Kijk vanuit didactiek naar technologie

Nieuws | door Tim Cardol
26 januari 2018 | Het inzetten van technologie in het onderwijs vergt innovatie in het ontwerpen van datzelfde onderwijs. Dat is de belangrijkste les van Fleur Prinsen die vorige week haar inaugurele rede uitsprak als lector op de Hogeschool Rotterdam. “Voor het innoveren van de onderwijs-ontwerppraktijk moet breed samengewerkt gaan worden door meerdere partijen.”

Het lectoraat Digitale Didactiek van Fleur Prinsen wil de komende jaren een bijdrage gaan leveren aan de kennisvermeerdering rond digitale leermiddelen. In haar openbare les liet Prinsen zien wat er op dit punt al gebeurt, maar schetste zij tegelijkertijd ook de gevaren. Als er onvoldoende nagedacht wordt over de inzet van digitale leermiddelen dan kan het zelfs averechts werken, zoals ook de iPad-scholen onlangs al lieten zien.

“Vaak blijkt dan later pas dat de beschikbare functies niet aansluiten op de bestaande en beoogde praktijken van de docenten binnen de instellingen of niet aansluiten op de leerpraktijken van de lerenden”, stelt Prinsen over leeromgevingen zoals Blackboard. “Deze omgevingen bieden niet altijd ruimte voor innovatie van het onderwijs- of leerproces. De beoogde en gewenste praktijken worden dan noodgedwongen beperkt vormgegeven binnen de bestaande functionaliteiten.”

Grotere rol voor docenten

Het is volgens Prinsen dan ook belangrijk in de ontwerpfase een grotere rol aan de docenten te geven. De docent moet regisseur zijn van het leerproces ontwerper van de leeractiviteiten. “Want technologie wordt ontworpen (functionaliteiten worden ingeprogrammeerd) door mensen, en dan het liefst mensen met verstand van leerprocessen.”

Dat betekent niet dat iedere docent over even veel kennis van ICT hoeft te beschikken. “Wanneer professionele ontwikkeling in ontwerpteams aangepakt wordt, hoeft zeker niet elke docent alles te kunnen! In die teams kunnen collega’s verschillende rollen innemen, met een variëteit aan voorkennis en vaardigheden. Het is dan van belang zichtbaar te maken naar elkaar wie welke kennis en vaardigheden bezit, zodat we elkaar kunnen opzoeken.”

Belangrijk is het volgens Prinsen om in gedachten te houden dat technologie een belangrijke rol kan spelen om de structuur van het leerproces over te nemen en de toegang tot kennis voor de lerende kan vergemakkelijken. “Daarbij moet de docent echter de mate van autonomie van de lerende goed in de gaten houden, en waar nodig ondersteunen zodat het leerproces optimaal kan plaatsvinden.”

Leer informeel gebruik van technologie door jongeren begrijpen

Prinsen die er al eens voor pleitte om de student nadrukkelijker te betrekken bij de inzet van digitale didactiek, stelt in haar openbare les wederom dat docent en student elkaar nog beter moeten vinden. “Als docenten meer zouden weten over het informele gebruik van technologie door jongeren, zouden ze inzien dat de (sociale) leerstrategieën die jongeren buiten school al veelvuldig inzetten wel degelijk waarde hebben voor hun persoonlijke en professionele ontwikkeling. Dan zouden deze leerpraktijken ook binnen het onderwijs voor meerwaarde kunnen zorgen. Het is dan ook van groot belang om deze veranderende leerpraktijk bekend te maken.”

Mits op de juiste manier ingezet, ziet Prinsen digitale leermiddelen als een zeer waardevolle toevoeging aan het bestaande onderwijs. “Een prachtige kwaliteit van technologie is de mogelijkheid die geboden wordt om in verbinding te treden met mede-lerende, belangstellende anderen, en met experts binnen elk mogelijk kennisdomein (connectability). Technologie maakt het mogelijk toegang te krijgen tot leercontexten waartoe de lerende normaal gesproken geen toegang zou hebben (placeability), zoals het klaslokaal van een docent aan de Harvard Universiteit.”

De komende jaren gaat Prinsen onderzoek doen dat indirect de beroepspraktijk, maar vooral de opleidingen van de Hogeschool Rotterdam moet gaan verbeteren. Het onderzoek zal zich richten op het ontwerpproces van nieuwe digitale leermiddelen en welke mensen in de onderwijsorganisatie daarbij betrokken zijn. Daarnaast gaat ze kijken naar de bruikbaarheid van nieuwe onderwijsleertechnologie. “Onze onderwijsinstelling is een lerende organisatie, waarbinnen praktijkonderzoek naar de manier waarop wij ons onderwijs het beste vormgeven een belangrijke plaats inneemt. Wanneer docententeams digitale leerarrangementen gaan ontwerpen, kunnen zij met goede ondersteuning echt een kwaliteitsslag maken.”

De openbare les van Fleur Prinsen is hier terug te lezen

Literatuurverwijzingen

Prinsen, Fleur (2018)

Digitale leerarrangementen ontwerpen. Veranderende onderwijsleerpraktijken in het (hoger) onderwijs
http://hogeschool-rotterdam.instantmagazine.com/openbare-lessen/digitale-leerarrangementen-ontwerpen 


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK