“Je weet het pas als je het doet”

Interview | door Sicco de Knecht
14 februari 2018 | “Ik wilde het wel gewoon eens zien en proberen.” Sinologe Lena Scheen doceert aan de Shanghai campus van New York University en legt uit wat haar drijft om juist in China les te geven. Ze reflecteert op de beslissing van de Rijksuniversiteit Groningen om de plannen voor een campus in Yantai af te blazen. “Er zullen vast dingen mislopen, maar vergis je niet in wat er allemaal goed kan gaan.”
Lena Scheen – Foto: ScienceGuide

Lena Scheen studeerde sinologie in Leiden en deed ook haar promotieonderzoek naar moderne Chinese literatuur bij haar alma mater. Na een paar jaar lesgeven op de UvA en in Leiden ging ze op zoek naar een vaste baan op de universiteit en viel haar oog op een vacature voor docent aan NYU Shanghai. Ze is voor een jaar op sabbatical in Nederland om haar nieuwe boek over Shanghai af te schrijven.

Geen principiële bezwaren tegen Yantai

Wat haar trok in een positie aan de NYU Shanghai kan Scheen gemakkelijk uitleggen. “Als je hedendaagse China studies doet, dan zitten de beste onderzoekers in de Verenigde Staten, en in Azië natuurlijk. Dit was de ideale combinatie tussen een goede Amerikaanse universiteit, en dan in China.” Daarnaast was voor haar de mogelijkheid om een heel nieuw programma op te zetten te aanlokkelijk om af te slaan.

De opleiding die NYU opzette in Shanghai was voor Scheen de ultieme uitdaging om zich aan te committeren. “Ik doe onderzoek naar de hedendaagse cultuur van China. Met alle respect doen we in Europa geweldig onderzoek naar China, maar de nadruk heeft lange tijd op het oude China gelegen.”

Voor NYU was het opzetten van een campus in China niet bepaald appeltje-eitje. De totstandkoming van de branchecampus leidde destijds tot zeer veel commotie en droeg uiteindelijk bij aan het aftreden van president John Sexton van NYU Desalniettemin vond het plan doorgang en in 2013 verwelkomde de campus zijn eerste studenten. Volgens Scheen zijn er basale verschillen tussen NYU en de RUG. “Het is een private instelling, en is deze dus veel vrijer in de keuzes die de instelling of het instellingsbestuur maakt.”

Het hoger onderwijs in China

Een vraag die weinig wordt gesteld is wat men zich eigenlijk voor moet stellen bij het Chinese hoger onderwijs. “Als je naar het geïnstitutionaliseerde onderwijs kijkt dan is er nog heel veel nadruk op de docent-gecentreerde methode: die vertelt en de rest luistert.” Maar, zo legt Scheen uit, er ontstaan in een land met een streng overheidsapparaat ook informele vormen van onderwijs. “De docent neemt bijvoorbeeld studenten mee uit eten, en dan hebben ze daar interessante discussies.”

“Je ziet dat niet, omdat het officieel niet mag, maar het gebeurt wel heel veel.” In het algemeen denkt Scheen dat het Chinese onderwijs nog veel verbetering kan gebruiken, maar of NYU daaraan bijdraagt kan ze niet met zekerheid zeggen. “Het onderwijs dat wij daar geven is in de basis het programma dat we in New York zouden geven.” Onder sceptici wordt deze aanpak aangeduid als cultureel imperialisme maar dat vindt zij wel ietwat overtrokken.

“Grappend zeg ik het ook wel eens dat wij een soort van Amerikaanse ambassade zijn maar in de les zelf zie ik vooral dat de studenten heel veel met elkaar uitwisselen.” De hoofdreden dat het programma op Amerikaanse leest is geschoeid is dat studenten aan het eind van de rit een NYU-diploma krijgen dat gelijkwaardig is aan het diploma dat ze in New York zelf zouden halen.

Scheen probeert in haar lessen deze strakke lezing wel open te breken. “Momenteel ben ik hard aan het werk om ook Chinese teksten toe te voegen aan het curriculum. Ik probeer er wel meer van China in te brengen.” Wel zijn er veel docenten die een internationale achtergrond hebben. De Chinese docenten, zo’n 20% van het totaal, hebben vaak wel hun doctorstitel behaald in de VS en geven ook les op andere instellingen in China, waar zij erg gewild zijn.

Nederlandse fascinatie met China

Alhoewel de Chinese staatsmedia nog niet hebben bericht over de beslissing rond Yantai was deze al wel trending topic op de sociale media de afgelopen dagen. Op de vraag hoe deze beslissing door de Chinezen zal worden opgevat kan Scheen wel een verwachting uitspreken. “Waarschijnlijk zal men dit zien als gezichtsverlies. Dat dit niet doorgaat zal toch weer worden opgevat alsof China niet serieus genomen wordt.”

Wat betreft de relatie tussen Nederland en China vindt Scheen de serie ‘Door het hart van China’ van Ruben Terlou een interessant voorbeeld. “Het feit dat die serie zo populair is, dat is denk ik omdat we China als zo enorm anders zien.” Scheen begrijpt dat de aantrekkingskracht uit het onbekende komt. “Het is natuurlijk interessant om te zien hoe mensen papieren wasmachines verbranden voor de overledenen. En het is veel minder interessant om beelden te laten zien van Chinezen die, net als wij, naar dezelfde McDonalds gaan of óók hun huiswerk zitten te maken.”

 

“Begrijp me niet verkeerd, ik vind dat Ruben Terlou het heel erg goed doet – goed Chinees spreekt ook – maar met de dingen die in beeld komen bevestig je het ‘exotische’ wel een beetje.” Ze snapt het dus wel maar het wringt wat haar betreft wel met de werkelijkheid. “Het gekke is dat nu de wereld zo open is en mensen zo veel reizen, dat dit exotische beeld blijft hangen.” Dat beeld kan volgens haar twee kanten opslaan, “van bijzondere rituelen die mensen uitvoeren tot aan de wildste ideeën die men heeft over de onderdrukking door het staatsapparaat.”

Business model

Scheen heeft de notitie van de universiteitsraad in Groningen over Yantai nog niet gelezen, maar heeft wel gehoord dat er voornamelijk bezwaren waren op de financiële risico’s die het project met zich mee zou brengen. “Wat ik ervan gehoord heb verbaast me heel erg, ik had namelijk verwacht dat het veel meer over mensenrechten zou gaan. Wat dat technische gedeelte betreft zou ik zoiets hebben van: daar heb je toch gewoon goede accountants en juristen voor? Dat heeft er in ieder geval weinig mee te maken dat je in China bent, die zijn niet meer of minder verdacht omdat je daar bent.”

Wat betreft de verwachten instroom is Scheen in ieder geval optimistisch. “Naast dat er instroom zal zijn van Chinese studenten, moet je niet vergeten dat er ook een heleboel andere internationale studenten geïnteresseerd zouden kunnen zijn.” Ze doelt daarmee op studenten uit India, Pakistan of andere (naburige) landen die hele uitlopende redenen kunnen hebben om in China te willen studeren. “Hun ouders willen bijvoorbeeld dat hun kinderen een westerse opleiding krijgen, maar liever niet in Europa. Aan die groep heb je wellicht niet in eerste instantie gedacht.”

Een belangrijk verschil tussen N.Y.U. en de RUG is uiteraard dat de eerste een for-profit organisatie is. Het collegegeld voor N.Y.U. bedraagt rond de $50.000 per jaar, maar daar moet volgens Scheen wel een opmerking bij geplaatst worden. “Bijna geen enkele student betaalt dat hele bedrag. Ze betalen het vaak voor een deel uit beurzen, ook van N.Y.U. zelf.” De vraag is echter of studenten willen betalen voor een nieuwe opleiding in samenwerking met de agrarische universiteit van Yantai.

Er kunnen ook dingen goed gaan

Dat Yantai niet dezelfde ‘aantrekkingskracht’ zou hebben voor studenten en medewerkers als Shanghai lijkt Scheen geen serieuze zorg. “Het is vast moeilijker om Yantai te verkopen dan Shanghai maar dat is ook wel heel Europees denken waarin die romantiek van een universiteit in een stad heel erg leeft. Maar je zou net zo goed kunnen zeggen dat een campus naar Amerikaans voorbeeld, desnoods in de middle of nowhere voor veel internationale studenten juist helemaal prima is.”

De beslissing om deze onderneming niet aan te gaan ziet Scheen vooral in het licht van korte termijn denken. “Dit soort projecten heeft een aanpak nodig van uitproberen en gaandeweg bijstellen. Dat soort lange termijn denken zie je nu eenmaal vaker in een dictatoriaal systeem,” voegt ze er lachend aan toe. “Die langere adem mis ik hier nu wel. Er is een beetje angst, een beetje twijfel, en dus doet men het niet.”

Die twijfel en angst ziet Scheen beiden als reëel en begrijpelijk, maar ze zouden volgens haar niet de doorslag moeten geven. “Je weet het pas als je het doet. Dat is volgens mij de eerlijke waarheid.” Wat dat betreft denkt zij ook dat als het plan doorgang had gevonden er waarschijnlijk hele andere dingen waren misgegaan dan voorzien. “Dat is nou eenmaal hoe het gaat. Maar denk ook eens na over alle mooie dingen die goed zouden kunnen gaan zonder dat je dat van tevoren bedenkt.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«