Iedereen wil meepraten over het Wad

Verslag | door Tim Cardol
20 november 2018 | De Waddenacademie bestaat tien jaar. Uit een maandag gepresenteerde evaluatie van de hand van de KNAW blijkt dat de academie een centrale positie heeft verworven in de kennisverwerving en –deling rond het Waddengebied. Toch kan de academie nog actiever het contact zoeken met bestuurlijke en politieke belanghebbenden.
Foto: Ruben Smit

Op een symposium in de Leeuwardense Achmeatoren – uiteraard met uitzicht op de Wadden – werd maandag de KNAW-evaluatie gepresenteerd. De Waddenacademie mag dan niet langer een officieel KNAW-instituut zijn. De Akademie is nog wel verantwoordelijk voor de periodieke toets van de werkzaamheden van het instituut.

Een kennisagenda voor het Wad

“De kwaliteit en de relevantie van het werk dat de Waddenacademie doet, beoordelen wij als zeer hoog,” zegt voorzitter van de evaluatiecommissie Sybilla Dekker (Minister van Staat) bij de presentatie van het evaluatierapport. “Er is sprake van een hoge wetenschappelijke kwaliteit van het werk dat de academie zelf doet en laat doen. Bovendien is er sprake van een sterk netwerk, met een brede groep belanghebbenden.”

De KNAW is derhalve lovend, toch doet de evaluatiecommissie nog wel enkele aanbevelingen in het rapport. Zo moet de Waddenacademie nog nadrukkelijker het contact zoeken met bestuurlijke belanghebbenden, moet op korte termijn een platform gerealiseerd worden om data en informatie over het wad open te delen en herbruikbaar te maken.

De meest fundamentele aanbeveling is dat de Waddenacademie werk moet gaan maken van een eigen overkoepelende visie en strategie. Uitgangspunt daarbij is de onderzoeksagenda voor het hele Waddengebied (Nederland, Duitsland en Denemarken) die in mei al werd gepresenteerd. “De commissie adviseert om deze internationale kennisagenda te vertalen naar een strategische kennisagenda voor het Nederlandse Waddengebied, met drie tot vijf grote thema’s die aansluiten bij het Investeringskader Waddengebied.”

Juist die overkoepelende kennisagenda leidt in Leeuwarden tot veel discussie. Er zijn nogal wat partijen die onderzoek doen naar het Wad – van Deltares tot het NIOZ en van de Rijksuniversiteit Groningen tot de Universiteit Utrecht. Kan daar niet wat meer onderlinge afstemming in komen, zo luidt de teneur.

RUG als trekker van het kennisbeleid

Ook Lutz Jacobi, directeur van de Waddenvereniging, is van mening dat er een gezamenlijke kennisagenda moet komen en wijst daarbij nadrukkelijk naar RUG als trekker daarvan. “Er is veel versnippering. NIOZ, Deltares, de RUG en de UU moeten samen in een hok gaan zitten en samen het onderzoek dienend maken aan dit gebied.”

Die suggestie vindt RUG-voorzitter Jouke de Vries wat te verstrekkend. “We hebben het over instituten waarvan het niet zo eenvoudig is om die zomaar bij elkaar te brengen.” Hij wordt in die opvatting gesteund door klimaatwetenschapper Pier Vellinga (TU Delft). “Het is denk ik te veel gevraagd om een enkele universiteit aan te wijzen die ‘de Wadden doet’.”

De Vries wil zich er evenwel hard voor maken om er voor te zorgen dat er meer stroomlijning komt in het onderzoek ten behoeve van het Waddengebied. “Dat wil ik best faciliteren, maar ik denk dat er al een ‘hub’ is om die kennis te bundelen, dat is namelijk de Waddenacademie zelf. Als ik hier zo kijk zijn hier al heel veel kennis en belanghebbenden verzameld.”

Niet wereldvreemd

In de zaal klinkt ook kritiek op het onderzoek naar de Wadden, waarin veel te weinig de direct betrokkenen in het gebied gehoord worden. “Ik zie ook wel dat er op universiteiten veel druk is om te publiceren, en dat we vaak in bureaucratische processen veel kostbare tijd verliezen,” reageert De Vries op die kritiek. “Maar dat de onderzoekers naar het Wad helemaal wereldvreemd zijn, die visie deel ik niet.”

Bas Eenhoorn, de vertrekkend voorzitter van het Regiecollege Waddengebied, constateert wel dat onderzoek en beleid soms op gespannen voet staan. “Wetenschap gaat in principe over kennisvermeerdering, niet over het maken van beleid, dus dat bijt elkaar weleens.” Volgens Eenhoorn zijn er twee scholen binnen het onderzoek: de school die echt zit op het begrijpen van ontwikkelen, en de school die kennis ontwikkelt die meer direct beleidsmatig toepasbaar is. “Ik zou het mooi vinden als beide vormen van onderzoek langdurig de ruimte krijgt om zich te ontwikkelen en een bijdrage te leveren aan het Waddengebied.”

De Waddenfilm is een verhaal over oneindigheid

Jouke de Vries ziet er ook wel wat in om samen met de hbo-instellingen in het noorden van het land die handschoen op te nemen. “Het gaat vaak over internationalisering, maar ik denk dat we ook regionaal nog actiever moeten worden. Er moet een intensievere samenwerking komen tussen de kennisinstellingen hier.”

Die samenwerking hoeft zich overigens niet te beperken tot Nederland. Het Waddengebied strekt zich immers uit tot Duitsland en zelfs Denemarken. “Dat kunnen we zeker uitbreiden,” zegt de RUG-voorzitter die tegelijkertijd pleit voor een breder begrip van wat een kennisinstelling allemaal doet. “Ik denk dat we het beeld wat moeten draaien. We moeten meer een ‘multiversity’ worden in plaats van een ‘university’. Dat betekent ook dat we transdisciplinair onderzoek doen, waarin we de buitenwereld veel meer betrekken en bedrijven, gemeentes en provincies en burgers echt met ons meedenken.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK