Opleidingen de ruimte geven bij bevordering studiesucces

Commissie Studiesucces gaat opleidingen Hogeschool Rotterdam adviseren

Nieuws | door Tim Cardol
23 mei 2018 | Het bindend studieadvies zorgt bij studenten soms voor frustraties. Inmiddels staan hogescholen en universiteiten in hun recht om zelfs een negatief BSA van 60 EC te hanteren. Bij Hogeschool Rotterdam gebeurt dat nu op sommige plekken. De hogeschool heeft nu een commissie ingesteld die advies gaat uitbrengen over studiesucces-bevorderende maatregelen. Een onderdeel daarvan is het beleid omtrent de BSA-norm.
Hogeschool Rotterdam (foto: Cathrotterdam)

Onlangs verloor het Landelijk Studentenrechtsbureau zaken tegen respectievelijk de Erasmus Universiteit en Hogeschool Rotterdam. Laatstgenoemde hanteert een BSA van zestig studiepunten bij twee opleiding van het Instituut voor Commercieel Management. “Zij waren bezig met het doorvoeren van grote onderwijskundige vernieuwingen en willen als onderdeel van die vernieuwde aanpak graag experimenteren met andere BSA-normen”, vertelt collegevoorzitter Ron Bormans.

Ruimte aan opleidingen zelf

Volgens Bormans is het aan opleidingen zelf om te bepalen of en zo ja welke BSA opportuun is. “Elke opleiding heeft een eigen specifieke studentenpopulatie en een eigen werkveld waarvoor wordt opgeleid. Zij moeten zelf kunnen komen tot een goede afweging tussen de hoogte van het BSA en het onderwijsconcept dat wordt gehanteerd.”

Lector Studiesucces Ellen Klatter benadrukt ook de vrijheid van opleidingen. “De variatie in het BSA past bij de hogeschool-brede transitie naar meer decentralisering, waarbij de verantwoordelijkheid voor het onderwijsmodel nadrukkelijker bij opleidingsteams komt te liggen. Het is dan ook aan de opleidingen zelf om te bepalen wat zij kunnen realiseren aan maatregelen die kunnen bijdragen aan studiesucces.”

Klatter heeft de leiding over de Commissie Studiesucces die onlangs door Hogeschool Rotterdam in het leven is geroepen. “De commissie is ingesteld om onze opleidingen te inspireren tot het aanscherpen van hun eigen onderwijskundige visie,” vertelt Bormans. “Zij gaat onderzoeken op welke wijze studiesucces kan worden bevorderd en daarbij kijken zij ook naar de relatie tussen studiesucces en studiesucces bevorderende maatregelen, zoals een hogere BSA-norm.”

Het BSA als hulpmiddel

Het eerste wat de Commissie Studiesucces zal gaan doen is een aantal opleidingen selecteren en benaderen om het gesprek mee aan te gaan over het studiesucces. “Daarbij kijken we onder andere naar de stijging of daling van het diploma- c.q. propedeuserendement van het afgelopen jaar, en de maatregelen die volgens de opleidingen zelf, daar in de voorgaande jaren aan hebben bijgedragen,” legt Klatter uit.

Het BSA is een van die maatregelen. Klatter benadrukt daarbij dat dit nooit een op zichzelf staand beleidsinstrument kan zijn, maar altijd in samenhang met een aantal passende onderwijskundige maatregelen zal worden ingezet. “Het BSA kan een hulpmiddel zijn om vertraging van studenten in het eerste jaar te voorkomen, zodat de doorstroom in de jaren erna ongestoord kan verlopen. In het onderzoek wordt ook het onderwijstraject na de propedeuse betrokken, waarbij onder andere de volgende vragen van belang zijn: leidt het verhoogde propedeuserendement ook tot minder uitval in latere jaren. En, is het effect van de geïmplementeerde vernieuwingen blijvend voor volgende cohorten?”

De harde eis van zestig studiepunten wordt door critici als te rigoureus gezien, toch stelt Ron Bormans dat de hogeschool dit weet te ondervangen. “De BSA-regeling gaat gepaard met een compensatieregeling en wijzigingen in het herkansingsbeleid. Door dit herkansingsbeleid in combinatie met de compensatieregeling en goede voorzieningen wanneer studenten ziek worden of om andere redenen tijdelijk niet of minder goed kunnen studeren, worden studenten niet oneigenlijk afgewezen.”

Ruimte voor nieuwe maatregelen

De collegevoorzitter benadrukt daarbij dat de vernieuwde onderwijskundige aanpak studenten veel beter begeleidt. “Studenten worden veel meer gecoacht en er wordt talent-ontwikkelingsgericht gewerkt. Verder is er activerend onderwijs, met veel real-life projecten, een kortere lescyclus en beperkt aantal vakken tegelijk. De resultaten van COM zijn positief. Sinds de invoering van de maatregelen halen relatief veel meer studenten hun propedeuse.”

Volgens Klatter is het nu zaak om samen met docenten, studenten en opleidingen te bekijken welke maatregelen als positief of juist storend worden ervaren in relatie tot studiesucces. “We willen dus vooral ophalen wat er speelt en leeft binnen de hogeschool rondom studievoortgang. Het BSA is daarbij een focuspunt, maar we zijn geen one-issue commissie.” Mochten de gesprekken daar aanleiding toe geven, dan is het ook mogelijk dat de Commissie Studiesucces voorstellen zal doen tot nieuwe maatregelen.

 


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK