Inbeddingsgarantie NWO leidt niet tot meer zekerheid voor jonge onderzoekers

Nieuws | door Sicco de Knecht
19 februari 2019 | Het moest instellingen dwingen om hun vertrouwen uit te spreken in jonge onderzoekers, en het aantal aanvragen bij NWO te reduceren. Vermoedelijk deed de inbeddingsgarantie alleen het laatste, stelt De Jonge Akademie op basis van een enquête onder jonge onderzoekers.
Foto: Carolina Léna Becker (CC BY 2.0)

In maart 2017 kondigde NWO in een pakket van maatregelen de inbeddingsgarantie aan voor de vernieuwingsimpuls. Concreet houdt dit in dat een onderzoeker die een Veni-project aanvraagt de garantie moet hebben van een instelling dat de onderzoeker hier aan het werk kan.

Voor de Vidi, de op een na grootste beurs in de vernieuwingsimpuls, gaat de inbeddingsgarantie nog verder. Om überhaupt een aanvraag in te dienen voor de subsidie van ruwweg €800.000, dient minimaal een instelling de garantie af te geven dat de onderzoeker bij het verkrijgen van de beurs een tenure track of vaste positie krijgt.

Geen rooskleurig beeld

Vanaf het moment dat NWO de inbeddingsgarantie aankondigde is er argwaan geweest vanuit de sector. Zou de maatregel wel het gewenste resultaat hebben? De Jonge Akademie besloot afgelopen najaar om de eerste ervaringen met de nieuwe maatregel in kaart te brengen door middel van een enquête onder jonge wetenschappers. De resultaten worden vandaag bekend, en schetsen geen rooskleurig beeld van de inbeddingsgarantie.

De Jonge Akademie (DJA) vond 81 jonge wetenschappers bereid om hun ervaringen met de nieuwe maatregel te delen. Het is een selecte groep, maar het aantal onderzoekers dat een Vidi aan mag vragen is ook select. “Wij denken dat dit in ieder geval een goede indicatie geeft van de ervaringen, van zowel onderzoekers die de garantie kregen, als zij die het niet kregen,” zegt DJA-bestuurslid Stefan van der Stigchel (Universiteit Utrecht). Die indicatie is dat de maatregel gemiddeld met een onvoldoende wordt beoordeeld, ook door diegenen die de garantie kregen.

Intentionele effect niet bereikt

De intentie van de inbeddingsgarantie was, zoals valt op te maken uit de aankondiging, in ieder geval tweeledig. Het moest de instellingen verleiden hun vertrouwen te leggen in jonge onderzoekers, en het aantal aanvragen bij NWO zou hiermee naar beneden gaan. “Dat laatste is gelukt,” zegt Van der Stigchel wijst op de recent gepubliceerde cijfers waaruit blijkt dat er ongeveer een kwart minder aanvragen zijn binnengekomen, “maar het intentionele effect dat afdelingen achter jonge onderzoekers zouden gaan staan is niet bereikt.”

Bovenal legt de enquête bloot hoe schaars vaste posities aan de universiteiten anno 2019 zijn, en hoe strategisch afdelingen handelen. “Er wordt nu meer op contractstatus geselecteerd, dan op de kwaliteit. En andersom heeft de inbeddingsgarantie tot gevolg dat van onderzoekers met een vaste aanstelling min of meer geacht worden een Vidi aan te vragen, terwijl onderzoekers op een tijdelijk contract de garantie vaak simpelweg niet krijgen.”

"Ik concludeer dat mijn faculteit wil dat iedereen geld met zich meebrengt, maar geen vaste contracten wil aanbieden."
Anonieme onderzoeker

En laat dat nu net de groep zijn waarvoor de inbeddingsgarantie bedoeld was. De Vidi beurs is een kantelpunt in de carrière van jonge wetenschappers. “Je bent zeker dertig jaar als je deze beurs aanvraagt.” Bij benadering zal de gemiddelde aanvrager op dit punt in zijn carrière al zo’n acht tot tien jaar Uitgaande van een gemiddelde promotieduur (op tijdelijk contract) van 5 jaar, en een Rubicon (1 jaar) gevolgd door een Veni project (2 jaar) is dit ongeveer het punt waarop onderzoekers ‘opgaan’ voor de Vidi. De maximale termijn voor aanvragen is (met uitzondering voor ouderschap) 8 jaar na de promotie. op tijdelijke contracten werken. “Vanuit het oogpunt van NWO is dit zeker een prikkel om de instellingen te bewegen om zekerheid te geven. Maar sommige vakgroepen kijken vooral naar Excel-bestanden. En als je daar niet inpast dan kom je er niet in.”

Onderzoekers wordt onderhandelingspositie ontnomen

Het besluit om iemand een inbeddingsgarantie te geven ligt veelal op het niveau van de vakgroep, maar Van der Stigchel ziet dat de uitwerking van de maatregel ook op overkoepelend niveau gevolgen kan hebben. “Vakgroepen vinden het bijvoorbeeld te riskant om meerdere onderzoekers van buiten tegelijk een inbeddingsgarantie te geven. Want stel dat je ze straks allemaal een contract aan moet bieden.”

"Mijn faculteit gaf alleen een inbeddingsgarantie aan huidige werknemers met vast contract. Tijdelijke werknemers, inclusief postdocs, kwamen hiervoor niet in aanmerking."
Anonieme Onderzoeker

Volgens Van der Stigchel was de Vidi in de oude vorm nu juist een geweldig middel om mobiel te worden. “Je kon immers met een flinke som geld op zak rond om te ‘shoppen’ welke instelling jou de beste deal kon geven.” Die vlieger gaat nu niet meer op, denkt hij. Aangezien er nog steeds niet een hele hoge kans is dat een beursaanvraag gehonoreerd wordt is er voor aanvragers nauwelijks een onderhandelingspositie.

"NWO heeft hiermee de laatste troef van jonge onderzoekers uit handen genomen. Een beurs op basis waarvan ze kunnen onderhandelen over een aanstelling."

“Ik maak me dan ook zorgen over de mobiliteit van de onderzoekers.” Als instellingen het al moeilijk vinden om hun eigen onderzoekers deze garantie te geven, lijkt het logisch dat dit nog lastiger is bij externen. “Straks durven onderzoekers ook niet meer naar het buitenland na hun promotie, omdat ze bang zijn dat ze niet dicht genoeg meer bij het vuur zitten.” Die geslotenheid doet sommige van de respondenten dan ook denken aan landen als België en Italië waar de mobiliteit onder onderzoekers notoir laag is.

Niet het beste middel

De schrijnende conclusie van het onderzoek is dat de onderzoekskwaliteit geen rol speelde bij het wel of niet verkrijgen van de inbeddingsgarantie. Heel ‘sec’ beschouwd is dat wellicht een goed teken, aangezien dat nu precies is wat de beoordelingscommissie van NWO dient te doen. “De winst is misschien ook dat er zo minder aanvragen uitkomen, maar verder is het slecht nieuws voor onderzoekers.”

“NWO wordt steeds verweten dat zij het personeelsbeleid bepalen, en ze hebben dit dan ook via de ‘personeelskaart’ willen spelen.” Van der Stigchel snapt dan ook waarom NWO voor deze strategie heeft gekozen maar vindt de concretisering van die gedachte niet gelukkig. “Liever had je deze maatregel anders aangevlogen. “Als alternatief voor de inbeddingsgarantie kun je bijvoorbeeld ook denken aan een voorronde waarbij NWO zelf een eerste kwaliteitsselectie doet, voordat aanvragers maanden tijd steken in een uitgewerkte aanvraag.

Een ander idee is dat als NWO bijvoorbeeld als beleid kiest dat als een onderzoeker een Vidi krijgt, de instelling waar deze gaat werken de verplichting heeft om die persoon een vaste aanstelling of tenure track aan moet bieden. “Dan wordt het gesprek: ik heb nu acht ton, en nu moet je me zekerheid bieden.” De vraag is natuurlijk of NWO dit af kan dwingen. “En dan zitten ze potentieel nog steeds met een groot aantal aanvragen.” Toch gelooft Van der Stigchel meer in die benadering, die NWO wellicht in overleg met de universiteiten kunnen afspreken. We zijn nu in ieder geval in goed gesprek met NWO, en die zullen dit ook voorleggen aan de VSNU.”

DJA, ga in gesprek met VSNU

NWO is momenteel nog bezig met de evaluatie van de vorige Vidi-ronde, zo laat men aan ScienceGuide weten. Daarbij benadrukt NWO dat ze de uitkomsten van de enquête van De Jonge Akademie serieus nemen maar in hun eigen evaluatie nog niets zorgwekkends tegen zijn gekomen. “De evaluatie laat nu al zien dat er zich in deze ronde geen ongewone situaties voortgedaan hebben ten opzichte van voorgaande jaren.”

Het advies aan het adres van De Jonge Akademie is dan ook om de resultaten aan de universiteiten voor te leggen. “Een belangrijk deel van de signalen die uit de enquête van De Jonge Akademie naar voren komen heeft direct betrekking op de selectieprocedure van de universiteiten. Het is goed dat De Jonge Akademie deze signalen oppakt, maar eigenlijk moeten ze die vooral met de universiteiten bespreken omdat zij daar ook iets in kunnen veranderen.”

Sicco de Knecht :  Hoofdredacteur

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK