“Je kunt niet alles afdwingen in een cao”

Reacties op het drieluik over de arbeidsvoorwaarden van promovendi

Nieuws | door Sicco de Knecht & Ingeborg van der Ven
4 juli 2018 | Vandaag publiceert ScienceGuide het laatste deel van een drieluik over de contracten en rechtspositie van promovendi. Vakbonden, werkgevers en jonge academici reageren op de verhalen over uitbuiting, fraude en promoveren in de WW.

De serie over de arbeidsrechtelijke positie van promovendi die ScienceGuide de afgelopen maand publiceerde liet de gemoederen niet onberoerd. Meerdere belanghebbenden informeerden naar de achtergrond van de casussen uit de serie over arbeidsvoorwaarden. “Gebeurt dit ook bij ons?” was een veelgehoorde vraag.

Vanwege het belang van anonimiteit kunnen wij hier vanzelfsprekend geen specifieke uitspraken over doen. Wel kan worden gesteld dat de verhalen die ons bereikten van alle soorten instellingen kwamen. Hoe belangrijk de anonimiteit is voor de geïnterviewden bleek uit de vele versies en late mailwisselingen en telefoontjes die kwamen kijken bij de publicaties. De promovendi die hun verhaal deden wilden koste wat kost niet herkend worden.

“Ik betaal mijn promovendi niet om te schrijven”

Dat feit is wellicht het meest illustratief voor de cultuur aan universiteiten dan de arbeidsconstructies die wij beschreven. Een van de promovendi verwoordde het als volgt: “Het ontbreekt aan de structuren om elkaar verantwoordelijk te houden zonder er zelf voor op te moeten draaien.”

Wij legden de casussen voor aan een groot aantal belanghebbenden rond het thema. Met die organisaties reflecteren we in dit artikel op de arbeidsrechtelijke positie van jonge onderzoekers, de nieuwe cao, hun arbeidsomstandigheden en de cultuur aan de universiteit.

PNN: “Niet alle promotoren zullen het slecht bedoelen”

De nieuwe voorzitter van het Promovendi Netwerk Nederland (PNN) Anne de Vries komt van de Tilburgse universiteit. “Hier werken we al met een promovendi volgsysteem.” Dit is volgens de voorzitter een eerste stap als we het met haar hebben over oplossingen voor het tegengaan van onrechtmatige arbeidsconstructies. “Maar het is dan ook echt pas een eerste stap, want een tweede is meteen het ontwikkelen van beleid. ‘Wat is bij ons de grens en wat vinden wij onacceptabel?’”

Het PNN onderzoekt zelf jaarlijks de verschillende arbeidsvoorwaarden aan de hand van openstaande vacatures. “De serie artikelen van ScienceGuide is erg schrijnend en laat nu zien dat de resultaten van onze Monitor Arbeidsvoorwaarden slechts het topje van de ijsberg zijn.” Een van deze resultaten is dat 14% van de aangeboden contracten een aanstelling korter dan drie jaar of een parttime aanstelling van vier jaar is. Zoals zowel Jan Boersma als Donald Pechler aangeven is dit vanaf nu in strijd met de nieuwe cao.

“Universiteiten kwamen na publicatie van ons onderzoek bij ons de cijfers over hun eigen universiteit opvragen. Zelf hadden ze niet in beeld welke promovendi als werknemer van de universiteit zijn aangesteld,” aldus De Vries. Hier gaat het volgens de voorzitter met name mis. Er is geen inzicht, en daarmee dus ook geen toezicht, op welke verschillende promovendi er werkzaam zijn onder welke contractvormen. “We zijn nu afhankelijk van journalistiek onderzoek of verkenningen van vacatureteksten.”

Neem promovendi serieus en doe onderzoek

De onderhandelende partijen hebben afgelopen zaterdag het onderhandelaarsakkoord cao universiteiten vastgesteld. Hierin is ook de bepaling opgenomen dat er vanaf nu wordt uitgegaan van de standaard periode van vier jaar. Het is een beginselprincipe dat is opgenomen maar het spreekt volgens de bonden uit dat een kortere periode dan vier jaar niet toereikend is.

“We zijn erg blij met de nieuwe afspraken in de cao. We hebben niet voor niks in Nederland een cao. Dus het is wrang dat niet alle promovendi hier gebruik van kunnen maken omdat werkgevers om de cao heen werken.” De Vries verwijst hiermee naar promovendi die via uitzendbureaus of als ZZP’er werkzaam zijn.

"Als we de middelen eigenlijk niet hebben, willen we dan toch een promotieplaats creëren?"
Anne de Vries - voorzitter Promovendi Netwerk Nederland

Veel van de promovendi die hun verhaal met ScienceGuide deelden geven aan dat hun eigen promotor geen verwijten te maken zijn. Het beeld dat deze misstanden een gevolg zijn van opzet lijkt dan ook niet te kloppen. Dit herkent De Vries ook. “Het hoeft ook geen kwade wil te zijn als zo’n constructie verzonnen wordt. Het kan best zijn dat iedereen het goed bedoelt.”

“Dan nog moet je bedenken ‘Als we de middelen eigenlijk niet hebben, willen we dan toch een promotieplaats creëren?’ Of moeten we soms gewoon zeggen ‘Het kan nu niet’. En daarom is het zo van belang dat je met elkaar afspreekt wat je wel en niet wil binnen een instelling. Vooral omdat promovendi vanuit schaarste snel ja zullen zeggen.”  

De Vries roept universiteiten, en ook de minister op, om structureel te onderzoeken welke dubieuze constructies er bestaan waar promovendi mee te maken kunnen krijgen.”Universiteiten dienen hier, ook vanuit goed werkgeverschap, hun verantwoordelijkheid in te nemen. Kortom: onderzoek doen, beleid maken en handhaven. Dat alles kun je niet overlaten aan individuele afdelingen of personen die een rechtstreeks belang hebben bij het promotietraject.”

Jonge Akademie: “We moeten wetenschap waarderen en dus ook de mensen.”

“We weten natuurlijk niet hoe de werkgevers van deze mensen erover denken, maar dit zijn schrijnende verhalen, dat zeker. Wat vooral opvalt is dat er weinig professionaliteit spreekt uit de situaties.” Volgens Belle Derks, voorzitter van De Jonge Akademie (DJA) is het vooral de vraag of dít nu de manier is waarop omgegaan moet worden met talent. “Als je wilt dat wetenschap gewaardeerd wordt dan moet je ook de mensen die het uitvoeren waarderen. Dan moet je dus niet aan dit soort constructies beginnen.”

“Er zit een zwakheid in het systeem waardoor het in sommige situaties tot dit soort schrijnende gevallen leidt.” Derks ziet de perverse prikkels in het wetenschapssysteem als een van de oorzaken van de vrijheden die genomen worden met aanstellingen. “Het gebrek aan middelen om wetenschap te bedrijven zullen hier onherroepelijk toe leiden.”

“Het gaat natuurlijk ook heel vaak wel goed, dus ik begrijp dat er weerstand is tegen het afschaffen van dit soort constructies.” Toch trekt Derks een heldere lijn. “Gelijk werk moet gelijk beloond worden.” DJA maakt zich dan ook al langer hard voor het behouden van rechtsgelijkheid onder promovendi. “Momenteel zijn we ook aan het inventariseren hoe het staat met de groep promovendi die het hardste groeit: buitenlandse promovendi met hun eigen geld.” Daarvoor heeft DJA een inventarisatie uitgezet om de voor- en nadelen van deze ontwikkeling voor buitenlandse contractpromovendi in kaart te brengen.

De wetenschap moet een coöperatie zijn

“Je kunt wel stellen dat deze promovendi hier zelf voor kiezen, maar op een gegeven moment is het einde zoek.” Volgens Derks is het de verantwoordelijkheid van de instelling om ervoor te zorgen dat situaties zoals beschreven in de serie niet voorkomen. “Promovendi moeten beschermd worden en je kunt het op je vingers natellen dat het lastiger wordt om de arbeidsvoorwaarden goed te beschermen als je afwijkt van het standaard medewerkerscontract.”

Er is ook nog een groter thema dat Derks zorgen baart. “Ik heb er moeite mee dat we onderzoek doen lijken te zien als een hobby. Iets waarvoor je bereid moet zijn om te werken onder slechte omstandigheden.” Door wetenschappers op zulke rammelende contracten te zetten schiet de academie zichzelf in de voet. “Er zijn al zoveel wortels die mensen worden voorgehouden in het systeem, steeds met het idee dat je een keer een echte baan gaat krijgen. Waar houdt het op?”

CWTS: “Voer het gesprek over wederzijdse verwachtingen”

Inge van der Weijden is onderzoeker bij het Centre for Science and Technology Studies (CWTS) aan de Universiteit Leiden. Het CWTS doet onderzoek naar wetenschapsbeleid, waaronder ook promovendibeleid. Vorig jaar ontdekten Van der Weijden en haar collega’s dat de promovendi aan hun universiteit een hoog risico lopen op mentale klachten. Momenteel ronden ze een studie af naar de beweegredenen van promovendi om te stoppen met hun promotie.

Een landelijk overzicht van de aanstellingsvormen van promovendi is er niet, vertelt Van der Weijden. Wel herkent ze een aantal van de constructies uit eerder onderzoek. “In interviews met promovendi hoorden wij vaker over promovendi die bij een aparte holding zijn aangesteld. En ook het punt van het doorwerken in de WW is een bekend fenomeen.”

Over de zogenaamde sandwich constructie uit het tweede artikel kan ze helder zijn: “Wie dat in het leven heeft geroepen… Dat lijkt me gedoemd om te mislukken.” Met name het onderdeel waarin promovendi een groot gedeelte van hun promotie eigenstandig onderzoek moeten doen in het buitenland lijkt haar vragen om moeilijkheden. “Je hebt dan ineens een hele grote afstand tussen jou en je begeleider, je zit op een verre – en soms gevaarlijke – locatie en je salaris is niet toereikend.”

De docent-promovendus kwamen zij en haar collega’s ook vaker tegen. “Wanneer lesgeven meer tijd kost dan gedacht, wat bij een eerste keer lesgeven vaak zo is, verschuift de promotie naar de avonduren.” Van der Weijden ziet dat er op het punt van verwachtingsmanagement en transparantie nog een boel schort. “Wij zien dat in ons huidige onderzoek steeds weer terugkomen. Mensen weten niet waar ze aan moeten voldoen, en verwachtingen en afspraken kunnen tussentijds veranderen.”

“Meestal vinden gesprekken over de wederzijdse verwachtingen gewoon niet plaats.” Ze doelt daarmee niet op een zogenaamd OBP-gesprek, maar op een dieper gesprek wat de promovendus en begeleider van elkaar verwachten. “De ruimte voor een promovendus om feedback te geven aan de begeleider blijft dus erg beperkt.” Van der Weijden denkt dat het tijd is voor een nieuwe vorm van academisch leiderschap. “Beginnend met meer openheid over dit soort problemen. Met daarnaast aandacht voor de inhoud ook aandacht voor het proces en de persoon.”

FNV: “Werken op ZZP basis is in strijd met cao.”

FNV-bestuurder Jan Boersma is erg duidelijk. “Wat je dus ziet is dat er altijd op het randje van de mogelijkheden wordt gelopen. Alle signalen bij elkaar, die er vooral zijn sinds het onderzoek in België en het daarop volgende onderzoek dat er in Leiden door het CWTS is gedaan. Dan zie je dat er voor promovendi echt een bepaalde problematiek speelt. En ik vind dat deze nu echt serieus opgepakt moet worden.”

“Naar aanleiding van deel twee uit deze serie heb ik met mijn collega’s gesproken over het onderhandelaarsakkoord dat afgelopen zaterdag is vastgesteld. Ik schrok van de casus rondom wat we nu in het cao de docent-promovendus hebben genoemd. Het is niet de bedoeling dat hier misbruik van gemaakt gaat worden en deze verdient nu onze extra aandacht.”

Op de vraag of vakbonden voor beurspromovendi minder kunnen doen dan voor promovendi die werken onder de cao antwoordt Boersma: “Dit werd gesteld in een van de artikelen, maar dit is te kort door de bocht. Op zijn minst kun je vanuit solidariteit acties ontwikkelen. We moeten met elkaar het gesprek voeren over de vraag ‘Wat vragen wij van mensen? En hoe zorgen wij ervoor dat uitwassen worden uitgebannen?’ En dit gaat dan niet alleen over promovendi?” Als Boersma het over uitwassen heeft dan bedoelt hij onder andere werken aan een promotie op ZZP basis, “Ik durf te stellen dat dit in strijd is met de cao.”

“De financiële prikkels voor universiteiten blijven bestaan om promovendi toch in de WW voor de universiteit te laten werken.”
Jan Boersma - bestuurder FNV

Volgens de FNV bestuurder wijzen meerdere onderzoeken aan dat het behalen van de promotie in vier jaar eerder een uitzondering is op de regel. “Het moet terug naar een redelijke opdracht. En ik weet dat niet alle partijen het hierover eens zijn, maar dit betekent dus ook het beperken van ‘andere taken’ dan de onderzoeksopdracht.” Dat het behalen van de promotie in vier jaar een bijna onmogelijke opdracht is wijst onderzoek van Rathenau uit. Nog geen 10 procent rond het traject af in vier jaar.

Boersma rondt af door te zeggen dat er “voor alle promovendi nu zonder problemen een verlenging van het traject mogelijk zou moeten zijn”. Als het je als promovendus niet lukt om in de vier jaar het traject af te ronden dan zijn er op dit moment geen juridische belemmeringen voor de universiteit om jou een tijdelijke verlenging geven.

“De financiële prikkels voor universiteiten blijven bestaan om promovendi toch in de WW voor de universiteit te laten werken.” aldus Boersma. De universiteiten dragen het financiële risico voor werkloosheid zelf en het recht uitbetalen aan onderzoekers die deze inzetten om voor de eigen organisatie te werken lijkt gunstiger. “De perverse prikkels in het systeem, die moeten we aanpakken.”

VAWO: “Universiteiten lokken frauduleus gedrag uit”

Over het werken in de WW is de directeur van de VAWO Donald Pechler duidelijk. “Dit mag volgens de WW niet en je wordt daar dan toe gedwongen. Eigenlijk lokken werkgevers je op deze manier uit om frauduleus gedrag te vertonen.” Pechler denkt na over het maken van een zwartboek, want ook bij de VAWO komen heftige verhalen binnen. “Laatst nog sprak ik een promovendus die zelf zijn gehele financiering binnen haalde en net voordat hij mocht starten was de boodschap ‘we gaan niet met jou verder’.”

“We hebben bij de universiteiten al geconstateerd dat er een hele hoge werkdruk bestaat en deze wordt veroorzaakt doordat men van elkaar verwacht om in de vrije tijd te werken.” Er is volgens Pechler met name een cultuuromslag nodig, waardoor het kan tegenvallen wat er in een cao af te spreken is. “Niet alles laat zich vertalen in een afdwingbare cao bepaling. Beide partijen moeten het ook willen.” Pechler benadrukt dat de cao op de werkvloer wel moet worden uitgedragen.

Daar komt dan nog bij dat vakbonden volgens Pechler te maken hebben met de juridische werkelijkheid dat er in Nederland promovendi werken die niet beschermd zijn door de cao. “Dit is ook waarom wij gezamenlijk gestreden hebben tegen de beurspromovendi. De pilot in Groningen is er nu wel gekomen. Dit heeft alles te maken met financiële motieven.”

Pechler haalt ook het onderzoek van Rathenau aan. “Het laat zien dat promoveren veel meer inhoudt dan aanvankelijk in een dienstverband wordt afgesproken.” De verhalen uit de serie zijn niet verrassend voor de VAWO. “Wij herkennen deze verhalen. Deze casussen bevinden zich op de rand van wat wel of niet kan. En dan gaat het principe van goed werkgeverschap spelen.”

VSNU: “Onderwerp opnieuw ter discussie stellen”

Bart Pierik, woordvoerder van de werkgeversorganisatie VSNU, benadrukt in zijn reactie in de eerste plaats dat dit keuzes zijn die volgens hem vaak op decentraal niveau gemaakt worden. “Het zijn hoogleraren of vakgroepen die deze besluiten nemen, en rekening hebben te houden met financiële mogelijkheden.” Voor de VSNU is het beeld dat er geen sprake is van een structureel probleem en Pierik houdt het op ‘incidenten’. “Wij kunnen niet zien of dit incidenten zijn of dat het gaat om een grotere trend. Waar het voorkomt is het decentraal beleid, en geen inzet van de instelling.”

“Het verdient niet de schoonheidsprijs,” zo drukt hij zich eufemistisch uit, maar Pierik vraagt ook om enig begrip voor de situatie. “Het zal vaak zo zijn dat een hoogleraar of een vakgroep daar met de beste reden aan begint. Die wil een onderzoeksplek realiseren voor iemand en dan toch gaan improviseren buiten de cao om. De negatieve gevolgen zijn vervolgens voor rekening van de promovendus.”

Pierik wil de voorbeelden uit de artikelen niet voorzien van een typering, maar kan in het algemeen wel iets stellen over de grens tussen academische vrijheid, en misbruik maken van de mogelijkheden. “Het wordt misbruik wanneer mensen worden aangenomen in een constructie die niet aan geldige regels voldoet.” Ook kan hij in het algemeen stellen dat er voor werk gewoon betaald moet worden. “Het is natuurlijk de bedoeling dat de promovendus in de gestelde tijd kan afronden en in de WW beschikbaar is voor sollicitaties.

“Dit soort constructies blijven voor ons heel vaak buiten beeld, dus het is ook lastig te duiden of de voorbeelden in de haak zijn.” Van een landelijk volgsysteem kan Pierik niet zeggen of de VSNU daar voorstander van is. “Ik vind dat een interessante optie maar ik kan daarvan niet zeggen dat we dat zouden moeten doen, dat is niet aan mij.” Voor de VSNU zijn de verhalen wel reden tot actie. “Wat ons betreft is het wenselijk dat we deze thematiek weer gaan agenderen bij het volgende overleg van de HR directeuren.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK