Kamer vreest voor prestatiebekostiging bij mbo-akkoord

Verslag | door Frans van Heest
5 april 2018 | Met de prestatieafspraken uit het hoger onderwijs in het achterhoofd, wantrouwt een deel van de Kamer het nieuwe bestuursakkoord met het mbo. De minister vindt dat niet nodig en drukt de Kamer op het hart dat ondanks de prestatiebekostiging dit echt andere afspraken zijn.
(foto: MBO Raad)

In de Tweede Kamer stond het nieuwe bestuursakkoord tussen het mbo en OCW op de agenda. Dit akkoord werd in februari gesloten tussen de MBO Raad en OCW en hierin werden gezamenlijke afspraken gemaakt voor de komende jaren. In het nieuwe bestuursakkoord zijn kwaliteitsafspraken gemaakt en daaraan deels gekoppeld een prestatiebudget. Dit laatste leidde in de Kamer tot veel argwaan. Met de prestatieafspraken vanuit het hoger onderwijs in het achterhoofd vreest men voor rendementsdenken. Volgens Paul van Meenen (D66) hebben de ervaringen in het hoger onderwijs voldoende aangetoond dat dit geen goede weg is. De minister drukte de bezorgde Kamer op het hart dat dit andere afspraken zijn, op basis van vertrouwen.

Kijk naar het rendementsdenken

Het eerste Kamerlid dat zijn bezorgdheid uitsprak over het nieuwe bestuursakkoord was Zihni Özdil van GroenLinks. “Er is veel geld gemoeid met de kwaliteitsafspraken, in totaal anderhalf miljard euro, verspreid over vier jaar. Mijn fractie vraagt zich af of het wel verstandig is om dit geld te investeren in een strak investerings- en prestatiebudget met alle mogelijke prikkels die daarvan uit kunnen gaan. We hebben in het hoger onderwijs gezien waartoe dit kan leiden. Kijk maar naar het rendementsdenken. Wat als een instelling een hele goede reden heeft om een afspraak niet te halen? Bijvoorbeeld: een instelling wil meer prioriteit geven aan kwetsbare jongeren. Wordt een mbo-instelling hierop afgerekend of worden hier ook uitzonderingen op gemaakt?”

Paul van Meenen (D66) had soortgelijke zorgen, maar hij prees wel de doelstelling van het bestuursakkoord. “D66 omarmt de kernwoorden omtrent ruimte en vertrouwen die in dit bestuursakkoord staan. Mijn vraag is wel hoe de kwaliteitsafspraken zich verhouden tot ruimte en vertrouwen? Het lijkt dat men op dit moment er niet op vertrouwt dat mbo-instellingen alles doen waarvoor ze zijn opgericht: namelijk studenten gelijke kansen bieden en studenten voorbereiden op de toekomstige arbeidsmarkt.”

Financiële bonus bij goed presteren

Vooral de financiële prikkels deden de wenkbrauwen fronsen bij Van Meenen. “Waarom heeft dit akkoord zogeheten smart-geformuleerde doelstellingen, die landelijk worden getoetst op ambitie en resultaat en met een financiële bonus bij goed presteren? Waar komt deze behoefte vandaan?”

De minister zei tegen de Kamer dat dit andere afspraken zijn dan in het hoger onderwijs en verwees daarbij naar de drie thema’s die benoemd zijn in het bestuursakkoord. Dan gaat het om jongeren in een kwetsbare positie, gelijke kansen in het onderwijs en onderwijs dat voorbereidt op de arbeidsmarkt voor de toekomst. “We Hebben in deze afspraken drie prioriteiten afgesproken, maar geen landelijke prestatiedoelen, dat is echt een groot verschil. Deze thema’s vinden we allemaal heel belangrijk en we verwachten over en weer dat we daarmee aan de slag gaan. Het is vervolgens aan de mbo-instellingen zelf hoe zij in hun regio en met hun studenten met deze thema’s aan de slag gaan.”

Een volgende stap in de bekostiging

De minister relativeerde het bedrag van anderhalve miljard waar GroenLinks aan refereerde. “Deze kwaliteitsafspraken gaan over 10% van het budget voor het gehele mbo, voor een kwart daarvan gaan we ook echt kijken wat er nu aan afspraken behaald is. Daar zit een afrekenmechanisme in, zoals de Kamer zegt. Hoewel je kunt afvragen of dit een afrekenmechanisme is, het gaat meer over de vraag of je de volgende stap in de bekostiging krijgt.”

Van Engelshoven verwacht ook niet dat deze nieuwe afspraken tot voorzichtigheid bij bestuurders gaat leiden, want 75% van die anderhalve miljard is niet gekoppeld aan prestatiebekostiging. “75% van die bekostiging stellen we nadrukkelijk ter beschikking als investerings- en innovatiebudget. Op die manier probeer ik ook de sector uit te dagen om aan de slag te gaan met innovatie. En nee, we gaan niet afrekenen als er dan een keer iets mislukt. Innoveren doe je niet als er nooit iets mag mislukken.”

Vanuit de Kamer waren er meer zorgen over de financiën. Peter Kwint (SP) kwam terug op de doelmatigheidskorting die nog steeds niet ingevuld is door dit kabinet. “25 miljoen euro dat is de korting waarmee mbo-instellingen de komende jaren te maken krijgen. Dit is de zogenoemde doelmatigheidskorting. Als ik de oplossing van het bestuursakkoord lees dan staat er dat instellingen ook afspraken met gemeentes kunnen maken voor extra bekostiging.”

Buurman zal best een lieverd zijn

Kwint was van mening dat het ministerie op deze manier wegloopt voor hun verantwoordelijkheid. “Het financieren van het mbo is toch een Rijkstaak? Dit riekt een beetje naar tegen je kind zeggen dat het minder zakgeld krijgt en de buurman vervolgens vragen om een bijdrage. Die buurman zal best een lieverd zijn, maar het is niet zijn taak om dat kind zakgeld te geven.”

Hoewel in het bestuursakkoord wel degelijk staat dat mbo-instellingen wellicht door afspraken met regionale overheden extra financiering kunnen binnenhalen als reactie op de doelmatigheidskorting, ontkende de minister dat dit het geval is. “De doelmatigheidskorting is nadrukkelijk uitgesloten van dit akkoord. Zoals al eerder met de Kamer gedeeld komen we in de voorjaarsnota terug op de invulling van deze korting.”

Doet me denken aan stekkerdozen en statiegeld

Een ander onderwerp in het debat betrof de hybride docenten in het mbo. Dit zijn zij-instromers die vanuit het bedrijfsleven in deeltijd lesgeven in het mbo. Een initiatief vanuit het veld met ondersteuning van het kabinet en dat terugkomt in dit bestuursakkoord. Roelof Bisschop van de SGP, zette hier kanttekeningen bij. “Het bestuursakkoord stelt dat circulaire en hybride docenten steeds meer gemeen goed zullen worden. Daar moeten we taalkundig snel van af. Dit doet me meer aan stekkerdozen en statiegeld denken, dan aan docenten. Inhoudelijk baart het de SGP zorgen dat er een nieuw ideaal wordt gepresenteerd waar aan instellingen moeten voldoen. Onderkent de regering de risico’s van versoepeling van de lesbevoegdheid om meer zij-instromers aan te trekken?”

Ministers enthousiast over circulaire carrières

De minister ontkende dat circulaire docenten de norm worden in het mbo. “Soms wordt de indruk gewekt of ik ooit gezegd zou hebben dat de hybride docent, de docent moet zijn in het mbo. Nee, dat is zeker niet de bedoeling, maar de zij-instromer in het mbo die voor een deel ook nog kan werken in het bedrijfsleven is wel een goede aanvulling op het docentenkorps. Het is zeker niet de enige variant die nu wordt nagestreefd. Het is wel een goede aanvulling en het is zeker niet de bedoeling dat de mbo-instellingen alle werkgevers lasten gaan betalen. Daar moeten wel goede afspraken over worden gemaakt.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide maakt gebruik van cookies

Klik op OK om hiermee akkoord te gaan

OK