“Het gaat mij aan het hart dat er zoveel studenten een bsa krijgen”

Nieuws | door Frans van Heest
20 december 2018 | De hartenwens van de minister voor 2019 is meer kansengelijkheid in het onderwijs. Zij zal er ook alles aan doen om instellingen te verleiden om het bsa te verlagen. Dit gaf zij aan bij de kerstborrel van het ISO.

Gisteravond hield het ISO een kerstborrel in een stampvol café aan het Haagse Plein. Prominenten uit het hoger onderwijs van Nuffic, ISO, LSVb en de Koepels VSNU en Vereniging Hogescholen waren afgekomen op de informele bijeenkomst waar onder andere Ron Bormans, voorzitter van de Hogeschool Rotterdam mocht spreken.

Speciale gast was minister Van Engelshoven. Zij reflecteerde op haar eerste jaar als minister en zette ook een stip aan de horizon. Zij was ondanks de tegenslagen bij het verplicht wettelijk vastleggen van het bsa, vastberaden om deze strijd voort te zetten. Van Engelshoven zal naar eigen zeggen al haar verleidingskunsten in de strijd gooien om op dit dossier winst te boeken.

De voorzitter van het ISO, Tom van den Brink wilde aan het begin van de avond weten wat de hoogtepunten waren van de minister het afgelopen jaar. “De kwaliteitsafspraken waren voor mij toch wel een heel bijzonder moment. Een van mijn wensen toen ik minister werd was om iets te doen aan de cultuur van prestatieafspraken. Om dingen voor elkaar te krijgen met partners moet dat ook niet meteen een afrekencircus zijn. Dat ik daarmee heb mogen afrekenen dat deed mij heel erg goed. De weg daarnaartoe om met de Vereniging Hogescholen, de VSNU, de LSVb en met jullie [ISO, red] om tafel te zitten dat vond ik heel bijzonder.”

Hier kan ik mijn stempel op drukken

De kwaliteitsafspraken markeerden dus het eerste moment waarop de minister het idee had dat zij ergens een stempel op kon drukken. “Soms was het een hobbelig proces, wij waren het niet altijd meteen eens. Maar toch was het een proces waar uiteindelijk met alle partijen iets goeds uit voortgekomen is. Dat vond ik heel mooi, omdat dit het eerste moment was dat ik het gevoel had: nu kan ik ergens mijn stempel op drukken.”

Ook de halvering van het collegegeld voor eerstejaarsstudenten was zo’n moment waar de minister tevreden op terugkijkt, zeker gezien de inzet van haar medewerkers op het departement. “De halvering van het collegegeld is toch een voordeel voor heel veel studenten, rechtstreeks in hun portemonnee. Nog nooit is een wetsvoorstel van het papier zo snel werkelijkheid geworden. Daar ben ik heel veel mensen van mijn departement ontzettend dankbaar voor. Die hebben zich echt uit hun naad gewerkt omdat voor elkaar te krijgen.”

Zoals altijd waren er natuurlijk momenten dat het voor de minister niet makkelijk was. “Het is goed om dat ook te ervaren in zo’n eerste jaar. We hebben natuurlijk het rentedebat gehad. Dat is het moment waarop je als minister ook echt moet besturen en besturen is niet alleen feestjes vieren. Dat is ook je verantwoordelijkheid nemen, om iets dat is afgesproken tot een goed resultaat te brengen.”

De D66-minister wilde nog maar eens benadrukken dat deze maatregel wat haar betreft niet nodig was geweest. “Iedereen weet dat het ook niet mijn favoriete maatregel is uit het regeerakkoord. Het is wel iets dat aan die formatietafel collectief is besloten. Daar is gezegd dat we ook moeten kijken naar de houdbaarheid van de overheidsfinanciën op de lange termijn en daar moet je dan ook verantwoordelijkheid voor nemen. Dat heb ik gedaan.”

De ironie van de politiek

Ironisch genoeg was het juist het CDA dat intern de meeste kritiek te verduren kreeg op deze rentemaatregel. “Op zo’n moment laat zich wel de dynamiek van de politiek zien. Er was een hoop gedoe over op het CDA-congres. Maar hoe kwam die maatregel ook al weer in het regeerakkoord? Het stond bij twee partijen in de doorrekeningen van het CPB, om op die manier de houdbaarheid van hun verkiezingsprogramma goed uit de cijfers te laten komen. Dat waren de ChristenUnie en het CDA. En dat juist in die partij ophef ontstaat over deze maatregel: ja dat is dan weer een beetje de ironie van de politiek.”

De minister van Onderwijs benadrukte nog maar eens tegenover de voorzitter van het ISO dat deze bovengenoemde maatregelen los van elkaar staan. “Er wordt heel vaak het verband gelegd tussen die twee maatregelen. Dat verband is er niet. De opbrengsten van de rentemaatregel komen echt pas veel later. Het is niet zo dat het een het ander betaalt.”

Een biertje in de week

De minister grapte dat zij de rentemaatregel eigenlijk niet eens zo’n slecht voorstel vond en kwam met een voorbeeld dat door haar voorlichters altijd streng verboden wordt. “Ik zie mijn woordvoerders hier ook in de zaal staan en ik mag dit nooit doen, dingen uitdrukken in bier. Maar wij zijn hier toch in de kroeg: die rentemaatregel is voor heel veel studenten die straks afgestudeerd zijn en een behoorlijk inkomen verdienen, een biertje in de week. Met oog op het preventieakkoord is het misschien toch wel een goed idee.”

De minister keek zo rond kerst en oud en nieuw ook vooruit naar het nieuwe jaar en wat er aan zit te komen. “Wij gaan beginnen met gesprekken over de volgende Strategische Agenda hoger onderwijs. Die Strategische Agenda ga ik afronden in mijn termijn. Daarbij is het de vraag hoe kijken we nu op de lange termijn aan tegen het hoger onderwijs? Wat vinden we nu echt belangrijk? Hoe zorg je op de lange termijn dat de kwaliteit van het hoger onderwijs wordt bevorderd en dat de toegankelijkheid wordt bevorderd.”

Van Engelshoven benadrukte dat deze agenda ook meer ruimte biedt dan de maatregelen die in het regeerakkoord staan. “Dat is ook een agenda waar wij iets meer ruimte hebben dan alleen de kaders van het regeerakkoord. Waar wij met elkaar die stip op de horizon moeten zetten over wat we gezamenlijk belangrijk vinden. Ik zie daar heel erg naar uit om met heel veel mensen die gesprekken te voeren. Volgens mij is dat nog veel belangrijker dan de korte termijn.

Mijn hartenwens ligt bij kansengelijkheid

De minister sprak tevens de hoop uit – zoals zij die al eerder heeft uitgesproken – om echt een vuist te maken tegen kansenongelijkheid. “Als je mij vraagt waar ligt dan echt mijn hartenwens voor 2019: dan is dat bij toegankelijkheid en kansengelijkheid. In een samenleving waar we de scheidslijnen steeds dieper zien worden hebben we echt met elkaar een opgave om de toegankelijkheid en het geven van kansen te overbruggen. Daar hebben we nog een geweldige opgave liggen.”

Ook dit dossier heeft wel getoond dat het niet altijd makkelijk is om te besturen als minister. Bijvoorbeeld bij het voorstel van de minister om het bsa wettelijk vast te stellen, waar zij later weer vanaf zag. “Dat gaat niet altijd makkelijk. Ik heb ook vrij hardhandig gemerkt dat als je iets in de arena gooit dat je dat ook af en toe hard terugkrijgt. Waarbij gezegd wordt: ‘nou minister, wij dachten het niet.’ Dan is het ook een kwestie van geduld hebben en stug doorgaan met je overtuiging.”

Waar zijn wij dan mee bezig?

De minister vindt het onbestaanbaar dat er nu heel veel studenten een bsa krijgen en weer met een zelfde studie beginnen. “Wat mij echt aan het hart gaat is dat je ziet dat er zoveel studenten zijn die een negatief bindend studieadvies krijgen en vervolgens een aanverwante of dezelfde studie opnieuw beginnen, waar zijn wij dan mee bezig? Dat debat blijf ik voeren. Je moet als minister ook niet van suiker zijn. Af en toe moet je ook een beetje tegenwind oproepen.“

Beoogde beleidseffect bindend studieadvies wordt niet gehaald|
Tom van den Brink wierp de minister wel voor de voeten dat de Kamer een motie heeft aangenomen die juist vastlegde dat universiteiten en hogescholen zelf verantwoordelijk blijven voor het vaststellen van een bsa. De minister zegde toe dat zij instellingen zal verleiden om toch iets aan dat bsa te doen. “Dan komt het neer om te overtuigen en instellingen te verleiden om hier iets aan te doen. Ik ga al mijn verleidingskunsten in de strijd gooien om dat voor elkaar te krijgen.”

Geen speech over het leenstelsel

De volgende spreker was Ron Bormans. Eerder die dag was bekend geworden dat zijn termijn als voorzitter van de Hogeschool Rotterdam met vier jaar wordt verlengd. Bormans was dan ook in een feestelijke kerststemming en deed de oproep om volgend jaar liever voor elkaar te zijn. “Ik ga een oproep doen om liever voor elkaar te zijn. Dus Lieve Ingrid, ik ga niet over het leenstelsel hebben. Ik vind eigenlijk dat we het daar wel over moeten hebben. Ik vind eigenlijk dat er een component in dat leenstelsel zitten waarover we het moeten hebben. Bijvoorbeeld over die rente.”

Toch won de ergernis van Bormans het in zijn speech af en toe van de liefde. Bijvoorbeeld toen het ging om het bericht van het ISO deze week dat de kwaliteitsafspraken niet goed verlopen. “Lieve Tom, we gaan het ook niet hebben over dat bespottelijke interview van deze week in Trouw. Tom begint langzamerhand een hele grote jongen te worden. Hij begint zich al een beetje te ontwikkelen zoals mensen dat hier doen in Den Haag. Dan is er ergens een incident en zegt hij vervolgens dat bij alle hogescholen en bij alle universiteiten de medezeggenschap niet betrokken is bij de kwaliteitsafspraken. En de journalist van ScienceGuide, lieve Frans wat jij erover schreef was ook onzin.”

Bormans had ook nog een inhoudelijke bijdrage en een opdracht aan de minister voor haar Strategische Agenda. “Ik ga drie elementen noemen die je mee zou kunnen nemen in jouw Strategische Agenda voor het hoger onderwijs. Ik vind als rechtgeaarde hbo’er dat we liever moeten zijn tegen universiteiten. Ik heb ooit in de Commissie Veerman mogen zitten en daar hadden we een hele mooie plek ingeruimd voor de universiteiten en daar hebben ze het toch een klein beetje moeilijk mee. Het hbo begint langzamerhand de jaren van de puberteit achter zich te laten en begint volwassen te worden, maar de universiteiten zitten hier en daar in een midlifecrisis.”

Bormans sprak daarbij ook persoonlijk VSNU-voorman Pieter Duisenberg aan, eveneens aanwezig was in Café de Haagse Kluis. “Lieve Pieter, wat bedoel ik daarmee? Er zijn een aantal dingen rondom de universiteiten gaande: de onderwijsfunctie staat onder druk, we hebben #WOinActie, we zijn een paar Maagdenhuis-bezettingen verder, we hebben de kwestie rondom de Engelse taal. Dat zijn wellicht tekenen aan de wand dat universiteiten zich niet comfortabel voelen in het huidige stelsel. Terwijl de Commissie Veerman universiteiten een fantastische plek toewees als research-universiteiten.”

Daarom deed Bormans, als oud-commissie Veerman-lid, de oproep om universiteiten meer comfort te bieden. “We moeten universiteiten daarom iets meer comfort bieden. Wat niet een kwestie is van alleen maar extra geld. Dan krijg ik namelijk ruzie in eigen kring. Maar we moeten ze wel meer comfort bieden om die schitterende rol van research-universiteiten te vervullen. Universiteit zijn fantastische instituties.”

Stress meegeven aan de toekomst

Bormans deed tot slot de oproep om naast studenten te gaan staan die gebukt gaan onder druk en stress. “We moeten ook liever zijn tegen studenten. Ik ben de afgelopen jaren geschrokken van al die verhalen over stress en druk op jonge mensen. In de tijd van hoogconjunctuur, waarbij de perspectieven torenhoog lijken te zijn. Ik zeg dit niet alleen als bestuurder bij de Hogeschool Rotterdam, maar ook als vader van drie zonen. Want als we als land stress meegeven aan de jeugd, dan geef je ook stress mee aan de toekomst.”

Hier wilde Bormans ook niet meteen met de vinger wijzen. “Of het nu komt door het bsa, Lieve Ingrid ik weet het niet? Of het nu komt door het lenen Ingrid, ik weet het ook niet. Maar we moeten heel diep nadenken over wat er gaande is.”

Mogelijk heeft het ook iets te maken met dat we in een samenleving zitten die op zichzelf al verwarrend is, zo stelde Bormans. “Dus mijn derde liefdesverklaring van vanavond is dat we veel liever moeten zijn voor onze samenleving. Er liggen allerlei vraagstukken hier buiten die te maken hebben met basale vraagstukken van onze samenleving. Waarvan ik vind dat universiteiten en hogescholen daar een rol in te vervullen hebben. Dat we misschien net iets te weinig doen. Het vraagstuk rondom democratie, het vraagstuk van nepnieuws”

“Terwijl wij de hele dag vergaderen over kwaliteitsafspraken en bsa vergeten wij weleens dat er een dieperliggende laag onder zit. Met name de universiteiten die al meer dan 400 jaar in dit land bestaan en ook hogescholen met geschiedenis van 200 jaar. Die zijn een heel belangrijk onderdeel van het meest vitale cement van de Nederlandse samenleving. Dat zijn namelijk de onderliggende waarden.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK