“De instinker zit niet in de vraag, maar in jezelf.”

Een interview met de geestelijk vader van de Nationale Wetenschapsquiz

Interview | door Sicco de Knecht
19 december 2018 | Vijfentwintig jaar geleden bedacht Hein Meijers, destijds hoofd communicatie bij NWO, de Nationale Wetenschapsquiz. Een quiz voor het brede publiek die wetenschap moest etaleren, en wetenschappers menselijker moest maken. “Een goede vraag voor de wetenschapsquiz is er eentje die je erop wijst dat het feit dat je dacht dat je veel wist eigenlijk een misverstand is.”
Hein Meijers – Foto: ScienceGuide

Dit jaar viert de Nationale Wetenschapsquiz zijn vijfde lustrum. In vijfentwintig jaar is de NWQ uitgegroeid tot een van ’s lands meest geliefde kersttradities. ScienceGuide zocht geestelijk vader en voormalig hoofd communicatie van NWO Hein Meijers (74) op om terug te blikken op de ontwikkelingen die de quiz in de afgelopen jaren heeft doorgemaakt, en wat ze ons vertellen over zijn passie: wetenschapscommunicatie.

Het interview vindt plaats op de werkkamer van Meijers waar nog steeds bijzonder veel boeken over wetenschap en wetenschapscommunicatie staan. Dat ondanks het feit dat hij eerder al negen strekkende meter literatuur cadeau deed aan hoogleraar wiskunde en wetenschapscommunicatie – en presentator van de quiz – Ionica Smeets.

Hein Meijers ademt wetenschapscommunicatie, en zit nog altijd niet stil wat dat betreft. Hij schrijft nog altijd korte verhalen op zijn eigen blog en momenteel werkt hij aan een nieuw boek. Een van zijn vorige boeken krijgen we cadeau: De encyclopedie van nutteloze feiten. “Het is een verzameling van feitjes die ik niet kwijt kon in de quiz.”

Be good and show it

Meijers begon zijn carrière in de journalistiek als werkstudent op de afdeling pers en voorlichting van de Nederlandse Economische Hogeschool, later Erasmus Universiteit. Het bestuur had daar als tegenhanger van het nogal linkse blad Oik een eigen publicatie opgericht: Quod Novum. Tot irritatie van het bestuur ging Quod Novum onder Meijers leiding al snel een eigen koers varen en in de jaren die volgde groeide het blad uit tot een van de grootste onafhankelijke bladen van universitair Nederland. Na een uitvoerige carrière in de onderwijs- en wetenschapsjournalistiek vond Meijers het midden jaren ’80 wel welletjes en maakte hij de stap naar de ‘overkant’ – een overstap die door zijn collega journalisten niet werd gewaardeerd.

Toen hij aan de slag ging bij NWO als hoofd communicatie heette het nog ZWO – de organisatie voor zuiver wetenschappelijk onderzoek. “Het werd ook wel de huiskamer van de wetenschap genoemd,” vertelt Meijers die de tijd kenschetst als een tijd waarin de directeur van ZWO nog plechtstatelijk, met de trein, de universiteiten afging om te kijken waar het geld het beste aan gespendeerd kon worden.

Voor Meijers was direct duidelijk dat de organisatie amper ervaring had met het voeren van een communicatiebeleid. In het communicatieplan dat Meijers schreef was dan ook ambitieus: hij wilde naast het bestuurlijke en politieke circuit het ‘brede publiek’ betrekken. Het uitgangspunt daarbij moest volgens hem zijn ‘be good and show it’. “Niet preken voor eigen parochie en jezelf op de borst slaan, maar gewoon vertellen waar je mee bezig bent en goed in bent.”

Wat is er nu kenmerkender aan wetenschap dan vragen stellen?

Het was, vijfentwintig jaar geleden, een plotselinge ingeving die Meijers tot het format van een quiz bewoog. “Wetenschap gaat over vragen. Dus hoe maak je nu in een keer duidelijk wat wetenschap is en waar wetenschap over gaat? Een quiz!” In samenwerking met de VPRO werd een format uitgewerkt voor de Nederlandse televisie. “Het moest iets feestelijks zijn, en ook een moment voor het brede publiek waar ze wetenschappers een keer konden zien als ‘normale mensen’.”

Dankzij Wim T. Schippers startte de NWQ eigenlijk een beetje als een anti-quiz. “Je had in die tijd al hele stupide quizshows, met hele stupide vragen en hele stupide prijzen. Daar was dit een soort antigif tegen.” Wat kijkcijfers betreft was de quiz direct een hit, en jarenlang was de quiz het best bekeken VPRO-programma. “In de glorietijd haalde het meer dan een miljoen kijkers.” Alhoewel er wel een dip in heeft gezeten keken er vorig jaar alsnog bijna 800.000 kijkers naar de uitzending.

“Je had in die tijd al hele stupide quizshows, met hele stupide vragen en hele stupide prijzen. Daar was dit een soort antigif tegen.”

In een verdere poging een brug te slaan van de wetenschappers naar het brede publiek probeerde Meijers in eerste instantie de vragen op te halen bij de onderzoekers. “Ik heb het eerste jaar alle geleerden van Nederland een heuse brief gestuurd met de vraag om vragen in te sturen. In deze brief vroeg ik hen om mij een vraag te sturen die zij hun eerstejaars studenten in het eerste college voor zouden kunnen leggen.” Dat ‘niveau’ is de standaard gebleven: de vragen moeten voor de vuist weg door een eindexamenkandidaat van het vwo gemaakt kunnen worden.

“Van de 6500 geleerden kreeg ik in totaal welgeteld drie brieven terug. Daarvan waren er twee niet bruikbaar – te specialistisch. Eentje heeft de lijst gehaald” Dat is iets wat Meijers later nog vaker terug zou zien in inzendingen van de weledelgeleerden. “Het laat maar weer zien wat zo’n specialisme met mensen doet. Kennis wordt daardoor een soort van gleuf waardoor je kijkt naar de werkelijkheid. Als je een beetje een grote jongen bent dan is die gleuf wat breder maar het blijft een beperkt beeld.”

Wat is een goede vraag?

Met slechts een vraag op zak moest Meijers op zoek naar de andere 31 vragen en antwoorden. Daarvoor bood de museumwinkel van het Smithsonian Museum in Washington – waar Meijers en zijn vrouw op vakantie waren – uitkomst. “Met een zwikkie boeken met interessante wetenswaardigheden ben ik maar aan de slag gegaan.” Alhoewel de procedure enigszins is aangepast is dit de manier waarop Meijers tot aan zijn pensioen in 2009 het leeuwendeel van de vragen heeft samengesteld.

“Een goede vraag voor de wetenschapsquiz is er eentje die je erop wijst dat het feit dat je dacht dat je veel wist eigenlijk een misverstand is.” Het is volgens Meijer belangrijk dat een NWQ-vraag te beantwoorden is door een logische redenering op te zetten, op basis van een bredere kennis. “Weetvragen, feitjes en instinkers zijn geen goede vragen.”

“Een goede vraag voor de wetenschapsquiz is er eentje die je erop wijst dat het feit dat je dacht dat je veel wist eigenlijk een misverstand is.”

“Het moet een hele simpele vraag zijn, die dicht aan de oppervlakte ligt. Je moet overmand worden door het gevoel: dit weet ik, en daardoor moet je het verkeerde antwoord kiezen. Uiteraard in de sterke overtuiging dat het antwoord dat jij hebt gekozen het goede antwoord is.”


Aristoteles deed in zijn ‘Traktaat over de Meteorologie’ de aanbeveling vlees altijd goed heet aan te braden, want dan zou het malser en sappiger blijven. Had hij gelijk?

  • Ja, als je het vlees snel dichtschroeit, kan het vocht er niet zo gemakkelijk uit
  • Ja, maar dat geldt alleen voor jong spiervlees
  • Nee, het vlees behoudt meer vocht wanneer het op matig vuur gebraden wordt

“De instinker zit niet in de vraag, maar in jezelf.” Wat dat betreft is de inmiddels beruchte biefstukvraag uit 2001 (boven) een huzarenstukje Het goede antwoord was overigens het laatste antwoord. Aristoteles had het zoals bij meer dingen bij het verkeerde eind. volgens Meijers. “Daar was ik nou heel tevreden over. Met Kerst zit iedereen aan tafel, eet veel te veel, en dan is het iets dat heel dicht bij de ervaring staat en iedereen heeft er zijn of haar eigen antwoord op.”

In alle jaren dat Meijers meewerkte aan de quiz ging het een keer mis in de uitzending, namelijk met een vraag over pinguïns. “De vraag was waarom pinguïns zo raar lopen maar het antwoord was al pontificaal in beeld gezet voor de deelnemers.” Het skelet van de pinguïn, waaraan te zien is dat diens benen opgevouwen tegen de borst zitten, was door de producenten al in de studio gezet.

Clown van de Wetenschap

Een warm onthaal had de eerste quiz bepaald niet, zowel niet bij het brede publiek als bij de academici, zo herinnert Meijer zich. “De kritiek in de krant, ook de NRC waar we een partnership mee hadden, was dat Wim T. Schippers de ‘Clown van de Wetenschap’ speelde. Het bestuur van NWO kreeg brieven dat de geleerden ‘zich niet konden herkennen’ in dit beeld van wetenschap dat werd neergezet. Dat was niet de bedoeling.”

Boze brieven beantwoordde Meijers overigens altijd zelf, en de NWQ was zeker niet de laatste keer dat dit nodig was. Een voorval dat hem nog vers in het geheugen ligt was de bekendmaking van de Spinozaprijzen in 1999. Wellicht door het ontbrekend enthousiasme van Meijers kreeg de Spinozaprijs aanvankelijk weinig media-aandacht. “Toen het begon heb ik me intern verzet tegen die vorm. Ten eerste omdat de Huygensprijzen voor jonge onderzoekers eraan gingen. Ten tweede omdat je op een gegeven moment gewoon door de ‘toponderzoekers’ heen bent. Dan ga je mensen zoeken voor bij de prijs.”

De knapste vrouw van Nederland

Het bestuur van NWO vond het destijds vervelend dat de Spinozaprijs maar nauwelijks onder de aandacht kwam en riep het hoofd communicatie op het matje. “Ik heb toen gezegd dat ik dat kon regelen, maar dat ze er last mee kregen. Onder de voorwaarde dat ik, net als met de quiz, de boze brieven zou doen heb ik het opgepakt.” Het geval wilde namelijk dat de een van de winnaars van dat jaar – voor het eerst in vijf jaar – een vrouw was: Anne Cutler.

In overleg met Cutler schreef Meijers een persbericht waarvan hij zeker wist dat er gedonder van zou komen. De titel: Knapste vrouw van Nederland wint Spinozaprijs. Gedonder kwam er zeker, maar de aandacht was er. “Het mooie is dat het zinnetje: ‘De Spinozaprijs, die door sommigen wel de Nobelprijs van Nederland genoemd’ klakkeloos werd overgenomen.” En zo geschiedde het.

“Het mooie is dat het zinnetje: ‘De Spinozaprijs, die door sommigen wel de Nobelprijs van Nederland genoemd’ klakkeloos werd overgenomen.”

Alhoewel hij nog steeds helemaal achter de communicatiestrategie rondom deze uitreiking staat is Meijers nog altijd zeer kritisch op de filosofie achter de Spinozapremie. “De Spinozaprijs is er voor zij die over hun hoogtepunt heen zijn. Als je praat over innovatie dan moet je bij de jonge onderzoekers zijn.”

Sciences of humaniora?

Een groot punt van kritiek op de quiz was lange tijd dat er wel heel erg veel ‘natuurwetenschappelijkheden’ in zaten. Er was maar weinig aandacht voor de alfa- en gammawetenschappen. Terechte kritiek vindt Meijers, maar het is niet alsof er niets aan gedaan werd. “We hadden wel een formule met een verdeling op sector, maar voorop stond dat het een goede vraag moest zijn. De alfa- en gammawetenschappen waren inderdaad vaak onderbezet.”

Directe pogingen om wetenschappers te betrekken om goede vragen in te sturen stuitten toch weer vaak op het ‘weetjes-probleem’. Meijers: “Gamma is meer op afspraken gebaseerd dan logica. Alfavragen zijn gewoon vaker ‘weet’-vragen. Uiteindelijk zijn we erin berust dat het meer science dan humaniora was.” De laatste jaren ziet hij dat er een duidelijk een verandering is opgetreden, maar hij vindt de quiz er over het algemeen niet per se beter op geworden.


Wat was het aandeel van Nederland in de westerse slavenhandel tussen Afrika en de Nieuwe Wereld?

  • Ongeveer 5%
  • Ongeveer 25%
  • Ongeveer 45%

Een voorbeeld van een vraag die Meijers nooit zou stellen is vraag 12 uit 2014 (boven). “Ten eerste is het een vraag waarop je het antwoord ‘gewoon moet weten’. Het juiste antwoord is 5%, maar dat moet je gewoon weten. Ten tweede lijkt de NWQ me niet de plek om de wereld te verbeteren en met dit type politiek geladen vragen te komen.” Dat is iets anders dan aansluiten bij de (politieke) actualiteit voegt hij eraan toe. “Dat deden we wel, maar dan vooral om bepaalde aannames op losse schroeven te plaatsen, ongeacht of je voor of tegen bent.”

Meedoen is goed voor je carrière

Als er een ding duidelijk is geworden over de jaren heen, dan is het voor wetenschappers bepaald niet slecht voor hun carrière om een keer deel te nemen aan de quiz. Illustere namen als Robbert Dijkgraaf, Ronald Plasterk en Vincent Icke gingen de deelnemers voor. Volgens Meijers waren dat indertijd wetenschappers die bepaald niet bekend waren bij het bredere publiek, soms was het hun eerste keer op televisie.

"De humor is weer terug in de quiz.”

Die bekendheid leidde er bij sommige wetenschappers wel toe dat ze vanaf dat moment niet meer van de buis te slaan waren erkent Meijers. “Je moet niet steeds dezelfde maar juist zo veel mogelijk onderzoekers voor het voetlicht te brengen. Je moet het veld ruimer trekken, en opentrekken.” Aan de ene kant zoek je het briljante op, maar is het ook balanceren dat je niet doorslaat.

“De enige manier om die eenvormigheid tegen te gaan is door gewoon heel veel te organiseren.” In die gedachte heeft Meijers in zijn tijd dan ook een hoop initiatieven ondernomen. Zo organiseerde hij vele thematische lezingen, ontstond op een goed moment de zogenaamde ‘soeplezing’ voor politici in de Tweede Kamer en organiseerde NWO in 2000 voor het eerst een festival voor wetenschapsjournalisten en communicatiemedewerkers: Bessensap.

Vooruitkijkend naar de quiz van dit jaar kan Meijers deze editie van harte aanbevelen. Hij was aanwezig tijdens de opnames en werd door presentator Ionica Smeets kort in het zonnetje gezet. “Ionica en Pieter Hulst doen het heel goed en vullen elkaar prachtig aan. Bij Ionica zie je dat ze heel pienter is op de vragen en de uitleg, en Pieter brengt weer een beetje Wim T. terug in het spel. De humor is weer terug in de quiz.” Ook het panel van wetenschappers en kunstenaars was goed gekozen volgens Meijer. “Als dit het format is voor de aankomende jaren, dan heb ik er alle vertrouwen in.”

De Nationale WetenschapsQuiz wordt uitgezonden op zaterdag 29 december a.s


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK