Minister gispt de VSNU; bedrag per student stijgt juist wel

Nieuws | door Frans van Heest
17 oktober 2018 | Ingrid van Engelshoven begrijpt dat een koepel die meer geld wil goochelt met cijfers, maar het bedrag per student stijgt al jaren volgens de D66-minister. “Als je een koepel bent die graag meer geld wil, dan heb je het beeld graag net iets anders dan wij.”
Minister Ingrid van Engelshoven (OCW) bij Troonrede – Bron: Debatgemist.nl

Twee rapporteurs vanuit de Tweede Kamer mochten vandaag een toelichting geven op de OCW-begroting. Judith Tielen (VVD) en Zihni Özdil (GroenLinks) waren als rapporteurs aangesteld om de OCW-begroting door te pluizen voor de Vaste Kamercommissie onderwijs. Zij hadden een aantal thema’s uitgelicht die allemaal betrekking hebben op hoger onderwijs en onderzoek: de kwaliteitsafspraken, de onderwijsbekostiging en de referentieraming. Dit Kameroverleg is bedoeld om een beter inzicht te krijgen in de OCW-begroting.

Het eerste onderwerp was de referentieraming: de voorspelling van het jaarlijkse aantal ingeschreven leerlingen en studenten. Al meerdere jaren stromen er meer studenten in dan het ministerie van tevoren voorspelt. Dit zorgt ervoor dat OCW aan het eind van het boekjaar te maken krijgt met tekorten, die moeten dan elders in de eigen begroting worden opgevangen.

Oplossen in de eigen begroting

Özdil van GroenLinks mocht het probleem met de referentieraming toelichten. “Bij het jaarverslag over 2017 was er een tegenvaller bij de leerling- en studentenramingen en ook bij de raming voor de studiefinanciering. Ook in de begroting voor 2019 wordt een tegenvaller voorzien. Deze tegenvallers moeten minister volgens de begrotingsregels oplossen in de eigen begroting.”

GroenLinks wil daarom betere ramingen. Dit is een probleem dat al langer de aandacht heeft van de minister en de Tweede Kamer. De vraag is of de ramingen wel kloppen. Een kleine afwijking kan grote effecten hebben op de absolute bedragen van meer dan honderden miljoenen euro’s. Wij zeggen dat een trefzekerheid van 98% niet goed genoeg is. Dat zegt ook de Rekenkamer.”

De minister gaf in haar beantwoording aan dat zij volgende week met een brief komt over de referentieraming, maar gaf daarbij al wel aan dat de ramingen niet veel preciezer kunnen. “Voor de begrotingsbehandeling krijgt u van mij nog een brief over de juistheid van de ramingen. Er is voortdurend discussie over de ramingen, door kleine afwijkingen zijn er wel grote bedragen mee gemoeid. En het is zo dat wij dat in de eigen begroting moeten oplossen als daar een tegenvaller is.”

De minister verdedigde zichzelf en haar ministerie door erop te wijzen dat de raming een afwijking had van minder dan 1%. “Er werd gezegd dat 99% van de raming klopt en dat u dat niet goed genoeg vindt. De raming had het afgelopen jaar een afwijking van 0,46%.  Ik deel de zorg dat zo’n kleine afwijking grote bedragen oplevert maar ik heb niet de indruk dat het veel nauwkeuriger kan.”

Hogescholen met grote plannen voor internationalisering

Frank Futselaar (SP) had nog wel een verhelderende vraag over de referentieraming, ook omdat hij ziet dat een aantal hbo-instellingen plannen maken om fors meer internationale studenten aan te trekken. “Wat je moeilijk kunt voorspellen is de instroom van het aantal internationale studenten. Gaat de minister bij de referentieraming ook rekening houden met het aantal internationale studenten? Ik zie nu een aantal hogescholen grote plannen ontwikkelen als het gaat om internationalisering. Ik kan mij voorstellen dit financiële consequenties zal hebben. In antwoord op de vraag van Futselaar beloofde de minister om in haar brief over de referentieraming dat zij ook rekening gaat houden met het aantal internationale studenten. “Dat wordt daarin meegewogen.”

Niet terug te vinden in de begroting

De volgende vraag ging over de studentgebonden bekostiging in het wetenschappelijk onderwijs. Judith Tielen (VVD) lichtte deze vraag toe: “Om te kunnen beoordelen of er voldoende geld naar het wetenschappelijk onderwijs gaat is inzicht nodig in alle inkomsten van universiteiten. Er is een eerste, tweede geldstroom en een derde geldstroom, daarnaast is er ook nog collegegeld. Deze inkomsten zijn deels wel en deels niet terug te vinden in de begroting.”

Tielen wees de Kamer erop dat de OCW-begroting te weinig inzicht geeft in alle activiteiten van kennisinstellingen. “De eerste geldstroom, de onderwijsbekostiging dat zie je wel terug, maar de derde geldstroom, bijvoorbeeld afkomstig uit Europa, of het contractonderwijs of bedrijfsfondsen, dat vinden we allemaal niet in de begroting. Dus eigenlijk kunnen we als Kamer nauwelijks zicht krijgen over hoeveel geld er nu naar de universiteiten gaat.”

Kortom, we weten het niet

Het VVD-Kamerlid stelde daarom voor om het onderzoeksdeel per student voortaan op een andere manier te berekenen. “In de OCW-begroting staat een tabel met de kosten per student. Dan zie je een lichte stijging van het bedrag per student. Je kan ook naar de hele Rijksbijdrage kijken, dus het onderwijs- en onderzoeksdeel, en dan zie je dat het bedrag per student daalt. Kortom we weten het niet. Verschillende berekeningswijzen laten verschillende beelden zien. Daar kunnen we geen conclusies aan verbinden.”

Daarnaast zijn er ook nog cijfers van het Rathenau zegt Tielen, het onderzoeksinstituut dat onderzoek doet naar het wetenschapsbeleid. “Het Rathenau instituut heeft een aantal cijfers op een rijtje gezet voor de periode 2004- 2016. Dan zie je in deze periode dat de eerste geldstroom met 47% is gegroeid. Als je kijkt naar het onderwijsdeel in de eerste geldstroom dan is er 84% bijgekomen, terwijl in diezelfde periode het aantal ingeschreven studenten maar met 34% is gestegen. Als je dan de inflatiecorrectie mee zou berekenen dan is dat toch nog een stijging van 21%. Op basis van deze percentages zou je kunnen zeggen dat het allemaal best meevalt.”

Dat zij andere getallen presenteren snap ik ook wel

Volgens de minister is OCW altijd consequent over de cijfers. “Wat wij in ieder geval op het departement proberen te doen is consequent zijn in de manier waarop wij de cijfers presenteren. Dat laat inderdaad – en dat laat u ook ook goed zien in de presentatie- forse stijgingen zien in het hoger onderwijs. Voor dit jaar komt er €131 miljoen bij, met nog eens €188 miljoen studievoorschotmiddelen. Dus daar zit echt een behoorlijke plus.”

Op dit punt nam de minister van de mogelijkheid te baat om een sneer uit te delen aan de universiteitenkoepel VSNU. “Als je kijkt naar de lumpsum onderwijsbekostiging en dat bedrag deelt door het aantal studenten, dan stijgt het bedrag per student. Dat andere organisaties andere getallen presenteren snap ik ook nog wel vanuit hun perspectief. Als je een koepel bent die graag meer geld wil, dan heb je het beeld graag net iets anders dan wij het presenteren. Je kunt zeggen dat dit onduidelijkheid schept.”

Wat betreft de onoverzichtelijkheid ten aanzien van het onderscheid tussen eerste, tweede en derde geldstroom bij universiteiten kon de minister maar beperkt toezeggingen doen aan de Kamer. “Ik wil best kijken hoe we nu de eerste en de tweede geldstroom helderder kunnen presenteren in een overzicht. Het probleem zit hem bij de derde geldstroom. Want ik kan niet in de begroting vooruitkijken. Ik weet niet wat universiteiten het komend jaar binnenhalen, bijvoorbeeld uit het Europees onderzoekprogramma.”

“Waar ik naar wil kijken is of we in jaarverslagen een beeld kunnen geven van hoe die derde geldstroom zich ontwikkelt.” Van Engelshoven gaf daarbij aan dat het niet gemakkelijk zal zijn om vast te stellen wat verschillende instellingen binnenhalen. “Dan moeten wij alle jaarverslagen van de instellingen uitpluizen om dit precies in kaart te brengen. Kijk bijvoorbeeld naar Horizon 2020, dat zijn vaak consortia van publiek-private instellingen: bij wie zie je dat geld precies terug in de begroting?”

Hoe kunnen we leren van de voorinvesteringen?

Zihni Özdil ging tot slot in op de kwaliteitsafspraken. Zijn belangrijkste vraag was hoe daarbij voorkomen kan worden dat niet, zoals bij de voorinvesteringen, achteraf blijkt dat dit geld toch niet transparant wordt geïnvesteerd in de kwaliteit van het onderwijs. Özdil wilde met het oog op de begrotingssystematiek leren van het verleden. “De conclusies van de Rekenkamer zijn vrij helder. Er is onvoldoende informatie over de bestedingen van de voorinvesteringen en ook de betrokkenheid van de medezeggenschap is niet optimaal geweest, op zijn zachts gezegd.”

Özdil wil dat de Kamer alsnog meer zicht krijgt in de begroting van OCW in hoe de kwaliteitsafspraken vorm krijgen. “Wij vinden het heel belangrijk dat we hier lessen uit trekken bij de nieuwe kwaliteitsafspraken. Wij willen zien dat het geld van de kwaliteitsafspraken goed wordt besteed en dat we het ook kunnen terugvinden in de begroting. Daarom het verzoek aan de minister om de voortgang van de studievoorschotmiddelen ook een plek te geven in de begroting en in het jaarverslag van het ministerie.”

Volgens mij hadden we hier al afspraken over

De minister was enigszins verbaasd dat de Kamer terugkwam op eerdere afspraken die zijn gemaakt over de kwaliteitsafspraken. “We hebben eerder in het debat hierover heldere afspraken gemaakt, hoe wij aan de Kamer de kwaliteitsafspraken zullen rapporteren. De Kwaliteitsafspraken worden decentraal gemaakt en daarover wordt horizontaal verantwoording afgelegd. In de begroting zullen we wel de ontwikkeling zien van de bedragen die bij de instellingen beschikbaar komen.”

“Volgens mij hebben wij in het debat over de kwaliteitsafspraken ook heel helder met elkaar afgesproken dat u als Kamer in 2020 het eerste sectorbeeld krijgt. De NVAO gaat de afspraken toetsen en dat gaan wij dan aan uw Kamer rapporteren. Dat betekent niet dat we jaarlijks per instelling gaan terugzien hoe die afspraken zich ontwikkelen. Uiteraard vindt u in de begroting wel terug wat er per jaar beschikbaar komt aan middelen. De rapportages gaan via de NVAO en volgens mij staan die afspraken wat mij betreft nog als een huis”.


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK