Inspectie en Keuzegids concluderen: selectie is een wassen neus

Nieuws | door Ingeborg van der Ven
21 maart 2018 | Uit onderzoek van zowel de Inspectie van het Onderwijs als de redactie van de Keuzegids blijkt dat het aantal masters met een selectie rond de dertig procent zit. Daarbij blijkt dat er voor een groot deel van de masters een weg om de eisen heen bestaat.

De redactie van de Keuzegids bracht voor alle wo-masters in kaart dat er slechts voor 31 procent van de masters een harde toelatingseis zoals een cijfergemiddelde geldt. Slechts 13 procent van de masters vraagt om een aanvullende taaltoets. De Inspectie hanteert een iets andere definitie, maar komt ook uit op 30 procent van de masters waarvoor aanvullende eisen gelden.

De definitie van een selectieve master

Vier redactieleden van de Keuzegids hebben in een maand tijd voor alle masters in kaart gebracht of er sprake is van selectie. “Er is veel discussie over wat nu precies wordt verstaan onder selectie. Wij hanteren zelf de harde toelatingseisen, zoals een cijfergemiddelde als selectie.” aldus data-analist Vivian van der Werf. Op de website van de Keuzegids staat een volgende uitleg van deze definitie Bijvoorbeeld: cijfer-eis, assessment of interview. Motivatie, cv, kwaliteiten e.d. worden als 'standaard' beschouwd en daarom niet specifiek genoemd. .

Na vier maanden al een overzicht 

Het is opvallend dat de Keuzegidsredactie na een maand met deze resultaten kan komen. De speciale taskforce onder leiding van de VSNU is sinds juni 2017 bezig om de verschillende vormen van selectie inzichtelijk te maken, en is tot op heden nog niet gekomen met een eenduidige definitie van selectie. De Keuzegids heeft voor de Mastervergelijker alle toelatingseisen in kaart gebracht. “Wij vinden dit belangrijke en relevante informatie voor studiekiezers. We hebben voornamelijk gewerkt met de informatie op de websites, dit is immers de informatie die studenten zelf ook beschikbaar hebben,” legt Van der Werf uit.

Als de informatie op de website van een universiteit onvolledig was, dan belde de redactie met studieadviseurs. Soms onder de naam van de Keuzegids en ook vanuit de rol als kiezende student die zich afvraagt of zij met een specifieke achtergrond ook deel kan nemen aan de master. Zo bleek in Wageningen dat de cijfer-eis van een 7 gemiddeld voor de bachelor, die voor een groot deel van de opleidingen geldt, helemaal geen harde eis is. Na het plegen van een paar telefoontjes bleek dat een student met een passende vooropleiding, zonder een 7 gemiddeld, wel gewoon wordt toegelaten.

Schijnselectie geeft afschrikeffect

Het gebruik van de harde cijfer-eis as definitie van selectie legt bloot dat de universiteiten die de claim hebben aan strenge selectie te doen, deze niet altijd waarmaken. Zo is de Universiteit Utrecht de nummer drie op de lijst van selectie, met 47 procent van de master waar een harde cijfer-eis op selectie wordt gehanteerd. Zelf beweert de universiteit dat alle masters selectief zijn. De redactie legt uit: “Veel Utrechtse masters noemen als toelatingseis namelijk alleen een passende vooropleiding, of vage condities zoals ‘motivatie en talent’, ‘algemeen academisch denk- en werkniveau’ en ‘een gesprek kan onderdeel zijn van de toelatingsprocedure’.”

Volgens de analisten van De Keuzegids creëren deze eisen een slag om de arm voor onderwijsinstellingen om te selecteren op achtergrond en heeft het voor studenten slechts een afschrikeffect waardoor zelfselectie plaatsvindt. Een statement dat wordt onderbouwd door het tussenrapport van de onderwijsinspectie, van begin deze maand. De onderwijsinspectie bevraagt studenten naar welke aspecten of criteria zij in de toelatingsfase zijn beoordeeld. “Bijna de helft van alle bevraagde studenten denkt dat gekwalificeerde studenten mogelijk afzien van aanmelding vanwege zelfselectie. Met name studenten die zelf niet aan een master met aanvullende eisen staan ingeschreven denken dat dit gebeurt (65%).”

Selectie aan de poort sluit groepen uit 

De inspectie kan ook al inzicht geven in de precieze werking van dit afschrikmechanisme. “Vier redenen die zijn genoemd om toch een andere keuze te maken hebben mogelijk met zelfselectie te maken: de selectieprocedure is mogelijk te intensief (19%) of te competitief (14%); men verwacht niet te worden toegelaten (12%) of men verwacht niet te voldoen aan het niveau van de master met aanvullende eisen (10%).” aldus het tussenrapport.

Studenten zelf zijn minder kritisch op een bredere vorm van selectie. Een ruime meerderheid van de door de Inspectie bevraagde studenten vindt dat selectie niet alleen op basis van cijfers moet plaatsvinden en dat selectie voor alle studenten gelijk moet zijn.

“We hebben aan de studenten in masters met aanvullende eisen gevraagd of ze weten waarom hun opleiding aanvullende eisen stellen om toegelaten te worden. Ruim 17 procent van de studenten zegt niet te weten waarom hun opleiding aanvullende eisen stelt en een kwart van de studenten geeft aan dat hun opleiding alleen eisen stelt aan gediplomeerden van andere universiteiten.” Zo luidt het rapport van de Inspectie verder.

Taaleis leidt tot taalverwarring

Alhoewel de taaltoets dus niet valt in de definitie die de Keuzegids hanteert is er door de redactie wel gekeken naar de eisen rondom taal. Ook hier zijn veel tegenstrijdigheden te vinden. Zo wordt een Engelse taaltoets als standaardeis genoemd op de websites van de universiteit Leiden, de TU/e en Wageningen. Als de redactie met de studieadviseur belt over de mate waarin deze eis wordt gehanteerd, dan blijkt dat Engels op vwo-niveau al voldoende is. Er is toch geen taaltoets nodig.

De échte selectie in het onderwijs is die op het gebied van taal

“Het is echt belangrijk dat je hierover met de studieadviseur belt, de studentenhelpdesk weet vaak niet goed hoe het zit. En zelfs de studieadviseur weet het zelf niet. Dat geeft ook aan dat er veel onduidelijk is over selectie.” Aldus Van der Werf. Met name de taaltoets blijkt een wassen neus. Slechts 13 procent van de opleidingen hanteert een taaltoets voor Nederlandse studenten, waarvan Rotterdam (46 procent) en Maastricht (18 procent) uitschieters zijn. In Leiden en Delft is een taaltoets slechts voor 3 procent van de masteropleidingen, volgens de website, een vereiste.

Delft is samen met de andere klassieke technische universiteiten sowieso een universiteit met weinig selectie. In Delft, Eindhoven en Enschede hebben minder dan 9 procent van de masters een selectie doormiddel van een harde cijfer eis


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK