar een gezamenlijk kader, een infrastructuur waarin de partijen elkaar goed kennen en een natuurlijke kennisuitwisseling ontstaat. Want we willen samen en van elkaar weten hoe innovatieve partnerschappen in leren en werken op de werkvloer er uitzien, en of wat de gezamenlijke euregionale identiteit bij deze lerende netwerken is. ”

En die netwerken zijn belangrijk want de verschillen mogen er dan zijn tussen Duitsland en Nederland, tegelijkertijd kampt de Euregio met dezelfde uitdagingen. “Emsland, net over de grens bij Emmen, heeft net als Drenthe te maken met krimp, maar ook met groei. Beiden hebben behoefte aan inzicht in hoe en wat er geleerd wordt in gezamenlijke lerende netwerken met onderwerpen die de gezamenlijke euregio betreffen.

“We noemen dit Leren in Innovatieve Organisaties en Netwerken/Lernen in Innovative Organisationen und Netzwerke (LION)”, legt Delies uit. “We ontwikkelen nu een binationaal PhD-traject, met promovendi uit Nederland en Duitsland die onderzoeken hoe en wat je in regionale netwerken (van elkaar) kunt leren in deze contexten. Het doel is dat het (euregionale) bedrijfsleven ermee versterkt wordt, het (academische) leren ook en de gezamenlijke werkgelegenheid in de regio daarmee aantrekt.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK