Minister gaat collegegeld tweede studie maximeren

Nieuws | door Frans van Heest
16 maart 2018 | De minister wil een einde aan de hoge bedragen die opleidingen vragen voor een tweede en wil het bedrag beperken. D66 wil dat een tweede studie nooit meer mag kosten dan het reguliere collegegeld plus de bekostiging die een reguliere opleiding krijgt. GroenLinks wil dat de tweede studie gewoon weer bekostigd wordt, zo ver wil de minister ook weer niet gaan want dat kost €180 mln en dat geld is er niet.

Het was minister Plasterk die in 2008 de bekostiging voor een tweede studie heeft afgeschaft. Dit deed hij destijds in de gedachte dat de overheid de schaarse middelen niet hoefde te besteden aan een goedbetaalde bedrijfseconoom die in zijn vrije tijd kunstgeschiedenis wilde studeren. Sinds de invoering is de maatregel een aaneenschakeling van rechtszaken, Kamervragen en onduidelijkheden over het bedrag dat instellingen vragen aan collegegeld voor een tweede studie. En die bedragen kunnen nogal uiteenlopen.

Wordt het niet tijd om de maatregel terug te draaien

De Kamer wil hier nu een einde aan maken. Vorige week, in een Kameroverleg over loopbaanoriëntatie, deed Lisa Westerveld een oproep om dat hele verhoogde collegegeld voor een tweede studie af te schaffen, met het oog op jongeren die werkloos zijn. “In 2008 is besloten dat de overheid niet langer de tweede studie zal bekostigen. Instellingen mochten voortaan zelf weten wat de hoogte is van het collegegeld. Maar wordt het niet eens tijd om deze maatregel terug te draaien? Want er is toch een aantal ongewenste effecten. Het aantal studenten dat een tweede studie volgt, is bijvoorbeeld gedaald.”

Dit ging de minister toen te ver omdat zij geen financiële dekking heeft voor dit voorstel. “Dat zou 180 miljoen kosten. Dat zijn keuzes die we moeten maken. Destijds is ervoor gekozen om vooral te kijken naar de toegankelijkheid van de eerste studie en voor de tweede studie instellingscollegegeld te laten betalen. Zouden we dat nu willen terugdraaien, dan hangt daar financieel een kaartje aan van 180 miljoen. Die middelen zijn er nu niet.”

Zijn tweede studies een melkkoe geworden?

Paul van Meenen (D66) had ook zorgen op dit punt van het instellingscollegegeld. “We hebben met de vorige minister al geconstateerd dat er grote verschillen zijn in wat een tweede opleiding aan een universiteit kost. Wat is de stand van zaken op dat punt? Wordt daar nog naar gekeken? Leidt dat uiteindelijk wellicht tot een soort begrenzing, een bovengrens of wat dan ook, in ieder geval tot optreden van het ministerie?”

De minister was het op dit punt eens met haar partijgenoot.“Ik ben het met u eens dat we moeten uitkijken dat het niet een soort melkkoe wordt of een vrijbrief om eindeloos door te gaan. Er moeten wel reële kosten tegenover staan, dat ben ik met u eens.”

Nadat de minister tijdens het debat minister navraag had gedaan bij haar ambtenaren bleek er van een ‘melkkoe’ geen sprake. “We zien daar geen grote verschillen tussen de instellingen binnen dezelfde onderwijssector. De hoogte van het instellingscollegegeld is gemiddeld even hoog als de bekostiging. Dus daar zien we echt een relatie tussen de kosten en de hoogte van het collegegeld. We hebben tot nu toe geen signalen dat dat echt een melkkoe is, om het maar even onparlementair te zeggen.”

Gisteren werden naar aanleiding van dit debat moties ingediend, ondanks de gerustellende woorden van de minister wat dit aanleiding voor Paul Van Meenen nog een motie in te dienen. “In de eerste plaats, dat stel ik nog maar eens een keer, is het van groot belang dat instellingen blijven motiveren waarom ze een bepaald bedrag als instellingscollegegeld vragen. Dat laat onverlet dat het instellingscollegegeld, zoals ik in deze motie vraag, nooit meer zou mogen bedragen dan de som van de bekostiging en het reguliere collegegeld. Dat laatste is namelijk wat een student van de overheid voor zo’n opleiding zou krijgen.”

Kunstmatige tarieven

De VVD kreeg argwaan door deze motie. De partij was bang dat de private aanbieders in het hoger onderwijs hierdoor in de knel zouden komen en dat er geen gelijk speelveld zou zijn als de bedragen gemaximeerd zouden worden. “Dit betekent dat we vanuit de Kamer besluiten dat we kunstmatig de tarieven op de kostprijs houden en dus laag houden. Tegelijkertijd zien we dat de private sector ook in het hoger onderwijs aanbiedingen doet. Is het niet zo dat we dan met deze maatregel een ongelijk speelveld creëren waarbij we kunstmatig de tarieven laag houden voor bekostigd onderwijs en tegelijkertijd de private instellingen?”

De minister ontkende dat en die zei dat een maximum nog niet betekent dat elke instelling dat bedrag ook moet vragen. “Wat we doen is dat we zeggen dat het instellingscollegegeld wordt gemaximeerd op de kosten voor de opleiding plus het wettelijk collegegeld. Als ik goed kijk naar de tarieven, zie ik zelfs dat heel veel van de niet-bekostigde aanbieders ruim onder dat maximum zitten. Ik geloof dus niet dat er echt een probleem voor hen gaat ontstaan. Een ongelijk speelveld zou betekenen dat zij minder kosten in rekening kunnen brengen. Nee, ook zij kunnen eigenlijk heel goed alle kosten die zij maken, in rekening brengen.”

Ook Lisa Westerveld diende een soortgelijke motie in waarop de minister liet weten dat zij de wet gaat aanpassen als de motie wordt aangenomen. “Met die wens van de Kamer ben ik het eens. Ik heb er een voorkeur voor om dat bij wet te doen. Dat is dan maar duidelijk. Wellicht kunt u voor de stemming samen nog tot iets komen. Maar laat ik het zo zeggen: mocht de motie van de heer Van Meenen, die vraagt om het wettelijk te regelen, het niet halen, dan lijkt het mij een goed alternatief om het in overleg af te spreken.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide maakt gebruik van cookies

Klik op OK om hiermee akkoord te gaan

OK