Internationalisering is geen zero-sum game

Internationalisering moet gaan over de kwaliteit van het onderwijs

Opinie | door Rob Verhofstad
19 september 2018 | Het afgelopen jaar heeft zich een opmerkelijke kentering voorgedaan: internationalisering in het hoger onderwijs is een beladen politiek onderwerp geworden. Voorheen was het meer zoiets als een schoon milieu: misschien was niet iedereen er even enthousiast over en zeker niet iedereen liep er even hard voor, maar ook niemand was er echt tegen. Hoe kan dat?
Van Doorenveste Hanzehogeschool Foto: Frank de Kleine

Internationalisering is op sommige plekken doorgeschoten, een doel op zichzelf geworden, waardoor er problemen ontstaan met huisvesting, verengelsing en de verdringing van Nederlandse studenten. Tegelijkertijd weten we ook dat internationalisering van het onderwijs, mits goed gedaan, juist bijdraagt aan beter onderwijs. Of, zoals voormalig rector van de Universiteit van Utrecht Bert van der Zwaan het onlangs duidelijk verwoordde: leren in een internationale context zorgt voor beter onderwijs, voor beter toegeruste studenten en voor kennisinstellingen die een betere bijdrage leveren aan de maatschappij. Studenten die leren in een internationale context ambitieuzer, werken harder en zijn meer tevreden, laat ook onderzoek op de Hanzehogeschool zien.

In de discussie over internationalisering dringt zich soms het beeld van een zero-sum game op. Alsof alles wat je in internationalisering stopt wel ten koste moet gaan van Nederlandstalige opleidingen en studenten, zoals eerder dit jaar ook in De Volkskrant werd gesteld. Maar dat is een valse tegenstelling. De vraag die daadwerkelijk voorligt, is: hoe kunnen we internationaliseren en daarmee het onderwijs en de toekomstperspectieven van onze studenten verbeteren, zonder dat ten koste gaat van de leefbaarheid van studentensteden, het Nederlands en Nederlandse studenten?

Dat begint in ieder geval met een goed begrip van de problemen die ik hiervoor schetste, en daarmee ook een verweer tegen de beelden en cijfers die vaak naar de meeste aandacht krijgen.

Huisvesting

Het probleem rond huisvesting is niet eenvoudig op te lossen en keert bovendien jaarlijks terug, ondanks inspanningen van betrokken partijen. Ook nu was het geen fraai beeld aan het begin van dit studiejaar. In verschillende studentensteden konden internationale studenten geen onderdak vinden en werden uit pure noodzaak ondergebracht in tijdelijke onderkomens, tot en met tenten aan toe. Terecht was er veel opwinding over deze gang van zaken. In de eerste plaats omdat mensen die van heinde en verre hier naartoe komen om te studeren, een fatsoenlijke plek moeten kunnen krijgen om te wonen en in de tweede plaats omdat het schadelijk is voor het imago van onze studentensteden en van Nederland in het buitenland.

Aan de huisvestingsproblematiek ligt een aantal zaken ten grondslag. Aan de ene kant is er tijdens de crisisjaren (logischerwijs) te weinig gebouwd, waardoor er simpelweg te weinig woningen zijn. Niet alleen voor studenten, maar ook voor studenten die willen doorstromen als ze klaar zijn met studeren. Soms zijn er ook te lang initiatieven tegengehouden, zoals bouwen op de campus. Een derde zorgelijke trend is dat de kamers die wel beschikbaar zijn, vaak als ‘Dutch only’ worden aangeboden. Dat is kwalijk, omdat het discriminatie betreft die niet te rechtvaardigen is. Al bij al is de aanbodkant te mager.

Tegelijkertijd is de vraagkant bijzonder snel toegenomen. Soms is het aantal internationale studenten in de afgelopen jaren echt explosief gestegen. Ook slagen kennisinstellingen er vaak niet in om de instroom goed te voorspellen, de instroom te beheersen, of onderschatten ze de aanzuigende werking van bijvoorbeeld het breder aanbieden van Engelstalige opleidingen.

Vooral de voorspelbaarheid is lastig. Instellingen weten op 1 oktober pas hoeveel studenten er daadwerkelijk binnen zijn gekomen. Dat komt omdat studenten zich vaak voor verschillende opleidingen inschrijven en pas heel laat een definitieve keuze maken. De vraagkant is dus onvoorspelbaar en sterk gestegen.

Die combinatie geeft meteen ook aan dat de enige oplossing, hoe clichématig ook, samenwerking tussen gemeenten, aannemers en kennisinstellingen is. Tot op heden is dit lastig gebleken, maar onder druk wordt alles vloeibaar, zo blijkt ook nu. Wanneer gemeenten bereid zijn om (versneld) te bouwen en starheid in regelgeving los kunnen laten en wanneer instellingen serieuze maatregelen nemen om tot beheerste instroom te komen, kunnen heel veel problemen rondom huisvesting snel tot het verleden gaan behoren.

Verengelsing

Internationalisering leidt soms tot verengelsing, en soms ook tot onnodige verengelsing. Het is echter een misvatting om te denken dat internationalisering gelijk staat aan Engelstalig onderwijs. Internationalisering draait om het bieden van een internationale omgeving, die studenten voorbereid op hun daadwerkelijke werkomgeving. Engelstalig onderwijs kan daar een element van zijn, zeker wanneer studenten die taalvaardigheid nodig hebben in hun professionele leven. Ook opent het de mogelijkheid om met studenten en docenten en onderzoekers uit het buitenland samen te werken. 

Engelstalig onderwijs is pas een probleem, als er geen nut en noodzaak zijn om het onderwijs in het Engels aan te bieden, als het studenten niets oplevert en als het de kwaliteit niet ten goede komt. Goed Nederlandstalig onderwijs is altijd te verkiezen boven slecht Engelstalig onderwijs.

Los daarvan moeten juist ook kennisinstellingen oog hebben voor het behoud en het stimuleren van de Nederlandse taal. Het is de taal die de meeste studenten, docenten en onderzoekers dagelijks bezigen en de taal die ze in hun professionele carrière doorgaans het meest nodig hebben. Kennisinstellingen hebben de plicht om de taal te voeden, te onderhouden en te ontwikkelen.

De keuze om onderwijs in het Engels aan te bieden moet dan ook gefundeerd zijn in een bredere afweging: krijgen onze studenten te maken met een internationale omgeving. Maar ook: hebben ze voor hun carrière een goede beheersing van die taal nodig, kunnen we Engelstalig onderwijs op niveau aanbieden. En vooral: helpt het om een internationale context te creëren die studenten ook beter onderwijs biedt? Want uiteindelijk moet dat de doorslaggevende factor zijn: wordt de student er beter van en verhoogt het de kwaliteit van het onderwijs?

Verdringing van Nederlandse studenten

Sommigen beweren dat de instroom van internationale studenten ten koste gaat van Nederlandse studenten. Eerder stelde ik al dat internationalisering hen juist beter onderwijs en een beter arbeidsmarktperspectief biedt. Dat neemt niet weg dat er gesuggereerd wordt dat internationale studenten geld kosten, of dat instellingen vooral werven om er juist geld aan te verdienen. Ook komt regelmatig de vraag naar voren of internationale studenten niet de plek innemen van Nederlandse studenten.

Ook hier is een relativering op zijn plaats. Te beginnen met de financiële vragen. Nuffic en het CPB becijferden eerder al dat internationale studenten de Nederlandse schatkist uiteindelijk zo’n 1,5 miljard euro opleveren. Een aanzienlijk deel van hen blijft in Nederland wonen, vindt een goede baan, draagt bij aan de economie en betaalt premies en belastingen.

Dat instellingen werven om er rijker van te worden lijkt ook vergezocht. Een groot deel van de internationale studenten komt als uitwisselingsstudent, vaak voor maar een semester. Ter illustratie: bij mijn eigen instelling gaat het om ongeveer de helft van alle internationale studenten. Voor deze studenten krijgen we geen bekostiging maar in ruil ervoor kunnen onze studenten elders in Europa een deel van hun studie volgen. Het levert dus geen geld op maar studentenuitwisselingen dragen bij aan het realiseren van een internationale lessituatie. Het is dus een investering die zeer de moeite waard is – maar rijk worden we er als instelling niet van.

Er zijn ook opleidingen waar het percentage buitenlandse studenten wel (te) hoog is. Deze krijgen ook vaak alle aandacht. Het zijn echter wel de uitzonderingen. Bij verreweg de meeste opleidingen en instellingen is er een goede verhouding tussen nationale en internationale studenten. Het zal ook per opleiding verschillen wat een goede balans is: een opleiding die voorbereidt op het internationale bedrijfsleven zal meer behoefte hebben aan veel verschillende nationaliteiten in de klas dan een pabo. Het is dus van belang om per opleiding te bekijken of er sprake is van verdringing en op welke manier hier wat aan kan worden gedaan.

Internationalisering dient beter onderwijs

Eerder haalde ik Bert van der Zwaan al aan, die zei dat leren in een internationale context zorgt voor beter onderwijs, voor beter toegeruste studenten en voor kennisinstellingen die een betere bijdrage leveren aan de maatschappij.

Onderzoek toont aan dat bij hetzelfde curriculum een internationaal samengestelde groep beter presteert dan een homogeen samengestelde groep. Studenten in een internationale groep zijn beter gemotiveerd, werken harden en zijn meer tevreden. Een onderzoek binnen mijn eigen instellingen laat bovendien zien dat internationale studenten beter presteren: ze ronden hun opleiding sneller af en vallen minder vaak uit.

Wat ik hiermee wil zeggen, is dat internationalisering die zorgt voor leren in een internationale context – en daarmee dus ook wezenlijk anders is dan alleen een opleiding vertalen in het Engels – studenten beter voorbereidt op een samenleving en arbeidsmarkt die in toenemende mate internationaal worden. Leren in een doordacht vormgegeven internationale context zorgt voor een breder blikveld en een dieper begrip. Studenten die zich straks als burgers en professionals in de wereld bewegen, kunnen dan een verreikender en verrijkender bijdrage leveren aan de wereld om hun heen.

Rob Verhofstad :  Bestuurslid van de Hanzehogeschool

Literatuurverwijzingen

Bert van der Zwaan

“Three reasons why internationalisation could fail and one why it should not; educating future leadership”, in: Leading Internationalisation in higher education: people and policies, J. Beelen and J. Walenkamp (eds.), Den Haag, 2018.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK