“Baudet had geen onderzoek kunnen doen op de tweede geldstroom”

Nieuws | door Sicco de Knecht
24 april 2019 | Tijdens het rondetafelgesprek over Verscheidenheid in de wetenschap kwamen vele vormen van diversiteit aan de academie aan bod. Welke daarvan het belangrijkste is, dat bleek het voornaamste onderwerp van gesprek.
Carel Stolker tijdens rondetafelgesprek – Foto: Tweedekamer.nl

Het is inmiddels meer dan twee jaar geleden dat oud-Kamerlid Pieter Duisenberg (VVD) in een Kamerdebat over diversiteit de politieke kleur van de academie agendeerde. Een Kamermotie, een briefadvies van de KNAW dat de ontstane onrust moest bezweren, en twee verkiezingen later staat het onderwerp ‘Verscheidenheid in de wetenschap’ nog altijd op de agenda.

Wat is uw vraag?

Op initiatief van Kamerleden Zihni Özdil (GroenLinks), Judith Tielen (VVD) en Harry van der Molen (CDA) organiseerde de vaste commissie voor OCW dinsdag een rondetafel over het onderwerp. Maar wat nu die verscheidenheid is waarover van gedachten gewisseld moest worden bleef enige tijd onduidelijk. Waar een deel van de panelleden het graag over de inhoudelijke diversiteit van ideeën wilde hebben, waren ander meer geïnteresseerd in de demografische diversiteit aan de universiteit.

De al vroeg in de sessie zichtbaar geërgerde organisatiepsycholoog Carsten de Dreu (Universiteit Leiden) zag er dan ook vanaf om zoals enkelen die hem voorgingen een vlammend betoog af te steken als openingsstatement. Hij wilde allereerst wel eens weten van de Kamerleden wat de bedoeling van deze dinsdagavond was. “Kunt u mij vertellen wat nu eigenlijk de vraag of het probleem is dat vandaag voor ligt? Want dat is mij volstrekt onduidelijk.”

“Er is mij gevraag om een reactie op de wetenschapsbrief van de minister voor te bereiden, met specifieke aandacht voor §3.2, over diversiteit in het wetenschapsbedrijf.” In de wetenschapsbrief van Van Engelshoven, zo benadrukte hij, gaat het vooral over beleid dat gelijke vertegenwoordiging van vrouwen en mannen, en mensen met een migratieachtergrond voorstaat. “Maar ik krijg de indruk dat het hier over iets heel anders gaat.”

“Kunt u mij vertellen wat nu eigenlijk de vraag of het probleem is dat vandaag voor ligt? Want dat is mij volstrekt onduidelijk.”
Carsten de Dreu (Universiteit Leiden)

Inhakend op de vraag van De Dreu gaf Tielen enige toelichting op de bedoeling van de avond. “Ik weet niet zo goed of wij een probleem aan de orde stellen. De vraag is of er een probleem is, en het antwoord op die vraag kan ook ‘nee’ zijn.” Voor Tielen was het dan ook de vraag wat diversiteit in de academie is, en hoe deze gemeten kan worden.

Zachte heelmeesters maken stinkende wonden

Wat betreft de inhoudelijke verscheidenheid van de academie mocht het dan ook geen verrassing zijn dat het KNAW-briefadvies tijdens de ronde tafel een prominente rol zou spelen. Voor de voorzitter van de KNAW-commissie Nico Schrijver, die eveneens was uitgenodigd als panellid, zou het geen prettige avond worden aangezien het advies vanuit meerdere hoeken werd aangevallen.

Vrijheid van wetenschap – drie steentjes in een rustige KNAW-vijver

Een van de criticasters was politiek filosoof en schrijver Sid Lukkassen die in zijn position paper uiteenzette hoe zijn afwijkende mening ertoe leidde dat hij naar eigen zeggen naar buiten was gewerkt door zijn universiteit. “Veelal blijft een dergelijke discussie hangen op de vraag: ‘dit is anekdotisch, heeft u daar structurele feiten bij?’ Dan is de vraag wie die structurele feiten in kaart brengt. Dat onderzoek had de KNAW moeten doen en die heeft dat niet gedaan.”

Op de vraag van Harm Beertema (PVV) of de KNAW dit onderzoek over zou moeten doen reageerde Lukkassen ontkennend. “Het is uiteindelijk toch zo dat deze mensen zo juridisch geslepen zijn dat ze nooit zullen erkennen dat ze een aanstelling niet hebben verlengd vanwege iemands politieke voorkeur.”

In een latere ronde pakte genodigde Eric Hendriks (Universiteit Bonn) hier in zijn openingswoord op door. Hij wees de Kamerleden en aanwezigen op wat hij ernstige tekortkomingen in het advies noemde. “De KNAW heeft geen onderzoek gedaan, zoals de opdracht was, maar is gekomen met een briefadvies. Minister Van Engelshoven vatte dit advies in haar brief aan de Kamer samen als: ‘De KNAW concludeert dat er geen signalen zijn dat er in de wetenschap in Nederland structureel sprake is van zelfcensuur of beperking van diversiteit van perspectieven’.”

“De KNAW heeft geen onderzoek gedaan, zoals de opdracht was"
Eric Hendriks (Universiteit Bonn)

Dat was Hendriks toch wel iets te kort door de bocht. “In letterlijke zin is het wellicht waar dat de KNAW geen signalen heeft opgepikt. Maar wat hier niet vermeld wordt, en wel relevant is, is dat de KNAW ook niet op zoek is gegaan naar de signalen. Er was geen methode. Welke middelen zijn ingezet om signalen op te sporen?” Het zou veel journalisten en wellicht ook de minister dan ook ontgaan zijn dat er geen werkelijk onderzoek gedaan is. Dat terwijl dit gezien de conclusies wel nodig was geweest.

Alleen een vaste voet kan de onafhankelijk onderzoek garanderen

Volgens Korea-expert Remco Breuker (Universiteit Leiden) zou die inhoudelijke diversiteit onder wetenschappers niet de primaire zorg van de Kamer moeten zijn. “Ik merk dat ik, wellicht doordat ik op Twitter zit, heel erg wordt afgeleid door zoiets als een meldpunt voor linkse indoctrinatie en voor andere pretmoties die in dit huis worden ingediend. Ik denk niet dat die ingrepen nodig zijn. Ik merk dat er hier vanavond toch een hele politieke vraag wordt gesteld en ik zou het er graag over hebben hoe terecht en hoe passend dat is.”

‘Normaliter reageer ik niet op een politieke proefballon’

Breuker ziet een veel groter probleem in de wijze waarop een groot deel van het onderzoeksgeld verdeeld wordt. “Onafhankelijke fondsen vinden het lastig om grote bedrijven tot vijanden te maken en daarom is financiering soms lastig,” vertelde Breuker, die daarin werd aangevuld door zijn Leidse collega Afshin Ellian. “Islamkritische onderzoeken zijn heel moeilijk uit te voeren. Dat is verbonden aan een maatschappelijke sfeer die er sinds 9/11 heerst. Onderzoek over de politieke islam kreeg ik er niet door bij NWO.”

Beide hoogleraren waren dan ook niet de enigen die zich beklaagden over het groeiende aandeel van de financiering dat competitief, en met een vooraf bepaald doel wordt verdeeld. “Hervorming van het financieringsstelsel is extreem belangrijk om academische vrijheid te garanderen want dan ben je niet afhankelijk van wat de maatschappij ervan vindt.” Wat dat betreft zit er volgens Breuker ook maar een ding op: “er moet een grotere vaste voet komen voor onderzoek.”

“Er moet een grotere vaste voet komen voor onderzoek.”
Remco Breuker (Universiteit Leiden)

“Mijn advies zou dan ook zijn: handen af!”, zo vulde De Dreu de discussie aan. “Ik heb de Nationale Wetenschapsagenda zich zien ontwikkelen, en een eigen leven zien gaan leiden. Het was een middel om meer middelen vrij te maken voor wetenschap, maar tegelijkertijd is het een keurslijf voor wetenschappers om een bepaald type vragen te stellen en dat is sturing.”

Paul van Meenen (D66) wilde van de Leidse rector Carel Stolker wel eens weten wat er bedoeld werd met de insinuatie dat de eerste geldstroom cruciaal is voor ongebonden onderzoek. Stolker reageerde met een voorbeeld. “Het onderzoek dat Baudet heeft gedaan voor zijn proefschrift, daarvan denk ik dat het lastiger is dat gefinancierd te krijgen via NWO en de EU. Lastiger dan mainstream onderzoek. Daarmee zeg ik niet dat ik dat goed vind, maar het is wel een realiteit.”

Instelling is niet de wetenschap

In de latere panels van de avond was er meer aandacht voor de demografische diversiteit in het hoger onderwijs – waarbij dit zich duidelijk beperkte tot de universiteit. Een aantal van de genodigden aanwezig als ‘feitelijk expert’, maar veel kans om zich als zodanig op te stellen werd ze gezien de politieke insteek van de vragen niet gegeven.

Zo wilde Tielen van psycholoog en voorzitter van De Jonge Akademie Belle Derks, die haar position paper had toegespitst op de grote kansenongelijkheid, weten of diversiteit nu een doel of een middel was. Derks, die zich graag wilde houden bij de wetenschappelijke inzichten op dit vlak nam even de tijd om te reageren: “We maken nu van een groot deel van het talent in de maatschappij geen gebruik.” Ze voegde daaraan toe dat demografisch diverse teams een voorwaarde – maar geen garantie – zijn voor inhoudelijke diversiteit.

“Ik denk dat het een selectie is van niet-diverse mensen die heeft bepaald wat diversiteit is."
Josse de Voogd - Geograaf

Geograaf Josse de Voogd sloot zich in grote lijnen aan bij het belang van diversiteit maar maakte daarbij de kanttekening dat juist een dergelijk thema vaak zeer ideologisch wordt ingekleurd. “Universitaire uitingen kunnen soms lezen als politieke pamfletten. Dat raakt niet zozeer aan het wetenschappelijk proces zelf, maar wel aan de wereld eromheen. Het is duidelijk dat bepaalde stromingen meer invloed hebben op dat beleid dan anderen.”

Voer het debat over diversiteit minder slordig en zonder stedelijke bias

Een voorbeeld van die sterke inkleuring is volgens hem het diversiteitsbeleid dat de verschillende instellingen voeren. “Het is allemaal veel complexer dan het lijkt. Complexer dan het mantra: ‘het is te wit en te mannelijk’. Waar is de aandacht voor klasse, voor eerstegeneratiestudenten, voor de regio of voor gezondheid? Is genderongelijkheid zo veel groter dan andere scheidslijnen dat zo’n zwaar middel als positieve discriminatie gerechtvaardigd is?”

“Ik denk dat het een selectie is van niet-diverse mensen die teveel heeft bepaald wat diversiteit is,” voegde De Voogd daaraan toe, waarmee hij in zekere zin de vinger op de zere plek van het gehele debat legde. Want wie bepaalt wat de meest belangrijke diversiteit is, en hoe zet je een ideaal als representatie of afspiegeling om in concrete actie?

In het antwoord op die vraag konden het panel en de Kamer zich in de laatste rondetafel in ieder geval vinden. Hendriks vatte het als volgt samen: “Afspiegeling is een politieke en geen wetenschappelijke logica. De wetenschap kan per definitie geen afspiegeling zijn van de maatschappij, het is een semi-autonoom veld met eigen spelregels.” Van der Molen reageerde daarop vanuit zijn eigen rol: “Net zoals het parlement ook geen afspiegeling is van de bevolking, het is zelfs ook nergens vastgelegd dat dit zo zou moeten zijn.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK