Onderwijsvernieuwingen zijn weerbarstig, dus ga langzaam

Verslag | door Tim Cardol
8 november 2018 | Wat is er nodig om te komen tot flexibel onderwijs wat iedere student waar en wanneer die maar wil kan volgen? Op de twintigste SURF Onderwijsdagen blijkt dat die ambitie nog wel wat voeten in de aarde heeft.
Lauren Herckis Foto: De Beeldredaktie Marco de Swart

Maurits Berger (Universiteit Leiden) vertelt aan de start van de conferentie hoe hij zich de voorbije jaren ontwikkelde van docent die het liefst met krijt en bord in de weer ging naar een ware onderwijsvernieuwer. “Ik ben in niets meer die docent met dat bord. Ik voel me eerder de beheerder van een ‘kennisjacuzzi’, waarin het bruist en steeds nieuwe kennis opborrelt.”

Tweerichtingsverkeer

Volgens jurist en Arabist Berger heeft het ontwerpen van online onderwijs zijn werk fundamenteel veranderd. “Ik ben voor het eerst gaan nadenken over de vraag: ‘wat is de leerervaring die je studenten wilt geven’,” vertelt Berger. Het is volgens hem veel meer tweerichtingsverkeer geworden waarin de studenten Berger ook weer voeden bij zijn onderwijs en onderzoek.

Door de digitale hulpmiddelen kan Berger nu studenten over de hele wereld bereiken, die op ieder hen gunstig moment zijn colleges kunnen volgen. Toch zijn er nog wel wat obstakels te overwinnen om tot volledig flexibel onderwijs te komen. Een van die hindernissen is de erkenning van losse onderwijsonderdelen. Een mogelijke oplossing daarvoor kan blockchain-technologie bieden.

Op verschillende plekken wordt al geëxperimenteerd met de mogelijkheden van blockchain-technologie en zelfs op Europees niveau wordt gesproken over samenwerking. Ook SURF is momenteel in het programma EduChain met een private partij aan het kijken hoe blockchain-technologie ingezet kan worden om losse vakken of vaardigheden te beoordelen en van een digitaal certificaat te voorzien.

Iedereen kan in de toekomst badges uitgeven

Steven Verkuil van Coinversable laat zien hoe onderwijsinstellingen in de blockchain zogeheten ‘badges’ kunnen uitgeven. Door deze badges te verzamelen kunnen studenten hun persoonlijke onderwijsprogramma samenstellen. Omdat in de blockchain de badges decentraal opgeslagen worden, kan de student altijd zijn of haar certificaten opvragen. Op dit moment is SURF in het EduChain-project de partij die nog als onafhankelijk scheidsrechter beoordeeld wie wel en wie niet badges mag uitgeven.

“Maar in principe is het mogelijk dat iedereen dergelijke certificaten kan uitgeven,” zegt Verkuil. “Persoonlijk denk ik dat het in de toekomst best mogelijk is dat ieder individu op deze manier zijn of haar kennis of vaardigheden kan overbrengen op anderen en daar een soort van waarde aan kan toekennen op deze manier.”

De Special Interest Group Digitaal Toetsen waar experts van onderwijsinstellingen in samenwerken is al jaren bezig met mogelijkheden om het proces van toetsing te flexibilisering. Sharon Klinkenberg (UvA) die later op de dag een SURF Onderwijsaward in de wacht sleept is een van de drijvende krachten achter het project. Hij schetst de moeizame weg om te komen tot zowel tijd- als plaats onafhankelijk toetsen.

Toetszaal leerplek

“We hebben nu op de UvA een hele grote digitale toetszaal met 350 Chromebooks, maar als je zegt dat het ‘any place’ moet zijn, moet je het ook mogelijk maken elders die toets af te nemen. En dat is nog niet makkelijk, want je moet overal kunnen zorgen voor goede online verbindingen en computers die programma’s als SPSS ook daadwerkelijk kunnen draaien.”

De dominantie van testtheorie doorbreken

En als je dan wilt dat studenten overal aan de slag kunnen, dan zal je ook een oplossing voor het surveilleren moeten vinden. ‘Online proctoring’ kan een uitkomst bieden, maar makkelijk is het niet. “We hebben bij de afdeling psychologie onze toelatingstoets online proctored laten doen,” vertelt Klinkenberg. Dat betekent dat een student achter een computer met een webcam zit, terwijl een mobiele telefoon achter hem of haar ook nog opnames maakt. “Het heeft dus nogal wat voeten in de aarde.”

In de zaal klinkt de vraag of het niet makkelijker is om op een hele andere manier naar toetsen te kijken, zodat dergelijke hindernissen makkelijk te overkomen zijn. Klinkenberg stelt dat als toetskwaliteit wilt borgen de klassieke testtheorie nog altijd heel dominant is. Dat betekent dat iedereen een afsluitende toets maakt. “Ik denk dat het wel handig is om na te denken over andere manieren van toetsen, maar met 350 studenten zie ik het niet gebeuren.”

Het einde van formatief toetsen

Klinkenberg benadrukt dat hij zich voornamelijk bezighoudt met summatief toetsen en raakt daarbij gelijk aan de volgende uitdaging: tijdonafhankelijk toetsen. Want hoe zorg je ervoor dat als de ene student aan het begin van de week een toets maakt, de vragen niet voor het einde van de week al bij diens medestudenten liggen die later pas aan de beurt zijn? Volgens de UvA-docent is samenwerking hier de enige oplossing voor. Studies zullen toe moeten werken naar ‘itembanking’ zodat er altijd een grote hoeveelheid tentamenvragen beschikbaar is en er gevarieerd kan worden.

Institutionele blokkades overkomen

Het slot van de eerste van twee Onderwijsdagen in Den Bosch is voor Lauren Herckis, antropoloog op de Carnegie Mellon University in Pittsburgh, Verenigde Staten. Herckis onderzoekt hoe onderwijsvernieuwing tot stand komt en wat dat de voornaamste institutionele blokkades zijn om tot innovatie te komen.

In haar keynote gaat zijn specifiek in op wat zij ‘cycles out of sync’ noemt. “Binnen een onderwijscontext veranderen er heel veel dingen. Alleen al gedurende de tijd dat je binnen het onderwijs actief bent, verandert er al heel veel, bovenal de mensen die werkzaam zijn in het onderwijs.”

Aan de hand van verschillende personen, variërend van docenten, onderzoekers, studenten tot ondersteunend personeel laat Herckis zien hoe iedereen zijn of haar eigen historische context en ontwikkeling mee het onderwijs in brengt. “Ieder jaar zijn er nieuwe studenten, maar ook nieuwe medewerkers. Die mensen hebben misschien wel veel nieuwe kennis over pedagogiek, maar niet over technologie. Dat maakt uit als je verandering wilt doorvoeren.”

Iedereen werkt derhalve in een eigen tempo, snelheden verschillen en dat maakt de praktijk van onderwijsvernieuwing weerbarstig. Het belangrijkste advies dat Herckis het publiek op de SURF Onderwijsdagen derhalve wil geven: ‘ga langzaam’. “Het is niet alsof onderwijzend personeel niets anders te doen heeft. Zelfs mensen die ten diepste gepassioneerd zijn over technologie innovatie, hebben ook nog anderen dingen aan hun hoofd.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK