In Duitsland is er meer vertrouwen in de wetenschap

Interview | door Sicco de Knecht
25 april 2018 | Gerard Meijer is nu bijna twee jaar terug op het Fritz-Haber instituut, het oudste Max Planck instituut. Hij schetst de verschillen tussen Duitsland en Nederland als het om het vertrouwen in de wetenschap gaat. "Ik vond de hele procedure van de Nationale Wetenschapsagenda een absolute farce, werkelijk een aanfluiting van hoe je met wetenschap en wetenschappers omgaat."

Het was nooit de carrière die hij voor zich had gezien, maar achteraf is Gerard Meijer blij met zijn tijd als collegevoorzitter van de Radboud Universiteit. Inmiddels is hij al weer bijna twee jaar directeur bij het Fritz-Haber Instituut van het Max Planck gezelschap, hij is zijn eigen opvolger. “Zoals ik het zie heb ik iets meer dan vier jaar mijn administratieve plicht gedaan voor mijn alma mater. Ik heb dat met liefde gedaan, maar ik heb toen al met pijn in mijn hart de wetenschap verlaten.”

Delen van het voorzitterschap zegt Meijer met veel plezier gedaan te hebben, maar niet alles. “Ik vond het vergaderen en de politieke discussies niet altijd even inspirerend.” In zekere zin is een deel van dat overleg onvermijdelijk zegt hij, “een universiteit is ook heel complex, en er heersen verschillende culturen naast elkaar.” Het is vooral op het niveau van het landelijke politieke debat dat hij het vertrouwen in de experts mist in Nederland. “In Duitsland is dat echt een ander verhaal. Als hier een Max Planck directeur zegt dat deze iets nodig heeft voor het onderzoek, dan wordt dat geregeld en niet bevraagd. Men gaat ervan uit dat de professional dit echt wel in kan schatten.”

Zijn herbenoeming ziet hij ook als voorbeeld van dit vertrouwen. “Ik heb die in ieder geval niet te danken aan die prachtige publicaties die ik in mijn vier jaar als collegevoorzitter heb geschreven” zegt hij lachend. “Ik heb dat te danken aan het feit dat men mij hier vertrouwde.”

In Nederland ziet hij een gebrek aan vertrouwen en de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) blijft Meijer het toonbeeld vinden van dit probleem. “Ik vond de hele procedure een absolute farce, werkelijk een aanfluiting van hoe je met wetenschap en wetenschappers omgaat.” De gedachte dat met het opgeleverde document de politiek ervan doordrongen zou worden dat de Nederlandse wetenschap zo slecht nog niet is, was volgens hem ijdele hoop. “Het heeft er al met al niet toe geleid dat de Nederlandse wetenschap nu een stevigere basis heeft gekregen.”

“Ik vond de hele procedure een absolute farce, werkelijk een aanfluiting van hoe je met wetenschap en wetenschappers omgaat.”
- over de Nationale Wetenschapsagenda

Meijer gelooft in het mantra dat uitgesproken werd door Max Planck zelf: ‘Dem Anwenden muss das Erkennen vorausgehen’. Fundamenteel onderzoek en toegepast onderzoek mogen en moeten zelfs gescheiden blijven. De NWA was wat hem betreft te veel gericht op toepassen. Wijzend op de recente volksraadplegingen in de wereld: Brexit, de verkiezing van Trump en het referendum over vrede met de FARC stelt hij weinig heil te zien in deze route: “Je moet het volk niet zomaar vertrouwen.”

Al met al vindt Meijer de NWA route vooral zonde van de moeite. “Er is zo veel tijd verkwanseld aan dat proces, als ik dat hier in Duitsland aan mensen vertel dan doe ik dat met schaamrood op mijn kaken.” Wat hij waardeert aan het Duitse systeem dat techniek en wetenschap op een hoger platform staan. “Dat zit diep in de bevolking en dat kun je niet zo makkelijk veranderen.” Waar hij wel met trots over kan vertellen in Duitsland is de hoge mate van samenwerking, en de benutting van de infrastructuur in Nederland. Dat is volgens hem haast ondenkbaar in het Duitse systeem, onder andere door de inrichting van de wetenschap langs individuen. “De gezamenlijke aanpak is echt goed voor de wetenschap. Misschien kun je voor elke post wel betere individuen vinden, maar de samenwerking maakt ze onverslaanbaar.”

Uit noodzaak geboren: het Nederlandse succes bij beursaanvragen

Dat Nederland zo succesvol is in de ERC aanvragen ziet Meijer als een logisch gevolg van de beperkte financiële ruimte in het systeem. Een tegenvoorbeeld: “In de eerste ERC ronde haalde de Max Planck Society geen enkele beurs binnen.” Hij vertelt dat daarop een donderpreek volgde van de president van het gezelschap, aangezien zij juist voor deze investering hadden gepleit, “maar wat bleek nu? Geen enkele van de 400 directeuren had er een aangevraagd.” De onderzoekers hadden blijkbaar geen enkele behoefte aan meer geld.

Wat betreft de huidige successen van Nederland in Europa denkt Meijer dat er geen garantie is dat dit succes aan zal blijven houden. Het zijn volgens hem de grote investeringen, onder andere in de infrastructuur, uit het verleden die het succes mogelijk hebben gemaakt. “Er is alleen al in geen tijden echt geïnvesteerd in Nederland. En als je naar die afgeleide kijkt dan zie je dat de financiering in Duitsland omhoog gaat, en in Nederland zie je dat die stilstaat.”

Nederland blijft middenmoter in investeringen in onderzoek.

Duitsland heeft het wat dat betreft beter gedaan. zelfs het veel bekritiseerde Exzellenzinitiative De Duitse overheid investeerde sinds 2007 bijna €3 miljard extra in ‘excellente’ universiteiten, onderzoeksclusters en onderzoeksscholen voor promovendi. De gevolgen van dit initiatief worden hevig bekritiseerd, onder andere door de eenzijdige aandacht voor onderzoek en het gebrek aan diversiteit. was op zijn minst nog een additionele investering. “In Nederland haalt de staatssecretaris of minister eerst elders geld weg, en dan moeten we door een nieuwe hoepel springen om de middelen binnen te halen die we al dachten veilig te hebben gesteld.”

“In Nederland haalt de staatssecretaris of minister eerst elders geld weg, en dan moeten we door een nieuwe hoepel springen om de middelen binnen te halen die we al dachten veilig te hebben gesteld.”

Meijer maakt zich zorgen over de werkdruk die deze constante wedstrijd oplevert voor onderzoekers. “Wetenschap doe je toch vooral omdat je het heel leuk vindt, en je kunt ervoor kiezen om wetenschappers steeds meer af te knijpen in de hoop dat ze blijven leveren.” Volgens Meijer zitten daar wel grenzen aan. Hij noemt het grote aantal burn-outs en de grote werkdruk als indicatie dat die grens bereikt is.

Krachten bundelen voor open access

Een onderwerp waar Meijer als bestuurder flink zijn stempel op drukte waren de moeizame onderhandelingen over open access waar hij als hoofdonderhandelaar bij betrokken was. Inmiddels heeft hij zich aangesloten bij het Duitse Projekt DEAL dat momenteel in een hevige strijd met de grootste uitgever Elsevier verzeild is geraakt.

Terugkijkend op de Nederlandse deal is Meijer tevreden, met name over de secundaire gevolgen. “Op de deals zelf is echt wel het een en ander af te dingen. De deal met Elsevier bijvoorbeeld was op dat moment de best haalbare maar ging eigenlijk niet ver genoeg.” In deze offsetting deals De essentie van de offsetting deals is dat de uitgever niet langer betaald wordt voor dienstverlening aan de lezer (geven van toegang tot artikelen), maar aan de schrijver (publicatie van artikelen). Geen 'double dipping' meer dus. maakten de VSNU en Elsevier afspraken over het verhogen van de abonnementskosten in ruil voor meer (gratis) open access artikelen.

"De vorige deal met Elsevier was op dat moment de best haalbare maar ging eigenlijk niet ver genoeg."

Meijer ziet de laatste deal in Nederland waar hij bij betrokken was, die met de American Chemical Society, als lichtend voorbeeld. “Dat is een deal waar zonder meerprijs alle publicaties van Nederlandse auteurs open access waren.” Een deal die al verder ging dan die met Springer en Elsevier, die wel meer geld wilden zien voor een dergelijke afspraak.

Het is vooral de transparantie die deze onderhandelingen teweeg hebben gebracht waar Meijer blij mee is. “In het verleden wisten landen niet van elkaar wat ze betaalden, dat werd angstvallig geheimgehouden door de uitgevers.” De recente Wob-verzoeken in Nederland en in andere landen zoals Zwitserland hebben volgens hem dan ook een positief effect gehad op deze openheid. “Toen werd ineens duidelijk dat er enorme verschillen waren tussen landen.”

Een ander effect dat de onderhandelingen sorteerden is de collectieve actie die het op de been bracht. “De Nederlandse instellingen waren via SURFnet en de VSNU natuurlijk al georganiseerd, maar dit gezamenlijke doel bracht ons echt samen.” Dit model wordt nu internationaal opgepakt, in Frankrijk vanuit Couperin en in Duitsland dus via Projekt DEAL. “Duitsland was dit zeker niet gewend. Hier werd apart per deelstaat onderhandeld, en soms in nog kleiner verband.”

Dat is ditmaal anders vertelt Meijer. “Nu onderhandelen we en bloc, en dat betekent zelfs dat ook al lopen er ondertussen oude contracten af, we die niet verlengen tot er een nationale overeenkomst is.” Eind 2016 liepen er een aantal contracten bij Elsevier af, waarna de uitgever de toegang blokkeerde. “Na een maand kwamen ze daar echter alweer op terug en zetten ze de boel weer open. Dat heeft Elsevier in 2017 gewoon €17 miljoen gekost die ze af kunnen schrijven.

In 2018 gaat het om nog meer universiteiten waarvan de contracten aflopen, vandaar dat Elsevier graag een ‘Ubergangslösung’ wil hebben, een tussentijds contract. “Dat hebben we geweigerd, ook al dreigden ze alsnog de toegang te ontzeggen. Ik heb ze gezegd: doe dat vooral, dan ben je alle sympathie van de wetenschappers kwijt.”

Ondertussen groeit de lijst met onderzoekers die Elsevier boycotten nog altijd, en volgens Meijer staan er nog genoeg mensen in de rij die bereid zijn zich aan te sluiten. “Die lijst is eigenlijk nog langer dan online te vinden is, omdat niet iedereen per se op die lijst wil staan.” Duitsland zet in deze onderhandelingen volgens Meijer hoog in, maar heeft een flinke taak voor zich. “In Nederland zien de collegevoorzitters elkaar maandelijks, en kun je ook een collega geruststellen wanneer onderzoekers in hun instelling zenuwachtig worden. Dat is in Duitsland een ander verhaal.”

Wel heeft Duitsland een voordeel in het feit dat bijvoorbeeld een Max Planck Gezelschap genoeg omvang heeft om ook over alternatieven na te denken. “Als wij zelf een publicatieplatform zouden beginnen, een idee waar nu serieus over gesproken wordt, dan denk ik dat zo’n initiatief een grote kans van slagen heeft.” Op de vraag of dat qua kosten kan wijst hij op een studie die de Max Planck Digital Library deed naar wat er momenteel betaald wordt per artikel. “Wetenschappers hebben lang niet altijd door hoe veel ze alles bij elkaar genomen betalen, maar dat komt uit op zo’n €3800 per artikel.”

"Wetenschappers hebben nog lang niet altijd door hoe veel ze, alles bij elkaar genomen, betalen voor publiceren."

Met oog op de open science beweging waarschuwt Meijer ervoor dat wetenschappers hier niet dezelfde fout maken als bij het publiceren. “Je ziet nu al dat Elsevier aanbiedt om gratis data op te slaan op hun platforms. Maar je zult zien dat als je dat later wilt inzien, dat je daarvoor moet betalen.” De uitgevers hebben volgens hem op de achtergrond al lang en breed een ander businessplan klaarliggen. “Maar je zult zien dat ze deze melkkoe van het publiceren zo lang mogelijk in leven zullen proberen te houden.”

Meijer is desalniettemin strijdlustig en heeft hoge verwachtingen van de ontwikkelingen op Europees niveau. De benoeming van voormalig DG onderzoek en innovatie Robert-Jan Smits als ‘special envoy open access’ heeft dat in het bijzonder versterkt. De eerste Europese summit staat inmiddels gepland voor 2 mei aanstaande. “Daar zouden initieel Nederland, Duitsland en Engeland al meepraten, en daar sluiten Frankrijk, Polen en Oostenrijk, en ook de European University Association en Robert-Jan Smits bij aan.”

Het belangrijkste doel van de bijeenkomst is om zo veel mogelijk informatie over de huidige en voorgestelde deals uit te wisselen, en gezamenlijk tot een Europese strategie te komen. “Wat we ondertussen ook al zien is dat andere landen hun strategie wijzigen.” Als voorbeeld geeft hij Zweden, waar de universiteiten nu de boot afhouden wat onderhandelingen betreft. “Zij willen eerst zien wat de Duitsers doen.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK