Studieloopbaanbegeleiding levert het hbo geld en studiesucces op

Nieuws | door Frans van Heest
13 juni 2018 | Als studieloopbaanbegeleiding goed vorm wordt gegeven dan levert dit financieel voordeel op voor hogescholen en bovenal een hoger studiesucces voor studenten. Dit blijkt uit promotieonderzoek van Mark te Wierik aan de Vrije Universiteit. Hij deed hier onderzoek naar op Hogeschool Windesheim.

Eén van de mogelijke manieren waarop hoger onderwijsinstellingen studiesucces kunnen bevorderen is duidelijke richtlijnen geven aan studenten over hoe ze succesvol kunnen studeren. Mede daarom nam een toenemend aantal Nederlandse hogescholen de afgelopen jaren studieloopbaanbegeleiding in het curriculum op als onderdeel van competentiegericht hoger beroepsonderwijs. Dit blijkt uit het promotieonderzoek van Mark te Wierik die in het dagelijkse leven onderzoeker studiesucces is aan de Hogeschool Windesheim.

Uit het proefschrift ‘Vocational career guidance in Dutch higher vocational education’ van Te Wierik blijkt ook dat het in 2006 door  ingevoerde systeem van studieloopbaanbegeleiding positieve effecten heeft op eerstejaars studiesucces en op eerstejaars studiemotivatie. Bovendien concludeert Te Wierik op basis van een kosten-batenanalyse, dat studieloopbaanbegeleiding in geldelijk opzicht de investering van Windesheim waard was.

Vier EC per jaar voor loopbaanbegeleiding

Windesheim heeft in 2006 het competentiegericht onderwijs ingevoerd om studenten te stimuleren meer verantwoordelijkheid te nemen voor hun leerproces en hen in staat te stellen hun studieprogramma’s aan te passen. Dit programma van studieloopbaanbegeleiding bestond uit een programma van ieder jaar vier EC. Docenten werden voor het geven van dit vak in tijd gefaciliteerd om deze extra taak uit te voeren, evenals voor de taak van supervisie en toetsing van studieloopbaanbegeleiding.

Windesheim wilde met dit plan de uitval met 15% laten dalen. In dit onderzoek is gekeken of die doelstelling uit 2006 behaald is. Omdat er volgens de onderzoeker veel externe factoren waren is niet onomstotelijk vastgesteld dat de eerstejaarsuitval omlaag is gebracht. Dit onderzoek is gedaan op de cohorten die in 2000 en in 2008 waren gestart verdeel over drie opleidingen, sociaal werk, economie en ict.

In deze periode werd Windesheim geconfronteerd met een enorme groei. Dit is een verklaring voor hogere uitvalpercentages. Hierdoor bleek de introductie van studieloopbaanbegeleiding minder succesvol dan Windesheim had gehoopt. Studenten hadden liever meer reflectie gehad in hun eerste jaar, in het bijzonder in relatie tot hun studievoortgang.

In het onderzoek is vervolgens gekeken in hoeverre studieloopbaanbegeleiding het studiesucces heeft verhoogd. Om zo vast te stellen of studieloopbaanbegeleiding een significante invloed heeft op eerstejaars studiesucces. De resultaten van deze studie lieten zien dat eerstejaars voltijdstudenten van Windesheim meer studiepunten behaalden in het competentiegerichte onderwijssysteem waarin ze vanaf 2006 werden begeleid.

Daarnaast behaalden studenten die hun eerste jaar afrondden niet alleen meer studiepunten nadat studieloopbaanbegeleiding in 2006 was ingevoerd. Tegelijkertijd haalden zij in vergelijking tot studenten die in het eerste halfjaar uitvielen, hogere cijfers voor het eerst behaalde vak. Deze resultaten laten volgens de onderzoeker een “significant positieve invloed van studieloopbaanbegeleiding op het studiesucces van Windesheim zien.”

Kosten-baten analyse

Het effect van studieloopbaanbegeleiding op de motivatie van studenten is ook onderdeel van het onderzoek. Op basis van ingevulde vragenlijsten op het terrein van competenties, vaardigheden, leerstijl en toekomstige beroepskeuze richtte deze studie zich in het bijzonder op de beweegredenen die eerstejaars studiesucces versterkten.

Op het niveau van de drie onderzochte opleidingen als geheel liet deze studie geen versterkende invloed van studieloopbaanbegeleiding op eerstejaars studiemotivatie zien. Echter, op het niveau van individuele opleidingen constateerde deze studie voor twee (van de drie) opleidingen en voor twee (van de vier) motivatieschalen een significant positieve invloed van studieloopbaanbegeleiding op eerstejaars studiemotivatie.

Er is ook gekeken naar de puur financiële consequenties voor de instelling om studieloopbaan begeleiding in te voeren. Dit onderzoek heeft als doel om te kijken of het voor hbo-instellingen een goed middel is om uitval te voorkomen en afstuderen te bevorderen. Deze studie kijkt in wat voor mate studie-uitval zou moeten dalen om als instelling een positieve opbrengst uit investeringen in studieloopbaanbgeleiding te behalen. Er is gekeken wanneer deze begeleiding in termen van kosten break-even zou zijn.

Al vanaf 14 studenten was het break-evenpoint bereikt op Windesheim. Anders gezegd waren de potentiële baten van studieloopbaanbegeleiding groter dan de kosten op het moment dat 14 of meer studenten voor studie-uitval werden behoed. Uit het onderzoek onder de drie opleidingen waar de uitval in het eerste jaar 33% was gedaald met 2,3%. Dat was het punt om daarmee de kosten terug te verdienen. Volgens de onderzoeker wordt daarmee de centrale vraag van dit onderzoek of studieloopbaanbegeleiding de investering waard is positief beantwoord.

Instellingen moeten voorbereid zijn op risico’s bij hervormingen

Het afsluitend hoofdstuk in het onderzoek geeft een reflectie op de verschillende deelstudies in deze promotie. “De algehele conclusie daarvan is dat studieloopbaanbegeleiding van Windesheim resulteerde in positieve onderwijskundige effecten op eerstejaars studiesucces en op eerstejaars studiemotivatie, die door eerder onderzoek werden bevestigd.”

Tevens benadrukt dit hoofdstuk de risico’s waarop hoger onderwijsinstellingen zich zorgvuldig zouden moeten voorbereiden in het geval van ingrijpende onderwijshervormingen. “Tijdens het onderzoek naar deze invloeden bleken de effecten van studieloopbaanbaanbegeleiding op het eerstejaars studiesucces aanmerkelijk complexer dan gedacht. Daarmee is de meerwaarde van dit onderwijskundig-financiële onderzoek zoals gerapporteerd in dit proefschrift dan ook tweeledig.”

Te Wierik pleit er dan ook voor dat er altijd goed onderzoek gedaan moet worden naar de effecten van nieuw beleid. “In de situatie waarin een instelling van plan is het onderwijsbeleid te herzien of een onderwijshervorming te starten, kan – of misschien wel moet – gelijksoortig onderzoek vooraf een zeer belangrijke rol spelen in een tijdige inschatting van de mogelijke consequenties van deze veranderingen. En, last but not least, in geval van een lopende onderwijshervorming kan – of misschien wel moet – gelijksoortig onderzoek een essentiële rol spelen in het onderzoek naar de effecten van deze hervorming, zowel tussentijds als naderhand.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK