Er ligt geen geld op de plank, het geld ís de plank

Het geld van universiteiten zit vast in vastgoed

Opinie | door Tim van der Hagen
30 oktober 2018 | Tim van der Hagen (TU Delft) bestrijdt de uitspraak van Paul van Meenen (D66) dat instellingen enorme reserves hebben. "Meer dan de helft van onze ‘reserve’ zit vast in stenen," zo legt hij uit en voegt daaraan toe dat de uitspraken van het Kamerlid "dienen als bliksemafleider voor de vraag hoe we de financiering van universiteiten toekomstbestendig maken."

Juichend las ik vanochtend de krant: ‘universiteiten laten geld op de plank liggen’, meldde D66-kamerlid Paul van Meenen in het AD. Ik heb uiteraard meteen de financiële man van de TU Delft gebeld: “waar is die plank?”. Die plank was er niet. Uiteraard. Dat wist ik wel, en dat weet Paul van Meenen ook wel. Maar als je onder vuur ligt vanuit het hele universitaire onderwijs, medewerkers en studenten, is zo’n plank natuurlijk een fijne bliksemafleider. Een uitspraak die dient als bliksemafleider voor de vraag hoe we de financiering van universiteiten toekomstbestendig maken, en dan vooral die van de technische universiteiten.

Een giftig cadeau

Op papier hebben universiteiten inderdaad geld, maar meer dan de helft van onze ‘reserve’ zit vast in stenen. Dat kunnen we dus niet uitgeven. Het andere deel is ‘echt geld’, maar als we dat zouden uitgeven zoals Van Meenen wil, dan kunnen we niet meer investeren. Want om te kunnen investeren heb je geld nodig. We hebben dus bewust gespaard omdat we zagen aankomen dat we door de verdubbeling van de studentenaantallen veel moesten gaan investeren, maar het is lang niet genoeg. We zullen een groot deel van het geld voor die investeringen gaan lenen.

Zoals elke woningzoeker op de woningmarkt weet: om te kunnen lenen bij de bank heb je wel een onderpand nodig. Helaas is ons sterk verouderd vastgoed weinig waard, dus hebben we een hoeveelheid eigen vermogen nodig om te kunnen lenen: onze ‘reserve’. Die ligt niet op de plank, zoals Van Meenen zegt, het is dus eigenlijk de plank. Zonder die reserve kunnen we niet investeren in nieuwe gebouwen, laboratoria en faciliteiten. Allemaal dingen die Van Meenen natuurlijk ook wel weet.

Universiteiten hebben in de jaren ‘80 van de vorige eeuw al het vastgoed ‘cadeau’ gekregen van de Rijksgebouwendienst, een bezuiniging op de Rijksbegroting uiteraard. Het bleek een vrij giftig cadeau, want het overgrote deel van dat vastgoed kampte met zwaar achterstallig onderhoud, voldeed niet aan de eisen van modern onderwijs en onderzoek, is totaal niet duurzaam en zit vol asbest. Het budget om dat op te knappen kregen we niet. Dus moest de TU Delft gaan sparen om te kunnen investeren in nieuwe en toekomstbestendige gebouwen.

De rek is eruit

Zoals wel vaker zit het echte probleem in wat Paul van Meenen niet zegt. Dat is dat universiteiten, en vooral TU’s, steeds meer moeten doen met steeds minder geld. Onze studentenaantallen liggen nu boven de 25.000, in 2008 waren het er nog ongeveer 15.000. Het totale budget van de universiteit vanuit de overheid is, als je het corrigeert voor inflatie, in die periode gedaald. Al die studenten moeten we wel ergens kwijt en goed onderwijs blijven geven. Dat hebben onze medewerkers opgevangen door heel hard te werken, maar de rek is daar volledig uit.

Die medewerkers zijn boos, en de studenten ook. Ik snap dat het dan verleidelijk is te verwijzen naar ‘mijn plank’ als schuldige voor alle ellende. Maar dat is ie niet, het echte probleem is het verouderde bekostigingsmodel voor het universitaire onderwijs, in combinatie met de forse groei van studentenaantallen bij TU’s; het bekostigingsmodel is een verdeelmodel van tekorten geworden.

Ons bekostigingsmodel is een verdeelmodel

Technisch onderwijs is arbeidsintensief om te geven, kwantummechanica goed leren vraagt nu eenmaal heel veel contacturen. We hebben laboratoria nodig en heel veel studiefaciliteiten. Tot nu toe houden we het hoofd boven water door een verstandige buffer aan te leggen zodat we hebben kunnen investeren in onderwijsgebouwen, en door nog harder te werken.

Nu is de rek eruit. Het is verleidelijk te verwijzen naar een regeltje op het budget en dat te gebruiken om te laten zien dat de overheid niets hoeft te doen, maar dat is niet waar: de overheid moet wél wat doen. De overheid moet vaart maken met het invoeren van een nieuw financieringsmodel voor universiteiten, met extra geld voor technisch onderwijs.

We willen in Nederland het technisch onderwijs en onderzoek op hoog niveau houden en voldoende uitstekende ingenieurs blijven opleiden, de arbeidsmarkt schreeuwt er om. Ik hoop van de minister en van Paul van Meenen wat meer visie te zien, en te helpen voorkomen dat de herziening van het bekostigingsmodel –alweer- naar een volgend kabinet schuift.

Tim van der Hagen :  Collegevoorzitter van de TU Delft


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK