“Het bindend studieadvies is te veel eer voor summatief toetsen”

Interview | door Sicco de Knecht
17 april 2018 | "Toetsing is te vaak synoniem aan toetsen." Associate lector Tamara van Schilt (HAN) pleit ervoor om af te stappen van het eenzijdige summatieve toetsbeleid dat veel opleidingen hanteren. Waar het echt mis gaat? Bij het bindend studieadvies: "Die optelsom van verschillende vakken zegt niets over deze student in zijn toekomstige rol van professional."
Tamara van Schilt-Mol – Foto: HAN

Toetsen gebruiken om richting te geven aan het onderwijs, het zou inmiddels gemeengoed moeten zijn voor ieder opleidingsteam. Toch is dit nog lang niet altijd het geval. In een tijd waarin zo veel belang wordt gehecht aan studeerbaarheid en rendement vindt associate lector Tamara van Schilt-Mol (Hogeschool van Arnhem en Nijmegen, HAN) dat er meer kennis gedeeld zou moeten worden over dit onderwerp.

Aandacht voor dit onderwerp is er zeker. Op donderdag zijn er 275 collega’s van de HAN samengekomen op de eerste HAN-toetsconferentie. “En niet alleen maar collega’s van de lerarenopleiding,” weet zij te melden. “Deze collega’s komen van automotive tot aan fysiotherapie. Van Schilt sluit de dag af met haar lezing over kwaliteit van toetsing, waarin ze bepleit om af te stappen van het eenzijdige summatieve toetsingsbeleid.

Toetsing geen synoniem voor toetsen

Vanuit het kenniscentrum Kwaliteit van Leren deed van Schilt met collega’s van Zuyd Hogeschool en Fontys onderzoek naar de opvattingen over toetsing van docenten in het hbo. Dat was wel een eye-opener voor haar en haar collega’s. “Toetsing is te vaak synoniem aan toetsen,” zegt Van Schilt, “docenten vergeten dat het bij toetsing ook gaat om de ontwikkeling van een toetsvisie, een toetsprogramma en het organiseren van voldoende bekwaamheid.”

Met de verbreding van het begrip van toetsing in het achterhoofd ontwikkelde Van Schilt met collega’s het Toetsweb. Geen internetpagina maar een toetsingsconcept waaruit duidelijk moet worden dat verschillende onderdelen van toetsing alleen samen een integrale toetsingspraktijk maken.

De kern van dit web staat symbool voor het duurzaam organiseren van toetsing. De draden van het web voor de onderlinge verbondenheid van alle aspecten van toetsing. Als opleiding moet je ervoor zorgen dat de kern zo stabiel mogelijk blijft. “Stel dat een docent besluit om in plaats van een kennistoets een andere assessment in te zetten. Op dat moment moeten er binnen de opleiding belletjes gaan rinkelen.” Vragen die op dat moment langs moeten komen zijn: “Past die toetsvorm binnen de visie? Is de organisatie hierop ingericht en hebben de assessoren hiervoor wel de juiste bekwaamheid?”

Uit het onderzoek bleek ook dat docenten toetsing vooral bezien vanuit de summatieve functie. Volgens Van Schilt moet toetsen eerder synoniem zijn aan evalueren: inschatten hoe het leerproces van een student verloopt en bijsturen waar extra aandacht nodig is. “Je zou nooit iets af mogen laten hangen van een toetsmoment. Dat is de slechtste boodschap die je een student kunt geven.” Volgens Van Schilt is de impliciete boodschap die hierachter schuilt namelijk dat alles buiten het tentamen er niet toe doet. “De interpretatie die wij nog te vaak hebben van toetsen is: er is onderwijs en er is een toets, en op dat laatste rekenen we de student af.”

Gereedschapskist aanvullen

Op deze manier wordt het voeren van een dialoog tussen docent en student, een essentieel onderdeel van het geven van onderwijs, feitelijk onmogelijk gemaakt. “Een dialoog over een onderwerp kan ook al een informeel toetsmoment zijn. Het is een datapunt dat je kunt gebruiken om uiteindelijk een beslissing over een student te nemen.” Daarmee krijgt toetsing volgens haar een andere functie dan dat het traditioneel aangemeten is. “Het onderscheid tussen summatief Een summatieve toets heeft als doel om een beslissing te nemen over zakken of slagen. De toets is dan een selectiemiddel. Een voorbeeld hiervan is een tentamen waarvan het resultaat meetelt voor een eindcijfer. en formatief Een toets met een formatieve functie is een toets die gebruikt wordt als leer- of instructiemiddel. Door de afname van de toets krijgt de docent inzicht in de mate van beheersing van de toetsonderdelen. Hierop kan de instructie of de leerstof dan worden afgestemd. Formatieve evaluatie is een doorlopend proces van informatie verzamelen over de ontwikkeling van de student in relatie tot de beoogde leerresultaten. Belangrijk is dat ‘formatief’ geen kenmerk is van een toets, maar een duiding van de functie waarvoor een toets gebruikt kan worden. toetsen vervalt hiermee feitelijk: iedere toets levert informatie over de student, en ieder datapunt wordt in meer of mindere mate benut bij het vormen van een oordeel.” Maar bovenal voegt ze er aan toe: “Het wordt vooral veel leuker onderwijs.”

Het einde van formatief toetsen

Aan de relatief korte lijst van huidige, vooral summatieve toetsvormen, weet Van Schilt allerlei andere vormen toe te voegen. “Denk naast een tentamen en een tussentoets eens aan een presentatie, het maken van een film maar ook aan peer review, 360 graden feedback of een dialoog in de klas. Dat zijn allemaal ‘toetsmomenten’, momenten waarmee je informatie krijgt over hoe de student ervoor staat.” Volgens Van Schilt is er door de zware nadruk op rendement en studiesucces een “keurslijf” ontstaan van hoe een opleiding er uit zou moeten zien. “Het is heel erg een verantwoordingssfeer waarbinnen weinig ruimte ervaren wordt.”

“Neem zelf regie”

Toch zijn er bijna geen harde beperkingen aan wat een opleiding mag aanwenden als toetsvorm. Zo worden worden er geen eisen gesteld aan welke toetsen gebruikt zouden moeten worden om beslissingen over studenten te nemen. “In de wet staat dat je verantwoorde beslissingen moet nemen, en dat je een systeem moet hebben waarin je vorderingen bijhoudt en waarop je beslissingen kunt baseren. Zolang een opleiding een visie heeft op die toetsing, en op hoe deze georganiseerd is, wordt de opleiding in principe geen strobreed in de weg gelegd.”

Er is nog wel een flinke weg te gaan naar integraal onderwijs- en toetsbeleid. “Het is momenteel nog veel te gewoon dat een docent al halverwege een collegereeks is en er vervolgens achter komt dat er nog een toets gemaakt moet worden.” Dat is volgens Van Schilt niet de bedoeling als toetsing een integraal onderdeel uitmaakt van het onderwijs. “Voordat je ook maar een college hebt gegeven moet je al na hebben gedacht over de vraag wat een student moet kunnen aan het einde van de lessenreeks.” Daar ligt volgens haar de kern van toetsing. “Je wilt de student inzicht geven in ‘waar sta ik?’ en ‘wat moet ik nog doen?’ Dat kan niet als je lesgeven en toetsen als twee aparte onderdelen ziet, het moet integraal zijn.”

“Eindelijk hebben we het weer over onderwijs”

Voor sommige docenten klinkt integraal toetsen als de zoveelste nagel aan hun professionele doodskist. “Nog meer toetsmatrijzen en afvinklijstjes, daar zit men in een systeem met hoge werkdruk niet op te wachten. En ik begrijp dat,” zegt Van Schilt, “die afvinklijstjes zijn namelijk ook niet nodig als je als opleiding werkt vanuit een gezamenlijk kwaliteitsbewustzijn.” Als het onderwijs echt een kwaliteitsslag wil maken dan zit er volgens haar niet veel anders op dan anders te gaan kijken naar de relatie tussen toetsing en onderwijs. “Dat daar weerstand bij ontstaat dat snap ik, maar het moet geen reden zijn om er niet mee aan de slag te gaan.”

De initiële huivering begrijpt Van Schilt wel, maar haar ervaring met collega’s die aan de slag gaan met integraal onderwijs- en toetsbeleid is anders. Daar ziet ze een hele andere houding ontstaan. “Zodra we het gesprek over toetsing hebben opengebroken zijn mensen opgelucht: ‘eindelijk hebben we het weer over onderwijs’, hoor ik dan vaak.” De frustratie zit hem eerder in het ‘moeten’ volgens haar. “Er moet al zo veel, dus ik begrijp dat wel. Maar ik denk dat je niet al te veel moet gaan vastleggen in matrijzen en regeltjes, je moet ruimte geven aan het timmermansoog. Elke docent kan dit.”

Wat momenteel sterk speelt in het onderwijs is de programmatische benadering. Onder andere in het licht van studiesucces zijn studeerbaarheid en samenhang van curricula steeds belangrijker geworden. “Het doet echt heel erg veel als je vanuit een andere blik naar die toetsing kijkt.” Die taak moet dan ook niet bij een enkel persoon belegd worden, maar juist bij een heel opleidingsteam. “Dat is de enige manier, als team verantwoordelijk te zijn voor de toetsing.”

“Als je op die manier naar toetsing gaat kijken dan vereist dat ook dat je jouw hele beroep opnieuw tegen het licht houdt.” Het is volgens Van Schilt als het verschil tussen dag en nacht. Van een keurmeester tot een coach. “Het is echt het verschil tussen kijken of de student heeft onthouden wat ik heb gezegd, en in een ondersteunende rol stappen als docent. En je doet jezelf en ook de student tekort door er niet op deze manier naar te kijken.”

Er zijn natuurlijk wel randvoorwaarden, waarvan helder geformuleerde leerdoelen er een is. “Je kunt geen onderwijs verzorgen zonder te weten waarom je dat staat te geven.” Daar kan Van Schilt helder in zijn. “Die leerdoelen moeten concreet en duidelijk zijn, en je moet weten wat een student uiteindelijk moet weten. Daar moet je dan ook je toetsvorm op aanpassen.”

Bsa is te veel eer voor summatief toetsen

Het is een wrange ironie dat er door de sterke focus op rendement nu ook meer aandacht voor toetsing is gekomen. “Het heeft een verkeerd beeld geschetst van wat je wel en niet kunt met toetsing.” Het bindend studieadvies Bij het bindend studieadvies wordt een vooraf bepaald aantal behaalde studiepunten gehanteerd als criterium om te bepalen of een student aan de opleiding mag blijven studeren. Haalt de student minder dan het bepaalde aantal, dan wordt deze van de opleiding verwijderd en mag deze drie jaar niet meer studeren aan deze opleiding. is volgens Van Schilt een voorbeeld van waar het mis kan gaan. Daar wordt volgens haar te veel waarde gehecht aan de summatieve toetsing.

“Neem een bsa bij de lerarenopleiding. Daar heb je verschillende mogelijke situaties waar je ziet dat een studiepunt meer of minder ronduit arbitrair is.” Van Schilt geeft een voorbeeld: “zo zijn er situaties waar je als docent echt wel ziet dat een student met een punt boven het bsa geen goede leraar wordt, terwijl een andere student met een punt te weinig juist uitermate geschikt is voor het beroep.” Door alle aparte toetsmomenten bij elkaar op te tellen ontstaat er vooralsnog geen holistisch beeld ontstaat van de student.

“Die optelsom van verschillende vakken zegt niets over deze student in zijn toekomstige rol van professional.” Volgens Van Schilt is de optelsom van een scala aan verschillende vakken en de sleep aan summatieve toetsen gewoon niet betrouwbaar als criterium. “Als ik een aantal bakstenen heb verzameld is het ook niet gezegd dat ik daarmee een bewoonbaar huis kan bouwen.”

“Summatieve toetsen mogen van mij best blijven bestaan,” voegt Van Schilt daar aan toe, “ze leveren juist een heleboel informatie op. Maar doe daar dan ook iets mee!” Het inzagemoment bij een tentamen moet dan weer meer worden dan een mogelijkheid voor de student om een punt ophoging te krijgen. “Het moet het moment zijn om te kijken: hoe kan ik een betere professional worden?”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide maakt gebruik van cookies

Klik op OK om hiermee akkoord te gaan

OK