Digitalisering is alleen effectief als het een inhoudelijk doel heeft

Opinie | door Carla Haelermans
10 juli 2018 | Hoe kunnen we ervoor zorgen dat ICT effectief gebruikt wordt in het onderwijs? Een belangrijke vraag die aansluit bij de trend om steeds meer ICT in te zetten bij onderwijsinnovaties. Een essentieel aspect van succesvolle implementatie is om ervoor te zorgen dat het een inhoudelijk doel heeft, en niet van bovenaf wordt opgelegd.
Foto: U.S. Air Force/Dennis Stewart

Hoe kunnen we ervoor zorgen dat ICT effectief gebruikt wordt in het onderwijs? Een belangrijke vraag die aansluit bij de trend om steeds meer ICT in te zetten bij onderwijsinnovaties. Een essentieel aspect is om ervoor te zorgen dat ICT een inhoudelijk doel heeft, en niet van bovenaf wordt opgelegd.

ICT in het onderwijs is niet meer weg te denken. Leerlingen en studenten zijn onafscheidelijk van hun smartphone en/of tablet en communicatie gaat veelal digitaal. Ook de meeste onderwijsinstellingen gebruiken elektronische leeromgevingen en digitale volgsystemen en ook toetsen worden steeds vaker digitaal gemaakt. Ook het recent gepubliceerde versnellingsplan Onderwijsinnovatie met ICT van de VSNU sluit hierbij aan. De mogelijkheden van technologie zouden beter benut moeten worden, want het onderwijs kan niet meer om technologie heen.

Toch kost ICT op dit moment vooral veel geld en lijkt het niet altijd wat op te leveren, hoewel de mogelijke voordelen groot zijn. Het kan de docent veel mogelijkheden bieden door meer inzicht te krijgen in het leerproces van studenten en leerlingen, en zo aanbod te creëren wat aansluit bij de behoeftes van individuele studenten.

ICT is zeker niet per definitie effectief, en het gebruik ervan levert niet altijd een positieve bijdrage. Sterker nog, het kan zelfs averechts werken als het vooral voor afleiding zorgt. Er zijn bijvoorbeeld studies die hebben aangetoond dat sommige leerlingen beter presteren als de smartphone uit de leerruimte verbannen wordt.

Haelermans & Ghysels (2017a) laten zien dat de werkzaamheid van digitale programma’s wel behoorlijk groot kan zijn. Toch concludeerde de OESO enkele jaren geleden dat, alhoewel bijna alle leerlingen weliswaar toegang hadden/hebben tot ICT, er desondanks geen relatie met onderwijsprestaties te ontdekken was. Kennelijk wordt het dikwijls niet optimaal ingezet in het onderwijs en leveren de investeringen niet het gewenste resultaat.

Zorg voor een specifiek doel

Een antwoord op de beginvraag is dat het vooral belangrijk is dat de inzet van ICT een inhoudelijk doel dient, en past bij het specifieke onderwijsplan van de docent. Inherent hieraan is het belang om innovaties met ICT in het onderwijs van docenten zelf te laten komen. Ook zou er beter en meer onderzoek moeten worden gedaan en moeten de uitkomsten daarvan beter verspreid worden zodat docenten een weloverwogen keuze kunnen maken.

Zo laat onderzoek van Bartelet en collega’s (2016) en Haelermans en Ghysels (2017b) bijvoorbeeld zien dat ICT dat een heel specifiek doel dient, zoals individuele differentiatie voor de leerling of student mogelijk maken heel effectief kan zijn. Het biedt uitkomst bij digitaal toetsen waar onmiddellijke feedback kan worden gegeven. Het kan ook dienen om ouders te faciliteren om meer betrokken te zijn bij het huiswerk van hun kind.

Wat zijn de opbrengsten van ICT investeringen?

Algemene investeringen in ICT, zoals geld om computers te kopen of een internetverbinding aan te leggen, blijken juist hele wisselende effecten te sorteren. Goolsbee en Guryan (2006) vinden in hun studie naar het effect van een internetverbinding thuis geen effect, terwijl bijvoorbeeld Machin en collega’s (2007) een positief effect vinden van uitgaven aan ICT op leerlingprestaties. Aan de andere kant wordt door enkele onderzoekers, zoals door Leuven en collega’s (2007), juist een negatief effect gevonden van subsidies voor ICT.

Een ander voorbeeld van een gebrek aan effect is een grootschalige studie van Christia en collega’s (2012) naar een One Laptop per Child programma op het Peruviaanse platteland. Daaruit bleek dat dit programma inderdaad meer leerlingen toegang gaf tot computers en dat de leerlingen de computers meer gebruikten. Maar de onderzoekers vonden geen effecten ervan op motivatie en reken/taaltoetsen. De computers bleken vooral gebruikt te worden voor ‘normaal’ computergebruik zoals tekstverwerken, browsen, muziek luisteren en spelletjes spelen, en veel minder voor specifieke educatieve doeleinden.

Universiteiten kunnen niet achter blijven

Het is belangrijk om bij de start van onderwijsontwikkeling of doorontwikkeling niet alleen na te denken over de inhoud, maar ook over de vorm en de manier waarop de inhoud het beste overgebracht kan worden en het grootste leereffect kan genereren. Juist hier kan ICT een effectieve rol spelen. Vaak kun je de inhoud ook wel overbrengen zonder ICT, maar maakt het dingen mogelijk die met traditionele lesmethoden veel lastiger, tijdrovender of inefficiënter zouden zijn.

Door gebruik te maken van ICT ontstaan er bijkomende mogelijkheden om het geleerde van de inhoud te vergroten, bijvoorbeeld door tijdswinst of een andere vorm van efficiëntie, of doordat de het nieuwe informatie genereert die de docent in kan zetten om de leerwinst nog groter te maken. Maar, welk type en vorm van ICT het beste bij welk leerdoel past is zeer contextafhankelijk, en dit is precies de reden waarom gebruik ervan uit docenten zelf moet komen om effectief te zijn. Het moet passen bij het specifieke leerdoel voor een specifieke doelgroep van leerlingen of studenten, in een specifieke studie of vakcontext.

Om ICT-innovaties in het onderwijs een duidelijk doel te laten dienen, en van docenten zelf te laten komen, is het noodzakelijk om in voldoende facilitering te voorzien. Dit gaat dan om het stimuleren en informeren van docenten om met ICT aan de slag te gaan, maar ook om het financieel faciliteren en compenseren in de te investeren tijd. Daarbij hoort ook tijd voor de continue professionele ontwikkeling van docenten om beter te leren op welke manier het effectief kan zijn. Tenslotte is het belangrijk om hoogwaardig effectonderzoek te faciliteren en financieren, om steeds beter te leren wat succesvolle vormen van ICT-inzet zijn.

De ontwikkeling van ICT in het onderwijs blijft continu in beweging en vraagt continu aandacht. Universiteiten kunnen op dit punt niet achterblijven, want ook zij investeren volop in digitalisering terwijl de opbrengsten ervan lang niet altijd evident zijn. En wie kan er nu beter de brug slaan tussen inzet van ICT en het direct onderzoeken van de meest effectieve vorm ervan dan de universiteiten zelf?

Carla Haelermans : 

Universitair hoofddocent onderwijseconomie aan de Universiteit van Maastricht en onderzoeker bij onderzoeksinstituut TIER

Literatuurverwijzingen

Digital tools in education – On Usage, Effects and the Role of the Teacher

Digitale hulpmiddelen in het Onderwijs

Effektiv användning av IKT I undervisningen

Haelermans, C. (2018). Sveriges läromedelsförfattares Förbund. Tikdskrift Manus, 1 2018, 4-5.

Evaluating didactical interventions in primary and secondary education

Haelermans, C. & Ghysels, J. (2017a). In Johnes et al. (Eds.). Handbook of Contemporary Education Economics. G. Johnes, J. Johnes, T. Agasisti and L. López-Torres, Edward Elgar Publishing, pp. 141-161.

The Differential Effect of Basic Mathematics Skills Homework via a Web-Based Intelligent Tutoring System Across Achievement Subgroups and Mathematics Domains: A Randomized Field Experiment

Bartelet, D., Ghysels, J., Groot, W., Haelermans, C., & Maassen van den Brink, H. (2016).  Journal of Educational Psychology, 108(1), 1-20.

Does Technology in Schools Affect Repetition, Dropout and Enrolment?

Christia, J. P., Czerwonko, A., & Garofalo, P. (2014). Journal of Applied Economics, 17(1), 89–112.

The Impact of Internet Subsidies in Public Schools

Goolsbee, A., & Guryan, J. (2006). Review of Economics and Statistics, 88(2), 336-347.

The Effect of Individualized Digital Practice on Math Skills at Home – Evidence from a Randomized Experiment on Whether and Why it Works

Haelermans, C., & Ghysels, J. (2017b). Computers and Education, 113(1), 119-134.

The effect of extra funding for disadvantaged pupils on achievement

Leuven, E., Lindahl, M., Oosterbeek, H., & Webbink, D. (2007). The Review of Economic and Statistics, 89(4), 721-736.

New technologies in schools: Is there a payoff?

Machin, S., McNally, S., & Silva, O. (2007). New technologies in schools: Is there a payoff? The Economic Journal, 117, 1145-1167.

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK