Docent pleegt jarenlang seksuele intimidatie met medeweten van de HvA

Nieuws | door Frans van Heest
22 maart 2018 | De rechter is van mening dat de HvA ernstig verwijtbaar heeft gehandeld inzake een casus van seksuele intimidatie van studenten door een docent. De klachten van studenten, die begonnen in 2013 en doorliepen tot 2017 zijn niet volgens de geldende klachtenprocedures behandeld.
HvA Beeldbank

“Ga maar met je kut spelen,” zegt de HvA-docent die tevens werkt als studieadviseur in 2013 tegen een vrouwelijke student. De studente krijgt dit advies wanneer ze op gesprek komt voor een nieuwe studieplanning omdat zij een aantal tentamens niet heeft gehaald. Zij klaagt hierover bij het College van Beroep voor de Examens, maar deze klacht wordt niet in behandeling genomen door de daarvoor geldende klachtenprocedure.

Ook het management van de opleiding communicatie was op de hoogte van deze klacht. De rechter vindt het onbegrijpelijk dat deze klacht toen niet volgens de geldende procedures is behandeld. De student heeft niets meer van deze klacht vernomen tot in 2017, toen de HvA een ontslagprocedures startte. In het kader daarvan vroeg de HvA de studente om alsnog dit verhaal op papier te zetten.

Seksueel getinte grappen en opmerkingen

“Als ik je een harde schouderklop geef, valt je tampon er dan uit?” is een andere opmerking van deze HvA-docent heeft gemaakt naar een andere studente in 2013, zo valt te lezen in de uitspraak van de kantonrechter in Amsterdam. Een andere studente kreeg te horen dat zij alleen een les mocht missen als ze “een foto stuurt van een wet t-shirt contest”.

Collega’s verbaasden zich al langer over het gedrag van de docent vanwege zijn innige omhelzingen met de studenten, het openlijk zoenen en de innige gesprekken. Daar is de docent in 2015 ook op aangesproken. Toch is de docent onverminderd doorgegaan met seksuele intimidatie en het maken van insinuerende opmerkingen. Bij een aantal studenten bestaat er dan ook angst voor deze docent, zo blijkt uit de stukken.

In begin 2017 komen er weer klachten binnen over de docent. Zo speekt hij openlijk in de klas over zijn geslachtdelen, maakt hij onophoudend seksueel getinte grappen richting studenten. Ditmaal schakelt de HvA een extern adviesbureau om een onderzoek te doen naar de klachten van de studenten. Bij deze opdracht wordt expliciet gevraagd om “de klachtenprocedure van de HvA te volgen”. Daarbij is een reeks van recente klachten over de docent behandeld en heeft het bureau ook studenten gehoord die betrokken waren bij klachten van jaren geleden. Volgens de rechter is de klachtenprocedure door het adviesbureau niet juist gehanteerd waardoor zowel de positie van de desbetreffende studenten, als ook de belangen van de docent zijn geschaad.

Sinds mei 2017 zit de docent ziek thuis en wil de HvA dat het contract ontbonden wordt, omdat de docent ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. De docent stelt in zijn plaats de instelling verwijtbaar handelen: als hij wordt ontslagen eist een transitievergoeding. Op dat laatste meent hij recht te hebben omdat de hogeschool de klachtenregeling niet correct heeft gevolgd. Deze had bij de eerste klacht al in werking moeten treden, ook om hem te beschermen. Dit is niet gedaan.

Gedrag is ontoelaatbaar

De rechter oordeelt helder over de gedragingen van de docent en de gevolgen die hier aan verbonden moeten worden. “Vooropgesteld moet worden dat grensoverschrijdend gedrag van een docent jegens een student, vanuit de afhankelijkheidspositie van laatstgenoemde, ontoelaatbaar is.”

Daar blijft het oordeel van de rechter niet bij en gaat verder in op de rol die de HvA als hogeschool in deze kwestie gespeeld heeft. “Anderzijds dient, zeker in de maatschappelijke context anno 2017, een werkgever/scholengemeenschap bij de behandeling van klachten ten aanzien van grensoverschrijdend gedrag en/of uitlatingen van haar docenten uiterst zorgvuldig te werk te gaan waarbij volledige transparantie een eerste voorwaarde is.”

Die transparantie werkt twee kanten op en is er volgens de rechtbank voor bedoeld om zowel de studenten als de docent te beschermen. “Op de HvA rusten niet alleen verplichtingen jegens haar studenten, maar ook – als werkgever – jegens haar docenten, waaronder de verplichting om ervoor te waken dat de positie van een van haar docenten onherstelbaar wordt aangetast.”

De eerste klachten uit 2013 zijn niet doorgespeeld volgens de daarvoor geldende klachtenprocedures en dat komt op een sterk verwijt te staan van de rechter aan het adres van de HvA. “De klacht is niet ter kennis van de docent gebracht en de HvA heeft geen sancties jegens docent getroffen. Tegen die achtergrond is het onbegrijpelijk dat HvA deze klacht thans mede ten grondslag legt aan het onderhavige verzoek, en in elk geval kan deze klacht anno 2017 niet meer in doorslaggevende mate bijdragen aan de verzochte ontbinding. Dit zou uiteraard anders hebben gelegen wanneer HvA pas recent op de hoogte zou zijn geraakt van het bestaan van de klacht, maar dat is niet het geval.”

Omdat er door de studenten in 2013 en 2015 geen formele klachten zijn ingediend – de instelling heeft de studenten niet doorverwezen zoals zij wel had moeten doen– kunnen die klachten nu niet als grond dienen om de docent te ontslaan zo geeft de rechter te verstaan. “Blijkbaar waren de betreffende gedragingen toen geen aanleiding om nader onderzoek te verrichten en/of disciplinaire maatregelen te treffen. Het enkele feit dat verzocht is hun verklaringen alsnog op papier te zetten, maakt het voorgaande niet anders. De problemen waren bekend, er is destijds  geen klacht ingediend, en er is in 2015 volstaan met een gesprek hierover. Tegen die achtergrond kunnen ook deze verklaringen thans niet bijdragen aan de gestelde ontbindingsgrond”

Laakbaar handelen

De rechtbank legt vervolgens haarfijn uit wat de instelling wel had moeten doen: “Indien, zoals het dossier doet vermoeden, sprake was van een structureel probleem had het op de weg van HvA gelegen om dit duidelijk terug te laten keren bij de beoordelingsgesprekken, dit te evalueren en hierover gericht en transparant feedback te vragen aan docenten en studenten. Dit is allemaal niet gebeurd, integendeel, zowel de beoordeling als de jaargesprekken 2015 en 2016 zijn positief van toon met een paar kleine kritische kanttekeningen. Voornoemde incidenten zijn hierin niet concreet benoemd.”

Dat dit alles niet is gebeurd vindt de rechter laakbaar aan het adres van de Hogeschool van Amsterdam. Juist het feit dat de hogeschool hier wel de juiste klachtenprocedures voor heeft blijkt daarbij een doorn in het oog. “De andere weg waarlangs (eventueel) grensoverschrijdend gedrag getoetst kan en dient te worden, is die van de klachtenprocedure. De Regeling ongewenst gedrag die geldt bij HvA voorziet in een zorgvuldige klachtenprocedure waarin waarborgen worden gegeven ten aanzien van de samenstelling van de Commissie, de onafhankelijkheid en deskundigheid van haar leden, de te volgen procedure en de wijze waarop met stukken wordt om gegaan.”

De rechter legt in zijn uitspraak uit dat juist in de huidige klachtenregeling de waarborgen zitten om zowel dader als slachtoffer een eerlijke positie te geven. “De concrete inhoud van de klacht dient in een vroeg stadium ter kennis van de beklaagde te worden gebracht en anonieme klachten worden niet in behandeling genomen. De strekking van deze Regeling is dat de klager een objectief forum krijgt waarbij de klacht degelijk wordt onderzocht, en dat de beklaagde (of dat nu een student of een docent is) zich op een faire manier moet kunnen verweren tegen klachten.”

De rechter is dan ook niet mild in het oordeel richting de HvA nadat de docent in 2013 al een seksueel getinte opmerking maakte richting de student die toen nog studieadviseur optrad. “Naar het oordeel van de kantonrechter heeft HvA in het onderhavige geval op ernstige wijze haar eigen klachtregeling veronachtzaamd. Zij wijst hiertoe op het volgende: -de klacht van had, op grond van de hiervoor weergegeven feiten, reeds in 2013 als formele klacht aangemerkt moeten worden, en doorgeleid moeten worden naar de klachtencommissie, hetgeen niet is gebeurd.”

Ook de latere klachten uit 2017 zijn niet doorgeleid naar de klachtencommissie. “hetgeen wel had moeten gebeuren. Hiermee heeft HvA niet alleen de belangen van de betrokken studenten geschaad, maar ook die van de docent.”

Extern maakt niet feilloos

Ook kraakt de rechter het advies dat door het externe bureau is gegeven. Dat heeft zich eveneens niet aan de geldende klachtenregeling gehouden, terwijl dit expliciet gevraagd was door de HvA. Daarom komt de kantonrechter tot de slotconclusie dat: “de HvA daarmee ernstig verwijtbaar heeft gehandeld jegens de docent en deswege een billijke vergoeding is verschuldigd. Omdat niet de juiste klachtenprocedure is verlopen krijgt de docent een vergoeding van €10.000. Daarnaast krijgt de ontslagen docent ook nog een transitievergoeding van €55.488,60.”

Hier vindt u de uitspraak van de rechter die gisteren is gepubliceerd op rechtspraak.nl


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK