Help, mijn school is gekleurd!

Verslag | door Sicco de Knecht
16 maart 2018 | “Er is inmiddels een aanzienlijke groep jongeren is die zich minder Nederlander voelt dan hun ouders en zich afkeert van de maatschappij en van het onderwijs.” Machteld de Jong en Huub Nelis laten leerlingen en studenten aan het woord bij de presentatie van hun boek 'Help, mijn school is gekleurd!'
Leerlingen van het Calandlyceum bij de boekpresentatie

In een overvol Pakhuis de Zwijger presenteerden lector Machteld de Jong (Inholland) en Huub Nelis (YoungWorks) vorige week hun lang verwachte boek ‘Help mijn school is gekleurd’. De middag stond in het teken van de vraag die de auteurs in het boek opwerpen: ‘Hoe kun je nu eigenlijk het beste omgaan met leerlingen met een migratieachtergrond?’

Presentator Bahram Sadeghi hoopte dat de middag een moment zou kunnen zijn om eens een keer “af te wijken van de standaard bijeenkomsten zoals deze, en eens niet met al te veel meel in de mond te praten.” Daartoe gaf hij zelf een openingen door eens een vooroordelen voor te leggen aan leerlingen van een middelbare school, en van de HvA en Inholland. “Marokkaanse ouders, die zijn niet erg betrokken bij het onderwijs van hun kinderen, toch?”

Begrip en boosheid

“Wij hebben dit boek geschreven omdat wij voelen dat er een noodzaak is, en dat het echt urgent is om na te denken over culturele diversiteit in het onderwijs,” zegt Nelis. Samen schreven De Jong en Nelis ervaringen op uit het onderwijs, van po tot en met hbo, op basis van talloze interviews en gesprekken. “Overal is het zo dat ministens 15% van de leerlingen of studenten een migratieachtergrond heeft. “In de Randstad is dat soms wel 60% procent,” voegt De Jong daaraan toe, “het zijn superdiverse steden.”

De Jong en Nelis gebruiken in hun boek met enige regelmaat nog het woord ‘allochtoon’ en benoemen dit ook expliciet in een disclaimer het boek. “Uiteraard bedoelen we daar jongeren met een (niet-westerse)migratieachtergrond,” lichten ze toe en worden gelijk bijgevallen door Sadeghi: “maar zo praat natuurlijk niemand, dus het is logischer om bij de woorden te blijven zoals deze gebruikt worden.”

De Jong en Nelis trekken een zorgwekkende conclusie in hun boek over jongeren met een niet-westerse migratieachtergrond. “Deze jongeren voelen zich vaker achtergesteld, ze hebben het gevoel meer te moeten doen dan anderen.” Jongeren reageren hier over het algemeen op twee verschillende manieren op. “De een zegt dat het erbij hoort,” zegt Nelis, “zo vertelde een Marokkaanse jongen me dat als hij ergens binnenkomt hij expres zijn shawl afdoet en vrolijk en uitnodigend kijkt zodat ‘mensen niet een slechte gedachte van mij krijgen.’”

Een andere groep vat het volgens Nelis heel anders op. “Zij zijn hier boos over, vinden het oneerlijk omdat zij ook gewoon geboren zijn in Nederland.” Tijdens het schrijven van het boek werd De Jong en Nelis duidelijk hoe diepgeworteld deze boosheid zit en wijzen op de gevolgen. “Er is inmiddels een aanzienlijke groep jongeren is die zich minder Nederlander voelt dan hun ouders en zich afkeert van de maatschappij en van het onderwijs.“

“Die groep voelt zich achtergesteld, en daar hebben ze ook gelijk in als je kijkt naar het onderzoek dat daarnaar gedaan wordt,” stellen De Jong en Nelis, verwijzend naar verscheidene rapporten waaronder van de Inspectie van het Onderwijs en andere beleidsrapportages.

Advies versus score

Al vrij snel op de middag was het woord aan de jongeren zelf, te beginnen met vijf leerlingen van een middelbare school . Sadeghi stelde hen de vraag waar zij nu het meest ‘last’ van hadden gehad. Zonder uitzondering gaven zij aan geraakt te zijn door de discrepantie tussen hun schooladvies en hun citoscore. “Mijn citoscore was gewoon havo-niveau maar mijn meester zei: ‘waarom ga je niet naar een kansklas vmbo-t/havo?’” vertelde leerling Issrae van het Calandlyceum.

Dat het uitmaakt of je op dat moment een vriend of familielid hebt die voor je opkomt werd ook duidelijk uit de verhalen die de leerlingen vertelden. Bijna allemaal had iemand het voor hen opgenomen en de school van weerwoord voorzien. Sadeghi refereerde op dat thema kort aan een thema uit het boek: “Marokkaanse ouders blijken over het algemeen niet heel erg betrokken te zijn bij het onderwijs. Is daar iets in veranderd dan?”

Uit het gesprek dat daaruit volgde werd duidelijk dat het ‘hokjesdenken’ nog altijd te veel zaken op een hoop gooit. Zo wordt er te snel vanuit gegaan dat “Marokkaans betekent Berbers, dus laagopgeleid” en dat deze ouders hun kinderen niet kunnen ondersteunen in hun schoolcarrière. “Mijn vader heeft wiskunde gestudeerd in Frankrijk,” vervolgde Issrae, “dus hij kan mij juist heel goed helpen bij mijn huiswerk en mijn schoolkeuze.”

Waarom ben jij een Turk? 

Daarna was de beurt aan een aantal studenten van de Hogeschool van Amsterdam en Inholland. Aan hen stelde Sadeghi ook de vraag wat hen in positieve en negatieve zin was overkomen in relatie tot hun afkomst. De gekste vraag die student Sezer wel eens van een medeleerling had gekregen was “Waarom ben jij een Turk?” Een vreemde en wellicht wat filosofische vraag, zo grapte Sadeghi, maar Sezer begreep het wel: “Ik was het enige jongetje in Leiderdorp dat niet Nederlands was.”

Ook deze studenten herkenden zich over het algemeen in het eerdere verhaal over de cito-score maar konden ook vertellen hoe dit in hun verdere schoolcarrière terug bleef komen. Zo ging Sezer, tegen het advies van de basisschool in, naar de havo waar hij initieel twee hele goede jaren had. “In het derde jaar ging het alleen wat minder met mijn cijfers en werd mij gezegd dat het beter was als ik naar de mavo ging.”

“Dat vond ik op zich wel begrijpelijk, maar niet in het licht van het feit dat andere Nederlandse, jongens uit mijn klas wel hun 2 havo opnieuw mochten doen.” Volgens hem lag dat vooral aan het feit dat de ouders van de Nederlandse leerlingen een stuk mondiger waren. “In mijn geval ging dat niet op. Ik moest bij die bijeenkomsten tolken omdat mijn ouders het Nederlands niet voldoende beheersten.”

Het zijn precies deze kleine en grote issues die De Jong en Nelis met hun boek hebben geprobeerd een gezicht te geven. Een beeld van de school als ‘minisamenleving’, waarin naast goede en mooie dingen ook lelijke en vervelende dingen gebeuren. Daarvoor bieden ze geen enkelvoudige oplossingen, maar brengen aan de hand van voorbeelden deze spanningen in kaart waaruit blijkt dat gelijke kansen in het onderwijs nog lang geen gelopen race zijn.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide maakt gebruik van cookies

Klik op OK om hiermee akkoord te gaan

OK