“Zolang uitgevers wetenschappers tegen elkaar uit kunnen spelen, blijven ze aan publiceren verdienen.”

Interview | de redactie
8 februari 2019 | Hans Clevers vindt dat de route naar open access die Robert-Jan Smits heeft gekozen met Plan S de bal te veel bij de wetenschappers neerlegt. De aandacht moet op de uitgevers gericht worden. "Zij hebben de scenario's om over te stappen naar volledig open access natuurlijk al tien jaar klaarliggen. Het zou mij niet verbazen als dat nu al met een simpele druk op de knop kan worden uitgevoerd, met behoud van de top-tijdschriften en al." Volgens hem is het tijd om vaart te maken met open access, en hoeft daarvoor het systeem van belonen en waarderen helemaal niet op de schop.

De oud-president van de KNAW en stamcelonderzoeker Hans Clevers is naar alle waarschijnlijkheid een ’s lands hoogst genoteerde onderzoekers. Hij typeert zichzelf als iemand voor wiens lab het businessmodel van minimaal twee artikelen in Nature per jaar prima heeft gewerkt. “Je zou denken dat ik een enorme voorstander zou zijn van het huidige model van wetenschappelijk publiceren.”

Toch is dat geenszins het geval. Clevers vindt dat er nu echt geen goede redenen meer zijn om de transitie naar open access verder uit te stellen. “De uitgevers denken hier al tien jaar over na en hebben natuurlijk al lang de scenario’s klaar liggen om over te stappen naar volledig open access. Het zou mij niet verbazen als dat nu al met een simpele druk op de knop kan worden uitgevoerd, met behoud van de toptijdschriften en al. Maar dat moment stellen de uitgevers natuurlijk zolang mogelijk uit”

Dat sommige tijdschriften inmiddels een open access optie hebben ingebouwd geeft hij toe. “Maar daar betaal je veelal dubbel voor.” Omdat er zowel voor het open access publiceren als voor de abonnementen op de tijdschriften wordt afgerekend gaat de prijs voor publiceren door deze ‘double dipping’ niet naar beneden.

“Elsevier dicteert de regels, zo veel is duidelijk.”

Clevers onderhandelde meermaals in verschillende rollen met uitgevers en erkent hun ongekend grote macht. Momenteel is hij bijvoorbeeld bezig om voor het Prinses Maximacentrum abonnementen af te sluiten. Omdat dit een onafhankelijke instelling is – en dus niet onder de grotere deals van de universiteiten valt – is het centrum op zichzelf aangewezen voor onderhandelingen.

“Voor de meeste tijdschriften kunnen we nu via SURF toegang krijgen, maar Elsevier ligt dwars. Ze ontzeggen ons de toegang tot hun artikelen via die route.” Dat heeft als gevolg dat het ziekenhuis met individuele tijdschriften in onderhandeling moet gaan en peperdure abonnementen af moet sluiten. “Geld dat vervolgens wegvloeit naar de aandeelhouders van Elsevier.”

Clevers zou het een idiote situatie vinden als het enige kankerziekenhuis in Nederland geen toegang zou hebben tot de wetenschappelijke literatuur in het Elsevier portfolio. “Maar Elsevier dicteert de regels, zo veel is duidelijk.” Die hegemonie moet doorbroken worden, vindt Clevers.

Verantwoordelijkheid bij de wetenschappers

De afgelopen tijd heeft Clevers de discussie rond open access Plan S dan ook nauwlettend gevolgd maar heeft weinig vertrouwen in de huidige route richting honderd procent open access. “Wat Plan S nu probeert te doen is druk zetten op de uitgevers, maar dan door het over de band te spelen via de wetenschappers.”

“Waarom regelen we dit niet gewoon wettelijk?”

Die ‘wetenschappers’ zijn volgens Clevers op zijn hoogst een licht georganiseerde maar toch zeer diverse groep. Een groep met onderling zulke verschillende belangen dat deze het in een strijd met de uitgevers genadeloos aflegt. Volgens Clevers is het dan een grote fout in Plan S om de verantwoordelijkheid bij de wetenschappers te leggen.

Alhoewel de oorspronkelijke analyse van special envoy Robert-Jan Smits was dat het in 2015 een fout was van de (Europese) politiek om de onderhandelingen over open access aan de instellingen te laten lijkt hier weinig van geleerd te zijn. “Waarom regelen we dit niet gewoon wettelijk?” vraagt Clevers hardop. Door de bal bij de wetenschap te leggen kwijt de politiek zich volgens hem onterecht van haar verantwoordelijkheid. “De moed moet bij de politiek liggen, zij moeten de macht van de lobby maar weerstaan.”

Een hiërarchie in bladen is belangrijk

Plan S vormt eveneens een openlijke aanval op de bestaande hiërarchie in wetenschappelijke tijdschriften. Clevers staat zogezegd niet achter dat einddoel. Analoog aan de praktijk bij andere media is het volgens hem juist goed dat er een verdeling van interessegebieden bestaat en is het niet meer dan logisch dat de ene publicatie een hogere waarde wordt toegekend dan de ander.

“Een wetenschappelijk veld heeft behoefte aan een overzicht, en wil geleid kunnen worden naar wat echt belangrijke doorbraken zijn.” De hiërarchie van tijdschriften speelt hierin een rol volgens hem. “Veel grote bladen hebben ook een uitgebreid redactioneel gedeelte, met opinies en het laatste politieke nieuws. Dat is iets dat meerwaarde heeft en geeft een tijdschrift tegelijkertijd ook aanzien.”

“Omdat iedereen met zijn of haar grootste doorbraak in zo’n toptijdschrift wil komen wordt zo’n tijdschrift automatisch een soort van zeef.” Het is eigenlijk geen toptijdschrift als er niet een hoop inzendingen, minstens 80-90% ook worden afgewezen stelt hij.

Open access niet per se goedkopere onderneming

Het is volgens Clevers lastig gebleken om een dergelijke hiërarchie aan te brengen in veel open access bladen. “Zelfs de grote voorstanders van een open access blad als eLife kiezen er bij grote doorbraken namelijk toch voor om naar een abonnementsblad als Cell of Nature te stappen.” Een publicatie in een toptijdschrift blijft immers het ticket voor een academische carrière.

In een open access setting kan een selectief toptijdschrift volgens Clevers slecht overleven. Er is immers maar een manier om inkomsten te genereren, namelijk het publiceren van artikelen en niet de abonnementen. “Dan moet je er uiteindelijk geld op toeleggen want je plaatst gewoon heel veel stukken niet.”

Dat lage ‘rendement’ is ook de koude kermis waar menige open access publicatie van thuiskomt volgens Clevers. “Wetenschappers denken dat als de uitgever er niet meer tussen zit je dan geld over zou houden, maar het is daardoor niet ineens een goedkopere onderneming. Het is in de eigen systemen in ieder geval nog niet gelukt om een efficiëntere onderneming op te zetten.”

De oplossing zou volgens hem kunnen liggen in combinaties van uitgaven. Clevers noemt het tijdschrift PLOS, vanaf het begin een open access publicatie, als voorbeeld van een goede balans. “PLOS One is een tijdschrift dat, natuurlijk na goede peer review, heel veel artikelen plaatst en daar tegenover staat een ‘flagship’ journal zoals PLOS Biology dat heel veel afwijst.”

Impact factor is objectiever

De grote zorg van veel wetenschappers is dat met het wegvallen van de mogelijkheden om te publiceren in een ‘toptijdschrift’ hun werk wel eens voor niets zou kunnen zijn geweest. Clevers begrijpt die zorg, academische carrières zijn immers nog altijd sterk afhankelijk van succes in publiceren, en dat zal ook niet snel veranderen denkt hij. “Ik weet niet of de manier waarop we nu de kwaliteit van onderzoekers bepalen nu werkelijk zo slecht is. Het op afstand vaststellen van de kwaliteit is toch een objectievere manier om iemands wetenschappelijk werk te beoordelen.”

“Ik weet niet of de manier waarop we nu de kwaliteit van onderzoekers bepalen nu werkelijk zo slecht is."

“Ik ben eerlijk gezegd namelijk niet zo onder de indruk van de wijze waarop universiteiten hiermee omgaan,” vervolgt hij. “Of ze dat nu werkelijk beter zouden doen dan de selectie bij de Vernieuwingsimpuls vraag ik me oprecht af.” Dat onderzoek uiteraard niet het enige aspect is waar academici op beoordeeld moeten worden erkent hij, evenals dat er beleidsrijkere manieren zijn om een geïnformeerde beslissing te maken.

Anders belonen en waarderen, dan pas open access

“Maar als ik terugkijk naar het begin van mijn carrière, dan herinner ik me vrij levendig dat er genoeg hoogleraren in mijn vakgebied rondliepen die al tien jaar niets meer hadden gepubliceerd.” Die situatie is verleden tijd en de manier waarop een universiteit momenteel opereert is ten eindemalen verbeterd vindt Clevers. “Op een aantal vlakken is het zeker ook doorgeslagen, maar om het huidige systeem nu maar integraal bij het vuilnis te zetten vind ik nergens op slaan.”

Aantrekkelijkheid van Nederland als onderzoeksland

Een zorg die daaraan gekoppeld is slaat op de aantrekkelijkheid van Nederland als onderzoeksland voor internationale onderzoekers. Ook op dat vlak dragen academici grote bezwaren aan, en niet geheel onterecht vindt Clevers. “Het kan heel goed zijn dat de Chinese onderzoekers die nu naar mijn lab komen na 2020 besluiten naar Harvard te gaan voor hun postdoc. Dat sluit ik inderdaad niet uit.”

Dat de publicatielijst bepalend is voor carrières hoeft ook niet per se een argument te zijn tegen open access vindt Clevers. “Dat doet de wetenschap ook in hoge mate zelf omdat we daar waarde aan hechten. Ik weet zelf dat als een sollicitant twee Nature papers heeft en een ander twee piepkleine papers, dat ik dat zeker meeneem in mijn overwegingen.”

Toegegeven verlangt hij ook nog wel eens terug naar de tijd van twintig jaar geleden. “De mensen met wie ik mijn vakgroep heb opgebouwd heb ik destijds niet geselecteerd op hun publicatielijst of h-index. Er was toen meer tijd en ruimte om mensen aan te nemen op basis van hun ideeën.” Nu hij dagelijks tien tot twintig sollicitaties van over de hele ontvangt is het erg verleidelijk en soms noodzakelijk om toch terug te slaan op de cijfermatige criteria bij de selectie. “Ik zal de laatste zijn om te ontkennen dat er daardoor ook hele goede mensen tussen wal en schip geraken maar reden om het systeem helemaal om te gooien zie ik niet.”

Uitgevers blijven buiten schot

De KNAW kwam vrijdag met een forse lijst bezwaren aan het adres van cOAlition S met als advies het tempo van de transitie naar beneden te schroeven. “Het is goed dat gesignaleerd wordt waar het allemaal fout zou kunnen gaan maar ik vind het opvallend dat de uitgevers in het geheel niet voorkomen in het advies,” zegt Clevers daarover.

Wel maakt het advies van de KNAW, alsmede de input van wetenschappers, duidelijk dat Plan S veel van de huidige wetenschappelijke praktijk op losse schroeven zet. Angst waar uitgevers maar al te graag op inspelen. “Uitgevers als Elsevier lachen natuurlijk in hun vuistje. Zij weten feilloos waar de pijn zit. Zo lang ze wetenschappers tegen elkaar uit kunnen spelen, kunnen ze aan publiceren blijven verdienen.”

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK