Senaat uitermate kritisch over renteverhoging studieschuld

Nieuws | door Frans van Heest
30 januari 2019 | De Eerste Kamer heeft principiële kritiek op het wetsvoorstel om de rente op studieschuld te verhogen. Ook de partij van de minister, D66 vreest dat de toegankelijkheid in het geding komt.
Eerste Kamer, foto: Rijksoverheid

In december is de wet die de rente op studieschuld verhoogt met een nipte meerderheid in de Tweede Kamer aangenomen. De voltallige oppositie steunde het wetsvoorstel niet.

Kamer blijft bezorgd over open eindjes van het leenstelsel

Inmiddels ligt de wet voor aan de ‘Overkant’ en is de Eerste Kamer in de gelegenheid gesteld om schriftelijke vragen te stellen aan de minister. Het wetsvoorstel regelt dat de rente op de studieschulden verhoogd wordt en gekoppeld wordt aan de 10-jaarsrente, in plaats van de huidige lagere 5-jaarsrente. Dit wordt volgens de regering gedaan om de overheidsfinanciën gezond te houden. Met de huidige vijfjaarsrente lopen de Rijksfinanciën te veel risico, zo is de gedachte. Opvallend genoeg waren er twee regeringspartijen – ChristenUnie en CDA – die geen vragen hadden bij het voorstel.

Gebrekkige onderbouwing blijft pijnpunt

De GroenLinks-fractie heeft als eerste ten principale kritiek op het wetsvoorstel. De kritiek grijpt terug op het andere wetsvoorstel van de minister, de halvering van het collegegeld. Tot grote ergernis van Ruard Ganzevoort was dat een wetsvoorstel waar het volledig ontbrak aan inhoudelijke onderbouwing. De woede was zo groot dat hij een motie indiende waar hij ook een meerderheid voor kreeg waarin stond dat er in de Eerste Kamer geen wetsvoorstellen meer worden behandeld waar geen inhoudelijke onderbouwing voor is.

GroenLinks constateert nu zes maanden later dat er wederom een wetsvoorstel in de Senaat ligt waar geen inhoudelijke onderbouwing voor lijkt te zijn. “Uit de behandeling in de Tweede Kamer blijkt dat het huidige stelsel door de regering als financieel houdbaar wordt gezien, dat er geen onderzoek of bevindingen van onafhankelijke partijen aan het voorstel ten grondslag liggen, en dat de zogenoemde rentesubsidie niet te kwantificeren is. Kan de regering tegen die achtergrond inzichtelijk maken waarom zij ondanks dit totale gebrek aan onderbouwing toch van mening is dat dit voorstel nodig is om een maatschappelijk probleem op te lossen?”

Zorgen om saldoverslechtering overheid

De VVD heeft een meer financiële vraag over de rentestanden het kan zo zijn dat de vijfjaarsrente hoger komt te liggen dan de traditioneel hogere 10-jaarsrente. Mocht dit gebeuren gaat de overheid dan niet het schip in, zo vragen de liberalen aan de minister. “Dus wanneer de 10-jaarsrente lager is dan de 5-jaarsrente, kan de voorgestelde overgang naar een 10-jaarstarief leiden tot een saldoverslechtering voor de overheid ten opzichte van het basispad bij ongewijzigd beleid?”

Als dat inderdaad gebeurt, is het wetsvoorstel dan nog wel doelmatig, zo vraagt de VVD aan de minister. “Het gestelde doel van deze wetswijziging, te weten verbetering van de financiële houdbaarheid van het stelsel, wordt dan niet bereikt, hetgeen raakt aan de doelmatigheid ervan. Kan de regering dit bevestigen? Hoe apprecieert de regering dit risico?”

De VVD heeft ook nog een vraag over inspraak van studenten in relatie tot de stijgende kosten van studeren door dit wetsvoorstel. “Nu de studenten een rente gaan betalen die dichter ligt bij de reële kostprijs van de lening wordt opnieuw de vraag actueel in hoeverre studenten ook zelf invloed kunnen uitoefenen op de kostprijs van de studie. Kan de regering hier inzicht in geven? Hoe ontwikkelt zich de medezeggenschap met betrekking tot de instellingsbegrotingen in het hoger onderwijs inmiddels in de praktijk, na de laatste (wets)wijzigingen ter zake?”

Vraagtekens bij de houdbaarheid van het leenstelsel

D66 waarschuwt de minister dat door het wetsvoorstel studenten wel eens minder zouden kunnen gaan lenen en dat dit ook ten koste gaat van de opbrengsten van dit wetsvoorstel. “Is voorzien dat de renteverhoging de neiging tot lenen bij studenten zal doen afnemen? Hoe zal de onder dit wetsontwerp voorspelde rentelast voor afbetalenden zich nu gaan verhouden tot wat ooit bij de invoering van het leenstelsel werd voorzien?”

