Yvonne Rouwhorst wint LSVb scriptieprijs

Nieuws | de redactie
16 februari 2018 | Met haar scriptie over de invoering van de decentrale selectie wint Yvonne Rouwhorst de LSVb scriptieprijs ‘17|’18. Door de ogenschijnlijk simpele vraag te stellen “Waarom doe je wat je doet?” legt zij bloot hoe beleidsmedewerkers en opleidingsmanagement omgaan met de invoering van het selectiebeleid. De pijnlijke conclusie: opleidingen voeren tegen heug en meug beleid uit waar ze zelf niet in geloven.

Yvonne Rouwhorst, tot voor kort student aan de Universiteit Utrecht en nu secretaris College van Bestuur op de hogeschool iPabo Amsterdam, wint de eerste LSVb hoger onderwijs scriptieprijs. Het fascinerende onderzoek van Rouwhorst betreft de afschaffing van de selectie via loting en de invoering van de decentrale selectie.

De winnaar van de scriptieprijs ontvangt deze uit de handen van minister van Engelshoven. “Het is mooi dat de uitkomst van jouw onderzoek en jouw scriptie wellicht mee genomen kunnen worden in het te vormen beleid. Het lijkt mij een goed idee als wij hier nog een keer goed over doorpraten. Yvonne, ik nodig je graag uit op het ministerie om jouw bevindingen over decentrale selectie te horen.”

Yvonne Rouwhorst bij de prijsuitreiking van de LSVb-ScienceGuide scriptieprijs - Foto: ScienceGuide

Wie waren de genomineerden?

Bijzonder aan haar onderzoek is dat zij voor de verandering een andere vraag stelt dan de gebruikelijke. Niet de vraag: is decentrale selectie beter dan loten? Of ‘wat vinden studenten ervan?’ Maar de vraag op welke basis opleidingen eigenlijk selecteren, hoe nemen ze die beslissing? Rouwhorst ging voor een antwoord op die vraag langs bij 19 verschillende opleidingen om medewerkers in uitgebreide interviews de ogenschijnlijk simpele vraag te stellen:

‘Waarom doe je wat je doet?’

In de winnende scriptie herkent de jury een bijzonder onderzoekende geest. Iemand die geen genoegen neemt met een ‘standaard’ antwoord op een vraag, en de vinger op de zere plek durft te leggen. De jury is onder de indruk van de interdisciplinaire aanpak die is gekozen, van kwalitatief en antropologisch tot aan kwantitatief en bestuurskundig. Met name de manier waarop de theoretische inkadering de basis legt voor een goede interpretatie van de data sprongen de jury in het oog.

Van de ‘droge’ redenering dat er nu eenmaal niet genoeg opleidingsplekken zijn, tot aan uitvoerig beredeneerde meritocratische afwegingen – Rouwhorst ging in haar interviews duidelijk tot het uiterste om de beweegredenen van de opleidingsdirecteuren -managers, coördinators en beleidsmedewerkers boven tafel te krijgen.

Daaruit ontwaart Rouwhorst een bloemrijk en complex beeld van beweegredenen die opleidingen hanteren maar in de eerste plaats blijkt al dat de vertaling van overheidsbeleid naar opleidingsbeleid op instellingsniveau al misgaat. Verhaspelingen van cognitief en kwalitatief en toetsen die dan weer kennis én dan weer motivatie zouden moeten meten. Dat alles wordt meestribbelend ingevoerd door medewerkers met een ijzeren kadaverdiscipline.

Rouwhorst geeft het bredere publiek hiermee een kijkje in de keuken waar we niet vaak mogen komen kijken. Zij sluit daarmee ook naadloos aan op de zeer actuele discussie over selectie in het onderwijs en komt met de sombere conclusie dat op veel plaatsen decentrale selectie tegen heug en meug wordt vormgegeven, of zoals een van de respondenten het stelt:

“We hebben er een hoop werk aan maar ik geloof er zelf niet echt in.”(p. 35)

De scriptie van Yvonne Rouwhorst “Meritocratische idealen in selectie: tussen plan en praktijk” is onder de knop ‘Bron’ te raadplegen.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK