Ouderbetrokkenheid bevordert de studieresultaten

Nieuws | door Frans van Heest
22 mei 2018 | Ouders moeten meer betrokken worden bij de opleiding van hun kinderen. Studenten vinden dat ook prettig en dit bevordert de studieprestaties. Dat zegt Carolien Gravesteijn, lector ouderschap aan de Hogeschool Leiden.

Bij de Studiedag Succesvol Studeren op de Hogeschool Leiden hield Gravesteijn een verhaal dat niet vaak gehoord wordt. Het ging over de rol van ouders bij de studie van hun kinderen. Gravesteijn doet onderzoek naar het ondersteunen van ouders en wil inzicht krijgen in ouderschap in de verschillende fases van het leven.

Volgens de Leidse lector hebben ouders het vandaag de dag niet makkelijk. “Ouders hebben heel veel ballen in de lucht houden. Ze hebben niet alleen de opvoedbal in de lucht te houden, maar ook: de zorgen met hun werk. Ze hebben te maken met financiële kwesties, daarnaast hebben ze ook nog de partnerrelatie. Kortom, het is belangrijk dat dat enigszins in balans is.”

Weinig aandacht voor kinderen op latere leeftijd

Gravesteijn verbaast zich erover dat er relatief weinig aandacht is in de literatuur voor ouders die kinderen hebben die het huis uitgaan of gaan studeren. “Ouderschap ontwikkelt zich en daar is relatief weinig aandacht voor. We weten veel over de ontwikkeling van kinderen. Maar het is wel bijzonder dat we ons zo weinig verdiept hebben in hoe het ouderschap zich op latere leeftijd van het kind ontwikkelt.”

Ouderbetrokkenheid op latere leeftijd hoeft helemaal niet vreemd te zijn benadrukte de lector, juist ook omdat kinderen dit zelf ook belangrijk vinden. “Over het algemeen geven jongeren aan dat zij het belangrijk vinden dat ouders betrokken blijven ook als zij het huis uitgaan. Dan gaat het met name over de financiële kwesties, over het op kamers gaan, over het regelen van dingen betreffende de studie. Zodra het gaat over sociaal-emotionele vaardigheden en je daadwerkelijk bemoeien met de opleiding van je kind dan wordt dat vaak gelabeld als overbeschermend.”

Dat is volgens Gravesteijn jammer, want ook studerende kinderen kunnen de hulp van ouders meer dan goed gebruiken. “Daar schuilt een probleem in. Want het kan zijn dat de omstandigheden op de opleiding op dat moment zo zijn dat het even nodig is dat de ouders weer de regie pakken en weer even in de opvoedrol komen. Dan is het voor de ouders belangrijk om te weten wat er speelt in de opleiding. Het is namelijk zo dat de transitie naar de vervolgopleiding voor jongeren moeilijk is, maar ook voor de ouders is dit moeilijk.”

De zaal die vol zat met opleiders in het hoger onderwijs werd erop gewezen dat het belangrijk is om hier van bewust te zijn. “Het is belangrijk als professional dat wij weten wat ouders meemaken en dat wij daar enigszins zicht op hebben. Ik snap ook wel dat we niet willen dat de ouders in de opleiding komen zitten, maar in sommige situaties kan het belangrijk zijn om ze te betrekken.”

Gevoelens van eenzaamheid

Het loslaten van het kind blijkt voor ouders vaak zwaarder te zijn dan wordt gedacht, maar dit geldt ook voor het kind zelf. “Het is als ware een scheidingsproces. Het verdriet van de ouder wordt vaak onterecht gezien als overdreven. Maar ook bij de student komt er een fase dat het toch allemaal wel een beetje tegenvalt. Het op kamers wonen, daar hoort ook voor jezelf zorgen bij, maar daar horen soms ook gevoelens bij van alleen zijn en eenzaamheid. Is dit het nou? En dat geldt ook voor de vervolgopleiding. Vaak grote collegezalen, je moet je plekje maar zien te vinden en ook studenten krijgen een fase waar ze weer doorheen moeten. We weten ook dat het bij deze fase belangrijk is dat ouders zich daarop voorbereiden.”

Zeker met de toegenomen druk op studenten is het volgens de lector ook voor studenten niet makkelijk. “Studenten zijn nog niet uit ontwikkeld. Ook hun brein niet: ze hebben veel ballen in de lucht te houden. De studie, de vele baantjes die ze ook soms moeten hebben om financieel rond te komen, ook social media speelt een belangrijke rol. Studenten willen er vooral ook bij horen.” Studenten worstelen met burn-out, depressie en stress en ze zijn nog niet klaar met hun relatie met hun ouders. Het is een heel breed pakket met taken voor de student. Binnen deze hogeschool hebben we daar ook de nodige aandacht voor.”

Minder last van depressies

Gravesteijn wil daarom meer aandacht voor ‘levensvaardigheden’. Daarbij moet gedacht worden aan de sociale en emotionele ontwikkeling van het kind met de ouders. “Op het moment dat we kinderen en jongeren levensvaardigheden aanbieden dan groeien ze niet alleen in sociaal opzicht. Ze hebben ook minder last van depressieve gevoelens, gebruiken minder genotsmiddelen en ze doen het ook beter op de opleiding.”

Juist in deze fase is het oudercontact erg belangrijk legt Gravesteijn uit. “De meeste studenten wonen nog thuis. Hoe je het ook het wendt of keert ze hebben veel met hun ouders te maken. Ouders beïnvloeden hen. Op het moment dat je het idee hebt dat het niet goed gaat thuis of tijdens de opleiding is het altijd belangrijk omdat in het achterhoofd te houden. Ouders kunnen een bron van informatie zijn in plaats van lastig en een storende factor. Als ouders een manier vinden om betrokken te zijn bij de opleiding dan heeft dat een positieve invloed op de emotionele ontwikkeling van kinderen.”

Adviseren niet oplossen

Ouders moeten zichzelf volgens de Leidse lector ook bewust zijn van hun relatie tot de opleiding. “Zie ouders als gesprekspartner en als informatiebron. Voor de ouders is het belangrijk dat zij zich realiseren dat zij betrokken zijn, maar zaken niet overnemen. Ze moeten adviseren en niet oplossen, zij moeten een transitie maken van opvoeden naar begeleiden, van sturen naar advies.”

Ook is er op de Hogeschool Leiden onderzoek gedaan naar wat studenten zelf vinden van ouderbetrokkenheid. Daar kwam een opvallend resultaat uit. “We hebben aan studenten gevraagd: ‘wat vinden jullie eigenlijk dat je ouders zich bemoeien met de studie?’ 80% vindt dat geen probleem. We hebben ook gevraagd om een voorbeeld te geven hoe ze die relatie zien. Dat zijn zeer uiteenlopende metaforen van positief tot negatief, van steunend tot minder steunend. Volgens mij kan dit ook een mooie ingang zijn om met studenten in gesprek te gaan over de betrokkenheid en invulling van ouders bij hun opleiding.”

Ik mag de ouders niet informeren

Vanuit de zaal kwam tot slot een vraag van Anne Clasquin, docent aan de lerarenopleiding bij Hogeschool Van Hall Larenstein. “Mij is eigenlijk altijd gezegd door decanen en ook mensen van beleid: ‘je mag niets aan de ouders vertellen.’ Maar ik heb weleens ouders aan de telefoon gehad, half huilend omdat ze niet weten hoe het met hun kind gaat. Dan kan ik wel zeggen dat ik hun zorgen deel, maar ik mag niet de informatie geven die zij nodig hebben. Ze denken dat hun zoon of dochter op stage is en dat is dan niet zo. Dan voel ik een enorm conflict, over wat ik wel en niet mag zeggen. Bij ons op de hogeschool is het beleid dat je dat dan niet mag doen.”

Gravesteijn vindt dit geen goede houding. “Ik ben er echt een voorstander van om die ouders wel te woord te staan en te informeren. Want anders sluit je je ogen voor het belang van de ouders. Het hoeft niet heel close te worden, maar je kunt wel de ouders informeren hoe ze betrokken kunnen zijn en uitleggen hoe het eraan toegaat op een hogeschool. Ik ben ervan overtuigd dat dat het lijntje kort houdt. En als ouders iets vragen en betrokkenheid tonen dan moet je niet meteen terugdeinzen. En denken: Oh straks gaan ze een rechtszaak aanspannen of straks zien we de ouders hier dagelijks. Nee: ouders hebben nog steeds een heel belangrijke rol te vervullen.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK