Het onderwijsgebouw als paleis voor de samenleving

Verslag | door Tim Cardol
16 november 2018 | Op bezoek in het vernieuwde Wiebengagebouw van de Hanzehogeschool ging minister Van Engelshoven deze week in gesprek over de samenwerking tussen mbo- en hbo-instellingen in Noord-Nederland.
Minister Van Engelshoven in gesprek in het vernieuwde Wiebengagebouw Foto: Luuk Steemers

Acht mbo- en drie hbo-instellingen in Noord-Nederland werken sinds 2012 samen om de aansluiting tussen beide sectoren te verbeteren. De aanpak zorgt er inmiddels voor dat er steeds meer mbo’ers doorstuderen in het hbo en daar bovendien minder vaak uitvallen.

Verantwoordelijkheid voor emancipatie

Volgens bestuurder Klaas-Wybo van der Hoek (NHL Stenden) heeft het succes van het project drie redenen. “Instellingen voelen zich verantwoordelijk voor de emancipatie van studenten, er is een samenhangend systeem waarin sprake is van doorlopende zorg en begeleiding en mensen van de verschillende instellingen kennen elkaar. Dat laatste is heel belangrijk.”

Ook Agnes Meijer, die het project van de elf instellingen leidt, is positief over de samenwerking. “Je merkt dat als je de besturen achter je hebt, dat het heel veel deuren opent. We zijn heel productief en alles mag. Ik merk ook dat steeds meer mensen uit zichzelf met onze plannen mee willen doen.”

Het samenhangende systeem waarin mbo en hbo in Noord-Nederland opereren heeft erin geresulteerd dat er inmiddels elf zogeheten ‘halffabricaten’ zijn geformuleerd. Die halffabricaten vormen een leidraad waarin beschreven staat hoe instellingen hun keuzedelen vorm kunnen geven. Via keuzedelen kunnen mbo-studenten zich tijdens hun opleiding alvast voorbereiden op de overstap naar het hbo.

Kijk meer vanuit wat mensen kunnen

Punt van aandacht is volgens de aanwezige instellingen, nog wel de examinering van deze keuzedelen. “Het wordt spannend om de keuzedelen ook te erkennen,” zegt een van de aanwezigen. “Dat is in het mbo nog een vraagstuk waar wij geen antwoord op hebben.” Niettemin kiezen steeds meer studenten in het mbo voor keuzedelen die hen voorbereiden op het hbo. Een deel van dat traject wordt vaak al gevolgd aan een hbo-instelling.

De keuzedelen zijn er vaak op gericht om ervoor te zorgen dat studenten extra scholing krijgen op de punten waar zij nog kennis missen. Die benadering vindt Van der Hoek soms te beperkt. “Ik vind dat we niet alleen vanuit de deficiënties naar studenten in het mbo zouden moeten kijken, maar meer vanuit wat mensen kunnen.”

Minister Van Engelshoven laat op de bijeenkomst weten dat zij vaak van studenten hoort dat er erg veel nadruk ligt op studievaardigheden, terwijl de studenten het liefst gewoon een vak leren. Die observatie wordt herkend in Groningen, toch denken veel aanwezigen dat – onder meer door de ontwikkeling van Associate degrees – in het aanbod steeds meer tegemoetgekomen wordt aan de wensen van de studenten die een vervolgstap willen zetten.

De Associate degree als doorbraak in leven lang leren

Het voordeel van de Associate degree is dat het in veel gevallen ook nog de mogelijkheden biedt om wel gewoon een volledige hbo-bachelor te behalen, laat een student van NHL Stenden zien. “Het zijn geen losgekoppelde modules, alleen het laatste deel van de Ad is iets anders dan de eerste twee jaar van de bachelor. Dat die mogelijkheid er is vind ik heel prettig.”

Verliefd op het gebouw

Na afloop van het gesprek met studenten, beleidsmakers en bestuurders, verricht Van Engelshoven de opening van het Wiebengagebouw. Het gebouw dat in 1923 werd geopend is grondig gerestaureerd. Een restauratie die bovendien nog oponthoud kende door de aardbevingen in de provincie.

Arwin Nimis is als decaan van de Academie voor Gezondheidsstudies van de Hanze al jaren werkzaam in het Wiebenga. “Ik ben echt verliefd op het gebouw geworden,” vertelt de decaan bij de opening. Het Wiebenga was in 1923 het eerste betonnen gebouw en hoewel het ooit als groots vrijstaand bouwwerk is neergezet, is het inmiddels verscholen in de omgelegen woonwijk.”

Dat heeft gevolgen gehad voor het voorplein dat oorspronkelijk bedoeld was voor het Wiebenga. “De architect was van mening dat het gebouw een paleisachtig voorplein verdiende,” legt Nimis uit, maar dat was het Wiebenga uiteindelijk niet gegund. Ook Van Engelshoven betreurt dat. “Onderwijsgebouwen zouden de paleizen voor de samenleving moeten zijn.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK