Student in het managementteam: een serieuze functie

Interview | door Sicco de Knecht
16 april 2019 | "Je moet de relatie tussen student en docent constant blijven bevragen." In het project Student als Partner op de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen worden studenten op verschillende manieren betrokken bij de organisatie. Lobke Huitema en Lotte Verbraak nemen zitting in het managementteam als student-adviseur.

Hoeveel invloed heeft een student nu eigenlijk op de opleiding? Bij die vraag zullen velen direct naar de officiële gremia grijpen om zich hier een beeld van te vormen. Maar er is meer dan medezeggenschap, zo oordeelt de faculteit Educatie van de Hogeschool van Arnhem en Nijmegen (HAN). In het project Student als Partner worden meerdere avenues bewandeld om inspraak te organiseren.

Een serieuze functie

In het project Student als Partner van de HAN is het uitgangspunt dat studenten geen consument zijn van het onderwijs maar een (toekomstige) collega. De conceptuele onderbouwing van het project komt onder andere voort uit het gedachtengoed van onderwijsonderzoeker Mick Healey. Hij stelt dat studenten in hun opleiding meer zijn dan gewoon een student(je): “Ze zijn betrokken bij tal van partnerschappen.”

De HAN organiseert in dat kader dan ook verschillende activiteiten om studenten te betrekken en op de faculteit Educatie is ervoor gekozen studenten ook bij het management te betrekken. “Dat betekent dat we elke maand meepraten bij het overleg van het managementteam van de faculteit,” vertelt vierdejaars pabo-student Lotte Verbraak.

“Daarnaast ondernemen we eigen activiteiten om betrokkenheid van studenten en docenten te bevorderen.” Dat doen zij onder andere door jaarlijks in kaart te brengen hoe de opleidingen omgaan met andere plannen binnen het project. Ook is er een jaarlijkse Student als Partner-week, mede georganiseerd door de student-adviseurs, waar het project bij studenten onder de aandacht gebracht wordt.

Die betaalde functie is er een met enig gewicht. Zo dragen de zogenaamde studentadviseurs eigen agendapunten aan en beslissen ze mee over investeringen in onderwijsvernieuwingen. “Het is een serieuze functie,” vult tweedejaars student Learning and Development Lobke Huitema aan, “en er wordt ook iets van ons verwacht.”

Zeggenschap en medezeggenschap versterken

Studenten die meepraten in het managementteam. Het is een situatie die sommigen misschien herinnert aan de tijden voor de MUB De Modernisering Universitaire Bestuursorganisate (MUB) is een wetswijziging die is doorgevoerd in 1997 onder onderwijsminister Loek Hermans. Voor de MUB waren universiteits- en faculteitsraden geen medezeggenschap maar onderdeel van het bestuur. . Maar ditmaal was het op uitnodiging, niet ten gevolge van een bezetting. Het is een bewuste keuze van de faculteit vertelt directeur van de faculteit Educatie, Menno Pistorius. “We hebben de studentadviseurs aangesteld uit de overtuiging dat dit de kwaliteit van ons onderwijs een boost geeft.”

De afstemming van de functie in relatie tot de bestaande medezeggenschap heeft sinds het programma loopt nog geen problemen opgeleverd. “We hebben dit van tevoren goed besproken, de medezeggenschap zag ook grote meerwaarde in dit project,” vertelt hij. “Het uitgangspunt dat wij deelden was dat de faculteitsraad niet zwakker mag worden door de aanwezigheid van de student-adviseurs, maar eerder sterker.”

Volgens Huitema en Verbraak is een belangrijke voorwaarde dat de werkterreinen van de opleidingscommissie en de faculteitsraad niet te veel overlappen met die van de student-adviseurs. “We zitten gezamenlijk aan tafel bij de halfjaarlijkse evaluaties van het staande beleid,” vertelt Verbraak, “maar de rest van het jaar gaan wij niet de hele tijd bij hun vergaderingen zitten.” Er zijn juist genoeg verschillende thema’s waarop de inzet en betrokkenheid van bieden verschilt.

Agenderend optreden

Verbraak geeft een voorbeeld van een situatie waarin de directe lijn tussen student en management voordelen biedt. “Op de pabo zaten we op een gegeven moment met het probleem dat bepaalde lessen nauwelijks nog werden bezocht.” Normaal gesproken leidt een dergelijke constatering al snel tot voorstellen vanuit de (mede)zeggenschap om een aanwezigheidsplicht in te voeren. “Maar dat was helemaal niet de oplossing, er was gewoon iets mis in de dynamiek tussen de studenten en de docent, en daar moest met betrokkenen over gesproken worden.”

“Dat soort situaties dringen niet al te snel door tot het managementteam,” voegt Huitema daaraan toe. “Soms zijn de redenen dat een bepaald vak niet lekker loopt terug te voeren op iets heel kleins. Een managementteam gelooft dan gewoon niet wat ze horen. Die denken: dat is zo klein, dat kan niet kloppen.” Als student-adviseur is het dan mogelijk om uit de eerste hand ervaringen te delen, die het verhaal dat binnenkomt kunnen bevestigen en zo zorgdragen dat het aandacht krijgt.”

Het zijn de kleine dingen die het doen. Een andere simpel doch doeltreffend project van de student-adviseurs was een enquête die ze afgelopen jaar afnamen onder hun medestudenten met de vraag: ‘Durf je jouw docent aan te spreken’. “Daaruit kwamen antwoorden die je anders niet zou krijgen,” verzekert Pistorius. “We stonden versteld van de input.”

Dit was dan ook een van de momenten waarop de student-adviseurs ‘agenderend’ konden optreden. “Wij hoorden bijvoorbeeld dat een student het gevoel had lager beoordeeld te zijn omdat deze feedback had gegeven aan de docent.” Het zijn dus eigenlijk heel menselijke vraagstukken die tegelijkertijd cruciaal zijn voor het goed functioneren van een opleiding waar de student-adviseurs zich mee bezighoudt.

Lastige gesprekken zijn er ook

Voor Pistorius is het Student als Partner programma dan ook meer dan een leuk vormgegeven boekje met mooie illustraties. “Uiteindelijk gaat het ons om de essentie van onderwijs. En daarbij draait het om de vraag of student en docent het gevoel hebben dat ze iets voor elkaar betekenen.”

“Als je in de juiste zin van het woord van je docenten houdt, dan heb ik het nog nooit meegemaakt dat een student niet iets terug wilt doen.” Vice versa is terughoudendheid om mee te denken of verbeterpunten aan te dragen een teken aan de wand voor Pistorius. “Als dat niet zo is, dan is dat ook een signaal voor mij dat er iets in die relatie nog niet klopt.”

Huitema beaamt dat het project haar vooral heeft gewezen op de relatie die docent en student met elkaar aangaan. “Je voelt je meer betrokken en je hebt meer voor elkaar over als je elkaar goed kent. Zo hebben we bijvoorbeeld gemerkt dat je bij sommige docenten eigenlijk heel goed terecht kunt voor vragen over je studieloopbaan.” Toch is het de afgelopen jaren bij veel opleidingen gebruikelijk geworden dat studieloopbaan oriëntatie (SLB) in handen van studieloopbaanbegeleiders of studieadviseurs. “Maar misschien is het wel beter om dit soort gesprekken toch met je eigen docent te voeren. Hoe praat je daarover zonder de SLB-coach te passeren?”

Dat is een lastig gesprek, waarbij ‘ander beleid’ ineens ook heftige consequenties kan hebben voor individuele medewerkers. Consequenties waar je als ‘student’ niet altijd mee in aanraking komt maar als lid van het managementteam wel. Verbraak: “Toch is juist het steeds blijven bevragen van de relatie tussen medewerkers en studenten wel iets dat je moet blijven doen.”

Voorbereiding op professionele leven

Het partnerschap tussen student en opleiding serieus nemen heeft volgens Huitema nog een andere grote meerwaarde, en dat is de voorbereiding op de beroepspraktijk. “Uiteindelijk ben je straks ook docent, en in die rol moet je niet alleen met leerlingen maar ook met collega’s omgaan.” In zekere zin is het dus ook een oefening voor het professionele leven om je als student met organisatorische thema’s bezig te houden.

Volgens Verbraak maakt de rol van student-adviseur dan ook dat ze haar opleiding anders beleeft en vormgeeft. “In mijn stage merkte ik dat ik er op een andere manier in stond dan andere studenten. Momenteel loop ik afstudeerstage en daar zeggen ze ook tegen mij: ‘we zien jou meer als collega, dan als student’. En dat betekent dat ik ook mee mag denken over de onderwijsvernieuwing op die school.”

“Op de opleiding kun je bovendien ervaring opdoen in een veilige omgeving,” vult Huitema haar collega aan. “Je mag hier fouten maken en dat is leerzaam.” Met oog op de opkomende evaluatie van het project is Pistorius ten slotte nog wel benieuwd naar waar Verbraak en Huitema op hopen dat het eindpunt van het project in uit moet monden. Verbraak: “Dat wij niet meer nodig zijn als student-adviseurs, maar dat de relatie tussen studenten en de opleiding zodanig is dat er geen directe lijn meer hoeft te zijn tussen student en management.”


Schrijf je in voor onze nieuwsbrief
«

ScienceGuide is bij wet verplicht je toestemming te vragen voor het gebruik van cookies.

Lees hier over ons cookiebeleid en klik op OK om akkoord te gaan

OK