Positieve discriminatie of einde aan privileges?

Analyse | door Ingeborg van der Ven
25 april 2018 | Het Westerdijk Talentimpuls programma, vijf miljoen subsidie voor de aanstelling van honderd vrouwelijke hoogleraren, was een bekroning op het jaar van Johanna Westerdijk. Maar of Nederland hiermee het lage percentage vrouwen in de wetenschap kan verbeteren is nog niet duidelijk. Minister Van Engelshoven laat weten de impuls niet te verlengen en in de gangen klinkt gefluister over positieve discriminatie. Samen met Annetje Ottow (UU) en Hanneke Takkenberg (EUR en LNVH) maken we alvast een balans op.
Annetje Ottow is vicevoorzitter van het CvB en verantwoordelijk voor diversiteit aan de Universiteit Utrecht

“Ik ben heel erg voor vrouwen in de wetenschap. Ik ben ook heel erg tegen het achterstellen van vrouwen, niet minder tegen het achterstellen van mannen,”, een mannelijke UHD uit Delft richt zich op een maandagavond in Tilburg tot minister Van Engelshoven. “Stel dat uw zoon UHD is en naast hem zit een vrouw met dezelfde kwalificaties en die wordt automatisch benoemd tot hoogleraar. En dan moet je hem gaan uitleggen waarom hij geen hoogleraar is geworden, ‘Ja omdat je geboren bent met een piemeltje’.”

De man spreekt op een bijeenkomst van D66, het is campagnetijd. Hij gaat nog een stapje verder om zijn punt te maken, “Stel dat je tegen je zoon zou zeggen ‘omdat je homo bent’, dan zou iedereen op zijn achterste poten staan. Je kunt toch niet een individu weren op basis van zijn geslacht.” Er klinkt veel geroezemoes in de zaal, maar de minister krijgt geen kans om te antwoorden, want de moderator gaat snel door naar het volgende thema van de avond.

In 2017, het Westerdijkjaar, hebben de Nederlandse universiteiten gezamenlijk vijf miljoen subsidie gekregen om honderd extra vrouwelijke hoogleraren aan te stellen. Per extra aanstelling ontvingen de universiteiten een bedrag van 50,000 euro. Het benoemen van honderd hoogleraren kan een succes worden genoemd, toch ligt elke vorm van positieve discriminatie of laat staan een quota gevoelig binnen de Nederlandse academie. Want ‘het gaat toch om kwaliteit’ en ‘we willen niemand voortrekken’ en ook sommige vrouwelijke hoogleraren zelf willen liever niet ‘als Westerdijk-hoogleraar te boek staan’ of vinden dat ‘we niet in de slachtofferrol moeten blijven hangen’.

Er hadden 112 Westerdijk hoogleraren kunnen zijn

Vanuit verschillende bronnen, universiteiten en belangenverenigingen, hoort ScienceGuide dat er zo veel vrouwelijke kandidaten zijn dat er niet 100 maar 112 hadden kunnen zijn. Op het niveau van het ministerie zijn er gesprekken gevoerd om vanwege de bestaande achterstand alle vrouwelijke UHD’s die door de universiteiten aangedragen waren voor de call van het NWO te promoveren tot hoogleraar. Toch is uiteindelijk besloten om voor de honderd hoogleraren te gaan. Of er een financiële of puur symbolische reden, 100 hoogleraren 100 jaar na Westerdijk, achter dit besluit zat blijft onduidelijk.

Dat er geen financiële stimulans komt na de impuls is wel duidelijk. Zo veel valt op te maken uit de reactie van minister Van Engelshoven tijdens het AO Emancipatie van 5 apil. “Maar ik zou het eigenlijk toch van de zotte, van de gekke vinden — ik zat even te zoeken of dit netjes parlementair taalgebruik is — als wij bij de universiteiten het aantal vrouwelijke hoogleraren alleen omhoog krijgen als we daar vanuit de overheid extra geld voor beschikbaar stellen”.

Dit laatste is een antwoord op de vraag van PvdA-kamerlid Van der Hul die wil weten hoe de minister aankijkt tegen een voortzetting van de Johanna Westerdijk subsidie. Voormalig minister Jet Bussemaker noemt eerder die week tijdens het Movies that Matter festival in Den Haag het verlengen van de impuls van groot belang om de achterstand van Nederland, internationaal gezien, in te halen.

Emancipatie heeft onderhoud nodig

Volgens de huidige minister van Emancipatie is het nu aan de universiteiten zelf om stappen te zetten, “We hebben die impuls gegeven om het even stevig op de agenda te zetten. Men heeft nu ook kunnen laten zien dat het kan, als je het maar wilt. Ik vind dat dit gewoon regulier beleid moet zijn.”

Benoeming volgens ‘normale’ procedure 

Van de veertien universiteiten waren er twaalf succesvol in het behalen van de vooraf opgestelde verdeelsleutel voor de benoeming van extra vrouwelijke hoogleraren. De Rotterdamse universiteit Erasmus en de WUR slaagden er als enige niet in om de doelstelling te behalen. In Rotterdam is er door de universiteitsbladen veel geschreven over mogelijke oorzaken.

Een woordvoerder van de Erasmus School of Economics (ESE) laat aan het Erasmus Magazine weten dat er voldoende financiële middelen beschikbaar zijn en de impuls niet nodig is. “Wij beschikken als ESE over voldoende financiële middelen om kwalitatief hoogwaardige benoemingen te realiseren en gunnen de Westerdijk-subsidie aan faculteiten die deze beter kunnen gebruiken. Daar wil ik het graag verder bij laten.”

In Wageningen lukte het ook niet om de doelstelling te behalen “Vanwege de strikte eisen die aan een hoogleraarschap verbonden zijn en ook de omvangrijke procedure om een hoogleraar te benoemen”, zo legt een woordvoerder de benoeming van een inplaats van vijf vrouwelijke hoogleraren aan Trouw uit.

De Universiteit van Utrecht was het meest succesvol in het aandragen van vrouwelijke UHD’s voor de benoeming tot hoogleraar. In Utrecht is het geluid heel anders dan in Rotterdam. De universiteit Utrecht kon uiteindelijk twintig kandidaten aandragen en heeft negentien vrouwelijke hoogleraren aangesteld met Westerdijkgelden.

“Het was duidelijk dat we deze stimulans niet moesten laten liggen. De minister had, terecht, een deadline gesteld, dit gaf druk op de ketel en ook transparantie. Dus we hebben de handschoen meteen opgepakt,” vertelt Annetje Ottow, vicevoorzitter van het college van bestuur met de Taskforce diversiteit in de portefeuille.

Volgens Ottow was Utrecht succesvol in het benoemen van extra hoogleraren omdat deze universiteit al langer actief werkt aan het stimuleren van wetenschappelijke carrières voor vrouwen. De procedures en de geschikte kandidaten waren dus al in plaats. “We hebben met alle decanen en de rector afgesproken dat voor de benoeming van hoogleraren met een Westerdijk impuls de gewone benoemingsprocedure gevolgd zou worden. Zo kan er geen enkele discussie ontstaan over de kwaliteit van deze vrouwen.”

“Het is zo dat de twintig vrouwen die wij hebben aangedragen na positief advies door het college van promoties zijn benoemd door het college van bestuur. Voor 19 van de 20 hebben we een westerdijkimpuls toegekend gekregen volgens de landelijke verdeelsleutel.”

Daarnaast was het bestuurlijk commitment in Utrecht hoog, “Van te voren is duidelijk afgesproken dat elke decaan binnen zijn faculteit veel aandacht zou geven aan de procedures en beoordelingscriteria specifiek voor de Westerdijk impuls.” In datzelfde jaar werden naast de Westerdijk hoogleraren nog twintig andere vrouwelijke hoogleraren benoemd. In totaal was de verdeling van nieuwe aanstellingen in Utrecht over de periode 10 februari 2017 tot 10 februari 2018 39 vrouwelijke en 34 mannelijke hoogleraren.

We identificeren onszelf met exclusiviteit 

Het is niet zo dat er in Utrecht geen kritische geluiden te horen zijn, Ottow: “Diversiteit gaat niet zonder wrijving en de verandering gaat niet vanzelf. Het feit dat je er een discussie over kan hebben en dat je het niet op alle fronten eens bent, dat wil nog niet zeggen dat niet alle neuzen dezelfde kant op staan.”

Volgens voorzitter van het landelijk netwerk voor vrouwelijke hoogleraren (LNVH) Hanneke Takkenberg ligt hier ook de volgende uitdaging, “De vraag is hoe je de inclusieve cultuur die nodig is voor een verandering, het beste bespreekbaar kan maken. Zodat het niet leidt tot een super-clash.” Op dit moment heeft de Open Universiteit als enige universiteit bijna het zogenoemde ‘kantelpunt’ van dertig procent bereikt. “Het realiseren van dertig procent vrouwelijke hoogleraren is een belangrijke massa. Dan ontstaat er een hevelfunctie wat betreft de cultuur.”

Hanneke Takkenberg is naast voorzitter van het LNVH ook Chief Diversity Officer aan de Erasmus en sinds kort de voorzitter van het internationale Heart Valve Society. “Ik ben de eerste vrouwelijke voorzitter en heb tien jaar lang het diversiteitsthema moeten benoemen.”

“Het thema gender ligt bijzonder gevoelig. Het raakt recht in het hart van de cultuur van de universiteit. Diversiteit is historisch gezien een kwestie geweest van, grof gezegd ‘ontwikkelingshulp’, ja we moeten al die arme minderheden gaan helpen. En daarmee zeg je dus ‘het heeft niks met mijzelf te maken, maar met die ander. Je ziet dat er sprake is van heel veel exclusiviteit en weinig inclusiviteit,” vult Takkenberg aan.

“We hechten veel waarde aan de exclusiviteit, identificeren onszelf ermee, met de ivoren toren.  Ik kan begrijpen dat je dit zo voelt, maar het kan niet meer in deze tijd. Als je je als universiteit zo blijft scheiden, dan kom je volledig los te staan van de maatschappij en heb je geen relevantie meer, en daar zit voor mij de angel.”

Privileges die verdwijnen

Takkenberg heeft veel gezien en gehoord als het gaat om de emancipatie van de vrouw in de wetenschap. Ze is positief over wat er het afgelopen jaar is bereikt en ziet ook uitdagingen. “Ik denk dat een aantal universiteiten nu wel inziet dat de discussie over de cultuur van de universiteit moet plaatsvinden. En dit is belangrijk, want anders zijn wij aan de ene kant vrouwen een systeem aan het inpompen dat zelf niet verandert, waardoor vrouwen het systeem net zo hard weer verlaten.”

Takkenberg herkent het kritische geluid binnen universiteiten met betrekking tot positieve discriminatie. Daarbij begrijpt de voorzitter heel goed waar het gevoel van discriminatie vandaan komt. “Ik kan mij voorstellen dat als jij al die decennia, of langer, in privilege hebt geleefd, en kansen hebt gekregen dan voelt het nu als discriminatie. Maar het is niet zo dat mannen geen kansen meer krijgen. Het zou nu zo moeten zijn dat vrouwen en mannen gelijke kansen krijgen.”

Een pleidooi voor cultuur verandering 

Volgens Annetje Ottow (UU) gaat de benodigde cultuurverandering veel verder dan alleen gender. Daar werkt een taskforce diversiteit, waar Ottow voorzitter van is, hard aan met acties en gesprekken op alle niveaus in de universiteit. Het gegeven dat meer vrouwen hoogleraar zijn, helpt wel, aldus Ottow. “Dat je toewerkt naar een grote hoeveelheid van vrouwen op deze hoogste wetenschappelijke positie, draagt zeker bij aan verandering van de cultuur.”

Op dat gebied, cultuur, verwijst Ottow naar het Utrechtse Netwerk van vrouwelijke hoogleraren, dat nu ook coaching geeft aan de nieuwe Westerdijk hoogleraren. “Kun je de lessen als meer ervaren hoogleraren overdragen aan iemand die net benoemd is? Ook juist iemand die niet uit je eigen onderzoeksgroep komt, maar iemand die wat verder van je af staat en wel ervaren persoon binnen de universiteit, die kan heel veel meebrengen. Dat willen we bieden als ervaren hoogleraren.”

Dat het belang van netwerken, en met name de informele netwerken groot is, onderschrijft Takkenberg. “Hoogleraren die bij bevriende UHD’s aanschuiven tijdens salarisonderhandelingen, dat helpt. Het komt voor dat vrouwelijke UHD’s zes treden lager in een salarisschaal zitten dan mannelijke collega’s. De onderhandelingen waar je in terecht komt als je dit wil corrigeren zijn pittig. De aanwezigheid van een hoogleraar aan tafel die aan jouw kant staat, kan dan helpen.”

Het echte succes van de Westerdijk impuls kan pas worden bepaald als de cijfers bekend zijn van het totaal aantal hoogleraren aan Nederlandse universiteiten in 2017. Dan zal duidelijk worden of de ‘extra’ aanstellingen daadwerkelijk extra zijn geweest en of de groei van het aandeel vrouwen op deze positie is behaald. Dit is in de LNVH monitor als volgt verwoord: “Op basis van de gemiddelde groei per universiteit van de afgelopen tien jaar, valt te verwachten dat 6 van de 14 universiteiten het door hen gestelde streefcijfer ook daadwerkelijk in 2020 zullen behalen.” 

“Deze benoemingen (met de Westerdijkimpuls) dien(d)en plaats te vinden buiten de voorziene benoemingen om voor het behalen van de streefcijfers. Gezien de benoemingen in 2017 worden voltrokken, zal er pas in de loop van 2018/19 iets kunnen worden gezegd over het effect van deze impuls op het uiteindelijke percentage.”

Monitor vrouwen in academie 


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK