Senaat vertrouwt afspraken met VSNU en VH niet over kwaliteitsafspraken

Nieuws | door Frans van Heest
5 december 2018 | De Senaat vindt dat de rol van de medezeggenschap voor het verdelen van de miljoenen van het leenstelsel onvoldoende geborgd is in de wet. De kwaliteitsafspraken zijn gebaseerd louter op vertrouwen, zonder juridische borging voor de medezeggenschap.
Eerste Kamer, foto: Corne Bastiaansen

De GroenLinks-fractie in de Eerste Kamer heeft aan de minister gevraagd waarom de rol van de medezeggenschap bij het verdelen van de kwaliteitsafspraken niet wettelijk is verankerd. Deze is namelijk veel minder gewaarborgd dan aanvankelijk was toegezegd bij de behandeling van het wetsvoorstel op het studievoorschot in 2015.

De wens om de rol van de medezeggenschap juridisch te verankeren is onder andere ingegeven door de LSVb, die vindt dat de rol van de medezeggenschap soms nog te beperkt is. Ook de PvdA vroeg waarom de rol van de medezeggenschap niet wettelijk verankerd is en werd daarin bijgevallen door de SP.

In april van dit jaar is er een akkoord gesloten tussen de koepels, studentenbonden en OCW over de nieuwe kwaliteitsafspraken. Daarin is afgesproken dat de medezeggenschap betrokken zou worden bij de totstandkoming van de kwaliteitsafspraken. Ook is afgesproken dat besturen van universiteiten en hogescholen instemmingsrecht zouden verlenen aan de medezeggenschap over de kwaliteitsafspraken.

De minister acht het niet nodig om de instemming van de medezeggenschap wettelijk te verankeren. Dit leidt tot vragen in de Senaat. De linkse partijen vinden dat de huidige afspraken tussen de studentenbonden en de koepels te vrijblijvend zijn en louter berusten op vertrouwen.

Verwarring en onbegrip

Uit de eerste berichten rondom de kwaliteitsafspraken blijkt in de praktijk dat de afspraken tussen medezeggenschap en CvB’s niet altijd vlekkeloos verlopen. Zo hebben in Amsterdam de studenten van de UvA uiteindelijk geen meerderheid gekregen voor hun eigen voorstel voor de nieuwe kwaliteitsafspraken. Ook bij de Universiteit Leiden bleek afgelopen week de rol van de medezeggenschap bij de kwaliteitsafspraken tot veel verwarring en onbegrip te leiden. Daar voelde een deel van de de medezeggenschap zich buitenspel gezet.

In een eerdere schriftelijke vragenronde heeft de PvdA in de Senaat gevraagd waarom het instemmingsrecht op kwaliteitsafspraken niet expliciet is opgenomen in de wet. Op die manier is voor iedereen duidelijk dat de medezeggenschap instemming heeft voor de kwaliteitsverbetering. De minister heeft vervolgens laten weten dat dit niet mogelijk is, omdat dan een wetswijziging nodig is.

Die wetswijzing zou te veel tijd in beslag nemen. Tegen de tijd dat de wet in werking treedt zou een substantieel deel van de periode van de huidige kwaliteitsafspraken verlopen zijn. De minister geeft ook aan dat instellingen bij het akkoord over de kwaliteitsafspraken al hebben toegezegd dat zij de medezeggenschap instemming zullen geven. De minister vertrouwt erop dat iedereen zich aan deze afspraak zal houden.

GroenLinks denkt daarom dat afspraken die louter gebaseerd zijn op vertrouwen een onvoldoende borging is voor de rol van de medezeggenschap. GroenLinks is ook van mening dat toenmalig minister Bussemaker in de Eerste Kamer had toegezegd dat de medezeggenschap instemmingsrecht zouden krijgen op de verdeling van de middelen van het studievoorschot. GroenLinks gaat met deze vragen ook af op signalen van de LSVb dat de betrokkenheid van de medezeggenschap in de praktijk soms nog te beperkt is.

Ook hekelt de GroenLinks-fractie dat de minister zelf verschillende bewoordingen gebruikt over de rol van de medezeggenschap. Zo noemt de minister het niet expliciet dat het bij wet verplicht is om de medezeggenschap instemming te geven op de kwaliteitsafspraken, maar instemming is indicatief.

NVAO gaat toezien op betrokkenheid medezeggenschap

De minister laat weten dat de NVAO zal toezien bij de beoordeling van de kwaliteitsafspraken of de medezeggenschap voldoende betrokken is geweest. De minister is van mening dat op die manier de betrokkenheid van de medezeggenschap voldoende geborgd is.

De Eerste Kamerfracties van de SP, GL en PvdA zijn toch nog niet tevreden over deze antwoorden en hebben onlangs aanvullende vragen gesteld aan de minister. “U noemt in uw brief dat u een wetswijziging niet nodig acht, omdat het instemmingsrecht op andere manieren zou zijn geborgd. De leden van de GroenLinks-fractie hebben echter twijfels over de hardheid van die borging.”

Bovendien onttrekken dergelijke afspraken zich ook aan directe parlementaire controle. “Deze afspraak biedt echter geen juridische grondslag voor de medezeggenschap om dit aan te vechten mochten de instellingen toch geen of onvoldoende instemmingsrecht toekennen en berust daarom louter op vertrouwen. Ook onttrekt een dergelijke afspraak die in handen wordt gelegd van derden zich aan directe parlementaire controle.”

“Erkent u dat hierdoor onvoldoende aan de borging is voldaan en dat voor een daadwerkelijk instemmingsrecht een juridische grondslag en de mogelijkheid van parlementaire toetsing noodzakelijk zijn?” wil GroenLinks in de Eerste Kamer van de minister weten.

De GroenLinks Senaatsfractie is van mening dat door dit juridisch niet bij wet te regelen het parlement ook buiten spel is gezet. “Erkent u dat hierdoor onvoldoende aan de borging is voldaan en dat voor een daadwerkelijk instemmingsrecht een juridische grondslag en de mogelijkheid van parlementaire toetsing noodzakelijk zijn?”

Rol medezeggenschap moet wettelijk geborgd

Ook het argument dat een nieuwe wetswijziging te veel tijd in beslag zou nemen wordt niet overtuigend gevonden. “Naar de mening van de leden van de fractie van GroenLinks is er geen zekerheid dat de kwaliteitsafspraken reeds zijn afgelopen als de wetswijziging heeft plaatsgevonden. En als dat al zo zou zijn, dan wijzen deze leden erop dat zij niet uitsluitend een specifieke regeling voor deze besteding beogen, maar veeleer denken aan een meer algemene wettelijke regeling die ook bij toekomstige afspraken nuttig kan zijn om de betrokkenheid van de medezeggenschap bij kwaliteitsbekostiging te garanderen.”

Daarnaast denkt GroenLinks dat het de NVAO ook zou helpen als de rol van de medezeggenschap wel wettelijk geborgd zou zijn. De NVAO moet namelijk beoordelen of de medezeggenschap voldoende betrokken is geweest bij de kwaliteitsafspraken. “Is ook voor de NVAO bij het controleren van de betrokkenheid van de medezeggenschap een wettelijke borging niet een stevig houvast?”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK