D66 stuurt aan op forse herziening proefdierbeleid

Nieuws | door Floris van Berckel Smit & Sicco de Knecht
15 april 2019 | Tijdens het Algemeen Overleg over dierproeven in de Tweede Kamer struikelen Kamerleden over de beperkte voortgang op het gebied van het verminderen van het aantal proefdieren. Volgens Tjeerd de Groot (D66) is het tijd om het proefdierbeleid in de basis te herzien. “We moeten niet steeds denken vanuit het diermodel, maar veel meer vanuit de onderzoeksvraag.”
Minister Carola Schouten (LNV) en Attje Kuiken (vz.) tijdens AO dierproeven – Beeld: TweedeKamer.nl

Donderdag hield de Tweede Kamer in de Thorbeckezaal het jaarlijkse Algemeen Overleg dierproeven. Zowel minister Carola Schouten (LNV) als minister Ingrid van Engelshoven (OCW) waren aanwezig om de voortgang in de Transitie Proefdiervrije Innovatie (TPI) te bespreken, alsmede het recent gepubliceerde overzicht van het proefdiergebruik in 2017.

Stijging aantal dierproeven

Zowel over de inhoud als over de late verschijningsdatum van het jaarlijkse proefdieroverzicht waren de Kamerleden bepaald niet te spreken. Ten opzichte van 2016 laten de cijfers een stijging zien van ruim 80.000 dierproeven in 2017. Een stijging van bijna 20% waar meerdere Kamerleden over vielen omdat zij in de verwachting waren dat het aantal juist gedaald zou zijn.

Over een langere periode gezien is het aantal gebruikte dieren voor proeven al jaren stabiel. De aantallen van 2017 zijn bijvoorbeeld nagenoeg gelijk aan die van 2015. Desalniettemin ging minister Schouten tijdens het algemeen overleg uitgebreid in op de getallen. In een poging de Kamerleden gerust te stellen bepleitte ze dat de toename van het aantal dierproeven in 2017 te wijten zou zijn aan het lage aantal in 2016.

“Ik snap compleet wat uw reactie is bij het zien van de aantallen,” reageerde Schouten op de Kamer, maar wilde hier wel een aantal kanttekeningen bij maken. “Bepaald onderzoek loopt langjarig, en in het jaar dat het wordt afgerond wordt die administratie rondgemaakt. Een ander deel van de verklaring is dat er in 2016 vergunningenstelsel ingegaan waardoor er daar ook een wisseling in hoeveelheden kan zijn ontstaan.”

Die argumenten ging er bij Kamerlid Frank Wassenberg (PvdD) in ieder geval niet in. In zijn reactie wees hij de minister op het feit dat de administratie van proefdieren ten behoeve van de NVWA De Nederlandse Voedsel- en WarenAuthoriteit houdt de administratie van proefdieren bij en brengt over elk jaar verslag uit onder de titel 'Zo doende'. altijd op jaarbasis plaatsvindt, ook bij langdurig lopend onderzoek. Daarnaast zijn proeven inderdaad langlopende projecten, waardoor de invloed van het invoeren van de nieuwe wet juist nagenoeg geen effect zou moeten hebben op de aantallen van 2016.

Wanneer verwachten de ministers effect te zien?

Schouten vervolgde: “Er is nu een toename in 2017, dat vind ik vervelend, maar over het algemeen is de trend naar beneden.” Dit argument ging er bij de Kamerleden duidelijk niet in. Zowel Frank Wassenberg (PvdD) als een zichtbaar geërgerde Frank Futselaar (SP) wezen de minister erop dat er in grote lijnen nauwelijks sprake is van afname. Tegen ScienceGuide verklaarde Futselaar achteraf: “Mijn frustratie was niet gefingeerd. Er gebeurt al vijftien jaar helemaal niks op dit dossier.”

In het kader van de ingezette Transitie Proefdiervrij Innovaties (TPI) wilden meerdere Kamerleden dan ook wel weten wanneer de ministers eigenlijk een effect verwachten als het gaat om de reductie van dierproeven. Voor Futselaar gaat het daarbij niet om concrete getallen: “Wel wil ik van de ministers weten wanneer ze verwachten dat het hele pakket aan maatregelen gaat leiden tot een zichtbare afname van voor dierproeven gebruikte dieren.”

Schouten reageerde door te stellen dat het lastig is om in te schatten wanneer maatregelen effect hebben. “In sommige onderzoeken gebruik je bijvoorbeeld meer kleine dieren. Veel vissen kunnen een piek geven. Maar dat kan wel betekenen dat er een afname is van dieren met veel emotie.” Toch lukte het ondanks herhaalde pogingen vanuit de kant van de Kamer niet om de ministers te bewegen een concreet antwoord op de vraag te laten formuleren.

Beleid van de drie V’s moet ruimte maken voor OMA 

Kamerlid Tjeerd de Groot (D66) had dit Algemeen Overleg uitgekozen om het uitgangspunt van de huidige proefdierwet tegen het licht te houden. Volgens het Kamerlid is in de huidige context het diermodel, en niet de vraag, nog altijd leidend. “Dat moet veranderen. We moeten toe naar een systematiek waarin de onderzoeksvraag centraal staat, gevolgd door het selecteren van de methode, en vervolgens het analyseren. Niet met de drie V’s als uitgangspunt maar het OMA-beleid, als ik het maar even zo mag noemen.”

Vanuit zowel de ministers als de collega-Kamerleden werd positief gereageerd op deze suggestie die – wanneer dit werkelijk in het beleid versleuteld moet worden – een drastische wijziging van de proefdierwet zal betekenen. De huidige wet op de proefdieren, die niet al te lang geleden nog is aangepast om aan de proefdierwet van de EU te confirmeren, gaat namelijk geheel en al uit van het (ongerief van het) proefdier en de 3 V's Deze principes werden in 1959 voor het eerst beschreven door britse wetenschappers Russel & Burch. In het Engels zijn het de 3 R’s: replacement, reduction and refinement, in het Nederlands verfijning, vervanging en vermindering. Onderzoekers moeten bij de aanvraag van een dierproef aangeven hoe zij de 3 V’s hebben toegepast op hun proefopzet. .

Op de vraag van ScienceGuide of De Groot werkelijk aanstuurt op een wetswijziging antwoordt hij met een slag om de arm. “Ik hoef niet direct de wet te wijzigen, maar ik broed wel op een motie waarin ik het bewustzijn wil creëren dat de benadering vanuit de 3 V’s achterhaald is.” Daarmee sluit de woordvoerder dierenwelzijn opvallend goed aan bij de geluiden die klinken vanuit het onderzoeksveld. “Ik denk dat we het uitgangspunt dat de dierproef de gouden standaard is uit die wet moeten gaan halen.”

Proefdiervrij moet vooral betrouwbaarder en waardevollere wetenschap opleveren

In het verlengde hiervan wees De Groot op het feit dat de dierproef in de wetenschappelijke literatuur nog altijd de ‘gouden standaard’ is. “Wetenschappelijke medische tijdschriften stellen dierproeven nog altijd vaak de facto als voorwaarde voor publicatie.” Hij wilde dan ook weten of de minister van OCW hierover met een aantal redacties in gesprek zou willen gaan. Het antwoord op die vraag was een welluidend ‘Ja’ van de kant van de minister.

Subsidiebudget voor proefdieronderzoek

Kamerlid Wassenberg (PvdD) sprak de ministers vervolgens aan op het ambitieniveau van de TPI, en poogde de investering in proefdiervrije innovaties af te zetten tegen het totale budget dat jaarlijks aan proefdieren wordt uitgegeven. “Hoeveel subsidie gaat er nu eigenlijk naar onderzoek met proefdieren?” wilde hij weten. Daarmee herhaalde hij een vraag die hij al eerder bij LNV had neergelegd welk deel van de begroting van de ministeries OCW, LNV en VWS er aan onderzoek met proefdieren wordt besteed.

In antwoord op deze vraag gaven de ministers aan dat deze getallen vooralsnog onbekend zijn. “In 2011 hebben we geprobeerd na te gaan hoeveel subsidie er naar onderzoek met dierproeven gaat, maar het bleek onmogelijk uit te zoeken. De precieze omvang van de subsidie kan ik niet geven omdat het op te veel verschillende plekken zit”, aldus minister Schouten die daarmee de vraag als ‘onbeantwoordbaar’ parkeerde.

Volgens minister Van Engelshoven is de totale omvang van de financiering die naar methoden ter vervanging van proefdieren gaat in ieder geval niet verwaarloosbaar. “In Horizon Europe is bijvoorbeeld onderzoeksgeld vrijgesteld voor proefdiervrije innovaties.” Van Engelshoven stelde wel dat er in de subsidiestromen meer kan worden ingezet op proefdiervrije innovaties: “Er kan breder worden gekeken naar de manier van belonen van wetenschappers zodat niet alleen publicaties tellen.”

De toekomst van de Transitie Proefdiervrije Innovatie

Nu de Nederlandse regering heeft aangegeven internationaal voorop te willen lopen op het gebied van proefdiervrije innovatie wilde meerdere Kamerleden tot slot weten tot in welke mate de ingezette transitie op steun kan rekenen. In antwoord op die vraag stelde minister Schouten dat zij zich hier in ieder geval haar gehele ambtsperiode voor zal inzetten. “Het staat als post op mijn begroting en dat laat ik zo.”

Minister Van Engelshoven benadrukte dat er juist onder wetenschappers ook genoeg welwillenden zijn, en dat dit haar sterkte in het vertrouwen dat de transitie zal lukken. “Wat we zien is wetenschappers gedreven door nieuwsgierigheid, maar ook altijd maatschappelijk betrokken bij het bestrijden van ziektes. Tegelijkertijd is er in de samenleving de wens om het wetenschappelijk onderzoek op een zorgvuldige en diervriendelijk manier te doen.”

Hoewel hiermee lijkt het dat de minister de verantwoordelijkheid bij de sector neerlegt, noemt ze toch concrete voorstellen tot verbetering van proefdiervrije innovatie. Er zitten volgens Minister van Engelshoven in open science veel mogelijkheden om proefdiervrij onderzoek te stimuleren. “Data die onderzoekers genereren kan nog veel meer openbaar worden gemaakt, zodat onderzoekers elkaar niet nodeloos hoeven te herhalen.”

Floris van Berckel Smit :  Junior onderzoeker

Sicco de Knecht :  Hoofdredacteur

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK