“Huidige kwaliteitsafspraken zijn smaller geworden”

Frans van Vught beziet het nieuwe sectorakkoord

Interview | door Tim Cardol
25 april 2018 | De nieuwe sectorakkoorden en kwaliteitsafspraken die het hoger onderwijs onlangs tekende, lijken minder stringent dan de hoofdlijnakkoorden en de prestatieafspraken zoals die ooit door Halbe Zijlstra werden gemaakt. Dat constateert ook Frans van Vught die de voorbije jaren toezag op het behalen van de afspraken. “Ik vrees dat er nu toch iets van scherpte in het proces verloren gaat.”
Frans van Vught

Frans van Vught was voorzitter van de Reviewcommissie die OCW adviseerde over de prestatieafspraken uit 2012. Deze afspraken werden door hogescholen en universiteiten gemaakt met toenmalig staatssecretaris van OCW Halbe Zijlstra en daarna uitgevoerd door minister Jet Bussemaker. In het najaar van 2016 adviseerde de commissie onder leiding van Vught OCW over de geboekte resultaten. Voor een aantal hogescholen betekende dat advies slecht nieuws: zij werden door de minister financieel gekort.

Minder harde financiële afrekening

Bij de hogescholen is altijd veel chagrijn geweest over die financiële afrekening bij de prestatieafspraken, zo bleek onlangs ook weer tijdens een symposium op de Hanzehogeschool. Dit is dan ook de reden waarom hogescholen blij zijn met de kwaliteitsafspraken die nu gemaakt zijn voor 2019-2024. Hierin wordt namelijk minder hard financieel afgerekend.

Frans van Vught sprak eind 2016 al met ScienceGuide over de prestatieafspraken en stelde toen dat hogescholen zich niet moeten blindstaren op de relatief zeer kleine korting. Er was immers sprake van grote vooruitgang aangaande kwaliteit en studiesucces. Hij gaf aan te hopen op nieuwe afspraken langs dezelfde lijn. “De onderwijskwaliteit is door de prestatieafspraken gestegen, ook als prioriteit bij de instellingen, dat is fantastisch voor de studenten. Het is een instrument met maar een beperkt financieel bereik en toch heeft het een groot effect.”

We zijn zeker niet van het rendementsdenken

De afspraken die nu door minister Van Engelshoven met de sector zijn gemaakt, kunnen Van Vught dan ook minder bekoren. “Het is goed dat er een vervolg komt op de prestatieafspraken,” begint Van Vught positief. “Daar hebben de studenten recht op: zij hebben namelijk veel geld ingeleverd. Het is dan ook terecht dat de horizontale lijn is versterkt. De medezeggenschap krijgt instemmingsrecht op de plannen voor de inzet van de studievoorschotmiddelen.”

Had overheid niet een actievere rol moeten pakken?

Minder te spreken is Van Vught over de reikwijdte van de afspraken. “De prestatieafspraken gingen ook over onderzoek en de impact en valorisatie daarvan. De huidige kwaliteitsafspraken zijn smaller geworden en gaan alleen over onderwijs.” Van Vught is bovendien van mening dat er in de huidige afspraken is vastgelegd dat er minder scherp zal worden geoordeeld. “Er wordt gewerkt met verschillende panels op verschillende momenten over een langere periode; en dat is heel anders dan één Reviewcommissie die op drie momenten met alle instellingen het gesprek aanging.”

De oud-voorzitter van de Reviewcommissie vraagt zich af of de overheid niet een actievere rol had moeten pakken. “Vanuit haar stelselverantwoordelijkheid mag en moet zij verwachtingen hebben over de opbrengsten van de afspraken. Hoe ambitieus is een instelling ten opzichte van andere instellingen? Wat is het totaalbeeld van alle voornemens bij elkaar en is dat voldoende?”

In de nieuwe kwaliteitsafspraken is een grote rol weggelegd voor de NVAO. Bij de presentatie van de nieuwe afspraken zei NVAO-voorzitter Anne Flierman daarover tegen ScienceGuide dat zij niet het werk gaan doen dat Van Vught en de zijnen deden bij de vorige afspraken. “Wij gaan niet een nieuwe Commissie Van Vught zoals bij de prestatieafspraken faciliteren, dat is niet onze rol.”

NVAO is trots op nieuwe rol bij kwaliteitsafspraken

De sterke rol van de NVAO in het sectorakkoord is ingegeven door een focus op de vermindering van de lastendruk, zo stelt OCW. Frans van Vught heeft daar zijn twijfels over. “Ik vraag me af of deze aanpak minder administratieve lasten met zich meebrengt dan de prestatieafspraken. Bij de prestatieafspraken hoefden de instellingen geen extra documenten te produceren, waren er geen verplichte formats en stond het de instellingen vrij de informatie te verschaffen die zij belangrijk vonden. De NVAO is dan wel een bestaande organisatie, maar het proces dat wordt voorzien is minstens zo arbeidsintensief.”

Leg beide regimes straks naast elkaar

Van Vught wijst er ook op dat in de gesprekken en beoordelingen van de Review Commissie destijds is gekeken naar de individuele omstandigheden van elke instelling. De commissie heeft altijd rekening gehouden met de specifieke context en met gewijzigde omstandigheden. Daarnaast heeft de Review Commissie elk jaar een stelselrapportage gemaakt waarin het totaal aan ontwikkelingen in beeld werd gebracht en werd gekoppeld aan de ambities van de Commissie Veerman. “Ik hoop dat dat in de nieuwe aanpak ook weer mogelijk wordt”.

Van Vught is niettemin blij dat het hoger onderwijs tot nieuwe afspraken is gekomen met OCW. “Het is interessant om over vijf jaar de resultaten van de twee verschillende regimes naast elkaar te kunnen leggen.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK