Europa moet blijven zorgen voor de ziel

Verslag | de redactie
4 december 2017 | De jury onder leiding van Herman Van Rompuy onderscheidt dit jaar de denkers Jan Patočka en Dominique Moïsi met de internationale Spinozalens. De onderscheiding die als doel heeft het debat over ethiek in de samenleving te stimuleren gaat daarmee naar een dode en levende denker die beiden veel over Europa te vertellen hebben.
In gesprek: Herman van Rompuy, Geert Mak en Guy Vanheeswijck (Foto: H van Herk)

Hij gaf in het geheim les aan studenten in zijn woonkamer, was de grote leermeester van Václav Havel en richtte samen met hem en onder andere Jiri Hájek de beroemde Charta 77 Charta 77 was van 1977 tot 1992 een beweging voor de verdediging van de mensenrechten in Tsjecho-Slowakije. De beweging trachtte de regering van het land te houden aan de Helsinki-akkoorden die het had ondertekend. op. “Met dit politieke engagement […] stonden Patočka en Havel samen aan de basis van de beweging die het communisme in Oost-Europa uiteindelijk heeft overwonnen”, stelt Mathieu Segers (Maastricht University) over Patočka. Tijdens diens laudatio viert hij de denker met zijn gedachtengoed gestoeld op de Socratische traditie als het voorbeeld van een echte Europeaan.

“Het ging destijds over waarden”, zo vervolgt Segers die in de geest van Patočka stelt dat dit nog steeds de kern zou moeten zijn van het Europese project: “leven in waarheid en in vrijheid.” Volgens Segers zijn belangrijke lessen van Patočka dat “politiek, geschiedenis en filosofie samen zijn ontstaan in de Griekse oudheid en dat ze een geheel vormen.” Essentieel voor deze oefening van de geest is de ‘publieke ruimte’ waarin “ideeën worden uitgeprobeerd en acties worden gelanceerd.”

De Europese geschiedenis

In het panelgesprek met Geert Mak, Guy Vanheeswijck en Herman Van Rompuy dat Segers op knappe wijze leidt wordt verder ingegaan op de vraag wat we nu aan moeten met de geschiedenis van Europa. Met name op de vraag ‘waar in de geschiedenis’ wij ons nu bevinden. Van Rompuy opent zijn beurt door de verwondering uit te spreken over dat we het in ons leven mee hebben mogen maken dat het fascisme en het communisme zijn verdwenen. “Wij gingen ervan uit dat zij gewoon ‘waren’.”

Mathieu Segers (Foto: H. van Herk)

Wat Van Rompuy, oud-voorzitter van de Europese Raad, des te meer verwonderd heeft is dat de Oost- Europeanen “zij die in het hart stonden van de Europese beschaving, nu terug deelgenoot geworden zijn van dezelfde beschaving.” Wat dat betreft is volgens hem Europa uiteindelijk weer meer een geheel geworden. Volgens Segers is Patočka dan ook de personificatie van die unificatie maar dat levert volgens hem ook de vraag op of hij daarmee niet de laatste Europeaan was.

Geschiedkundige en schrijver Geert Mak denkt van niet. “Er zijn eerdere Europeanen geweest, ze zijn er nu, en ze zullen er ook weer komen.” Volgens hem zijn de drijfveren van Europeanen in elke tijd weer anders, en maken we daarin ook niet altijd de juiste inschatting. “Waar we nu heel erg bezig zijn met het niveau van zingeving ben ik bang dat we binnen enkele decennia weer in een fase van overleving zullen belanden.”

De Europese Unie is volgens Mak veranderd van een ideaal naar een overlevingsproject, mede vanwege een minachting van wat hij in de woorden van Patočka ‘mythen’ noemt: aanlokkelijke verhalen die wij elkaar graag vertellen. “De Brexit is rationeel en politiek een vraagstuk, maar het is ook een vraag voor Europa waarom de Britten zo’n beslissing nemen. We moeten de onderliggende mythe niet koesteren, maar wel onderzoeken.”

Wanneer Segers de panelleden vraagt naar wat dan het alternatief zou moeten zijn voor het verhaal van Europa, als het niet alleen om economische welvaart zou gaan, slaat Van Rompuy wederom terug op Patočka. “Hij en Havel zijn de dragers van de oude Europese waarden, en ze winnen filosofisch nu enorm aan actualiteit.” Het zijn volgens hem voornamelijk de open overtuiging en nieuwsgierigheid die nu broodnodig zijn.

“Op 300 dagen na [doelend op de inauguratie van president Donald Trump] leven we in een bipolaire wereld waar een plaats te vervullen is voor Europa.” Zegt Van Rompuy. Die plaats ziet hij op de grote thema’s zoals klimaatverandering en het vluchtelingenvraagstuk, onderwerpen waar de wereld op dit moment leiderschap op ontbeert.

Darian Meacham (Foto: H. van Herk)

Post-Europeaan

Een opmerkelijke en kritische bijdrage leverde politiek filosoof Darian Meacham van Maastricht University in zijn lezing European responsibility waarin hij spreekt over het post-Europa. Ook hij plaatst de Tsjecho-Slovaak Patočka in een traditie van Europese denkers maar wel op een bepaald andere manier, zo getuigt een van de passages uit het boek Plato en Europa van Patočka die hij voorleest:

“Europa, dat 2000 jaar oude construct dat de mensheid wist te verheffen naar een nieuw niveau van zelfreflectie en bewustzijn, kracht, macht en welzijn. Die historische werkelijkheid, die voor lange tijd veronderstelde dat het de hele mensheid omvatte en zelfs dacht de mensheid te zijn. Die tijd is definitief tot een eind gekomen in een tijdspanne van dertig jaar waarin het zichzelf de nek omdraaide in twee wereldoorlogen.”

Wat dat betreft is Patočka volgens Meacham ambigu als het om Europa gaat. “Het post-Europese houdt niet alleen in dat Europa niet meer in het centrum van de geopolitieke macht staat. Het biedt ook een kans om onze identiteit opnieuw op te bouwen buiten de kaders van industrieel gedreven ‘massificatie’.” Volgens hem is de pure economische benadering van de EU een gepasseerd station. En dat is waar Patočka Europa op haar verantwoordelijkheid wees. De echte kracht is volgens hem “continue dissidentie”, onophoudelijk kritisch zijn op alles. “Dat is wat Europa te bieden heeft: een kritische blik – ook op zijn eigen geschiedenis.”

Guy Vanheeswijck (Universiteit van Antwerpen) sluit zich daarbij aan. Volgens hem kan Europa zichzelf slechts in leven houden als ze tegelijkertijd de grote vragen levendig houdt. “Het zielsverwantschap dat veel midden-Europese denkers met Patočka delen is dat zij het erover eens zijn: wij stellen niet meer de grote vragen.” Niet omdat we de antwoorden al kennen maar omdat we het zogezegd niet meer durven. Toch moet Europa volgens Vanheeswijck deze ‘Socratische vraag naar de waarheid’ continue blijven stellen. “Dat is wat zorg voor de ziel betekent.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«