Taalgedragscodes in hoger onderwijs vaak te summier

Interview | door Tim Cardol
8 februari 2019 | In het nieuwe accreditatiekader speelt taal een belangrijkere rol. Toch hebben instellingen in veel gevallen nog geen duidelijke gedragsregels op dit punt. Folkert de Jong (NHL Stenden) onderzocht op zijn hogeschool wat dit betekent met betrekking tot het aanbieden van opleidingen in het Engels.

Eind vorig jaar waarschuwde de NVAO instellingen al niet te lichtzinnig te denken over de nieuwe taaleis in het accreditatiekader dat sinds begin deze maand van kracht is. Die taaleis zal nadrukkelijk een rol gaan spelen in de komende ronde instellingsaccreditaties die onlangs van start is gegaan.

Nieuwe taaleis NVAO wordt binnen anderhalf jaar geëvalueerd

Folkert de Jong (NHL Stenden) promoveerde onlangs op het proefschrift ‘English as a medium of instruction in higher education in a cross-national context’. Hij deed onderzoek naar de studie International Business and Management Studies die zowel in Leeuwarden als op de locatie van NHL Stenden in Qatar wordt aangeboden. “Het is een hele internationale opleiding en dat zie je ook terug in de studentenpopulatie.”

Instapeisen Engels zijn hoog

De Jong licht toe dat door de maatschappelijke discussie over taal in het onderwijs, taalbeleid een nadrukkelijk rol heeft gekregen in het accreditatiekader. “Er zijn echter wel twee discussies die daarin door elkaar heen lopen. Enerzijds is dat de discussie over of het Engels in opleidingen goed genoeg is en anderzijds of er dan wel genoeg aandacht voor het Nederlands is.”

Wat dat eerste betreft, stelt De Jong er nogal wat misvattingen in de discussie geslopen zijn. “Er worden heel veel claims gedaan, zonder dat die echt bewezen zijn. Als je studenten in het Engels onderwijs aanbiedt, dan leren ze minder dan wanneer je datzelfde onderwijs in het Nederlands aanbiedt, bijvoorbeeld. Daar is helemaal geen bewijs voor.”

Echt taalbeleid hebben we nooit gehad

Volgens De Jong zijn de instapeisen die aan het Engels van studenten gesteld worden hoog, bovendien focust de kritiek zich vaak op het hoorcollege als medium van instructie. “Dat is achterhaald. Zeker in het hbo is het hoorcollege al lang niet meer de dominante vorm. Een docent verzorgt een verzorgt een verscheidenheid aan onderwijsvormen. Het hoorcollege speelt daarin een ondergeschikte rol.”

Geen gedragscode

Interessanter is – zo stelt De Jong – het tweede aspect van de discussie: in hoeverre er genoeg aandacht is voor het Nederlands. Eind vorig jaar presenteerde de Onderwijsinspectie het rapport ‘Nederlands of niet’. Hierin werd gekeken in hoeverre instellingen die onderwijs in andere taal dan het Nederlands aanbieden, hier een gedragscode bij hebben.

Die gedragscode is volgens artikel 7.2 van de WHW Artikel 7.2. Taal Het onderwijs wordt gegeven en de examens worden afgenomen in het Nederlands. In afwijking van de eerste volzin kan een andere taal worden gebezigd: a. wanneer het een opleiding met betrekking tot die taal betreft, b. wanneer het onderwijs betreft dat in het kader van een gastcollege door een anderstalige docent gegeven wordt, of c. indien de specifieke aard, de inrichting of de kwaliteit van het onderwijs dan wel de herkomst van de studenten daartoe noodzaakt, overeenkomstig een door het instellingsbestuur vastgestelde gedragscode. vereist, maar net als de Onderwijsinspectie constateert De Jong dat het hier nogal eens aan ontbreekt. “De Inspectie constateert dat heel veel instellingen die gedragscode niet hebben en dat als ze hem hebben dat die minimaal is. Ik zou alle instellingen aanbevelen een doordachte gedragscode te ontwikkelen.”

De Jong zag in zijn onderzoek dat de Engelstalige opleiding die hij onderzocht weliswaar een gedragscode kent, maar dat er niets in gezegd wordt over het gebruik van de Nederlandse taal. “Voor zover ik dat kan overzien, zien bijna alle Engelstalige opleidingen dit helemaal over het hoofd, en dat is niet terecht.”

Professioneel Engels is anders dan academisch Engels

De docent en onderzoeker van NHL Stenden gebruikt in zijn onderzoek een wetenschappelijk model dat drie vormen van taalbeheersing onderscheidt: algemeen, academisch en professioneel. Met name op het punt van dat laatste wil het in het in het Engelstalig onderwijs ten aanzien van het Nederlands wel eens aan schorten. “Studenten die aan een Engelse economische opleiding studeren, leren wel een begrip als businessmodel, maar niet het Nederlandse equivalent verdienmodel.

Volgens De Jong zijn dat zaken die zich heel makkelijk laten repareren. “Je zou in zo’n gedragscode kunnen opnemen op welke manier een Engelstalige opleiding bijdraagt aan de ontwikkeling van het Nederlands van Nederlandstalige studenten. Een voorbeeld daarvan zou het toevoegen van een samenvatting in het Nederlands bij de uitwerking van een schriftelijke opdracht kunnen zijn.” Op die manier verwerft een Nederlandse student ook de begrippen waar hij of zij in het professionele leven hoogstwaarschijnlijk mee te maken gaat krijgen.

Basiskennis Nederland waardevol voor international student

Ook de internationale studenten die voor een bachelor of master naar Nederland komen, zijn volgens De Jong gebaat bij op z’n minst een basale kennis van de Nederlandse taal. “Er zijn veel studenten die aangeven hier na hun studie te willen blijven en in weerwil van wat mensen denken heb je dan echt het Nederlands nodig om te functioneren in de Nederlandse maatschappij. Behalve misschien bij de R&D-afdeling van een multinational, maar dat gaat om minimale percentages.”

Enige duidelijkheid in het gebruik van het Engels tegenover het Nederlands in opleidingen die worden aangeboden is derhalve wenselijk, maar bang voor verdringing van de Nederlandse taal is De Jong niet. “Ik ben een Fries, heb zelf ook Fries gestudeerd en ik herken in de maatschappelijke discussie wel wat van de ontwikkeling die wij in Friesland hebben doorgemaakt.”

“Het eerste stadium is dat meertaligheid wel slecht moet zijn, daarna verplaatst de discussie zich naar het recht om de eigen taal een positie te geven. Als je die fases eenmaal hebt doorlopen kom je op het punt dat je meertaligheid meer ziet als een toegevoegde waarde die ook kansen schept,” stelt De Jong. “Veel van de kritische opmerkingen die je nu hoort worden vanuit het eerste of tweede perspectief gedaan. In Friesland zijn we inmiddels zo ver dat we vooral denken vanuit de kracht van onze meertalige situatie.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK