“Deze keer bepalen wij de spelregels, niet de grote uitgevers”

Verslag | door Sicco de Knecht
10 oktober 2018 | “Als jullie serieus menen dat dit een gezamenlijke beweging is, dan moeten jullie je model nu rigoureus omgooien.” Bij een openbare vertoning van de film 'Paywall - the business of scholarship' stelt speciale gezant Robert-Jan Smits dat de transitie naar open access hem veel te traag gaat.
Robert-Jan Smits – Foto: ScienceGuide

Gisteren organiseerde de bibliotheek van de Erasmus Universiteit een openbare vertoning van de film Paywall – the business of scholarship. De Erasmus universiteit was er al vroeg in het productieproces bij om een screening voor te stellen aan de makers. Dat enthousiasme werd beloond met een introductie door, naast de regisseur, twee bepalende gezichten in het open access veld: Robert-Jan Smits en Pearl Dykstra.

Geen reden om niet voor ‘groen’ te gaan

Hoogleraar empirische sociologie en adviseur van de Europese Commissie Pearl Dykstra bijt het spits af tijdens de bijeenkomst. “We bevinden ons midden in een grote transitie. Het is een kwestie van macht en geld, en daar ontstaan strubbelingen uit.” In haar bijdrage wijst Dykstra haar collega’s erop dat er vanuit de universiteit een hoop mogelijkheden zijn om als onderzoeker zelf te werken aan open access.

“Er is eigenlijk geen enkele reden om niet ‘groen’ te publiceren.” Ze wijst er daarbij op dat wanneer onderzoekers de auteursversie van artikelen uploaden in een repository van de universiteit, dit compleet legaal is en ook aangemoedigd wordt door de instelling. De houding die Dykstra voorstaat is openheid op alle terreinen, ook wanneer het over het delen van data gaat.

“Waar we vanaf moeten is het data hugging.”
Pearl Dykstra - Erasmus Universiteit

“Waar we vanaf moeten is het data hugging.” Wetenschappers en overheden hebben de neiging om maar al te naarstig op hun data te blijven zitten. Een voor een gaat Dykstra de argumenten tegen het vrij delen van data af. “Het privacy-argument dat te pas en te onpas wordt gebruikt is in bijna alle gevallen onterecht,” ze stelt dat de AVG zelfs meer mogelijkheden biedt dan in de oude situatie. “Een ander argument dat veel aangevoerd wordt, is dat men er simpelweg de capaciteit niet zou hebben. Onzin, wij worden door de overheid betaald, dus dan maken we er maar tijd voor.”

Extra werk – wat gaan we minder doen?

Een kritische vraag vanuit de zaal komt van onderzoeker Thed van Leeuwen (CWTS). Hij wijst Dykstra erop dat alles wat zij van onderzoekers vraagt een enorme hoeveelheid extra werk betekent. “Wetenschap is een ‘economy of shared favours’, maar er zijn grenzen aan wat mensen kunnen doen. Als je ook grondige peer review op data moet doen dan houdt je steeds minder tijd over.” In andere woorden: moeten onderzoekers niet op andere punten worden beloond.

Refererend aan een recent artikel in de New York Times wijst Dykstra redacteuren van tijdschriften op hun verantwoordelijkheid. “Blijkbaar kun je nepartikelen met gefingeerde namen en evidente onzin erin gepubliceerd krijgen. Die zouden het peer review proces niet eens in moeten hebben gekomen. Daar hebben redacteuren in de eerste plaats de taak om de basale zaken te controleren: is dit een serieuze inzending en kun je hier fatsoenlijk peer review op doen?”

Wat betreft het extra werk voor de wetenschappers moet ze Van Leeuwen gelijk geven. “Ik zeg gelijk maar dat ik vind dat we met z’n allen sowieso te veel publiceren. Maar je hebt een punt, data openlijk beschikbaar maken en goede peer review kosten meer werk. Toch ben ik bang dat we het moeten doen en ik hoop dat meer transparantie ervoor zorgt dat onderzoekers in de eerste plaats al beter met hun data omgaan.”

Coalitie Plan S groeit

Speciale gezant voor open access van de EU Robert-Jan Smits maakte begin september furore met de lancering van Plan S. Kernpunten van dat plan zijn onder andere dat het copyright voor publicaties bij de auteur blijft, en dat het resultaat van door leden van Coalition S (waaronder NWO) gesubsidieerd onderzoek in full and immediate open access tijdschriften moet worden gepubliceerd.

NWO wil weg van de impact factor

Sinds september is Smits de hele wereld over geweest om onderzoeksfinancierders en overheden te overtuigen zich bij de coalitie aan te sluiten. Vandaag kan hij helaas nog geen nieuws brengen van de andere kant van de Atlantische Oceaan waar hij kort geleden was. Wel kan hij vertellen dat de coalitie inmiddels dertien organisaties groot is. Nadat de Finnen via hun Finse Academie het plan hebben ondertekend heeft vandaag ook het Zweedse FORTE zich aangesloten (FORMAS was al aangesloten).

“Laten we ervoor waken dat wat er met onze artikelen is gebeurd, niet weer met onze data laten gebeuren."
Robert-Jan Smits - Speciale gezant open access EU

Smits waarschuwt de aanwezigen ervoor dat de situatie waar het academisch publiceren in terecht is gekomen net zo goed van toepassing is op onderzoeksdata. Veel uitgevers bereiden zich nu voor op een toekomst zonder publicaties. Services als het databeheer, het toegankelijk maken van data en het gebruik van data mining in het genereren van nieuwe inzichten beginnen te groeien. “Laten we ervoor waken dat wat er met onze artikelen is gebeurd, niet weer met onze data laten gebeuren. We willen niet uitkomen op een situatie waar we straks voor onze eigen data gaan betalen. ”

Te weinig commitment van uitgevers

Redactiedirecteur Yoka Janssen van uitgever Springer Nature zit ook in de zaal en geeft tijdens de vragenronde aan niet gelukkig te zijn met de toon die is gezet door Smits in zijn presentatie. “Er wordt hier gesuggereerd dat uitgevers de transitie frustreren. Dat vind ik onterecht aangezien wij altijd hebben meegewerkt aan de transitie richting open access.”

In zijn reactie erkent Smits dat Springer Nature openstaat en meewerkt aan de beweging richting open access. Maar het gaat hem veel te traag. “Als jullie serieus menen dat dit een gezamenlijke beweging is, dan moeten jullie je model nu rigoureus omgooien. Dat betekent nu volledig over naar open access.” De huidige situatie is volgens hem absoluut niet houdbaar. “Nu betalen we drie keer. Een keer om het onderzoek te doen, dan is er het onbetaald werk in het peer review proces, en uiteindelijk betalen we ook nog eens een fortuin om onze eigen publicaties te lezen.”

Smits nodigt de uitgever dan ook uit om de eerste te zijn die zijn model omgooit. “Ik heb altijd benadrukt dat ik wil dat jullie onderdeel zijn van de transitie. En bedenk je dat de eerste uitgever die meegaat een enorm voordeel heeft.” Er is volgens hem wel een duidelijk verschil met hoe het spel de afgelopen twintig gespeeld is. “Deze keer bepalen wij de spelregels, niet de grote uitgevers.”

Een toekomst zonder publicaties?

Op de vraag waarom Smits de open access principes niet gewoon op nationaal niveau heeft afgedwongen, maar ervoor heeft gekozen het via de subsidieverstrekkers te doen, heeft hij een pasklaar antwoord. “Toen de Europese ministers een paar jaar geleden afspraken maakte over open acces hadden ze gewoon zelf hun verantwoordelijkheid moeten nemen. Dat ben ik met u eens.”

“Toen de Europese ministers een paar jaar geleden afspraken maakte over open acces hadden ze gewoon zelf hun verantwoordelijkheid moeten nemen."
Robert-Jan Smits

Een volgende stap is volgens Smits dan ook dat Europese ministers hun handtekening onder Plan S gaan zetten. “Het grootste deel van het onderzoek in Europa wordt direct vanuit ministeries betaald. Die zouden Plan S als addendum aan moeten hechten bij hun investeringsplannen.”

In aanloop naar zijn afscheid als speciaal gezant aan het einde van het jaar richt hij zich naast het vinden van meer ondertekenaars nu op de implementatie. Een van de meest heikele punten daarbij zal zijn om te bepalen wat het maximale bedrag per publicatie wordt: de zogenaamde article processing cost.

In aanloop naar zijn afscheid als speciaal gezant aan het einde van het jaar richt hij zich naast het vinden van meer ondertekenaars nu op de implementatie. Een van de meest heikele punten daarbij zal zijn om te bepalen wat het maximale bedrag per publicatie wordt: de zogenaamde article processing cost.

Wat kost een publicatie?

Ook aanvoerder van het TTOA consortium van open access uitgevers Saskia de Vries zit in de zaal. Zij vraagt Smits welke rol transparantie in het implementatieplan gaat krijgen. “Als je uitgevers niet dwingt om de kosten echt transparant in beeld te brengen, dan komen we geen stap vooruit.” Smits is het daar helemaal mee eens. “Ik denk dat jullie initiatief mij inmiddels wel heeft doordrongen van het belang van transparantie. Dat wordt zeker een onderdeel van het implementatieplan.”

Of de uitgevers werkelijk onderdeel moeten zijn van de transitie wordt vanuit de zaal door jurist Leo van der Wees bekritiseerd. “Tijdschriften zijn een ouderwets model. In ons vakgebied pakken we het al lang niet meer op die manier aan.” Volgens de jurist kunnen academici de taak van het verspreiden van kennis prima zelf oppakken en hij wil weten of het plan van Smits ook open staat voor andere modellen dan alleen tijdschriften.

“Ik denk dat mensen ons over vijftien jaar in ons gezicht zullen uitlachen dat we deze discussie langs de lijnen van de tijdschriften hebben gevoerd,” geeft Smits daarop terug, “tegen die tijd bestaan die tijdschriften niet meer.” Smits gaat ervan uit dat er tegen die tijd meer via platforms gewerkt zal worden en dat ook het delen van data de normaalste zaak van de wereld is. “Daarom is een van de principes van Plan S dat we initiatieven in die richting willen ondersteunen.”

Laat onderhandelingen niet over aan academici

Universitair hoofddocent mediastudies en regisseur van de film Jason Schmitt is aanwezig bij de vertoning. Hij geeft een korte introductie bij de film en valt met de deur in huis. “Als er een ding is dat ik heb geleerd dan is het dat je onderhandelingen over open access niet over moet laten aan academici.” Volgens hem zijn academici niet toegerust met de vaardigheden die nodig zijn bij dergelijk grote onderhandelingen.

Wat keer op keer wordt benadrukt in zijn film, door zowel onderzoekers als uitgevers, is dat de academie enorm conservatief is. “Er is in decennia tijd zo weinig veranderd aan het wetenschappelijk proces van publiceren, het is gewoon verbazingwekkend.” In de jaren ’90 voorspelde tijdschrift Forbes dat academische uitgevers het eerste slachtoffer van de internetrevolutie zouden zijn. Met 40% winstmarge voor de grootste uitgever Elsevier in 2017 is niets minder waar gebleken. De sector laat bankiers, oliemaatschappijen en internetgiganten ver achter zich.

“Je moet onderhandelingen over open access niet overlaten aan academici.”
Jason Schmitt - Regisseur 'Paywall'

Een ander heilig geloof dat Schmitt heeft meegenomen uit het maken van zijn film is dat een prik in de zij nodig kan zijn om verandering teweeg te brengen. Hij vergelijkt op dat vlak de in 2015 door Elsevier aangeklaagde piratensite voor publicaties SciHub met Napster. “Ik werkte in een platenwinkel in de tijd dat Napster opkwam. Natuurlijk was ik boos toen mijn baan daardoor verloren ging. Maar nu hebben we met Spotify een legale manier om toegang te hebben tot een weelde van muziek. Dat was vast niet gebeurd zonder Napster.”

Uit het feit dat er juist op de hotspots van innovatie in de wereld, Silicon Valley en Boston, het meeste gebruik wordt gemaakt van sites als SciHub trekt hij nog een conclusie. “Voor velen is het gewoon een gebruikerskwestie. Ook al hebben die wetenschappers daar gewoon toegang tot de literatuur, het gaat hen ook om het gemak.”

Uit de film blijkt dan ook dat de animositeit van wetenschappers richting uitgevers niet per se gericht is op het feit dat de bedrijven veel geld verdienen aan onderzoek. Het gaat veel van de geïnterviewden om het gebrek aan collegialiteit en de soms agressieve houding van uitgevers. Het zijn vooral de kleine, vaak zeer juridische en politieke, pogingen om de cultuur van delen onder wetenschappers te frustreren die hen dwars zitten.

Schmitt wil met zijn film echter niet alleen benadrukken hoe belangrijk open access is voor huidige wetenschappers. “De gesprekken die wij voeren zijn niet voor ons, maar voor onze kinderen.” En daar moet het niet ophouden drukt hij de zaal op het hart. “We zitten hier heel knus en gezellig met academici onder elkaar, maar ik maak deze film ook voor jouw buurman, voor je nichtje, voor hen en niet voor jullie.”

Wat uit de vele voorbeelden in de film spreekt is dat juist de arts in Oeganda, de student in Kosovo en de startup in India gebaat zijn bij meer toegang tot artikelen. “Wetenschappers komen er toch wel aan als ze het willen,” benadrukt Schmitt, “we moeten gewoon sneller gaan, juist voor alle niet-academici. Maar als je kijkt naar de ontwikkelingen in de afgelopen decennia, dan kan ik alleen maar concluderen dat we veel te langzaam gaan.”



Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK