Decentrale selectie bevoordeelt ‘brave witte meisjes’

Nieuws | door Sicco de Knecht
9 januari 2019 | Universitaire opleidingen met een numerus fixus en decentrale selectie maken zich zorgen over de dalende diversiteit van hun instroom. Bij technische opleidingen is er sprake van een ondervertegenwoordiging van Nederlandse studenten. Bij andere opleidingen worden vooral ‘brave witte meisjes’ geselecteerd.

In de jaren ’70 was het nog vloeken in de kerk om leerlingen ‘voor de poort’ te selecteren. Maar tijden veranderen. Inmiddels melden jaarlijks 40.000 Gezamenlijk melden zij zich 53.000 keer aan, wat een gemiddelde van 1,3 aanmelding per student geeft. van de in totaal 120.000 nieuwe studenten zich aan voor de 23.000 plaatsen bij een selectieve opleiding. Voor onderzoekers van ResearchNed en financier NRO was dit reden genoeg om dit beleid eens tegen het licht te houden.

Selectie raakt kwetsbare groepen

In een onlangs gepubliceerde overzichtsstudie worden de doelen en uitkomsten van selectieprocedures aan de Nederlandse universiteiten in kaart gebracht. Hieruit komt een beeld naar voren van opleidingen die worstelen om de juiste selectiemethoden toe te passen. Bovendien blijkt dat selectie vaak (onbedoeld) tot eenheidsworst leidt: studentepopulaties worden er niet meer divers op.

Onvolledige informatie bij fixusopleidingen

“Nederland kent in het voorjaar van 2018 46 universitaire opleidingen met een numerus fixus en een selectieprocedure” concluderen de onderzoekers aan het begin van hun inventarisatie. Daarvoor namen zij de selectiecriteria (zoals aangegeven op de website van de opleiding) door. Een opvallende constatering is dat ruim de helft van de fixusopleidingen op hun website “geen of onvolledige informatie geeft over (met name) doelen en uitkomsten van selectie”.

Om meer te weten te komen over de doelen en uitkomsten zijn er aanvullende gesprekken gevoerd met opleidingsverantwoordelijken van (willekeurig geselecteerde) fixusopleidingen. Gevraagd naar de doelen viel de onderzoekers op dat het blikveld van de meeste opleidingen op dit punt “begrensd [is] tot datgene waar men binnen de duur van de opleiding invloed op heeft.”

De meeste opleidingen hebben zich dan ook toegelegd op studiesucces als belangrijkste outputvariabele om op te sturen. Dat lijkt te lukken, zo stellen de onderzoekers. “Het beoogde doel van selectie in ‘enge zin’, namelijk studenten toelaten die een grote succeskans hebben, lijkt volgens geïnterviewde opleidingsverantwoordelijken van numerusfixusopleidingen voorzichtig te worden bereikt.”

Voorspellende waarde 5-vwo cijfers onbekend

In de wetenschap dat middelbare schoolcijfers een voorspellende waarde hebben voor het studiesucces zijn deze, na vooropleiding en cognitieve vaardigheden, dan ook het meest populaire criterium. Bij de driekwart van de opleidingen (35/46) geldt dit als selectiecriterium.

Opvallend is dat wanneer er gekozen is om het cijfergemiddelde van het vwo te hanteren hier een opvallende – zij het noodgedwongen – suboptimale keuze gemaakt wordt. “Omdat de selectie tussen januari en april plaatsvindt, kan men voor de meeste kandidaten geen gebruik maken van het eindcijfer; in de meeste gevallen gebruikt men het overgangsrapport van 5-vwo naar 6-vwo.”

De onderzoekers wijzen erop dat er maar weinig bekend is over de voorspellende waarde van deze cijfers voor het studiesucces. “Hierbij kan niet altijd gegarandeerd worden dat de kwaliteit of de manier van examineren overeenkomt per school.” Opleidingen kunnen dus niet kunnen terugvallen op de nationale standaardisatie, hetgeen uiteraard ook meespeelt bij internationale aanmeldingen.

Een middel om te maximaliseren

Volgens oud-minister Bussemaker, die decentrale selectie verplicht stelde, zou dit beleid de match tussen opleiding en student moeten verbeteren. Een minderheid van de opleidingen (16|46) heeft daartoe een zogenaamd studentprofiel opgesteld. Andere opleidingen blijven sceptisch over het nut ervan: “Numerus fixus is voor ons eigenlijk geen selectie, maar een middel om te kunnen maximaliseren. We zijn eigenlijk meer voor loting. Selecteren is niet ons eerste doel. We willen niet een andere populatie bereiken dan voor de selectie.”

Selectie is niet eerlijker geworden door decentrale selectie

Een andere opleiding geeft aan in het algemeen niet bezig te zijn met het herdefiniëren van het studentprofiel. “Op dit moment gebruiken we criteria die we al jaren gebruiken. […] Vanuit het ministerie van OCW moesten we er nog een non-cognitief criterium bij bedenken. Toen hebben we gekozen voor het cv als bewijs dat je het onderwerp al jaren interessant vindt.”

Een aura van eerlijkheid

Opleidingsfunctionarissen zijn sceptisch over de toegevoegde waarde en de mogelijkheden die de huidige criteria uit de gereedschapskist bieden. “Het heeft een soort aura van een soort eerlijkheid, die er niet in zit. En nu ontstaan er allerlei bedrijven die de studenten gaan voorbereiden. Wie bereik je daarmee?” Ook geven meerdere opleidingen aan het zonde te vinden geen of weinig rekening te kunnen houden met de potentiele groeimogelijkheden van leerlingen.

Volgens meerdere respondenten leiden de selectieprocedures dan ook tot eenheidsworst. “Men is bezorgd over het gebrek aan diversiteit; geselecteerde groepen lijken steeds homogener te worden.” Deze homogeniteit manifesteert zich op opleidingsniveau; niet elke selectieve opleiding komt uit op dezelfde kenmerken.

Bij de technische opleidingen zijn het vooral de buitenlandse mannen die een voordeel hebben bij de selectieprocedure: “We worden veel aantrekkelijker voor buitenlandse studenten. We verdrukken echter de Nederlandse studenten. Het is een groot risico op eenheidsworst, we zijn een technische universiteit, er komen eigenlijk te veel jongens. Vanuit de overheid hebben we geen sturingsmechanisme om meer diversiteit toe te laten.”

Voor veel andere opleidingen delven jongens in het algemeen, en jongens met een niet-westerse migratieachtergrond in het bijzonder, het onderspit. Meisjes halen immers gemiddeld hogere cijfers op het vwo. “We zouden graag onze studentenpopulatie wat heterogener willen hebben. Zo is een groot gedeelte vrouw. Dat was met de loting al zo. En is nu alleen maar toegenomen met de selectie. We selecteren ook met de selectieprocedure de brave witte meisjes.”

Sicco de Knecht :  Hoofdredacteur

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK