Investeringen in R&D steeds internationaler

Nieuws | door Tim Cardol
11 december 2018 | In september vorig jaar vroegen Kamerleden Paternotte, Beckerman en Özdil demissionair minister van OCW Jet Bussemaker om nader te onderzoeken in hoeverre banden tussen publiek gefinancierde wetenschap en bedrijfsleven ertoe hebben geleid dat bedrijven minder zijn gaan investeren in R&D.
Brainport Eindhoven (foto: NLEU2016)

Dat onderzoek is inmiddels uitgevoerd door de KNAW en het rapport ‘Wederzijdse versterking’ brengt enkele interessante ontwikkelingen in beeld. Allereerst vinden de Kamerleden geen bevestiging in hun vermoeden zo valt te lezen in het rapport. “Bedrijven hebben hun investeringen in onderzoek en ontwikkeling in Nederland niet afgebouwd. Dit antwoord houdt ook stand indien gecorrigeerd wordt voor de fiscale voordelen die de overheid aan het bedrijfsleven biedt om R&D te stimuleren.”

Wat de KNAW wel constateert, is dat publieke investeringen in bijvoorbeeld buurlanden wel van invloed zijn op de private investeringen in Nederland. “Als het verschil tussen de publieke investeringen in R&D in Nederland en bijvoorbeeld Duitsland verder oploopt, neemt daarmee de kans toe dat Nederlandse bedrijven hun R&D-activiteiten in ons buurland plaatsen,” schrijven de onderzoekers.

Luc Soete (Maastricht University) die namens de KNAW het onderzoek uitvoerde, geeft daar desgevraagd een voorbeeld van. “Stel dat Duitsland bijvoorbeeld op grens met Nederland fors investeert in bijvoorbeeld de Max Planck Instituten, dan kan het best dat een bedrijf als Océ besluit om z’n R&D-investeringen te verschuiven.” Dat zal overigens niet voor alle bedrijven gelden, ziet Soete. “ASML is bijvoorbeeld veel meer regionaal gebonden. Die zullen niet zo snel hun R&D-activiteiten in de regio Eindhoven verplaatsen.”

Totale bedrag gelijk gebleven

De KNAW stelt dat het totale bedrag aan R&D-investeringen de voorbije jaren weliswaar niet gewijzigd is, maar dat er wel een verschil is in hoe de geldstromen lopen. Zo wordt er de meer door buitenlandse bedrijven en de Europese Commissie in Nederlandse R&D geïnvesteerd. Tegelijkertijd zijn Nederlandse bedrijven hun R&D-investeringen juist meer naar het buitenland gaan verplaatsen.

Gevraagd naar dit deze verschuiving, stelt Luc Soete, de opsteller van het rapport, dat hier wel enig voorbehoud gemaakt dient te maken. Zo kunnen internationale overnames ook zorgen voor schommelingen. “Kijk naar DSM dat begin deze eeuw een grote tak van het Zwitserse F. Hoffmann-La Roche overnam. Het is logisch dat een deel van de investeringen in R&D dan ook bij universiteiten in Zwitserland belegd wordt.”

Volgens Soete bleek tijdens het onderzoek vooral dat het erg lastig is om een goed beeld te krijgen van de R&D-uitgaven. Zo zijn de laatste cijfers van het CBS afkomstig uit 2016. “Het zou goed zijn eens in meer detail te kijken naar de publieke investeringen, zodat ook een beter beeld ontstaat van de trends en ontwikkelingen.”

KNAW wil bedrijfsleven betrekken voor kennisinvestering

De KNAW schrijft in het rapport in reactie op de vraag van de Kamerleden: “Bedrijven bouwen hun investeringen in onderzoek en ontwikkeling niet af, maar als gevolg van aantrekkelijke publieke R&D-financiering in het buitenland kan een toenemend aandeel van de Nederlandse private R&D-investeringen ingezet worden voor uitvoering van R&D in het buitenland.”

Algemeen bezien constateert de KNAW dat er sprake is van een wederzijdse versterking tussen private en publieke R&D-investeringen. Een toename in publieke R&D-investeringen heeft volgens de analyse op korte en middellange termijn een positief effect op zowel de publieke als private R&D-kennis. “De wederzijdse versterking tussen publieke en private R&D is het grootst wanneer deze door de publieke sector wordt geïnitieerd, met andere woorden, privaat volgt in deze publiek.”

Geen rol voor hbo in KNAW-rapport

Opvallend genoeg is in het onderzoek van de KNAW niet gekeken naar de rol van hogescholen en de investeringen die er in het hbo gedaan worden op het gebied van innovatie en publiek-private samenwerking. Soete geeft desgevraagd aan dat dit inderdaad een omissie is in het onderzoek, maar stelt ook dat publieke investeringen in R&D in het hbo vele malen lager liggen dan in het wo. Daarbij moet worden aangetekend dat in het KNAW-rapport Een vrij smalle benadering van het concept R&D Kenmerkend voor R&D is dat het onderzoek streeft naar oorspronkelijkheid én vernieuwing. R&D is het creatief, systematisch en planmatig zoeken naar oplossingen voor praktische problemen, bijvoorbeeld productieproblemen. Ook het strategische en het fundamentele onderzoek behoren tot R&D. Hierbij staat voorop dat het bedrijf of de kennisinstelling de achtergrondkennis en de (puur) wetenschappelijke kennis wil vergroten. Dit type onderzoek heeft niet zo zeer tot doel direct economisch voordeel te behalen of problemen op te lossen. Verder omvat R&D activiteiten om ideeën of proto- types verder te ontwikkelen tot bruikbare processen en productierijpe producten. Onderstaande activiteiten betreffen geen R&D: • routinematige metingen of controles,
• marktonderzoeken,
• scholing en training,
• werkzaamheden voor octrooien en licenties,
• ingekochte technologie of geavanceerde (productie)apparatuur operationeel maken,
• bestaande software herschrijven of klantspecifiek maken,
• industriële vormgeving wordt gehanteerd.

De KNAW concludeert tenslotte dat private en publieke R&D-financiering en uitvoering elkaar wederzijds versterken. Dat rechtvaardigt het continueren van publieke investeringen in R&D niet alleen als aanjager voor private R&D-investeringen maar ook als aanjager voor economische welvaart en productiviteit. Kortom, de ‘banden tussen publiek gefinancierde wetenschap en bedrijfsleven’ leiden ertoe dat bedrijven meer prikkels hebben om zelf te investeren in research & development.”

 


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK