Arie Slob verdedigt ‘hobbyleraren’

Nieuws | door Frans van Heest
15 maart 2018 | Docenten uit het bedrijfsleven die in deeltijd gaan werken in het onderwijs kunnen een goede aanvulling zijn. Minister Slob weerspreekt daarmee de kritiek van de SP die deze zij-instromers typeert als ‘hobbyleraren’.

In de Tweede Kamer werd woensdag het debat over leraren afgemaakt. Door tijdsgebrek werd dit drie weken geleden afgebroken. Minister Slob ging uitgebreid in op de voorstellen die vanuit de Kamer werden gedaan om het beroep van leraar aantrekkelijker te maken. Slob wees erop dat politici daar ook een verantwoordelijkheid in dragen. Hij waarschuwde dat er geen grauwsluier over het onderwijs moet komen te liggen, door alle negatieve verhalen over werkdruk en lage salarissen.

Lisa Westerveld (GroenLinks) deed de suggestie bij de minister om bij de strijd tegen het lerarentekort oud-studenten van de lerarenopleidingen aan te schrijven. Ze haalde hierbij cijfers uit een recent uitgevoerd onderzoek aan waarin de zogenaamde ‘stille reserve’ in kaart werd gebracht. “Er zijn ruim 83.000 mensen in Nederland met een onderwijsbevoegdheid, maar die niet voor de klas staan.”

“Tweederde geeft aan dat ze best wel weer voor de klas willen. Kan de minister niet samen met lerarenopleidingen alle mensen die afgestudeerd zijn de afgelopen jaren via een bulkmail aanschrijven? Met de vraag: wilt u niet weer in het onderwijs werken, doe dat alstublieft want we hebben u nodig?”

Mooi en dienstbaar vak

De minister kon dit niet toezeggen, ook in verband met privacy-redenen. Maar hij wilde wel benadrukken dat het werven van leraren ook een verantwoordelijkheid is van politici. “Ik kan dat niet toezeggen, maar ik wil wel uw punt onderstrepen om iedere mogelijkheid die wij hebben om het vak onder de aandacht te brengen. Het is zo belangrijk dat we met elkaar positief over het onderwijs spreken. Dat we met elkaar ook politici en bestuurders duidelijk maken dat het een vak is wat zo mooi en dienstbaar kan zijn. Waarmee je ook maatschappelijk echt belangrijk bezig kunt zijn. Dat helpt ook weer mensen opnieuw te interesseren om die stap weer te maken.”

Slob wilde ervoor waarschuwen met de actuele discussies rondom werkdruk en salaris dat  er niet een negatief beeld gaat ontstaan van het beroep. “We moeten wel oppassen dat er niet zo’n grauwsluier over het onderwijs heen valt en dat jonge mensen denken: dat is de laatste plek waar we naartoe moeten gaan, want daar zijn alleen maar problemen en je wordt laagbetaald en met veel werkdruk.”

Gesmeekt voor meer mannen naar de pabo

Daarom was de ChristenUnie minister blij dat ook het afgelopen jaar er weer meer aanmeldingen zijn geweest bij de pabo’s. “Ik ben ook blij dat mijn collega Van Engelshoven kan aangegeven dat er weer een groei is in het aantal aanmeldingen bij de pabo’s. En dat er zelfs ook weer jongens die kant uitgaan. Waar we ook zo om gesmeekt hebben. Eppo Bruins (CU) die voerde daar ook zelfs actie voor. En dat begint ook aan te slaan, dat zijn natuurlijk hele mooie dingen.”

Ook stond Slob uitgebreid stil bij het initiatief dat onlangs genomen is in Brabant om zij-instromers makkelijker te begeleiden naar een baan in het onderwijs. Kamerlid Peter Kwint gaf in het eerste deel van het debat aan dat hij hier geen voorstander van was en dat dit alleen maar extra tijdsinvesteringen zou kosten voor scholen om deze ‘fluïde’ leraren te begeleiden.

Ik ga aan de kant van die mensen staan

Slob nam het op voor dit initiatief. “Ik ga toch even aan de kant van die mensen staan. Ik was  er laatst bij in Eindhoven samen met mijn collega Van Engelshoven toen daar het onderzoek hiernaar werd gepresenteerd. Daar waren ook een aantal mensen aanwezig die bezig waren met dit traject en dit met volle overtuiging deden. Mensen die een eigen bedrijf hadden, met werknemers en die er toch voor kozen om twee dagen in de week een traject volgden om voor de klas te gaan staan. Ik ben ervan overtuigd dat als dat op een verantwoorde manier gebeurt, met goede begeleiding dit ook echt in die scholen een toegevoegde waarde heeft.

Daarnaast stond Slob ook stil bij het initiatief dat de VSNU laatst had genomen om samen met Shell werknemers te begeleiden naar het onderwijs. “Ik weet dat er bedrijven zijn waar mensen uitmoeten. Bij Shell wordt er gekeken wat de mogelijkheden zijn om deze mensen onder goede begeleiding een plek in de scholen te geven. We moeten ons niet gelijk rijk rekenen. Maar ook geen beelden schetsen van mensen die plompverloren bij Shell naar buiten stappen en in hun eentje voor de klas gaan staan. Ik vind dat we daar dus niet negatief over moeten praten. Ik ben daar dus positief over.”

Parttime-hobby leraren

Ondanks het bevlogen betoog van de minister was Kwint nog niet overtuigd. “Over die ZZP’ers, fluïde, hybride, parttime-hobby leraren zeg ik: nee. Dat zeg ik niet ter diskwalificatie van die mensen. Ik geloof dat heel veel mensen de overstap kunnen maken naar het onderwijs op het moment dat zij goede begeleiding krijgen. Dit is geen panacee tegen werkdruk.”

“Tenzij je die ene parel te pakken hebt, maar anders kost het meer tijd dan dat het oplevert. Dat betekent niet dat je het niet moet doen. Wanneer iemand bereid is om de papieren te halen en zich in wil zetten voor dit schitterende werk is die van harte welkom. Maar laten we niet doen of we daarmee op korte termijn de werkdruk verlichten.” Ook was er vanuit de Kamer de vraag om het verlaagde collegegeld voor de eerste twee jaar van de lerarenopleiding, verder uit te breiden voor mensen die de lerarenopleiding als tweede studie willen volgen.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide maakt gebruik van cookies

Klik op OK om hiermee akkoord te gaan

OK