D66 vraagt zich vervolgens af of het leenstelsel zoals in 2014 bedacht niet een slecht voorstel is. “Destijds bij studenten gewekte verwachtingen van continuïteit worden nu niet gehonoreerd. Is de houdbaarheid van het leenstelsel achteraf onjuist ingeschat? Hoe beoordeelt de regering verwijten van onbetrouwbaar overheidsgedrag?”

Toegankelijkheid onder druk

Wat voor D66 nog wel het meest zwaar op de maag ligt is de toegankelijkheid die onder druk staat met het wetsvoorstel. “Deze leden onderschrijven de hoge prioriteit die de minister aan dat onderwerp toekent en vernemen gaarne waarop het vertrouwen is gebaseerd dat deze toegankelijkheid niet in het geding zal komen, ook niet als de rente in de verdere toekomst tot thans onvoorziene hoogte zou stijgen.”

De partijgenoten van de minister in de Eerste Kamer willen ook weten wat dit wetsvoorstel doet met de positie van afgestudeerden met een schuld op de woningmarkt. “De leden van de fractie van D66 zouden ook graag nader geïnformeerd willen worden over het effect dat de beoogde maatregel zal hebben voor de positie van de afbetalenden op de woningmarkt. Kan de regering aanduiden wat het ingeschatte effect is op de maximale hypothecaire lening waarop verschillende inkomensgroepen van afbetalenden een beroep zullen kunnen doen, en hoe dat zich verhoudt tot hun huidige perspectief?”

Vervolgens snijdt de D66-fractie een heel precair politieke kwestie aan: het registeren van de studieschulden bij BKR. D66 wil weten waarom dit niet is opgenomen in het wetsvoorstel. “Wat is de reden dat de studieschuld – als risicofactor voor afbetalenden – wel doorwerkt in hun hypothecaire leencapaciteit en toch voor deze groep buiten het BKR wordt gehouden?”

De PVV-fractie heeft ook zorgen over starters op de woningmarkt door dit wetsvoorstel. “Het wetsvoorstel heeft ook gevolgen voor met name starters op de woningmarkt met een aanzienlijke studieschuld. Afgestudeerden krijgen namelijk sinds het ingevoerde leenstelsel en de voorgenomen wijziging van de rentemaatstaf, als starter op de woningmarkt, te maken met minder kansen en problemen bij het afsluiten van een hypotheek. De wetswijziging schiet daarmee z’n doel voorbij. Is de regering het daarmee eens?”

Leenstelsel leidt tot stress bij studenten

De SP-fractie wijst erop dat het wetsvoorstel alleen nog maar voor meer stress zal zorgen bij studenten. “Het RIVM stelt dat zorgen over de financiën een onderdeel van de oorzaak zijn van deze werkdruk en de psychische belastingen van de studenten. Hoe weegt de regering deze ontwikkeling en de constatering van het RIVM-onderzoek?”

De PvdA is vooral verbaasd dat de koppeling is losgelaten met dit wetsvoorstel om de opbrengsten van het leenstelsel te investeren in onderwijs. “Bij de invoering van het studievoorschot heeft de regering toegezegd de vrijgevallen middelen te benutten voor een kwaliteitsimpuls in het hoger onderwijs. Het lijkt erop dat met dit wetsvoorstel de koppeling verbroken wordt tussen het introduceren van het studievoorschot en het investeren in de kwaliteit van het hoger onderwijs.”

Nu het wetsvoorstel alleen ingegeven is om de overheidsfinanciën op orde te houden is de oorspronkelijke gedachte van het leenstelsel losgelaten. “Klopt het dat enkel financiële motieven vanaf nu leidend zijn voor de inrichting van het studiefinancieringsstelsel?”

Geen aandacht voor het doenvermogen

De PvdA wijst tot slot nog op een andere gebroken afspraak. In een debat over het doenvermogen van burgers heeft het kabinet de Eerste Kamer belooft om bij ieder wetsvoorstel te kijken wat dit doet met het doenvermogen van bijvoorbeeld mensen met een studieschuld.

De PvdA vraagt waarom nu niet is onderzocht wat de gevolgen van dit wetsvoorstel zijn. “De regering heeft in een brief op 29 juni jl. de aanbevelingen van het rapport Weten is nog geen doen. Een realistisch perspectief op redzaamheid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid overgenomen en toegezegd bij nieuwe wetsvoorstellen te onderzoeken wat het effect van een wetsvoorstel is op het doenvermogen van degenen die met het wetsvoorstel te maken krijgen.”

“Kan de regering aangeven waarom zij – ondanks de voornoemde toezegging aan de Eerste Kamer – niet onderzocht heeft wat de potentiële gedragseffecten van de wijziging van de rentemaatstaf zijn voor studenten en hun ouders?”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK