Dataprivacy als telraam

Verslag | door Tim Cardol
16 april 2018 | Op de Internet of Things Days in Rotterdam wordt stilgestaan bij de kansen en bedreigingen van vergaande digitalisering. “Hoe gevoeliger de gegevens zijn, hoe grote de waarborg om ze toch te mogen gebruiken,” zegt Pieter de Groot van het Ministerie van Veligheid en Justitie.
(foto: Will Jackson)

Bart van Lier is gastlector Strategy & Innovation van de Hogeschool Rotterdam. Als directeur strategie bij ICT-bedrijf bij Centric houdt hij zich bezig wat het Internet of Things voor ons gaat betekenen. “Er worden door Samsung nu koelkasten ontwikkeld met een dashboard dat van betere kwaliteit is dan de iPads die we hebben. In de toekomst worden huishoudelijke apparaten dus echt digitale hubs, waarop je naast je boodschappen checken, ook gewoon je taxi bestelt.”

Zorgen over China

Van Lier schetst dat landen als China nu volop aan het inzetten zijn op digitalisering. Zo zag McKinsey vorig jaar al dat het land de Verenigde Staten inmiddels voorbij is gestreefd op dit punt. Zo wordt er meer geïnvesteerd in digitale technologie kent China veruit de grootste e-commerce markt ter wereld. Van Lier zit dat als een kans, maar vanuit de zaal klinken ook zorgen als China deze race daadwerkelijk wint.

China’s digital economy a leading global force

Volgens de lector is het daarom van belang dat we zelf ook nieuwe technologieën blijven ontwikkelen en daarom heeft hij ook voor studenten advies. “Zorg ervoor, in welke opleiding je ook volgt, dat je op de hoogte bent van deze ontwikkelingen en stel vragen bij deze ontwikkelingen. Alleen dan blijf je bij in deze nieuwe wereld.”

Het recht met rust gelaten te worden

De technologische ontwikkelingen bieden kansen, maar op de Internet of Things Days wordt ook stilgestaan bij mogelijke risico’s. Liggen bedrijven als Facebook en Cambridge Analytica onder een vergrootglas vanwege de omgang met persoonlijke data, voor overheden is die discussie al even gevoelig.

Pieter de Groot gaat als AVG-functionaris De AVG is de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Vanaf 25 mei 2018 is de nieuwe AVG van kracht die er voor zorgt in heel de Europese Unie dezelfde privacywetgeving geldt. van het ministerie van Veiligheid en Justitie in op de dataprivacy. Zijn opvatting van dit concept is even kort als dat het doeltreffend is: “Heel basaal gezegd is privacy het recht om met rust gelaten te worden.” Niettemin heeft de overheid wel persoonsgegevens van burgers nodig en is de omgang daarmee derhalve precair.

Aan de hand van een telraam laat De Groot zien hoe complex het voor de overheid is. “Persoonsgegevens zijn eigenlijk als de kraaltjes in het telraam. Ze gaan de hele tijd heen en weer. Er is sprake van een gelaagdheid van gegevens die telkens verschuift op basis van de context waarbinnen je moet bepalen of je als overheid het recht hebt er gebruik van te maken.” Wat De Groot bedoelt te zeggen, is dat als de staatsveiligheid in het geding is, er voor de overheid meer geoorloofd is bij het gebruiken van persoonlijke gegevens.

Dossiers in de vensterbank

Die verschillen in context zijn niet nieuw aan het digitale tijdperk, vertelt De Groot. Ook in zijn beginjaren op het ministerie was dat het geval. “Tegenwoordig heb ik een pasje nodig om het ministerie binnen te gaan. Vroeger liep ik zo naar binnen, terwijl er ook gewoon dossiers in mijn vensterbank lagen. Toch waren we ons wel bewust van de gevoeligheid van informatie. De echt gevoelige informatie lag achter slot en grendel.”

Er is dus door de jaren heen in praktische zin veel veranderd, maar ten principale is het idee van ‘gelaagdheid van gegevens’ en de verantwoordelijkheid die daarbij komt kijken gelijk gebleven. En die verantwoordelijk wordt hooggeacht bij het ministerie, weet De Groot. “Er worden hele harde afspraken gemaakt met ambtenaren.” Als voorbeeld geeft hij ambtenaren die zijn ontslagen na het verliezen van usb-sticks, of vanwege het telefonisch bespreken van zaken in de publieke ruimte.

“Het moeilijkste van privacy is dat het een onderwerp is waar iedereen een mening over heeft,” benadrukt De Groot dan ook. “We zijn als het ware met 17 miljoen experts in Nederland. Dat betekent dan ook dat het een onderwerp is waar je met z’n allen over zal moeten blijven praten.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide maakt gebruik van cookies

Klik op OK om hiermee akkoord te gaan

OK